Jef Van Staeyen

Tag: politiek en samenleving (Pagina 1 van 48)

geen vaccinprivileges, maar welbegrepen vaccinsolidariteit

In Knack 9 en 12 april 2021 bepleiten Caroline Verdonck en Benoît Fransen ‘Waarom versoepelingen voor gevaccineerden geen goed idee zijn’.
Dit is mijn  reactie.

 

Doctoraatsonderzoekster Caroline Verdonck en jurist Benoît Franssens hebben gelijk, in de huidige situatie, nu de overheid beslist wie prioritair wordt gevaccineerd en wie niet, dat geen sprake kan zijn van vaccinprivileges. Zelfs in het geval dergelijke privileges bepaalde economische actoren goed zouden uitkomen (denk aan reizen en horeca) zijn de ethische, filosofische en juridische bezwaren (veel) te hoog, en ontbreekt het maatschappelijk en politiek draagvlak ervoor (zelfs bij de eventuele toekomstige geprivilegieerden zelf). [Dit is een rij van argumenten, maar elk van de argumenten moet op zich volstaan.] De verwachting is dus dat de vordering van de vaccinatie voor iedereen versoepeling brengt.

 

De situatie wordt echter anders zodra iedereen die gevaccineerd wenst te worden, een redelijke kans heeft gekregen om ook gevaccineerd te zijn. Dán, en pas dan zal op basis van de dan beschikbare kennis, en eventueel bijkomend gericht onderzoek, kunnen bekeken worden of, en in hoeverre, niet gevaccineerden een gevaar vormen voor wie wel gevaccineerd is. Bijvoorbeeld doordat het virus in weliswaar beperktere kring zou blijven circuleren, en uiteindelijk muteren, waarbij het de door vaccinatie bekomen bescherming bedreigt. (Dit is een hypothese.)

Dán, en pas dan, kan bekeken worden of (bijvoorbeeld) voor bepaalde publieksevenementen vaccinatie toch nodig is — en dus een vaccinatiepaspoort wordt vereist.

En: dán, en pas dan, kan bekeken worden of (bijvoorbeeld) een gerichte vaccinatieplicht moet worden ingesteld.

Uiteindelijk zijn ook belastingen en bijdragen tot de sociale bescherming niet facultatief, maar verplicht. En werd nog niet zo lang geleden van jonge mensen verwacht dat ze hun leven riskeerden voor hun landgenoten en voor het land. (Gewetensbezwaren, die in latere tijden werden erkend, gingen altijd over het bezwaar anderen te doden, nooit om de schrik voor het eigen lijfsbehoud.) Ook wordt van iemand die (iets te veel) alcohol (of bepaalde medicijnen) genomen heeft, verwacht (nee geëist) dat hij geen voertuig bestuurt. Dat doet men niet om zijn of haar lever te ontzien, maar omwille van de veiligheid en gezondheid van anderen.

Onze democratische samenleving heeft een rijke traditie van verplichtingen en/of beperkingen die aan eenieder kunnen worden opgelegd, wanneer dat van belang is voor de gezondheid en de veiligheid van de medeburgers, of zelfs van het land.

En, is het niet de gerichte, verplichte vaccinatie, wereldwijd, die een einde heeft gemaakt aan enkele zeer besmettelijke ziekten? (verplicht betekende niet altijd dat iedereen gevaccineerd moest zijn, maar wel dat iedereen in bepaalde bijvoorbeeld geografische situaties gevaccineerd moest zijn.)

Het kan dus best zijn dat we straks, niet nu, stringentere maatregelen moeten nemen.

Het is dan ook bijzonder loos dat de opinie van een terzake niet bevoegd minister (in casu Sophie Wilmès) als een engagement wordt beschouwd. Als we al de meningen die alle beleidsvoerders sinds ongeveer een jaar hebben geuit ook als engagementen gaan beschouwen, zijn we nog lang niet thuis.

 

En, als post scriptum. Om deel te kunnen nemen aan evenementen of reizen wordt ook een andere eis gesteld: een (flinke) som geld. Niet iedereen heeft dat geld, niet iedereen kan het hebben. Wat moeten we daaraan doen?

er is geen beloofde land aan de overkant

Op de website de lage landen van Ons Erfdeel publiceerde Gie Goris (journalist en oud-hoofdredacteur van MO) een reactie op de recente herrie omtrent Amanda Gormans gedicht “the Hill We Climb”, en met name de vertaalopdracht die initieel aan de schrijfster Marieke Lucas Rijneveld werd toevertrouwd.
Straf toch, denk ik dan, hoe we ruzie kunnen maken over een gedicht dat samenbrengt.
Hij besluit zijn tekst met een antwoord op Amanda Gormans tekst: Het beloofde land is geen schitterende stad op een heuvel, het ligt aan de overkant van de Jordaan.

Ik wacht op de dag dat we elk onze eigen Jordaan oversteken om dan samen zevenmaal rond de versterkte stad te trekken tot het bazuingeschal de muren doet verkruimelen. En laat er geen twijfel over bestaan: wie macht heeft, moet eerst door het water. Er is zoveel behoefte aan samen, de woestijn van de geglobaliseerde wereld is zo bar. En er is echt zo verschrikkelijk veel te doen.

 

Dit is mijn reactie.

Nee, Gie Goris, er is geen beloofde land aan de overkant, net zo min als op de heuvel. Er is geen beloofde land dat we door een sacrament kunnen bereiken, een doop in de rivier, en muziek om muren te doen vallen.
Het beloofde land is hier. Het is wat wij ervan maken. En dat maken houdt nooit op, we zullen altijd bezig zijn. Dat is ons beloofde land.

geen Belgische achtergrond

Op 13 januari 2021 titelde De Standaard  “In België heeft een op drie inwoners buitenlandse roots”. Le Soir bracht een gelijkaardig bericht: “La diversification des origines de la population se poursuit en Belgique”.

Daarin onderscheidden de kranten drie soorten inwoners van het land: (1) Belgen met Belgische achtergrond (67,9%), (2) Belgen met buitenlandse achtergrond (19,7%), en (3) Niet-Belgen (12,4%). Ze stelden vast dat het aandeel inwoners met een buitenlandse achtergrond toeneemt. Momenteel gaat het om 32,1% (bijna één op drie), wat tien jaar geleden nog 25,7% was (één op vier).

een brief aan De Standaard

beste,

Sta me toe enigszins verwonderd te zijn na lezing van uw artikel “In België heeft een op drie inwoners buitenlandse roots” (DS 13 januari 2021).

Vooreerst wil ik u melden dat het onderscheid tussen “Belgen met Belgische achtergrond”; “Belgen met buitenlandse achtergrond” en “Niet-Belgen”  voorbij gaat aan “Niet-Belgen met Belgische achtergrond”.
Ik ben er zo een, woon wettelijk in dit land, ben er zelfs geboren en getogen, maar heb dertien jaar geleden, toen ik (sinds lang) in Frankrijk woonde, de Franse nationaliteit verworven, en daardoor automatisch de Belgische verloren.
Ik denk niet dat we talrijk zijn, in die situatie, maar er zijn nog heel veel andere manieren waarop een Niet-Belg een Belgische achtergrond kan hebben.

Belangrijker wel is de zéér ruime definitie die gegeven wordt aan de “Buitenlandse achtergrond” van een klein kwart van de Belgen (22,5%). Ik lees: “de eerste nationaliteit waarmee iemand of een van zijn ouders ooit in het rijksregister stond. Stond een van uw ouders ooit als niet-Belg geregistreerd, dan hebt u officieel een buitenlandse achtergrond”.
Men kan dus in België uit Belgische ouders geboren zijn, in België getogen zijn, maar als één van de ouders (lang voordien?) ooit als niet-Belg stond ingeschreven, heeft men een buitenlandse achtergrond.

Rijst vooreerst de vraag: wat is “officieel”?
En, als het “officieel” is, welke impact wordt dat geacht te hebben op administratief vlak?
Andersom: als het geacht wordt geen impact te hebben op administratief vlak, waarom is het dan “officieel”?

Zeer kwalijk wordt het echter wanneer uw krant schrijft dat: “3,7 miljoen inwoners van ons land blijken geen Belgische achtergrond te hebben”.
In die 3,7 miljoen mensen zonder Belgische achtergrond zitten behalve de niet-Belgen dus ook álle “Belgen met buitenlandse achtergrond”. Wie een buitenlandse achtergrond heeft wordt dus geacht géén Belgische achtergrond te hebben. Ieder heeft slechts één achtergrond, geen twee of meer…

Men kan dus in België geboren en getogen zijn, en toch… geen Belgische achtergrond hebben.
Men kan geboren zijn uit twee ouders met Belgische nationaliteit, en toch… geen Belgische achtergrond hebben.
Men kan (bijvoorbeeld) een moeder hebben die Vandenbossche heet, of Dubois, en die in Houffalize of Wetteren geboren en getogen is, en een vader die járen voor zijn vaderschap de Belgische nationaliteit heeft bekomen, en zelf in Aalst of Binche geboren en getogen zijn, in Gent of Mons hebben gestudeerd, en toch… géén Belgische achtergrond hebben.

En, moet ik begrijpen dat dit koninkrijk al bijna twee eeuwen een staatshoofd zonder Belgische achtergrond heeft?
De eerste van de reeks is in juli 1831 als een bootvluchteling in De Panne aangespoeld, en de nakomelingen ontberen, omwille van al hun niet-Belgische moeders, een Belgische achtergrond. Als het haar wat meezit wordt Elisabeth ergens in de 3de Belgische eeuw niet alleen de eerste vrouwelijke vorst van het land, maar ook de eerste vorst met een Belgische achtergrond. Zelfs al behoren haar beide ouders, haar vader Filip en haar moeder Mathilde, tot de Belgen zonder Belgische achtergrond…

Geef toe dat die Belgische achtergrond, en vooral het ontbreken ervan, klinkklare nonsens is.

Maar, erger toch: wat voor zin heeft het — en is het uit ethisch oogpunt verdedigbaar — de mensen “een achtergrond”, of het ontbreken ervan, op te dringen, zonder hun eigen mening daarover te vragen? Mij lijkt van niet. Wil men toch meer weten? Ondervraag dan de mensen naar wat hun achtergronden zijn, in het meervoud — en naar hun vóórgronden, hun perspectieven — en maak daar statistieken van. Het belangrijkste van de diversiteit is allicht niet dat de groepen, maar dat de individuen zelf, in hun individualiteit, diverser worden.

Tenslotte: krijgen we straks ook demografische statistieken met vrouwen, mannen, en bovendien vrouwen-die-als-man-geboren en mannen-die-als-vrouw-geboren-zijn? Mij lijkt dat compleet in de continuïteit van het gevoerde onderzoek, en van uw berichtgeving erover.

Met vriendelijke groet,

 

  ook deze man heeft geen Belgische achtergrond

 

N.B.:

  • Het “klein kwart van de Belgen (22,5%)” verwijst naar de verhouding van de 19,7% tot de (67,9% + 19,7%).
  • Tot op heden, 3 februari 2021, heb ik op de brief van 18 januari geen antwoord ontvangen.
« Oudere berichten

© 2021 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑