Jef Van Staeyen

Tag: architectuur en stedenbouw (Pagina 1 van 23)

de aanbouw van het Steen mag de Erfgoedprijs niet winnen

welkom !

Het is begrijpelijk dat het moeilijk is een oud, historisch waardevol gebouw op een optimale manier universeel toegankelijk te maken. Denk aan de discussie in Gent. Het is begrijpelijk dat men bij de bouw van het Antwerpse MAS pas laattijdig heeft ontdekt dat het dak van het museum een publiekstrekker kan zijn, waardoor het niet met een lift bereikbaar is — meer dan tien jaar na de opening had die lift er wel kunnen staan. Maar het is onbegrijpelijk, of zelfs schandalig, dat de recente aanbouw van het Steen in Antwerpen, dat als toeristisch informatiecentrum geldt, niet op een correcte en menswaardige ontvangst van mensen met een beperking is voorzien. Voor hen is er de achterdeur — elders is dat de plek langs waar het bier wordt binnen gebracht —, en als ze toch de voordeur willen nemen, worden ze er aan de trapjes “graag geholpen” door de mensen van het informatiecentrum — over hen geen kwaad woord. Van het uitzichtpunt boven mogen ze niet genieten, als ersatz is er een venster op de Schelde.
Het maakt daarom weinig uit wat we vinden — of wat deskundigen vinden — van de vormelijke kwaliteiten van het gebouw, of van zijn aanpassing aan het Steen. Wat hier geldt is dat het als openbaar gebouw met een belangrijke publieksfunctie een absolute miskleun is. Het zou een zeer slecht teken zijn — een aanfluiting — mocht dit gebouw in oktober de Erfgoedprijs ontvangen — waarvoor het onlangs op de shortlist kwam. Noch de opdrachtgever, noch de ontwerper, noch hun gebouw heeft dat verdiend.

 

de achterdeur
(let ook op de afwezigheid van een handgreep langs de trap)

 

zonder haast straat

 

 

De liefde voor een stad gaat ook door kleine, dagelijkse dingen. Zoals de mooie Antwerpse straatnaamborden. Hoe en wanneer ze zijn ontstaan, wie de mooie letters ontworpen of gekozen heeft, de rustige zetting op een blauwe achtergrond — tegenwoordig jammer genoeg vaak goedkoop wit —, ik weet het niet, maar het resultaat is prachtig. Ik weet niet of er ergens elders mooiere straatnaamborden te vinden zijn, maar ik heb er geen gezien.

Gelukkig was het ook — nu ja, gelukkig — dat er in 2006 een “zonder haat straat”-campagne kwam, waarmee duizenden en duizenden gezinnen hun afkeer toonden voor haat in het algemeen en racisme in het bijzonder. Aanleiding was een racistische aanslag in Antwerpen, waardoor er logischerwijs veel Antwerpse straatnaambord-affiches aan de Antwerpse ramen kwamen, die ook grafisch naar de echte Antwerpse straatnaamborden verwezen. In andere steden, zoals Gent, kwamen er andere versies. Uiteraard. Het antiracisme gaat mooi samen met een warm thuis-gevoel. Ik durf denken dat het samengaan van een “dit is echt een straatnaambord van hier” en de inclusieve boodschap aan het succes van de campagne heeft bijgedragen.

Er kwamen ook varianten. In vorm en in inhoud. Niet altijd even inclusief.

Dit straatnaambord wil wijzen op de behoefte aan onthaasting, aan verlangzaming in de stad. Zo wordt niemand uitgesloten, en vindt iedereen zijn plaats. Ook dit bord is inclusief.


[Met dank aan de ontwerpers van de Antwerpse straatnaamborden, en aan de mensen die beslisten een “zonder-haat-straat”-campagne te lanceren en daarvoor naar de Antwerpse straatnaamborden verwezen.]

het geheim van Paray-le-Monial

Ooit moet ik mooie foto’s hebben gezien van de romaanse basiliek van Paray-le-Monial, die in mijn hoofd zijn blijven hangen, en die me ertoe hebben verleid het kleine stadje (9200 inwoners) in mijn Franse treinreis op te nemen, ergens tussen Nevers en Chalon-sur-Saône. Samen met het ook atypische Le Creusot — totaal anders weliswaar: een oude, verloren gelegen industriestad van 21.000 mensen in een agglomeratie van 34.000 — bracht Paray-le-Monial me op weinig bereden sporen, waar de takken van de struiken tegen de vensters van de treinen zwepen. Ik bedoel: Nevers en Chalon-sur-Saône hebben op hun niveau (kleine préfecture en grote sous-préfecture) al wat je van een stad verwacht, terwijl Paray-le-Monial en Le Creusot beide op een dominante, wat paternalistische nijverheid zijn gebouwd. In Le Creusot is dat de metaalverwerkende industrie van Schneider en in Paray de Roomse kerk.

Al in de 11de eeuw besliste Hugo, abt van Cluny, in Paray een nieuwe kerk te bouwen aan de oever van de Bourbince, een verkleinde copie van “Cluny 3”, maar zonder de rijke versiering ervan. Enkele eeuwen later, in 1673, had notaris-dochter en kloosterzuster Marguerite-Marie Alacoque (sœur de la Visitation) de gelukkige idee verschijningen van Christus’ Heilig Hart te zien, waarvan haar biechtvader de boodschap noteerde: “Voilà ce Cœur qui a tant aimé les hommes”. Daarmee waren de zuster en haar biechtvader hun tijd ver vooruit, want andere beroemde verschijningen dateren uit de 19de en 20ste eeuw, en de cultus van het Heilig Hart zou pas na de Franse revolutie, of zelfs na het Eerste Vaticaans Concilie in 1869 een hoge vlucht nemen, als reactie op de ontkerkelijking. [Het katholicisme zoals wij dat hebben geleerd en ook beleefd, en dat ons als eeuwenoud werd voorgesteld, is door Pius IX, paus van 1846 tot 1878, in de steigers gezet, terwijl hij de wereldlijke macht van zijn Pauselijke Staten verloor: onfeilbaarheid, onbevlekte ontvangenis, verering van het heilig hart…]

Florida

Paray-le-Monial is dus een bedevaartsoord, maar is dat allicht vooral op de derde vrijdag na Pinksteren. Mij lijkt het meer op een katholiek Florida. De indrukken die ik had werden nadien door digitale media gestaafd: een rustig en ordentelijk stadje, dat niet om centen verlegen zit, met welvarende, weldenkende en wellevende mensen, en met een voorzieningenniveau (ook commercieel) waar menige grotere stad jaloers op kan zijn. Bijna de helft van de Parodiens is ouder dan 60, wat op departementaal niveau slechts een derde, en nationaal een flink kwart is. Al sinds 1989 wordt het bestuurd door een overtuigde katholiek (manifest tegen het homo-ouderschap, kerststallen in het gemeentehuis…) die zijn politieke loopbaan ooit als jeune giscardien begonnen is. Hij is er wel in geslaagd het openbaar domein in het oude centrum, de omgeving van de basiliek, het belfort en het stadhuis prachtig heraan te leggen — met meer smaak voor architectuur en stedenbouw dan de lokale bouwpromotoren en hun klanten hebben getoond — en ook het zeer merkwaardige Musée du Hiéron en het interieur van de basiliek te renoveren, waarna beide door de toenmalige minister van cultuur en partijgenoot Renaud Donnedieu de Vabres werden ingehuldigd (diens naam leest als een boek). Als er voor ouder wordende katholieken een paradijs op aarde bestaat, ligt het in Paray-le-Monial.

Arabische motieven in het noordportaal van de basiliek

De idee achter het Musée eucharistique du Hiéron, heb ik begrepen, is dat er over alle landen en tijden heen, één religie is, waarvan het katholicisme de meest volmaakte vorm en de sacrale kunst de bevoorrechte uitdrukking is. Het museum uit 1888, in 2005 flink vergroot, bevat een rijke en diverse collectie, en ontvangt ook tijdelijke tentoonstellingen van hedendaagse kunst — een bezoek meer dan waard. Het geheim van Paray-le-Monial zit echter in de Basilique du Sacré Cœur (tot 1875 gewoon église Notre-Dame genoemd). Ze oogt als een slimme romaanse bouwdoos, een waterval van grote en kleine volumes, drie flinke torens, een open narthex en een arabiserend noordportaal (Hugo van Cluny is in Castillië geweest). Het interieur is behoorlijk saai — veeleer dan enkel sober — maar wie binnen en buiten vergelijkt staat voor een raadsel, waarvan de oplossing althans mij nogal wat tijd, een beetje hulp, én gelukkige omstandigheden heeft gevergd. Als je vóór de westgevel met de twee torens staat, zie je hoe de hoge vieringtoren wél, maar de nok van het schip niét in de (schijnbare) as van de gevel zit (zie foto). Meermaals ben ik van buiten naar binnen gelopen, om niet te begrijpen hoe het zat, tot een informatiebord wat verder (zie foto) me enigszins op weg heeft geholpen. De basiliek uit de elfde eeuw werd ter vervanging van een oudere kerk gebouwd, waarbij de oriëntatie — zoals bij zoveel oude kerken — enigszins werd aangepast. [De dag voordien had ik in de kathedraal van Nevers gezien hoe er een knik zit tussen koor en schip.] De as waarrond de kerk van Paray werd gewenteld zit in het koor, iets voorbij de viering, maar de narthex en de twee torens, of op zijn minst hun basis, bleven op hun oude plaats. Niet de gevel van het schip, met zijn twee bescheiden vensters, maar de torens staan naast de as van de kerk. Toch is het pas de wijd open deur op zondagavond, waarlangs ik ongehinderd van binnen naar buiten kon, die voor opheldering heeft gezorgd.

De puntgevel van het schip (met de twee eenvoudige boogvensters boven elkaar) staat uit de as van de vieringtoren en van de twee torens (met narthex) vooraan.

mozaïeken

Een mooie verrassing is het Maison de la mosaïque contemporaine, dat zich ook in de trottoirs van Paray aankondigt, en behalve ateliers en sensibiliseringsacties ook (kleine) tentoonstellingen biedt. Van hedendaags mozaïek uiteraard, in een diversiteit van materialen, zoals glas, hout en leisteen, waarbij niet alleen de kleur maar ook de textuur wordt gebruikt. [Oudere, meer dan kamerbrede Gallo-Romeinse mozaïeken zag ik enkele dagen later in de musea van Besançon en Langres.] Nabij het station is er ook het Musée du carrelage céramique Paul Charnoz (de naam van de fabriek) maar voor de te beperkte bezoekuren had ik geen geluk.

Vindt onder deze straatstenen nog meer foto’s van Paray-le-Monial
en van de mozaïeken.

Toch was het pas ′s anderendaags, toen ik in het station de trein nam naar Le Creusot, dat ik Paray-le-Monial wat beter begreep. Toen zag ik dat er achter de spoorweg nog een heel stuk Paray ligt, dat omwille van de sporen, het Canal du Centre, de industriële sites en de rivier la Bourbince, vanuit het centrum nauwelijks te bereiken valt, en dat — van op afstand althans — een wat grauwere aanblik biedt. Misschien wonen daar de mensen die het paradijs van Paray draaiende houden, en de oude bewoners, pelgrims en toeristen de zorg geven waar ze om vragen.

 


la France en TER — het traject

Links het traject van 2019, dat ik met een TGV van Tours naar Lille heb afgerond, en rechts het traject van 2022. Montchanin, Dijon, Belfort en Chaumont zijn geen etappes, maar overstapstations, eventueel met een brasserie erbij. Dijon en Chaumont heb ik overigens al herhaaldelijk (en in zeer goed gezelschap) bezocht, en Montchanin is weinig meer dan een station. Blois (in 2019) en Tournus bezocht ik toen ik in Tours of in Chalon logeerde.

En dit is het (trein)verslag van 2019, in het Frans.

Edvard Munch in Sologne

Dit is de kerk van Vierzon, Notre-Dame, gebouwd in de 12de en vergroot in de 15de eeuw. Vierzon is een kleine stad in het centrum van Frankrijk — een sous-préfecture van ongeveer 25.000 mensen. Het is een belangrijke industriestad geweest, met porselein, faïence en landbouwmachines, en het is en blijft een verkeersknooppunt, eerst met het Canal du Berry, en later met spoor- en tenslotte autowegen. Veel bezoekers leveren die wegen en spoorwegen niet op: het stadje telt welgeteld één hotel — in het centrum althans, want langs de autoweg staan er meer — en dat lelijke gebouw staat net op de plaats waar het oude Canal du Berry werd gedempt. Vierzon kennen we van Brel’s liedje… Vesoul.
T’as voulu voir Vierzon.
Vierzon ligt aan de zuidelijke rand van la Sologne, een immens natuurgebied van ongeveer 5000 km2, zo groot als de provincies Antwerpen en Vlaams Brabant samen, met vlakke, arme bodems, dat omwille van zijn bossen en vennen vooral door jagers, vissers en natuurliefhebbers wordt gesmaakt.

Met De Schreeuw (of De Kreet — Skrik — 1893, 1895, 1910…) tekende en schilderde Edvard Munch (1863-1944) een van de beroemdste kunstwerken uit de 19de eeuw. Er bestaat nogal wat aandacht, en er bestaan nogal wat hypothesen, over de plek nabij Oslo waar Munch De Schreeuw heeft getekend, en over het licht en het hemelverschijnsel dat hij toen zag. In zijn dagboek verhaalt hij die ervaring. Minder aandacht gaat naar de centrale figuur die met haar handen haar oren bedekt. Soms verwijst men naar een Peruviaanse mumie die Munch in Firenze of Parijs zou hebben kunnen zien.

Ik voeg daar graag een hypothese aan toe: De Schreeuw is de kerk van Vierzon.
Van 1885 tot 1889 verbleef de jonge Edvard Munch meermaals in Frankrijk en met name Parijs. In zijn eerste, Noorse jaren had hij wel eens landschappen geschilderd, maar in Frankrijk was hij als kunstenaar op de dool. De tekenlessen bij Léon Bonnat bevielen hem niet, maar diens commentaren in musea des te meer, en hij was enthousiast over het werk — en vooral de kleuren — van Gauguin, Van Gogh en Toulouse-Lautrec. Het is heel aannemelijk dat hij, net als vele andere kunstenaars voor hem, de natuur in trok, ook voor het licht en de kleuren. De vallei van de Seine, Normandië, de Loire en, waarom niet, la Sologne. Toen heeft hij, denk ik maar, op een avond de gloed van de kerk van Vierzon gezien, en dat beeld is hem bijgebleven.

Zijn verblijf in Frankrijk werd plots afgebroken door de eerste van een reeks dramatische gebeurtenissen die zijn leven en zijn kunst ingrijpend zouden veranderen, en tot De Schreeuw zouden leiden. In december 1889 stierf Munch’s vader — terstond keerde Munch naar zijn land terug — en daarop volgden een onmogelijke liefde en de zelfmoord van een goede vriend. En dan De Schreeuw, dat hij herhaaldelijk getekend en geschilderd heeft. Landschappen waren er voorlopig niet meer, wel menselijke figuren, bij wie verwrongen landschappen en hemels de significante achtergrond zijn. Er bestaat discussie over wie schreeuwt. Is het de schreeuw van het personage zelf, of van het landschap en de hemel, waarvoor dat personage zijn oren en hoofd beschermt? Niet iedereen ziet hetzelfde wanneer hij naar Munch’s meesterwerk kijkt.

De kerktoren van Vierzon trekt hoge, beangstigde ogen. Ook de neus en de mond, niet helemaal zichtbaar op de foto boven, zijn als in Munch’s tekening sterk uitgerekt. En vooral, er zijn de steunberen als armen en beschermende handen, links en rechts, die Munch zeker heeft opgemerkt — als hij er was. Misschien heeft de toren die avond ook echt geschreeuwd.

 

 Bij zonsondergang staat de toren van Vierzon als een geel-oranje baken in de donkere stad.

 

P.S.: Een deel van de site van de vroegere Société Française de Vierzon (SFV-landbouwmachines), nabij het station, herbergt het museum van Vierzon, met aandacht voor de industriële erfenis: spoorwegen (makettes en onderdelen), tractoren, glas, keramische producten, confectie…

« Oudere berichten

© 2022 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑