Jef Van Staeyen

Categorie: Archief (Pagina 1 van 145)

ma princesse

In het station van Périgueux, op het perron naar Agen, kwam een verfomfaaide man naast me zitten.
Hij kwam uit Bordeaux, zei hij in voor mij nauwelijks verstaanbaar Frans, en zou naar een dorpje rijden, een uur verderop, waar zijn zus hem opwachtte.
Ik heb een vriendin in Bordeaux, ma princesse, zei hij trots, en toonde een foto van haar.
Hier klopt iets niet, dacht ik bij het zien van de man en de vrouw.
Haar vader weet niet wie ik ben, vervolgde hij, hij weet mijn plaats in haar leven niet.
Ik heb hem niet gevraagd of er misschien nog meer mannen zijn die zijn plaats in haar leven niet kennen.

(juni 2025)

groeten uit Ringpark West

Een project mag je niet beoordelen voor het voltooid is, vind ik. Dat schreef ik ook over de verbouwing-uitbreiding van het Steen toen de kritiek losbarstte: de aannemer had de stellingen verwijderd en plots zagen Antwerpenaars wat veeleer op een woonzorgcentrum leek. Nadien heb ik de critici wel gelijk moeten geven: het verbouwde Steen is een miskleun, maar niet om dezelfde reden als eerst werd gezegd. Het gebouw is niet geschikt voor zijn bestemming als bezoekerscentrum, en het is bouwfysisch niet in orde, het brokkelt af.

Wanneer een bouwheer — of een rist bouwheren: de Grote Verbinding — met trots meldt dat een project, in casu het Ringpark West, voltooid is: Komt dat zien, Ringpark West is af!, dan ga ik zien. En voel me geoorloofd een oordeel te vellen.
Ik ging, zag, en… vond geen Ringpark. Wel zag ik een aantal natuurgebieden die er al vijftig jaar zijn, én kilometers straten in breed bordeaux-kleurig asfalt, inclusief (soms) verkeersborden en wegmarkeringen. Heel plaatselijk zag ik aanplantingetjes van boompjes (in twee maten) en rood-witte GR-stickers. Ik zag echter géén voetwegen om de bestaande natuurgebieden met elkaar te verbinden. Als voetganger, als wandelaar heb je geen andere keuze dan de brede bordeaux-kleurige straten te gebruiken. Het zijn fietspaden, waar alles je zegt dat je niet welkom bent. Je gaat dus best aan de linkerkant en, ben je met meerderen, in een rij achter elkaar. Ga je over een brug, dan zorgt een extra-hoge gesloten borstwering ervoor dat je zo weinig mogelijk van de omgeving ziet (de autoweg, of de planten en dieren in een ecostrook). Er hangt een roestvrij stalen handgreep aan, zodat fietsers niet moeten afstappen als ze toch even halt willen houden. Eén van die bruggen, een extra-brede, wordt pompeus een recreaduct genoemd, en heeft aarden wallen. De autoweg eronder mag je wel horen maar niet zien, tenzij sluiks, achter de hoek. Er is in heel dat park ook niets voor het comfort gedaan: geen zitbank, geen picknick-hoek, geen panorama met wat uitleg bij. [Ga naar de polders van Kruibeke om te zien hoe je zoiets beter doet.]

Geen verbindende wandelpaden maar brede fietspaden in Ringpark West

Niet getreurd, want er zijn ook minder saaie plekken. Wat verder kan je je vergapen aan enkele infrastructurele hoogstandjes, waarvan sommige esthetisch niet te versmaden zijn. Je kan op de berm klimmen naar een uitzichtspunt van waar je uiteindelijk wel de autoweg ziet — straks staat er allicht een bord ‘verboden voor onbevoegden’ —, er zijn hoge glazen geluidsschermen zodat je de auto’s die je hoort ook ziet, en er staan schermen om de spoorweg tegen het lawaai van de autoweg te beschermen, of is het andersom? En misschien verdwaal je wel, en beland je in het groene laantje van een bedrijvenpark.

Voor wie van infrastructuur houdt, valt er na wat zoeken toch nog wat te zien

Als je verdwaalt kom je misschien hier terecht

Tenzij park een nieuw woord voor fietspad is, bestaat er geen Ringpark West.
Ik maak me zorgen. Wordt het allemaal zo? Nee, of toch? Voor Ringpark Schijn en Ringpark Lobroek zijn boeiende ontwerpen opgemaakt, maar elders zijn er problemen. Aan de Groene Vesten in Berchem — OK, dat is een voorlopige heraanleg, voor de komende… decennia — komt er een nieuw en breder fietspad achter een geluidswal, maar aan de voetgangers wordt nauwelijks gedacht. Aan de rand van het fietspad krijgen ze een smalle strook in halfverharding (stof wanneer de zon schijnt en plassen bij regen), wat bij ervaren fietsers de vrees doet rijzen (1) dat de voetgangers voor hun comfort toch het fietspad gaan gebruiken, en (2) dat er grint op het fietspad komt, wat beide gevaarlijk is — het is een fietssnelweg. Dat voetgangers ook liefst met propere schoenen en via een aangenaam pad vanuit de Grotesteenweg de Polygoonstraat of de Roderveldlaan willen bereiken zonder honderden meters langs drukke wegen om te gaan, die terechte verwachting wordt niet gehoord. Zelfs Natuurpunt, dat blijkens een bord aan de Grotesteenweg de Groene Vesten beheert, heeft er geen oren naar, en de stad Antwerpen oordeelt dat voor een beter voetpad teveel bomen zouden sneuvelen — naast een autoweg die ter plekke tot vijftien rijstroken telt… Ook aan de Groenendaallaan — ik schreef er al over — kan je beter elektrische fietser dan voetganger zijn die vanuit Merksem het station of de wijk Luchtbal wil bereiken. Aan de bult die daar wordt gelegd hebben voetgangers niks, integendeel. [Over de andere projecten spreek ik me hier niet uit.]

Is dat de vooruitgang die in iets meer dan vijftig jaar wordt geboekt? Van een autosnelweg in het groen (naar Amerikaans voorbeeld door het Amerikaans bureau Frederic R. Harris ontworpen en door landschapsontwerper Johan D’Huyvetter in scène gezet, als ik me niet vergis) naar een fietssnelweg in het ‘park’, die op zijn beurt met wegbreedtes, bochtstralen en voorrangsregels de eigen snelheids- en doorstromingslogica aan de omgeving oplegt.

 

Alle foto’s 22 augustus 2026  —  Aangepast 31 augustus 2026

de aktentas — F. Bordewijk

Dit is niet meer dan een verwijzing naar een kort verhaal dat F. Bordewijk in 1958 publiceerde (toen “de actetas”), over een man, een aktentas en een tram. Ik las het met genoegen in “De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen, samengesteld door Joost Zwagerman”, pagina 162. Je vindt het ook makkelijk in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

Het was nu al haast tien jaar na de bevrijding; meneer Kars had in die tijd zijn gezin zien toenemen, hij naderde de middelbare leeftijd, en nog steeds was hij werkzaam — na voorhene wisselvalligheid in zijn betrekkingen — op een van die regeringsbureaus welke zich bezighouden met de liquidatie van oorlogsschade en rechtsherstel, en die bestemd zijn zelf te worden geliquideerd. Daarmee was hij dan eindelijk ambtenaar geworden.

Het prachtige van die tekst (“bureaus welke zich bezighouden”) is dat je indruk hebt de akten te lezen in meneer Kars’ aktentas, of zelfs de gedachten in zijn hoofd.

« Oudere berichten

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑