moskenes.be

Jef Van Staeyen

Tag: taal (pagina 1 van 7)

talen en namen in de Groenenhoek

Het is best kosmopolitisch, hier in de Groenenhoek.
Let wel, geef ik toe, als ik de Ring oversteek en langs tram 4 (Lange Leemstraat), tram 9 (Cupérusstraat) of tram 11 (Kleine Beerstraat) meer de stad induik, naar het Jerusalem van Europa, waar de volgelingetjes van Jahweh en David, zij van Allah en Mohammed en zij van Christus en Paulus, of van niemand, op dezelfde plek en tezelfdertijd maar afzonderlijk van elkaar voetbal spelen — Harmonie heet dat, Peter Benoît weet dat —, en waar drie straten verder hun oudere geloofsbroeders en -zusters, elk in eigen habijt maar met dezelfde haast en door geen moreel bezwaar gehinderd de wachtende of uitstappende tramreizigers op het voetpad van hun sokken fietsen, daar, in de stad van de drie goden, die elk de Enige, de Ware zijn, en elk volgens meerdere van elkaar verschillende riten door van elkaar verschillende priesters in verschillende gewaden en verschillende tempels en met verschillende boeken in verschillende talen worden geëerd, daar is het inderdaad veel kosmopolitischer. Om een architectuurcriticus te parafraseren wiens naam me ontsnapt, was het De Busscher of Corboz: de Antwerpenaar heeft geen behoefte aan reizen, in en nabij het Centraal Station vindt hij niet alleen alle bouwstijlen van de wereld en alle dieren van de wereld, maar hoort of ziet hij ook alle talen, alle religies en alle gedragspatronen van alle volkeren van de wereld. Waarbij je bedenkt dat mensen uit verre landen ooit werden aangevoerd om tot vreugd van de lokale burgerij als rariteiten te worden tentoongesteld. Je bent metropool of je bent het niet.

Maar dit gaat over de Groenenhoek.
Kosmopolitisch toch, ook hier, zij het minder, in de Groenenhoek, waar je op straat, in de tram, in de winkels of de sandwichbar heel verschillende talen uit heel verschillende windstreken hoort, met het Nederlands — of juister: diverse varianten van het Nederlands — als onbetwiste lingua franca, als taal die bindt, als taal die samenbrengt. Zuid-Amerikanen, Afrikanen, Oost-Europeanen en Aziaten spreken Nederlands met elkaar. Hoor wel: tussen al die varianten van het Nederlands is het niet de taal van de zogenaamde autochtonen die het dichtst bij het Standaardnederlands aanleunt. Soms lijkt het alsof, terwijl in de ruime regio, zeg maar Zandhoven en Beveren, een vaag Antwerps de plaatselijke streektalen (Kempisch, Waas) heeft verdrukt, het steedse Antwerps onder de invloed van de nieuwkomers wat meer naar het Standaardnederlands gaat neigen. Hún Nederlands is immers zowel naar uitspraak als naar woordenschat en syntaxis niet alleen correcter, maar ook schoner vind ik, dan het Lijfgeurvlaams (of -brabants) dat door sommigen als proeve van verwantschap gebezigd wordt.

namen noemen in de Groenenhoek

Best kosmopolitisch, zeg ik, maar ik vraag me af hoe de nieuwkomers — die slechts een klein deel van de grotere groep kosmopolieten zijn — ooit de weg naar hier gevonden hebben. Tenzij ze er, nabij het station en de tram, net door te dwalen zijn gerarriveerd. Eerder schreef ik hoe de Antwerpse Lijn er alles aan doet opdat de reizigers niet zouden weten wanneer er een tram komt, waarheen die rijdt en aan welke halte hij stopt. Trammen is gokken, zeg maar. Het is echter niet alleen de tram, maar ook de toponymie, de hele plaats- en straatnamenpraktijk in deze wijk, die erop gericht lijkt het dwalen te bevorderen. Is dit hier werkelijk de Groenenhoek, zoals ik in de titel schreef? Of is het te Boelaer, wat makelaars zeggen? Of gewoon aan de Gitschotellei, naar de belangrijkste straat van de buurt? Is dit Berchem? of Borgerhout of Deurne? De straat waar ik woon ligt alvast in Berchem, achter de hoek is het Borgerhout, en vijf straten verder is het Deurne. Ook het station heet Berchem, de uitrit nummer 3 op de Kleine Ring is Borgerhout, en het vliegveld staat bekend als Deurne. Je weet hier in feite nooit waar je bent. Ik bedoel: je weet niet hoe het heet. Mooie namen zijn het wel: Berchem en vooral Borgerhout — is er in Vlaanderen een mooiere naam dan Borgerhout? —, Groenenhoek, Kriekenhof en Eksterlaar. Het klinkt als een immense tuin of boomgaard, waar de vogelen aan de krieken pikken, en soms is het dat bijna ook. Guido Gezelle moet hier op bezoek zijn geweest.

Bus 33 is de lijn waarmee je, behalve in het stadscentrum, in Antwerpen zowat overal komt, dus ook aan Te Boelaar en in de Bikschotelaan. Ooit heb ik het meegemaakt dat ik als passagier, ergens aan de Boekenberglei, een verdwaalde buschauffeur de weg mocht wijzen.
Wat de straatnaam van deze halte betreft: de Brugse Antwerpenaar Lodewijk Van Bercken was voor Antwerpen en de Kempen wat Lieven Bauwens enkele eeuwen later was voor Gent, of zelfs meer. In 1456 ontdekte hij een methode om diamanten te slijpen met een draaiende schijf, olijfolie en diamantstof, om ze zo een regelmatige, letterlijk schitterende vorm te geven.

De straatnaamgevers hebben het de mensen hier extra moeilijk gemaakt. Ze hebben voor verrassingen gezorgd die zelfs voor moedertaalsprekers wel eens valstrikken zijn. De hoofdstraat noemde ik al: de Gitschotellei. Voor wie niet van Antwerpen is: lei is verwant aan leggen. Toch is die Gitschotellei iets minder lei dan ze beweert, want het gaat in essentie om een oude veldweg, weliswaar mooi en breed heraangelegd — ongeveer 30 meter van gevel tot gevel — die ooit Leemstraat geheten heeft, in het verlengde van de Antwerpse Lange Leemstraat ligt, en naar een oude herberg of afspanning leidde. Die Gitschotel uit 1666 eeuw werd in 1938 afgebroken. Een gietschotel hoop ik, geen gif. De belangrijkste dwarsstraat van de Gitschotellei is de Bikschotelaan. Na de Eerste Wereldoorlog, toen deze voorstad groeide, werden talrijke nieuwe straten naar West-Vlaamse martelaar-dorpen genoemd — ik kom daar seffens op terug — en Bikschote, zonder l en met een laan, geen lei, is er daar eentje van.
Tussen Git– en Bikschote en tussen lei en laan is het makkelijk verloren lopen, maar er zijn nog andere verrassingen. Aan de andere kant van de Gitschotellei, ter hoogte van het Te Boelaarpark (ik gebruik hier de actuele spellingsregels) heet de Bikschotelaan Karel De Preterlei (chirurg en burgemeester van Borgerhout). Halverwege de Karel De Preterlei heb je het kruispunt van de drie Karels, met de Karel Van den Oeverstraat (een schrijver) en de Karel Van de Woestijnelei (ook een schrijver, en bijna perfecte tijdgenoot van eerstgenoemde schrijver-Karel — wie van jullie weet nog wie welke Karel is?). Een boogscheut verder verandert de Karel De Preterlei van naam en wordt de Dokter Van de Perrelei. Die man heette niet Karel maar Alfons, was een katholiek politicus en stond mee aan de wieg van de krant De Standaard. Mag je je even inbeelden dat je een buitenlander bent, en dat Nederlands je even vreemd is als Pools voor ons, dan haal je die Karels, die Perres en Preters, die Van-de-namen of die Git- en Bikschotels onmogelijk uit elkaar.
Uitte ik eerder mijn bewondering voor buitenlanders op de tram, ik bewonder ook anderstaligen die een straatnaam kennen.

De Herman Van den Reeckstraat en een van de gebouwen van het waterbouwkundig laboratorium in Borgerhout.
Zoals sommigen met treintjes spelen, wordt in dit in 1933 opgerichte laboratorium met scheepjes, sluizen, zandbanken, getijden en stromingen gespeeld. De manœuvreerbaarheid van schepen en boten, de efficiëntie van baggerwerken of stormweringen, dat alles wordt in dit laboratorium aan de hand van schaal- en digitale modellen bestudeerd.
En wat Herman Van den Reeck betreft (Borgerhout 1904 – Antwerpen 12 juli 1920), hij was een radicaal linkse flamingant, die bij een incident op de Antwerpse Grote Markt op een verboden 11-julibetoging in 1920 door een politie-agent werd neergeschoten. Hij werd niet terstond verzorgd en overleed de dag nadien aan zijn verwondingen. Als ik me niet vergis (en als ik me vergis, zeg je me dat) is Van den Reeck het enige en dus ook laatste dodelijk slachtoffer van de Belgische taalstrijd. Honderd jaar na datum kunnen we ons misschien verheugen over het feit dat de soms hevige taaltwisten weinig bloed hebben geëist.

De Gitschotellei, die wat verder Drakenhoflaan heet (en waar Steve Jackson en Ian Livingstone Guido Gezelle allicht vervangen hebben) verbindt Antwerpen met Borsbeek. Er staan twee rijen bomen langs, en er liggen — bijna — twee parken langs. Bijna, want terwijl het Te Boelaarpark duidelijk zichtbaar erg aanwezig is, ligt het om zijn zwemvijver befaamde Boekenberg wat achterin. Er staan ook mooie huizen langs, in uiteenlopende stijlen, en Eduard Van Steenbergens tuinwijk Unitas  uit 1924 ligt in de buurt. Over zowat de helft van het traject wordt die lei/laan door de tramlijnen 4 en 9 bediend (vroeger 8 en 11, soms vergis ik me nog), en de stratenbouwers hebben de zeldzame maar gelukkige idee gehad de tramsporen aan weerszij van de rij- en parkeerweg, langs de trottoirs (nu de fietspaden), onder de bomen te voeren. Op die manier ontstonden een in verhouding smalle rijweg (minder dan een derde van de straatbreedte, parkeerstrook inbegrepen), en brede voetpaden, die door bomen en trams tegen autogeweld (maar niet altijd genoeg tegen fietsers) worden beschermd. Ramblas zijn het niet, maar het is wel een langwerpig wandelbaar plein, dat op mooie dagen zo wordt gebruikt. Dit dwarsprofiel, samen met de toch wat moeilijke aansluiting aan Antwerpse kant (Zurenborg), én de regeling van de verkeerslichten, met veel rood en weinig groen, zorgt ervoor dat de Gitschotellei relatief minder autoverkeer te slikken krijgt, verkeer dat omwille van de ongelijke kasseien in het Borgerhoutse deel ook wat langzamer (en luidruchtiger) rijdt. Mijn vrees is wel voor de brede voetpaden, dat op een (alles behalve) mooie dag een deskundige met een schema en een norm opdaagt, en op het trottoir een breed nieuw fietspad legt.


In deze buurt met West-Vlaamse frontgemeenten zou je denken dat deze Vosstraat naar de Vlaamse oudstrijders (de Vossen) verwijst, een pacifistische Vlaamsgezinde beweging die in 1919 door frontsoldaten is opgericht.
Vosstraat is echter een heel oude naam, die al in de 16de eeuw werd vermeld.

De straatnaamgevers van het interbellum hebben drie ideeën gevolgd: Griekse en Romeinse mythologische figuren, edelstenen, en (zoals gezegd) West-Vlaamse verwoeste dorpen. De mythologische figuren liggen aan weerszijden van de Gitschotellei. Ik hoop dat ik niemand vergeet, geen goddelijke toorn over me haal, en vermeld Apollo, Bacchus, Diana, Euterpe, Herculus, Juno, Jupiter, Mars, Mercurius, Minerva, Morpheus, Neptunus, Orpheus en Thalia. Op wikipedia vind je wie dat zijn. De edelstenen liggen nabij de spoorweg naar Lier: Amethist, Granaat, Robijn, Saffier, Smaragd, Topaas, Turkoois, of gewoon… Edelgesteente. En daarnaast, van Diksmuide- tot Bikschotelaan, ben je in het verwoeste West-Vlaanderen: Geluwe, Houtem, Kortemark, Langemark, Passendale, Pervijze, Ploegsteert, Ramskapelle, Stuivekenskerke en Zillebeke. Ook enkele niet West-Vlaamse martelaar-dorpen worden geëerd: Haacht, Hofstade en Schaffen. Een (niet zo) oud stadsplan van me (1979) vermeldt ook, met stippellijnen, en nooit uitgevoerd: Boezinge, Lombaardzijde, Wijtschate, en Zemst.
Uiteraard zijn er nog talrijke andere straatnamen in de buurt, waarmee belangrijke mannen worden herdacht, zoals de Borgerhoutse wielrenner Stan Ockers. [Ik moet eens zoeken of ik een vrouw, die geen godin is, bij al die mannennamen vind.] Twee ervan vermeld ik hier speciaal: Lodewijk Van Bercken en Herman Van den Reeck. Wat hen zo bijzonder maakt schreef ik bij de plaatjes.

beweging


Voorrang van rechts, een verbod linksaf te slaan, het einde van een snelheidsbeperking op de Diksmuidelaan: hier huist de Vlaamse Volksbeweging. De vlag met leeuwenkop is versleten: is men vergeten dat het ooit om de ontvoogding van het Vlaamse volk was te doen? Nauwelijks zichtbaar zit er ook een duif op de “lichtbak”. Een blauwvoet heb ik niet gezien.

Een naam als Diksmuidelaan (de brede laan die naar de vlieghaven leidt, en waarop ooit een tram 16 reed) klinkt sommigen als een klok. Recht over elkaar vind je halfweg de straat de Vlaamse Volksbeweging (hoek Passendalestraat) en het Vlaams Nationaal Jeugdverbond (hoek Zillebekelaan). Als die mensen iets willen nuttigen, moeten ze op hun Diksmuidelaan maar één straathoek verder gaan: aan de Ramskapellestraat is er café-restaurant Vrij België, met de naam van een België-gezind, Vlaamsgezind en in Den Haag van 1915 tot 1918 uitgegeven oorlogsweekblad, dat in zekere zin de voorloper van het dagblad De Standaard was (Frans Van Cauwelaert, Julius Hoste jr., Alfons Van de Perre, Gustaaf Sap…). Of er in Vrij België ook Rodenbach op de drankenkaart staat, weet ik nog niet.
Op diezelfde Diksmuidelaan vind je eveneens, zonder band met de naam van de straat, het Vlaams Tram- en Autobusmuseum in de oude stelplaats Groenenhoek (dat te zelden open is) en, op korte afstand van de luchthaven, tussen volksbeweging en vliegbeweging… de Voetgangersbeweging. Er wordt in de Diksmuidelaan dus niet alleen gemarcheerd — en gevlogen, storm op zee! — maar ook gewandeld, geslenterd en gestapt.

mijn lijden op school passend herdacht

Jullie weten niet half hoe zwaar ik geleden heb op school.
Van mijn zesde tot mijn veertiende ben ik naar Sint-Jan (Berchmans) in Merksem geweest. In Groenendaal, op enkele honderden meters van ons thuis. De voorbereidende, van het eerste tot de zevende — ik herinner me nog mijn ontzetting toen ik als negen- of tienjarige de termen voorbereidende en middelbare begreep — en de moderne humaniora, van de zesde tot de vierde. [Daarna trok ik voor het hoger middelbaar naar de wetenschappelijke A bij Sint-Eduardus. Meer over mijn slaagkansen lees je in deze oudere tekst.]
Groenendaal heeft een groot park, en een atletiekpiste, en daar kan gelopen worden — ik bedoel ge-rend — maar dat was niet de enige kwaal. Ook op de speelplaats liep het wel eens mis.

Dat onheil is nu lang voorbij. Maar blijkbaar was ik niet de enige die daar geleden heeft, want de school werd zowaar herdoopt. Geen Berchmans meer, en nauwelijks nog Sint-Jan. Het >Groenendaalcollege is nu de naam. Nu ja, ook Dexia werd na onheil herdoopt, of Le Crédit Lyonnais, de CVP, en straks Monsanto nog.
Toch wil het college een herinnering aan het lijden bewaren, het lijden van mij en van zoveel andere oudleerlingen, of misschien zelfs van vandaag. De school werd tot smartschool herdoopt.

 

 

de Vlaams-Nederlandse stichting Ons Vermogen in Rekkem

… over woorden en waarden, en wondere wandelingen in de taal

 

In 1957 startte de toen twintigjarige Jozef Deleu samen met Jan Delrue en Jozef Declercq het tijdschrift Ons Erfdeel, waarvoor in 1970 ook een gelijknamige Vlaams-Nederlandse stichting-uitgever (nu vzw) werd opgericht. Ons Erfdeel richtte zich aanvankelijk tot Franse, Belgische en Nederlandse Vlamingen, van Rijsel tot Middelburg, maar groeide allengs uit tot een toonaangevend cultureel tijdschrift voor Nederlandssprekenden en -kundigen wereldwijd. Anderstalige publicaties en websites verruimen het aanbod voor al wie in die lage landen is geïnteresseerd.
Ons Erfdeel is de wat eigenzinnige vertaling van Notre Patrimoine. Het eerste nummer (met Franse en Nederlandse teksten en een Frans Éditorial, 20 pagina’s, 250 exemplaren) heette trouwens Ons Erfdeel – Notre Patrimoine, en de vzw-uitgever, die veel aandacht aan culturele uitwisseling met Noord-Frankrijk besteedt, huist tot vandaag in Rekkem, op enkele meters van de Franse grens.

Alles goed en wel beschouwd had het tijdschrift ook Ons Kapitaal of Ons Vermogen kunnen heten, want wat Franstaligen met patrimoine bedoelen, is kapitaal, en wordt in het Nederlands vaak vermogen genoemd.
Lees verder

schroom

Soms doet iemand me een verhaal cadeau…

 

Oudere berichten

© 2019 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑