Jef Van Staeyen

Tag: architectuur en stedenbouw (Pagina 1 van 19)

ça-va-seul — archeologie in Merksem

Vorige vrijdag wandelde ik van het Eilandje naar Merksem, via de IJzerlaan, een traject waar je als voetganger niet wordt verwacht. Toen ik op de voormalige Ingenieur Menneslaan naar beneden kwam, ontdekte ik plots een grote en prachtige gevelreclame voor Ça-va-seul.

Ricineert uw schoenen met Ça-va-seul

Vraag me nu wat ricineren is. Ricine is een zeer giftig en (eenmaal toegediend of ingenomen) moeilijk te detecteren product, afkomstig van de Wonderboom of Castorolieplant. Het staat op lijst 1 van het Verdrag Chemische Wapens, samen met dingen als sarin, mosterdgas en andere.
Er bestaat ook ricinusolie, die zowel voor mensen als voor machines wordt gebruikt. Het is een laxeermiddel, bevallingen worden (werden?) ermee bespoedigd, maar men vindt die olie ook in remvloeistoffen, smeermiddelen — denk aan het merk Castrol —, boenwas, zeep, verf, inkt, en… oliën voor haar-en-huidverzorging. Niet onterecht wordt ze Wonderolie genoemd. Blijkbaar komt het gif ricine uit de pulp die overblijft, eenmaal de olie is geperst. Laten we hopen dat de schoensmeer met olie, en niet pulp werd bereid. Ça-va-seul…

Ça-va-seul komt oorspronkelijk uit Diksmuide, maar de fabriek werd, als zovele andere, na de vernielingen van de  Eerste Wereldoorlog, naar Vilvoorde overgebracht. Ça-va-seul was een belangrijk merk, maar net iets te afhankelijk van het Belgisch leger, en van de schoenen die er werden gepoetst.

Op Google Earth en Streetview zocht ik even naar het adres van mijn foto. Is het de Campiniastraat of de Taxandriastraat, of toch de Ingenieur Menneslaan? Geen van alle: de oude Bredabaan maakt gekke bochten, en het huis met de gevelreclame, beneden het oude talud, staat op de Bredabaan, nr 35. Groot was mijn verbazing, toen ik op Streetview de oude reclame niet zag. Tot op zijn minst 2019, misschien langer, zat er op de gevel — in feite een scheimuur — een bekleding met asbestleien, die de reclame al die jaren tegen de regen (en mijn en uw blik) heeft beschermd. Archeologie op een gevel.

Hoe oud is die reclame?
Voor zover ik me herinner — maar wat is dat waard? — heb ik die reclame nooit eerder gezien, zelfs in de jaren zestig en zeventig, toen ik vaak langs de Menneslaan reed (of werd gereden). Het telefoonnummer van het reclamebedrijf Bernaerts, 38.38.90, zal me niet veel helpen. Volgens sommigen (op het web) werden telefoonnummers met 6 cijfers van 1965 tot 1980 gebruikt, maar een oud doktersattest uit 1958 (een vaccinatie) toont me dat dergelijke nummers in Antwerpen ook al in 1958 bestonden. Overigens werd in de jaren zestig reclame op papieren affiches gedrukt, en vervolgens aangeplakt, en waren slogans al wat subtieler dan een gebiedende wijs in meervouds- of beleefdheidsvorm. Kort na de oorlog, zou ik zeggen, toen ook de brug over het kanaal werd herbouwd. Waarna, niet veel later, de reclame achter asbestleien verdween, en een groot aanplakbord verscheen.

Meer over de ruime omgeving lees je hier:

 

In Antwerpen volstaat het een eindje te voet te gaan om in de krant te komen

(aanvulling, per 1 maart 2021)
Wat ik hierboven schreef, meldde ik ook aan Gazet van Antwerpen, die het onderwerp oppakte, en enkele Merksemse mensen ondervroeg: de districtsburgemeester, de districtsschepen van cultuur, een districtsraadslid, en ook de voorzitter van de Heemkundige kring. De journalist voltooit als het ware het werk dat ik begonnen was. Ook op facebook loopt het nieuws, en de stad Antwerpen twittert het door. Althans, dat zegt men me, want die media gebruik ik niet.

Dit is het artikel uit Gazet van Antwerpen. Ook Het Nieuwsblad en De Standaard-avond hebben het nieuws gebracht.

“De voetganger is (…) de enige die echt tijd en kans heeft om snel een winkel binnen te springen, naar de bomen, de huizen of de mensen te kijken, of een praatje te slaan.” schreef ik op 13 april 2020, in een tekst over… de IJzerlaanbrug. Blijkbaar is hij ook de enige die verbaasd is over wat hij ziet, desgevallend een foto neemt, en daarover wat schrijft.

compensaties

Het is altijd makkelijker twee problemen op te lossen dan één, dus als je vijf problemen van de baan kan helpen, geef ik graag dit advies.
(met dank aan het departement Omgeving, en ook een beetje aan Dikke Freddy)

planschade: zou het niet correcter zijn te vergoeden wie géén bouwgrond heeft?

Het Grondwettelijk hof heeft de Vlaamse maatregel omtrent de negatieve elektriciteitsmeter vernietigd.
Wellicht is de dag niet ver dat een of andere hogere rechtbank, Belgisch of Europees, ook de Vlaamse planschadevergoeding vernietigt, omdat ze onrechtmatige verrijking creëert en het gelijkheidsbeginsel schaadt.

Hier alvast de argumenten.

1. Bouwrechten werden kosteloos toegekend. [Als er ooit voor betaald is geweest — misschien, eventueel, uitzonderlijk, wie weet? — is dat geld nooit op de goede plaats terechtgekomen.]

2. Sinds de bouwrechten kosteloos zijn toegekend, is hun waarde fors gestegen. Die stijging heeft twee oorzaken:

    • openbare bestedingen, zowel investeringen als beheer (wegen, openbaar vervoer, scholen en universiteiten, ziekenhuizen, cultuurhuizen, parken, natuurbescherming…),
    • private bestedingen van derden (woningen, winkels, bedrijven, horeca, verenigingen…).

Het gaat om dingen die je in zowat elke vastgoed-annonce leest, en die de waarde van het goed bepalen.
Het gaat om bestedingen die niet door de eigenaar van het goed zijn uitgevoerd.

3. Het gebruik van de bouwrechten (door het bouwen van één of meer woningen) creëert een aantal openbare en maatschappelijke baten en schade.
Tot de baten behoren, naargelang de site en de locatie:

    • de verruiming van de woningvoorraad,
    • fiscale opbrengsten,
    • bouwactiviteit,
    • klandizie voor allerlei lokale voorzieningen.

Tot de schade behoren, naargelang de site en de locatie:

    • onomkeerbare vernieling van landbouwgrond of natuurgebied,
    • verstoring van landbouwactiviteiten,
    • verstoring van biotopen, ecologische netwerken en biodiversiteit,
    • verstoring van de waterhuishouding,
    • verstoring van de landschappelijke waarde,
    • verstoring van de recreatieve waarde,
    • bijkomende kosten voor nutsvoorzieningen (investeringen, onderhoud en gebruik),
    • bijkomende kosten voor dienstverlening (postbedeling, bejaardenzorg, politie…),
    • verhoging van de verkeersdrukte, en de daarbij horende vervuiling, stress en onveiligheid,
    • verhoging van het energieverbruik,
    • verhoging van de uitstoot van broeikasgassen,
    • verschuiving van baten (fiscale opbrengsten, klandizie, onderhoud van de woningvoorraad, wat kan leiden tot verkrotting…).

Zoals gesteld zijn deze baten en schade zeer afhankelijk van de site en de locatie.
Wanneer het gaat om onbebouwde gronden (landbouw, natuur), die slecht gelegen zijn ten overstaan van de voorzieningen en van het openbaar vervoer — denk aan de mobiscore —, en waarvan het bebouwen (zware) schade aanbrengt aan de omgeving (landbouw, natuur, landschap, water…), is de openbare en maatschappelijke schade veel hoger dan de openbare en maatschappelijke baten.

Daarom is het redelijk dat de overheid, vooral in het geval ze planschade wil toekennen, in eerste instantie een schadevergoeding betaalt aan wie terzake wel baten creëert maar geen schade veroorzaakt, dit wil zeggen aan al wie géén bouwgrond in eigendom heeft.

Dus: planschadevergoeding voor wie geen bouwgrond heeft.

 

« Oudere berichten

© 2021 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑