Jef Van Staeyen

Tag: politiek en samenleving (Pagina 1 van 58)

wereldwensen voor het nieuwe jaar ❧

Ik heb ook andere wensen voor het nieuwe jaar dan een boom, een bank en een mooie stad. Of dan gezondheid, vriendschap en boeiende ontdekkingen. Ik noem ze wereldwensen.

Voor 2026 — en de jaren nadien — wens ik vooral:

  1. Dat er een einde komt aan de Palestijnse tragedie. Dat beslissende stappen worden gezet naar gelijke rechten voor Israëli’s en Palestijnen — wat in het geval van een tweestatenoplossing ook neerkomt op gelijke rechten voor hun respectieve staten. Dat vluchtelingen mogen terugkeren en schade wordt hersteld en/of vergoed. Dat onze landen en Europa niet aan de zijlijn blijven staan, dat ze hun verantwoordelijkheid nemen en daarvan ook de lasten dragen.
  2. Dat Oekraïne en de Oekraïners hun vrijheid en hun zelfbeschikkingsrecht terugwinnen. Dat wij, in de rest van Europa, beseffen dat het niet wij zijn die hen helpen, maar zij ons. Dat we aanvaarden dat onze steun niet langer zonder impact op onze welstand kan blijven. [Vandaag spreekt men over bijkomende financiële steun aan Oekraïne en over opschaling van de eigen defensie, omdat drie jaar geleden de economische maatregelen vooral ons geen pijn mochten doen. Die vergissing betalen we, en betalen de Oekraïners duur. Mensen lijden en sterven omdat economische maatregelen veel te zwak zijn geweest.]
  3. Dat onze overheden (lokaal, regionaal en nationaal, Europees) belangrijke stappen zetten om de klimaatcrisis en de ecologische crisis te bestrijden. Initiatieven van individuele burgers of groepen van burgers hebben immers slechts zin als ze gedragen en versterkt worden door een gecoördineerd overheidsbeleid.
  4. Dat we beseffen dat onze welstand vandaag hoger is, veel hoger dan hij ooit geweest is, en dat de gevraagde inspanningen niet meer inhouden dan dat het globale welstandsniveau enkele jaren wordt teruggedraaid. Omdat dat niet voor iedereen even makkelijk is, zullen de sterkste schouders daarbij ook de zwaarste lasten moeten dragen — wat bovendien uit economisch oogpunt veruit het efficiëntste is.

Ik besef dat dit lijstje onvolledig is en er nog veel meer te wensen valt. Vult u het maar aan.

Gelukkig nieuw jaar 2026.

Deze tekening maakte ik in december 1980. Ik zie verwijzingen naar de situatie in Ierland en Italië (de Anni di piombo), naar de moord op John Lennon (8 december 1980), de besparingsregering Martens 4 (oktober 1980) en… wapenaankopen.  Met krachtigere reacties op economisch vlak begin 2022, of zelfs eerder, in 2014, had de huidige politieke situatie, met een sterke nadruk op bewapening, voorkomen kunnen worden. 

het mag niet verbazen dat wonen in een halve eeuw driemaal zo duur is geworden

In het debat over het woonvraagstuk wordt vaak verwezen naar het feit dat woningen in vijftig jaar driemaal zo duur zijn geworden — in reële termen, zoals dat heet, wanneer de inflatie in rekening wordt gebracht. In lopende prijzen zijn ze zelfs zestien maal duurder geworden. Dat is een hele uitdaging voor de kopers en huurders en voor de samenleving, maar mag op zich niet verrassen. Er zijn op zijn minst twee wetmatigheden die de enorme prijsstijging kunnen verklaren.

1. Een woning van vandaag is niet hetzelfde als een woning van vijftig jaar geleden. Een woning van 1975 had géén thermische isolatie — in de gevels enkel een met lucht gevulde spouw — en was niet luchtdicht. Dubbele beglazing was zeldzaam, en als ze er al was zat ze in slecht sluitende aluminium ramen. Ze had één lichtpunt en twee stopcontacten per kamer, en ook in de keuken niet veel meer. Die keuken was niet ingericht, zoals vandaag standaard is. Een gootsteen was er wel, en plaats en aansluitingen (gas, water, elektriciteit) voor de andere dingen (koelkast, fornuis…). Ook de badkamer was summier. Balkons en terrassen waren zeldzaam (of kleiner). Er was geen akoestische isolatie (met aangrenzende woningen of met de straat). Er zat een enkelvoudige aansluiting aan het openbare rioleringsnet, als dat er was, en de eenvoudige elektrische installatie was nauwelijks geaard. Een nieuwe, pas voltooide woning uit 1975 zou vandaag een mooie en dure renovatie-uitdaging zijn.
Zowel de gezinnen (of individuen) als de overheid stellen vandaag veel hogere eisen dan een halve eeuw geleden aan wat een woning moet zijn.

2. Een woning wordt in belangrijke mate lokaal geproduceerd. Werkuren en materialen (die vaak ook vooral uit werkuren bestaan) zijn gebonden aan lokale loonkosten en sociale bijdragen, en aan “lokale” milieu- en aanverwante regels. Voor tal van andere consumptiegoederen geldt dat de prijzen “artificieel” laag zijn gehouden door massale import uit landen met lage lonen en minder lasten en regels. Door het groeiend volume van dergelijke bestedingen wordt de inflatie even “artificieel” beperkt. Een gemiddeld gezin heeft bijgevolg enerzijds bestedingen (waaronder het wonen en ook de zorg) die de evolutie van de loonkosten volgen, en anderzijds bestedingen die dat niet doen, en relatief goedkoper worden. Het mathematisch effect daarvan is dat de eerste reeks bestedingen sterkere prijsstijgingen kent dan het totaal (dan de inflatie) én dat het aandeel van de eerste reeks bestedingenin in de totale bestedingen stijgt.

Het mag dus niet verbazen dat een kostbaar én kostelijk goed, dat bovendien onmisbaar is — het wonen — veel duurder is geworden.
Dat betekent niet dat er geen maatregelen genomen kunnen worden om dat hoge prijsniveau terug te dringen: op bouwtechnisch en stedenbouwkundig vlak, inzake financiële, juridische en verzekeringskosten of voor certificaten en expertises, of om te vermijden dat in het ontwikkelings- en bouwproces geld blijft kleven waar het niet hoort. Ook de woonwensen zelf kunnen tegen het licht gehouden worden.

Maar ook daarna zal wonen zowel van gezinnen (of individuen) als van de overheid verhoogde inspanningen vergen. Wonen is een basisbehoefte, zowel individueel als op maatschappelijk vlak.

doorgedraaide gendergevoeligheid in taal ?

Het is u niet ontgaan, beste lezer, dat gender een belangrijk thema is in het maatschappelijk debat vandaag. Geen journalist of commentator schrijft over het statutair verschil tussen arbeiders en bedienden en weinigen over de socio-economische effecten van dienstenchèques, maar elke zich respecterende krant heeft elke dag een artikel waarin gender ter sprake komt.
Waarom niet, overigens? Maar enkele recente mails leidden me tot merkwaardige conclusies.

Ik kreeg een mail (een antwoord op een vraag van me) van een culturele instelling in Antwerpen. De auteur ervan ondertekende haar bericht met de vermelding, achter haar naam: zij/haar – she/her. Waarom eigenlijk? Verwacht zij, hoopt zij dat ik haar anders bejegen omdat ze een vrouw is en geen man? Wil ze dat ik omtrent haar fantasmeer? Nee toch. [In het verleden heb ik dat wel ’s gedaan, dat kan flink tegenvallen.]
De Nederlandse grammatica maakt nauwelijks onderscheid tussen vrouwelijk en mannelijk. Alleen voor persoonlijke voornaamwoorden in de derde persoon doet ze dat: tussen hij en zij, hem, zijn en haar. [Het onderscheid tussen wiens en wier of diens en dier is in onbruik geraakt.] Maar dat is nu net wat je in een mail of een brief niet nodig hebt. Een bericht aan iemand schrijven doe je in de tweede persoon. De mogelijke aanspreking geachte mevrouw – geachte heer is de enige onzekerheid bij het schrijven, maar die klip omzeil je met gemak. Wat in het Nederlands wél belangrijk is, is het onderscheid tussen je (jij, jou, jouw) en u (uw), maar op dat onderscheid wordt door wie het hij-zij belangrijk vindt nauwelijks gelet. Je krijgt ongevraagd een je op je bord, zo mogelijk met uw in dezelfde zin. [Let wel: de je in mijn voorgaande zinnen is geen tutoyeren. Inhoudelijk is het een derde persoon; het is een men. Vergelijk: Wat je / Wat men in een mail verwacht… ]
In culturele en academische middens is die aandacht voor hij/zijn of zij/haar frequent. Enkele jaren geleden kreeg ik van de toenmalige rector van de universiteit Antwerpen een persoonlijke mail — ik had vragen gesteld omtrent de berichtgeving vanuit de universiteit over pfas. Iedereen wist (en weet nog steeds) dat die rector een man is, die overigens de meest mannelijke voornaam draagt, toch stond er hij/zijn/hem naast zijn naam. Sociale druk vanuit de universiteit moet dat zijn geweest: Als jij het niet doet, rector, wie doet het dan wel?

Maar nu komt het. Ik krijg en schrijf ook mails uit en naar Frankrijk. Ook daar — misschien nog meer dan hier, denk aan de inclusieve spelling — leeft de kwestie van het gender. Iemand uit een administratie ondertekende een bericht als volgt: Directeur.rice adjoint.e . In de Franse taal is gender, anders dan in het Nederlands, wel heel belangrijk. Ook als je iemand aanspreekt kom je woorden tegen die naargelang het gender anders zijn, anders geschreven worden of zelfs anders klinken. Dat geldt voor nagenoeg alle bijvoeglijke naamwoorden of voltooide deelwoorden: je vous ai rencontrée, êtes-vous intéressée, serez-vous présente... En in nota bene die taal, waarin gender grammaticaal belangrijk is, doet de auteur van het bericht het omgekeerde van wat de Nederlandstalige doet: met een taalkundige kunstgreep (de zogezegd inclusieve spelling) verbergt hij/zij  zijn/haar gender. Wie met zo iemand correspondeert kan maar best hopen dat die persoon niet Dominique, Camille, Alex of Sacha heet. Dan wel adjectieven en verleden deelwoorden zorgvuldig vermijden waar het om de aangeschrevene gaat.

Franstalige gender-gevoeligheid leidt dus tot het exact tegenovergestelde van Nederlandstalige gender-gevoeligheid. Gender wordt verborgen gehouden dan wel geafficheerd. Maar zowel in Frankrijk als in Vlaanderen en Nederland bestaat daarnaast de vraag (de eis?) het gender op identiteitsdocumenten en officiële correspondentie niet meer te vermelden, en het ook niet op te nemen in de burgerlijke stand (wat internationaal wat moeilijk ligt). Is het een eis, of veeleer de behoefte een eis te hebben?

Daarom mijn hypothese: voor een maatschappelijke beweging is het vaak belangrijker iets te hebben waarvoor gestreden kan worden, een strijdpunt dat goed zichtbaar is, dan de aard en de inhoud ervan. De zij/haar – she/her van die eerste mail zegt meer over het belang dat die vrouw of die instelling aan gender hecht, dan over het gender van die vrouw zelf. De zij/haar – she/her is een vlag, een symbool. Net zoals Vlaamsgezinden zestig jaar geleden betoogden tegen de Franse namen van Antwerpse winkels en restaurants of tegen Franse missen in de kerk van de Heilige Geest — die Franse namen zijn eerst verdwenen en dan teruggekomen met nog meer Engelse erbij, en naar de mis gaat nog niemand — net zo wordt vandaag met hij/hem en zij/haar gevaandeld en gevlagd, of worden, om wat anders te noemen, koloniale monumenten bekladderd, verwijderd of in vraag gesteld. Symbolen. En net zo gaat een conflict soms meer om een vlag aan een stadhuis dan om economische banden. Blijkbaar is een zicht- en haalbaar objectief wat een maatschappelijke beweging nodig heeft.

De aandachtige lezer — dat bent u uiteraard — heeft zich er intussen over verbaasd dat ik me in bovenstaande tekst beperk tot hij, zij, hem, zijn en haar, en geen aandacht heb voor hun, hen, die of diens (die’s).
Er zijn talloze redenen te bedenken om onze taal te verrijken met nieuwe voornaamwoorden voor wie zich niet thuis voelt in de hijzij dichotomie of — waarom niet? — meteen voor iedereen. Genderneutraal. Maar daarvoor enkele bestaande voornaamwoorden kapen die al een betekenis hebben en daarmee zeer nuttig zijn, zoals hun en die-sprekers doen, is niet meer dan een zwaktebod. Enkele echt nieuwe woorden creëren, uit het niets, enkel uit klank, kan voor mensen uit de culturele en de academische sector niet moeilijk zijn.

Duitse luiheid — en ontwaken

De annulering, door het Festival van Vlaanderen Gent, van een concert van het Münchner Philharmoniker onder leiding van zijn nieuwe dirigent Lahav Shani, tevens dirigent van het Israel Philharmonic Orchestra — “wij zien ons ook als vertegenwoordigers van Israël” schreef hij heeft in Duitsland hevige reacties losgemaakt, gaande van onbegrip tot beschuldigingen van antisemitisme en de eis tot ontslag van minister van cultuur Caroline Gennez (die de annulering steunde, of er zelfs toe had aangespoord). Die reacties mogen niet verrassen.

Eeuwenlang heeft het antisemitisme in diverse landen en streken van Europa met uiteenlopende hevigheid gedijt en gewoed, van sociale uitsluiting over diefstal en uitdrijving tot moord. Denk aan Spanje, Frankrijk, Polen, Rusland, etc. Maar het is in en door Duitsland dat het antisemitisme ideologisch werd onderbouwd, geïnstitutionaliseerd en geïndustrialiseerd. Het werd ook door Duitse politici, intellectuelen en soldaten in andere landen aangewakkerd (denk aan Frankrijk) of eraan opgedrongen (Italië). Wat de historicus Raul Hilberg heel juist De vernietiging van de Europese Joden (1961) heeft genoemd. [En, het moet gezegd, onder minder agressieve vorm bestaat het nog steeds.]

De Duitsers van vandaag zijn noch schuldig aan noch verantwoordelijk voor de misdaden die meer dan tachtig jaar geleden zijn gepleegd. Je kan ook stellen dat ze geen profijt halen aan al wat er toen is gestolen of ontvreemd, of aan de discriminerende maatregelen die zijn doorgevoerd. [Hetzelfde kan niet gezegd worden van de koloniale mogendheden die tot vandaag profiteren van de rijkdom die vroeger is vergaard.] Maar ze — die Duitsers — kunnen ook niet wegkijken. Je kan niet trots zijn op Goethe, Schiller, Bach en Beethoven zonder je meteen ook te schamen voor Hitler of Himmler. Gevoelstermen zijn het, trots en schaamte, en die wegen heel zwaar. [Gelijkaardige stellingen gelden mutatis mutandis voor andere landen wanneer aan historische feiten en figuren herinnerd wordt.]

Eén van de Duitse antwoorden (misschien wel het belangrijkste) op die lastige geschiedenis — eine Vergangenheit die nicht vergeht— is de onvoorwaardelijke steun aan Israël, ongeacht wat dat land daarmee doet, ongeacht of het land op zijn beurt zware misdaden pleegt. Het is een houding die door kunstenaars, intellectuelen en politici wordt gedeeld. De Duitse reacties op een boek als A Minor Detail en de schrapping van de uitreiking van een literatuurprijs aan auteur Adania Shibli op de Frankfurter Buchmesse van 2023 getuigen ervan. Een voorbeeld uit vele.

Via de samenwerking tussen de Münchner Philharmoniker en dirigent Lahav Shani (en een concert met muziek van Wagner, Schubert en Beethoven, zoals in Gent was gepland) viert men vandaag de verzoening, tachtig jaar na de holocaust, en is men blind, nee doof voor wat in Palestina gebeurt. Duitsland, en opnieuw vooral de Duitse leidende kringen, slagen erin in een tijdspanne van minder dan een eeuw opnieuw voor volkerenmoord verantwoordelijk of (ditmaal) mede-verantwoordelijk te zijn. Ze hebben niks geleerd. Dat is waar de Duitse intellectuele luiheid toe leidt: het niet willen nadenken over de resultaten van de onvoorwaardelijke steun aan Israël. Dan blijkt verzoening een mantel voor onrecht te zijn. De tournee van het Münchner Philharmoniker is (was) de glanzende kroon erop. “Tachtig jaar [na 1945] wordt uitgerekend het ondenkbare waar. Vrede en verzoening zijn mogelijk. Zelfs vriendschap is mogelijk.” schreef Lahav Shani in de Süddeutsche Zeitung, augustus 2024. [Overgenomen door De Standaard, 12 september 2025. Ook de zin hierboven “wij zien ons als vertegenwoordigers” komt uit die lezenswaardige brief.]

Wanneer een buitenlands muziekfestival — van klassieke muziek ! — dan een concert annuleert (een beslissing die het Duitse zelfbeeld meer raakt dan de Israëlische premier), schiet je heel plots wakker uit je droom. Wat je dacht verzoening te zijn, ligt onder ander, feller en vooral actueler licht. Hevige reacties horen bij dat plotse ontwaken. Ik wil hopen dat het uiteindelijk ook tot bezinning leidt.

 

« Oudere berichten

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑