Jef Van Staeyen

Tag: politiek en samenleving (Pagina 1 van 50)

de dood ingejaagd, in De Morgen

“Eindelijk weten we wie Anne Frank en haar familie de dood injoeg”, titelt De Morgen op maandag 17 januari 2022. Daarin gaat het over een groots opgezet onderzoek “waarbij meer dan 200 mensen betrokken waren en dat ruim vijf jaar duurde” waardoor, aldus De Morgen, “met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de man ontmaskerd” werd “die Anne Frank en haar familie de dood injoeg”.

Neem me niet kwalijk, De Morgen, we weten al meer dan 75 jaar wie de mannen zijn die Anne Frank en haar familie de dood hebben ingejaagd. Het zijn de Nazi’s. Zij zijn het die Anne Frank en met haar miljoenen anderen hebben vermoord, die hen de dood hebben ingejaagd. Hun namen zijn gekend, veruit de meeste toch. Wel hebben ze vrijwillige en onvrijwillige handlangers gehad.
Onderzoek, 75 jaar na datum, kan in enkele gevallen leiden tot de identificatie van (in dit geval onvrijwillige) handlangers, maar mag ons niet blind maken voor wat is gebeurd, en wie daarvoor schuldig was.
Zij, de Nazi’s, hebben beslist dat en wie er moest worden uitgeroeid. Het was hun wil, hun beslissing. Zij hebben de hele zaak fabrieksmatig georganiseerd: juridisch, administratief, technisch, financieel…. Zij hebben gemaakt dat een in het nauw gedreven Joodse notaris voor de keuze kwam te staan, zijn kinderen en zichzelf te redden door enkele lotgenoten, wat De Morgen noemt, “de dood in te jagen”.

De titel en de tekst in de krant zijn onzindelijk.

 

Andere kranten zijn terughoudender dan de sensatie-zuchtige Morgen:

  • “Anne Frank is in 1944 zeer waarschijnlijk verraden door…” (Volkskrant)
  • “Coldcaseteam denkt dat (…) Anne Frank en haar familie verraadde” (NRC)
  • “…wie Anne Frank en de andere onderduikers in het Achterhuis verraden heeft. ‘Zeer waarschijnlijk’ was het…” (De Standaard)
  • “Onderzoek onthult wie de nazi’s naar Anne Frank leidde” (Gazet van Antwerpen)
  • “…celui qui aurait livré la famille d’Anne Frank aux nazis” (Le Soir)
  • “Une enquête révèle qui aurait dénoncé la famille d’Anne Frank aux nazis” (La Libre)
  • Anne Frank et sa famille pourraient avoir été dénoncées par…” (Le Monde)
  • “Anne Franck (sic) et sa famille dénoncés par (…) ?” (Libération)

is jouw elektriciteit wel groen?

In de lage landen schrijft taalchroniqueur Marten van der Meulen over partikels — een zeer boeiend fenomeen in de Nederlandse en Duitse taal: wel, toch, eens, al, ofzo… Maar in feite gaat zijn tekst over veganisme: je bent toch niet vegan ofzo?  Dit is mijn reactie.

Marten van der Meulen schrijft over normverschuivingen, maar de belangrijkste normverschuiving merkt hij niet eens.

Enkele tientallen jaren geleden zou geen enkele gastheer of gastvrouw een van de door Van der Meulen vermelde vragen (“Heb je nog dieetwensen, of is er iets wat je beslist niet eet?”; “Je bent toch niet vegan of zo?”) of zelfs een gelijkaardige vraag hebben gesteld. Iemand met een allergie (allergieën waren toen zeldzamer) zou discreet de gastpersoon die allergie hebben gemeld (bv. “ik heb een allergie voor zuivel”…), en voor alle anderen gold het eenvoudige principe dat de wellevendheid (de beleefdheid, de vriendschap…) eiste dat men eet wat de pot schaft. In uitzonderlijke gevallen zou de gastheer of -vrouw schrijven of bellen: “Ik dacht aan…, je houdt daar toch van?”. (Let op het “houden van”; het gaat over smaak.)

De opvallende, en zeer ingrijpende normverschuiving die heeft plaatsgehad, is de omkering van het hoffelijkheidsprincipe. Niet de gast past zich aan, aan wat gastvrij wordt aangeboden, maar hij of zij verwacht — of zelfs eist — dat de gastheer of -vrouw zich aan zijn of haar desiderata aanpast. Hij of zij gedraagt zich zoals men dat doet in een restaurant, als klant.

Opvallender is nog dat dat niet alleen gebeurt om medische redenen (allergieën), of slechts zelden omwille van smaak — getuige het succes van zogenaamde vleesvervangers, melkvervangers en kaasvervangers — maar om ideologische redenen. [Ideologie in de positieve betekenis van het woord: de waarden en normen die men heeft.] De uitgenodigde persoon schat de eigen ideologische motieven hoger in dan de waarde die hij of zij aan vriendschap en hoffelijkheid hecht.

Is dit het begin van een ruimere maatschappelijke evolutie? Krijgt u straks een bezoeker over de vloer die na het binnenkomen even rondkijkt en zegt: “Ik hoop toch dat jij een energieprestatiecentrificaat a of b hebt voor dit huis. En, is jouw elektriciteit wel groen?” [Let op de partikels.]

kernenergie is de vuilste energie die er bestaat

Nu er in Europa gediscussieerd wordt over het groene karakter van kernenergie…

 

Er zijn verschillende soorten vuil. Schoenen kunnen vuil zijn, en het tapijt besmeuren. Handen vuil, de boorden van een hemd. Er zijn vuile moppen, en vuile diamanten. Daarover gaat het hier niet. Het gaat om vuil als in vervuiling.

Vervuiling is de productie van een materie of een effect, dat (of die) schadelijk of hinderlijk is — of kan zijn —, én aan de controle van de producent ervan ontsnapt.
PFOS in de bodem, het water of de lucht is een vervuiling, CO2 in de atmosfeer is een vervuiling, lawaai is een vervuiling, en licht dat de biotoop van dieren verstoort is dat ook. Plastic verpakkingen zijn an sich geen vervuiling, zolang het plastic afval effectief gerecycleerd wordt (en niet alleen recycleerbaar is). Uiteraard kan zowel de productie van het plastic (en de ontginning van de grondstof), als de recyclage, en als de uiteindelijke verbranding als bron van energie (na meerdere recyclages) voor vervuiling zorgen. Net zoals dat voor andere materialen en producten geldt: glas, papier, hout…
Plastic is wél een vervuiler wanneer het in de natuur terecht komt, en aan de controle van de producent of verbruiker ontsnapt. Het vergaat immers langzaam, en verstoort de voedselketens, vooraleer het zich tot in de natuur wel aanwezige materialen afbreekt.
Het al dan niet (volledig) controleren en beheersen van de materies of effecten die hinderlijk of schadelijk kunnen zijn, is een essentieel criterium om te weten of een activiteit niet of wel vervuilend is. Zo ook voor kernenergie.

Wat volgt gaat niet over de gevaren van kernenergie, tijdens de productie, al kunnen enkele recente, niet kernenergie-gelinkte evenementen, wel tot nadenken inspireren. Het gaat evenmin over de vervuiling die door de winning van de (fossiele) splijtstoffen veroorzaakt wordt.
Het gaat hier over kernafval.

Een kerncentrale produceert kernafval, dat omwille van de radio-actieve straling zeer gevaarlijk en zelfs dodelijk is. Dat kernafval heeft een korte of lange, of extreem lange levensduur, tijdens dewelke het zijn straling, zijn schadelijkheid, zijn dodelijkheid verliest. Men rekent met halveringstijden, tijdens dewelke het kernafval de helft van zijn schadelijkheid verliest, om op de zeer lange duur, na meerdere halveringen, een natuurlijk — dit is in de natuur aanwezig — stralingsniveaus te behalen. Voor sommige vormen van kernafval, die voortkomen uit de productie van kernenergie, gaat het om halveringstijden van meer dan twintigduizend jaar. Daardoor duurt het meer dan tweehonderdduizend jaar, eer dat kernafval van het niveau van hoge radio-activiteit tot het niveau van gemiddelde radio-activiteit terugvalt. En duurt het zevenhonderdduizend jaar, eer het niveau van natuurlijke radio-activiteit wordt bereikt. Dergelijke getallen doen duizelen — de mens bewoont de aarde sinds zeventigduizend jaar. Laat ons het vooralsnog bij die twintigduizend houden; 24110 jaar als halveringstijd voor plutonium, om exact te zijn.

Wie kernafval produceert, moet dus een oplossing bedenken en realiseren om het gedurende 24110 jaar — in feite veel, veel langer… — op een veilige manier te bewaren, zodat het niemand kan schaden. Het moet opgeslagen en afgeschermd worden, op een manier dat niemand erbij kan, maar het moet wel voldoende bereikbaar blijven om het desnoods te verwijderen en elders of anders op te slaan, wanneer blijkt dat de fysische omstandigheden of evoluties niet zijn zoals werd verwacht. Je moet dus niet alleen nu, of in de nabije toekomst, belangrijke investeringen doen — zoals een ondergrondse berging in diepe kleilagen, de oplossing waaraan veelal wordt gewerkt. Je moet ook eeuwigdurende oplossingen voorzien: een instelling die het kernafval bewaakt, en die daartoe de nodige menselijke, materiële en financiële middelen heeft, en je moet instructies schrijven die over meer dan tweehonderd eeuwen nog leesbaar en begrijpbaar zijn. Dat zijn allemaal dingen die je als eenentwintigste eeuwse mensen onmogelijk kan doen. Je kan wel galerijen graven, het afval in bijzondere containers steken, en die containers in de galerijen plaatsen, met enkele detectiesystemen erbij, en de toegang tot de galerijen afsluiten, zonder dat dat afsluiten onomkeerbaar is, er bewakers bijzetten… maar verder reiken je mogelijkheden niet. Wat er later gebeurt ontsnapt volledig aan de controle van de hedendaagse mens, net zoals een plastic fles die je in de natuur gooit aan je controle ontsnapt. Het enige verschil is dat de emissie van een fles (net zoals die van CO2, PFOS, lawaai, licht, fijn stof…) een ruimtelijke grens overschrijdt, en de emissie van kernafval door een tijdsgrens gaat.
Kernafval is een materie die schadelijk is, én aan de controle van de producent ontsnapt.
Kernafval is een vervuiling, allicht de grootste die ooit heeft bestaan.

discriminatie?

Denkt u even met me mee?
Stel, ik organiseer een concert — N.B.: ik ken niets van het organiseren van concerten.
Ik heb daar veel mensen en middelen voor nodig: musici, technici, administratief en financieel personeel, een zaal, podiumbouw, catering, verzekering… en ik moet een financieel risico nemen, en dat dus dekken. Ook sta ik in voor de veiligheid van het publiek; dus respecteer ik de brandvoorschriften — er zijn misschien wel brandweerlieden permanent in de zaal —, er is veiligheidspersoneel, zogenaamde security, en in de gegeven omstandigheden, nu een zeer besmettelijke ziekte door de wereld waart, en talrijke slachtoffers maakt, waak ik erover dat alle bezoekers gevaccineerd of op een andere manier veilig zijn. Daarom vraag ik aan iedereen om bij de toegang tot het concert twee certificaten te tonen, die door de security worden gecontroleerd. Het ene certificaat geeft aan dat de bezoeker de gevraagde financiële bijdrage heeft geregeld die het me mogelijk maakt het concert te organiseren — en waarmee meteen wordt nagekeken of ik aan mijn fiscale verplichtingen voldoe —, en het andere dat de bezoeker het nodige heeft gedaan om voor anderen zo veilig mogelijk te zijn. Ik noem die certificaten a en b. Slechts wie de twee certificaten heeft mag binnen. Wie a of b niet heeft wordt geweigerd.

Stel, een vriend van me heeft een restaurant. Daar lopen de zaken een beetje anders. Slechts één certificaat wordt bij de ingang gevraagd, het andere wordt pas op het einde opgemaakt (en betaald), wanneer men weet hoeveel er is gebruikt. Als iemand aan één van die twee voorwaarden weigert te voldoen, mag hij niet binnen, respectievelijk buiten, en haalt mijn vriend zo nodig en mogelijk de politie erbij.

Nu lees en hoor ik dat het weigeren van een bezoeker een vorm van discriminatie is, wanneer die weigering op het ontbreken van certificaat b is gebaseerd. Iemand weigeren omwille van certificaat a mag wel.
U heeft inmiddels begrepen dat certificaat b beter bekend staat als het covid safe ticket, dat overigens makkelijk te bekomen is, twee gratis prikjes volstaan. Certificaat a vergt echter een al dan niet zware inspanning, die voor sommigen zelfs té zwaar kan zijn. Het gaat om het betalen van de toegangsprijs of van de verwachte rekening.
Met andere woorden, iemand uitsluiten omdat hij/zij geen of onvoldoende financiële middelen heeft, of andere urgenties heeft, wordt niet als een vorm van discriminatie beschouwd, maar als legitiem. Discriminatoir is wel iemand uitsluiten omdat hij/zij niet wil meewerken aan een collectief en solidair vaccinatie-initiatief.
Waarom spreken we wel over discriminatie wanneer iemand de covid-pas niet heeft, maar niet voor iemand die het geld niet heeft?

Overigens, wie wordt gediscrimineerd?

Zijn het zij die wel gevaccineerd konden worden, maar dat niet wilden?
Of zij die wel gevaccineerd werden, maar wier maatschappelijk leven desondanks, en omwille van de weigering van anderen, maandenlang, en straks jarenlang wordt beknot : maskers dragen in het openbaar vervoer, in de winkels of zelfs op school, beperking of afgelasting van gezamenlijke activiteiten inzake sport, cultuur, onderwijs, feesten…, tijdelijke sluiting van bedrijven in de horeca, de evenementensector, de contactberoepen, etc., overwerk en stress in de zorgsector en in het onderwijs, reisbeperkingen, uitstel van zorg voor zogenaamd niet dringende medische ingrepen, financiële schade (en straks fiscale lasten).

De snelste manier om van het covid safe ticket verlost te zijn, bestaat erin dat iedereen zich snel laat vaccineren. En, laten we dat ook niet vergeten, dat andere landen in hun vaccinatie-inspanningen worden gesteund.

« Oudere berichten

© 2022 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑