Jef Van Staeyen

Tag: architectuur en stedenbouw (Pagina 1 van 17)

burgemeesterstraten in Antwerpen

 

 

Sinds 1876, met Jean-François Loos, worden de overleden Antwerpse burgemeesters in straatnamen herdacht. Mathilde Schroyens, gestorven in 1996, is met enige vertraging voorlopig de laatste van hen. Onlangs kreeg ze een straatje op Linkeroever, in de nieuwe  Regattawijk.
Ook historische burgemeesters, sinds lang overleden, krijgen soms die eer. Al is dat vaak om andere daden dan hun burgemeesterschap. Reeds in 1819 werd een straat, nee een kaai, (bijna) naar Filips van Marnix van Sint-Aldegonde genoemd — alleen Sint-Aldegondis bleef in de kaainaam bewaard. Ook Antoon Van Stralen, Jan Van Schoonhoven en Nikolaas Rockox kregen een straat, of een pleintje. Toch was dat voor Van Schoonhoven veeleer een afdragertje, dat een voorganger al flink versleten had.
Zelfs aan eerder “vergeten” figuren wordt vandaag gedacht, zoals Philippe Vermoelen, die van 1814 tot 1817 burgemeester was, en in de reeds genoemde Regattawijk ook zijn straatje krijgt.

De geografie van die straten is niet echt toevallig: niet elke straat, niet elke wijk wordt voor zo’n burgemeesterstraat goed genoeg geacht. De kennis van de burgemeesterstraten is misschien een klein takje van wat ik sociale toponymie zou noemen: de keuze en het gebruik van plaatsnamen in functie van de socio-economische en wellicht culturele kenmerken van de bevolking. Ook het al dan niet plaatsen van monumenten speelt daarin mee. Waarbij sommige politieke partijen merkwaardige keuzen hebben gemaakt, die hen ongunstig konden zijn. Hebben de Antwerpse socialisten op straat met namen en beelden hun band met hun kiezers verloren?

Ik telde een twintigtal burgemeesterstraten in Antwerpen, en neem u graag mee ter verkenning: een bestand met kaarten, foto’s en teksten (30Mo).

 

post scriptum
In een eerste versie vergat ik de Marnixplaats, die net als de Sint-Aldegondiskaai, maar met 56 jaar verschil, naar Filips van Marnix van Sint-Aldegonde is genoemd. Het is nochtans moeilijk om het immense Schelde Vrij-monument niét te zien, dat midden op het plein staat, en het perspectief van acht straalsgewijs geplaatste straten beheerst.

de Handelsbeurs in Antwerpen ❧

 

 

De Handelsbeurs, waar je voordien zo doorlopen kon, waar politieke manifestaties, nieuwjaars- en andere bals (“van de gastarbeider”) en beurzen (“het andere boek”) werden georganiseerd, en effecten verhandeld, en die een twintigtal jaren geleden wegens brandgevaar gesloten werd, die is — na een zeer grondige renovatie en verbouwing — tot hotel en evenementenlocatie omgevormd.
Het duistere gebouw, waar vaak een rare geur van vochtigheid en boenwas hing, en dat om zijn neo-laat-gotische architectuur niet werd gesmaakt, baadt nu in prachtig licht. Het is opgepoetst, en dat mag je wel zien. Ook tekenen van rijkdom en begin-eenentwintigste-eeuwse nieuwheid ontbreken niet.

Het is mooi, ik zie het graag, kan er lang naar kijken. Al is dat laatste niet makkelijk. De beurs is voortaan een privé-locatie, waar je niet zomaar binnen kan. [Nu in juli en augustus 2020, is dat makkelijker — een corona-effect?]
Ik weet niet wat ik het liefste heb: dat oude gebouw, waar ik in feite nauwelijks op lette, maar waar ik zomaar binnen kon, of de prachtige restauratie, waarvoor ik in bewondering sta, maar die ik zelden mag zien.

Klik hier of klik op de foto.

we reizen om te douchen ❧

douchekraan in Vermont

 

Tot 1979 wist ik niet wat een douche was. Toen ben ik met een groep jonge architecten en architectuurstudenten naar Amerika gereisd, veertien dagen architectuur en ander vermaak van New Haven tot Washington, via Long Island, New York en Philadelphia. We reden met Amerikaanse sleeën, aten ‘s middags aan snacks en ‘s avonds in immense baanrestaurants (diners), en logeerden in motels waar échte, kráchtige douches stonden (showers). Douches die je niet onbeschermd betrad. Tot dan kende ik alleen de lauwe regen van wat we nochtans een stortbad noemden. Ik ben van douches gaan houden, en heb de facto aan ligbaden verzaakt.

Lees verder

de vergeten voetganger (9) welkom in Berchem (station)

 

station Berchem-Antwerpen en stationsplein

Klik hier of klik op het plaatje.

 

Tweemaal heb ik bijna mijn voet verstuikt.
Het maken van een reportage over de voetgangersvriendelijkheid van het openbaar domein is niet altijd zonder gevaar. Je kijkt rond, wil een foto nemen, verzet een voet… nee, het is geen klif, waar je af valt, alleen een flinke verzakking in de bestrating waar je niet op let.

Eind goed, al goed — nu ja — dit is een negende en lijvige aflevering in de reeks “de vergeten voetganger”. Begonnen als een verrassing — of laat me eerlijk zijn: een ergernis — om het stationsplein in Berchem, dat ik sinds augustus heel vaak bezoek, is het al snel in allerlei richtingen uitgegroeid. En het had nog verder kunnen groeien.  Terloops: ook andere, kortere afleveringen van “de vergeten voetganger” spreken over plekken in de onmiddellijke omgeving van het station: (2) Indianen in de stad en (7) de hink-stap-voetganger.

Want er valt wat te zeggen over het Burgemeester Edgard Ryckaertsplein, zoals het volmondig heet. Over de belevingswaarde, de natuurwaarde, de leesbaarheid, het comfort, kortom: de gastvrijheid, zowel voor de Antwerpenaar als voor de bezoeker. Eén en ander lees je hier: welkom in Berchem station.

« Oudere berichten

© 2020 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑