Jef Van Staeyen

Tag: architectuur en stedenbouw (Pagina 1 van 21)

wat is waarheid? in de kerk

Het is dwaas, uiteraard, dat ik als recente Antwerpenaar — of her-Antwerpenaar, na bijna 40 jaar afstandelijkheid — jullie mijn Antwerpse ontdekkingen vertel. Maar jullie zijn hoffelijk, en verzwijgen me dat ik niets nieuws aanbreng.

Zondag stonden de deuren van de Sint-Andrieskerk open. Op weg naar de kaaien ben ik even binnen gestapt. Het moet straks vijftig jaar geleden zijn dat ik er nog was. Toen kregen we, studenten, te zien hoe de marmeren altaren in hout vervaardigd zijn.

Als ik voorbij een kerk kom ga ik wel vaker aan de deuren morrelen. De prachtige Sint-Laurentiuskerk in de Van Schoonbekestraat — een van de mooiste van Antwerpen — heb ik sinds ik hier woon nog niet open gezien. Ik heb wel vaak gemorreld, en op die manier onlangs Bernard Dewulfs uitvaart bijna meegemaakt. Er was schoon volk, las ik die avond in de krant.

  Sint-Laurentiuskerk, augustus 2013

Van de kerk van de Heilige Geest kan de deur soms open staan. Dat is de kerk hier in de buurt, die zich graag laat horen — maar niet voor zeven uur —, en die zestig jaar geleden korte tijd in het middelpunt van de politieke belangstelling heeft gestaan. Toen, in 1962, werd er in het Frans gepreekt, wat voor een eerste aanvaring zorgde tussen de Vlaamse katholieken en hun bisschoppen, vijf jaar vóór Leuven-Vlaams. Er was destijds sprake van taalfaciliteiten in het Leuvense en aan de Belgische kust, en in een land waar de Kerk een openbare instelling is, leken Franse preken geen goed idee. De jaren nadien maakte deze onvrede het de gelovigen overigens des te makkelijker afstand te nemen van wat de bisschoppen op andere vlakken te vertellen hadden. Waarmee ik niet wil zeggen dat de Heilige Geest de ontkerking van Vlaanderen heeft aangestuurd, de anti-conceptie heeft bevorderd en het maoïsme een duwtje in de rug heeft gegeven.
Overigens vind ik het een gek idee een parochie of kerk naar de Heilige Geest te noemen. Of naar het Heilig Hart, het Heilig Sacrament, de Heilige Drievuldigheid… Als bemiddelaar tussen een strenge God en de zwakke gelovigen kies je toch beter een heilige van vlees en bloed, een man of vrouw die nog weet wat het was, mens te zijn geweest. Wordt Maria niet Middelares genoemd?
[Een heilige met een kruiwagen, of met een piston, dat zou pas handig zijn.]

Het is pikdonker in die kerk, maar ik zag er wel een merkwaardig kruisbeeld hoog in de viering hangen. Op een heldere dag moet ik eens binnen wippen om het beter te zien. De gekruisigde Jezus draagt een lange rok, die tot halfweg zijn kuiten reikt. Hij staat op een bankje, kaarsrecht en met gestrekte armen. Het is geen lijden, het is alsof hij de bezoekers welkom heet. De aard van de kroon op zijn hoofd — doornen, of goud en juwelen? — heb ik in het duister niet gezien. Opvallend zijn ook de rijke versieringen aan en rond het kruis. Godsdiensten houden van lijden, maar het christendom is wel zij die een lijdende man als embleem heeft gekozen, en hem in al haar tempels en huizen toont.
In het overigens wat teleurstellende boek van Jan Vanriet, Rovers (2021), lees ik een korte vergelijking tussen God en cryptogeld. Dat redelijke mensen daarin geloven, in zoiets virtueels. Net als in bitcoins, cryptovaluta… God als cryptowezen. Dat vind ik verhelderend: God bestaat. Als je in hem gelooft en je anderen kan overtuigen dat hij bestaat en ze ernaar handelen, is hij zo echt als cryptogeld. Zo werd en wordt rijkdom en macht vergaard.

Een Koerdische vriend in Rijsel, die ik Frans leerde, en met wie ik de streek, de steden en stadjes bezocht, maar die ik al jaren niet meer heb gezien, van wie ik me afvraag of hij nog leeft sinds hij weer naar zijn land vertrok, ging bij het bezoeken van een kerk steevast aan het bidden — twee goden is beter dan een, moet hij hebben gedacht, hij had veel om te bidden. Ik, verwend joch van een vredig land, ga naar kerken voor kunst en architectuur. En voor de stilte als die er is. Zodat ik hoop dat hedendaagse beeldenstormers buiten blijven, want er valt wat te breken aan baardige mannen, vrome maagden en blote putti in zo’n kerk.

 

Wat is waarheid? Alain Sanez, 2012, in de Sint-Andrieskerk

Sint-Andries is een kunstkerk. De kerk is rijk aangekleed, met kerkelijke kunst die in andere kerken veelal in laden en kasten blijft. De schatkamer is een juweeltje. De preekstoel (1821) met Jezus en de vissers Petrus en Andreas is een beeldverhaal, en ook de wat discretere sculptuur het vagevuur (1710), aan de noordbeuk, waar (on)gelukkige zielen door engelen uit de rode vlammen worden gehesen, is alle aandacht waard. Angst moest het inboezemen, ik vind het mooi. De pastoor (een kunsthistoricus) gedraagt zich als museumintendant. Getuigen de teksten die hij bij de kruisweg en elders hing, de virtuele bedevaart (met een echte stapmachine…), de bokszak, de parade van schoenen als levensreis (van babysokjes en kinderbox tot sloefen en rolstoel, plus een lege valies), en het schilderij “Wat is waarheid” dat de Franse kunstenaar Alain Senez in opdracht van de kerk in 2012 geschilderd heeft. Het bevat een immense trompe-l’œil, een schildering in het schilderij, waardoor je niet weet wat je ziet, met talrijke media erover gekleefd. Kranten, computerschermen, een camera… ze verstoren je blik, zodat je hersenen voortdurend zoeken en twijfelen tussen de details en het totaalbeeld dat nauwelijks vatbaar is. Omwille van de titel, en van de uitwerking, mag het een wonder heten dat de covid-twijfelaars het werk nog niet tot embleem verkozen hebben. Ik heb er lang naar gekeken, en misschien daarom andere dingen gemist, zoals de kruisiging van Sint-Andreas, in 1595 door Otto Van Veen (of Venius) geconterfeit, de schilder die de pech heeft vooral als leermeester van Rubens bekend te staan. Als je dan bedenkt dat het MET in New York trots is een voorbereidend olieschetsje te bezitten van het werk dat onopgemerkt in de Sint-Andrieskerk hangt. Still in situ — wat niet helemaal waar is, want het doek hangt sinds twee eeuwen niet meer boven maar naast het hoogaltaar, dat tijdens het Frans bewind uit de toen afgeschafte Sint-Bernardusabdij van Hemiksem naar Antwerpen is overgebracht.
Ik heb niet voldoende gekeken, en heb veel dingen gemist. Ik ga dus zeker terug, wat ik ook jullie aanbeveel.

 

Over Otto Van Veen gespreken,  lees hier meer over het raadsel van Veen in de Rijselse kerk Saint-André.

aanvulling: De waarheid is… dat het geen vijftig, maar slechts tien jaar geleden is, dat ik de Sint-Andrieskerk bezocht. In mijn oude foto’s zie ik een bezoek in juli 2011. De bokszak van Domyos hing er toen al.

Merksem vergist zich van ontharding

(de vergeten voetganger, aflevering 20)

 

Vlaanderen breekt uit!
Het is een uitstekende zaak, dat overheden ijveren voor de ontharding van de bodem. Begrijp: dat verharde oppervlakken, waar geen plaats is voor natuur, en die geen water doorlaten, worden opengebroken. Dit land is immers veel te hard. Het heeft ontiegelijk veel straten en parkeerterreinen, het heeft grote, lage gebouwen waarvan de tuinen zijn verhard, en zelfs de landbouwgrond laat weinig water door. Samengedrukt door machines, en bloot in de winter. Het regenwater loopt snel naar de rivier, en niet in de bodem waar het nodig is. Natuur is verzwakt en versnipperd, en zomerse temperaturen lopen op.

kers

Ontharding van wat al verhard is moet de verharding van wat nog zacht is helpen beperken. Zo ook in Antwerpen, zo ook in Merksem. Zelfs quick wins worden gezocht. [Bij een quick win denk ik spontaan aan een kleuter die met grijpgrage vingers voor de ogen van de disgenoten de kers van een mooie roomtaart grist. Maar bij management — en beleid hoort daartoe — gaat het over dingen die je snel kan realiseren, om pas nadien te kijken of het je grote projecten niet schaadt.] Voor de quick wins van de ontharding worden stukjes straat — nee, geen taart —  opengebroken, en bloemen, struiken of bomen geplant.

Mooi, maar wie zou denken dat het vooral rijwegen en parkings zijn, die worden onthard, komt soms bedrogen uit. Eerdere voorbeelden in Antwerpen (Plantin en Moretuslei…) toonden dat het vaak de voetgangersruimte is, waaraan wordt geknipt.

Zo ook in Merksem.
Eén van de belangrijkste Merksemse onthardingsprojecten betreft de Melgesdreef, net voor ze het gelijknamige woonzorgcentrum bereikt: het Melgeshof. De straat vormt een trechter, met twee brede rijwegen aan weerszijden van een groen eiland met negen platanen. Reeds een vijftal jaren geleden werd vastgesteld dat die rijwegen veel te breed zijn, en werd een klein deel met witte lijnen weggeschilderd en met paaltjes afgezet, waardoor meteen het aantal parkeerplaatsen werd verhoogd. Nu worden, als quick win, de boordstenen verplaatst — en dus het eiland vergroot — en wordt het beschilderde asfalt samen met de voetpaden uitgebroken. Er worden ook vier bomen geplant. Aan de parkeerplaatsen wordt niet geraakt. Met andere woorden: er mag niet meer onder de bomen gewandeld worden. Er komen oversteekplaatsen voor fietsers en zebrapaden voor voetgangers, maar de oversteekbeweging naar het eiland met de bomen wordt vergeten (of bijzonder complex en onduidelijk gemaakt).

boomarm

Het woonzorgcentrum net aan de overkant van de straat is nieuw. De gebouwen staan rond een binnentuin met enkele jonge, magere boompjes, die nooit de gelegenheid zullen krijgen groot te worden en schaduw te geven. Wanneer de zon schijnt is het er heet. De wijk waarin het pleintje en het woonzorgcentrum liggen is heel boomarm — nergens is er schaduw. In feite is bijna heel Merksem een boomarme gemeente. De zeldzame bomen in de Merksemse straten worden nooit groot, en in de voortuinen liggen vooral plavuizen. [De meest nabije groene plek, het Kroonplein, ligt op 700 meter.]

lommerte

Het Melgespleintje, als ik het zo noemen mag, bood de gelegenheid wat schaduw te creëren, voor wie uit het woonzorgcentrum, of uit de huizen, of het nabije ziekenhuis buiten komt. [Ook aan het ziekenhuis is de buitenruimte een immense droefenis: let op de parking, let op het smalle voetpad in de Lange Bremstraat.] Daarvoor moet het pleintje wel makkelijk bereikbaar zijn, en op een wandeltraject — een looplijn — liggen, waar je met vermoeide voeten, een rolstoel of een rollator stappen kan. Want bomen dienen ook om onder te gaan of te staan, of zelfs te omarmen… Op afstand naar schaduw kijken heeft nooit iemand koelte gebracht.

Idealiter had men één van de straten langs het pleintje afgeschaft — enkel een toegang tot de garages gelaten—, en het autoverkeer langs de andere straat geleid. Pas dan had men echt onthard, en een tweemaal groter en groen Melgesplein bekomen. Een plein dat ook voor mensen aangenaam is, omwille van die natuur, omwille van de vogels, de bomen en de bloemen, en omwille van de lommerte, die in Merksem (als de zon schijnt) zeldzaam is. Een plek om te zijn.
Benieuwd of de quick win Merksem ooit zover brengt.

 

Wie dit bericht graag in een pdf-je heeft, vindt het hier.

En dit is het antwoord van het Merksems districtsbestuur.

 

de architectuur van de metro van Montréal ❧

 

Ik ben geen fan van openbaar vervoer ondergronds, ik reis liever op straatniveau, maar als het moet dan liever in een metro van goede kwaliteit, zowel wat de vervoersprestaties betreft (snelheid, comfort, regelmaat) als de architectuur van de stations. Dus niet zoals in Antwerpen, met trage en onregelmatige trams in slecht ontworpen stations (Diamant!, Astrid!, Groenplaats!, Schijnpoort!, Zegel!…), maar (bijvoorbeeld) als in Montréal.

Ik maakte een foto-reportage van de architectuur van de metro van Montréal, waar ruime metrostellen frequent en snel rijden, en goed ontworpen stations bedienen, die praktisch en vaak zelfs boeiend zijn.

 

En hier zie je en lees je, in het Frans, meer over Montréal, de straten, de huizen, de bomen, de mensen: les rues de Montréal.

hoe de Lange Wapper de Kattendijksluis heeft gered

aan de toegangsgeul van de Kattendijksluis, foto GV, augustus 2021

 

Het heeft niet veel gescheeld of de Lange Wapperbrug had een deel van de Antwerpse haven afgesloten van de Schelde en de zee. Althans voor hoge masten, die men in die haven graag ziet.
Uiteindelijk leidde het project voor de Lange Wapper tot de renovatie van de verwaarloosde, uit bedrijf genomen en deels gesloopte Kattendijksluis.

Deze tekst vertelt het verhaal van de sluis, en van het gelijknamige dok. Hoe ze verdween, en toch werd gered  (21 Mo).
De Lange Wapperbrug werd niet gebouwd, maar zonder haar was die sluis misschien nooit hersteld.

« Oudere berichten

© 2022 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑