moskenes.be

Jef Van Staeyen

Tag: Americana (pagina 1 van 3)

Above the Waterfall, Ron Rash — leesadvies

Ik dacht aanvankelijk een lees-aanrader te schrijven, maar weet het niet meer.

Af en toe lees ik boeken in het Engels. Dat lukt me wel. Met John Steinbeck, bijvoorbeeld, of Mark Twain, oud spul. Of met verhalenbundels: lukt er één niet, dan de andere wel. Dus toen ik een mooie kritiek las (in het Frans…) van Ron Rash’s Above the Waterfall, dacht ik dat ik dat wel kon lezen. Niet in de besproken Franse vertaling (Un silence brutal), en evenmin in de Nederlandse (Boven de waterval), maar in het Amerikaanse Engels van Rash. Er zitten veel dialogen in het verhaal, gesprekken van gewone mensen, en met een Nederlandse vertaling heb je gauw het risico dat het taaltje je niet naar North-Carolina en de Appalachen voert, maar naar Noord-Holland en Tuindorp Nieuwendam. Sferen die botsen.

Het risico is wel dat je zo’n oorspronkelijk Amerikaans boek, dat overzee geleverd moet worden, niet eerst open doet, voor je het koopt. Dus was ik verrast toen ik het las.

Though sunlight tinges the mountains, black leatherwinged bodies swing low. First fireflies blink languidly. Beyond this meadow, cicadas rev and slow like sewing machines. All else ready for night except night itself. I watch last light lift off level land. Ground shadows seep and thicken. Circling trees form banks. The meadow itself becomes a pond filling, on its surface dozens of black-eyed susans.

Nu ben ik benieuwd wat zoiets geeft in het Nederlands, en nog meer in het Frans, maar toen ik het las — lezen is een groot woord — dacht ik dat ik me had miskocht. Ik begreep geen jota van wat ik zag. Zelfs in een Nederlandse tekst staan er wel ‘s woorden die ik niet begrijp, of niet precies begrijp, een vogel, een bloem, een gereedschap…, maar daar lees ik dan overheen, zoals wellicht elke lezer dat doet, totdat ik het woord vaak tegenkom, of merk dat het in het verhaal wél belangrijk is. Zo ook in het Engels. Soms ontdek ik uiteindelijk wat de betekenis is, al had ik het voordien nooit opgemerkt. Pristine, bijvoorbeeld— Collapse, Jared Diamond —, ongerept. Of zoek ik het op, omdat het me boeit. Zoals cutting squid in Steinbecks Tortilla Flat: het snijden van pijlinktvissen, of calamari, voor velen, niet mij, een lekkernij.

Above the Waterfall was blijkbaar geen boek om in bed of in een luie stoel te lezen: lezen en hérlezen, en/of opzoeken (op het web of in een papieren woordenboek) stond me voor. Gelukkig las de rest van het boek toch wat makkelijker dan de inleiding waaruit ik bovenstaande tekst heb gelicht.
Dit is, twee pagina’s verder, het begin van hoofdstuk one:

Where does any story really begin? One thing can’t happen unless other things happened earlier. I could say this story began with an art class I took in ninth grade, or broken promises, one by Becky Shytle and one by me, or that it began where a shirtsleeve got caught by a hay baler’s tines.

Dat laatste zijn de tanden van een hooipers, in een overigens veel makkelijkere zin. Later blijkt dat het boek rond twee ik-personen draait: een sheriff, Les, drie weken voor zijn pensionering, hier aan het woord, en een parkwachter, Becky, in Shenandoah National Park, met poëtische ambities, die later in het verhaal ook gedichten schrijft. En toont hoe je dat doet.

soothes the talon-rake of owl and hawk.
I rewrite the line to balance the consonants.
heals the talon-rake of hawk and eagle.

Vaak is het niet nodig de woorden te verstaan, om de poëzie te horen, zegt ze ook — een opluchting voor een lezer als ik.

You don’t have to understand the words, I tell them [de kinderen van de natuurklas]. Just let the sounds enter you, the same as everything else you see and smell and touch today.
The flock [of black starlings on a blond, mown hay field] lifts again and this time keeps rising, a narrowing swirl as if sucked through a pipe and then an unfurl of rhythm sudden sprung, becoming one entity as it wrinkles, smooths out, drifts down like a snapped bedsheet. Then swerves and shifts, gathers and twists. Murmuration: ornithology’s word-poem for what I see.

Vaak is Ron Rash’s proza pure poëzie.
Toch kan het riskant zijn een onbegrepen woord over te slaan.

Land levels and I ride slow, a clock-winding pedal and pause. A pickup from Virginia sweeps past, leads me back thirty years to my grandparents’ farm. There, old license plates were a scarecrow’s loud jewelry. Wind set the tin clinking and clanking. But the straw-stuffed flour-sack faced stayed silent. Those first months after my parents gave up and set me to the farm, I’d sometimes stand beside the scarecrow, hoe handle balanced behind my neck, arms draped over. Both of us watchful and silent as the passing days raised a green curtain around us. Soon all we could see was the sky, that and tall barn planks the color of rain.

Ik had er eerst óver gelezen, en pas bij herlezing, met woordenboek — a scarecrow is een vogelverschrikker, en a hoe een schoffel — zag ik het prachtige beeld. Becky, de parkwachter, was als kind betrokken bij een schietpartij op school, waarna ze maandenlang geen woord meer heeft gezegd. Het leven op de boerderij van haar grootouders en het contact met de natuur heeft haar uit de stilte gered. Ook Les heeft drama’s beleefd, die de lezer beetje bij beetje ontdekt, maar heeft in zijn laatste weken ook nog zware problemen op te lossen, die hem in conflict brengen met zichzelf. [De taakomschrijving van een sheriff, zoals ze blijkt uit het boek, heeft me wel verrast.] De hoofdstukken Becky en de hoofdstukken Les vullen elkaar af, tot Les’ verhaal te spannend wordt en op een ontknoping wacht, die de schrijver Ron Rash heel handig meermaals voor zich uit duwt. Wat als effect heeft dat Becky’s teksten geleidelijk aan hinderlijk worden voor wie (te snel?) die ontknoping zoekt. Best spannend, de whodunit (en whydidhe), maar een pageturner, om zoals De Standaard der Letteren te spreken, wordt het daarom nog niet. [In dSL wordt zo vaak over pageturners geschreven dat ze stilaan een hele pageturnkring bijeen moeten hebben. Dat gaat wel over.]

Ron Rash (1953) heeft een boodschap. Of heeft zelfs meerdere boodschappen: de liefde voor de natuur (die kwetsbaar is, door de mensen verloederd wordt, maar toch veerkrachtig blijft); het geloof in God, aan wie we al die mooie natuur te danken hebben — de pracht van de ons omringende natuur is een voorschot op de hemel die ons is beloofd —; de capaciteit van elke mens om beter (of slechter) te zijn dan hij door zijn afkomst is voorbestemd; de immense gevaren van hard drugs (meth, of crystal meth, methamfetamine); en de liefde voor woorden en taal. Wat al bij al een zeer christelijke boodschap is. Een 21ste eeuwse Amerikaanse Gezelle in proza, bijna, maar zijn voorbeeld heet Hopkins (Gerard Manley –, die andere priester-dichter, 1844-1889). En wat voor Gezelle een schrijverke, een krinklend winklend waterding is, is voor Ron Rash a writing spider.
Dáár, die boodschappen bedoel ik, hamert hij op. Misschien wel te veel en te vaak. Beetje bij beetje schiet het boek uit het evenwicht waarop het is gebouwd. De parallelle hoofdstukken met Becky en Les zijn aanvankelijk boeiend, en hun confrontatie, wanneer het hun vertrouwen of wantrouwen in de oude Gerald betreft, is een van de sleutels van het boek — heeft Gerald al dan niet benzine in de rivier gedropt, boven de waterval, waardoor de prachtige forellen sterven, waar hij toch zo van houdt? — maar die parallel, dat evenwicht valt niet te houden wanneer het verhaal spannend wordt, naar zijn ontknoping gaat, en Becky’s natuurbeschrijvingen, herinneringen en poëzie als leeslast ervaren worden. Ron Rash onderwijst creatief schrijven en poëzie (poetry and fiction writing) aan de Western Carolina University in Cullowhee, North Carolina, en dat merk je wel. Soms toont hij bij wijze van spreken alle truken van de trukendoos. Wat neigt naar academisme. Dat is jammer, voor een overigens meer dan lezenswaardig boek, waaraan je veel plezier beleven kan.

 

P.S.: Nog een nieuw woord geleerd: petrichor, de geur van regen op droog land

de Gazette van Detroit, 1914-2018

(hier vind je een pdf-versie van onderstaande tekst)

 

GEEN TIEN DAGEN nadat hun land van herkomst in een existentiële crisis terecht is gekomen — want door een machtig en op expansie belust buurland overrompeld is — starten enkele migranten in hun land van aankomst een krant. Een weekblad in hun moedertaal. Terwijl het land van herkomst om zijn overleven strijdt en de bevolking er zeer zwaar lijdt — honderdduizenden zijn op de vlucht  — blijft het land van aankomst voorzichtig aan de zijlijn staan. De krant stelt zich tot doel de banden tussen de migranten onderling én met hun land van herkomst aan te halen. Of ze ook probeert de publieke opinie en de politieke overheden in het land van aankomst voor zich en voor de verdediging van het land van herkomst te winnen, is me niet bekend, en evenmin of de overheid van dat land van herkomst de krant op directe of indirecte wijze ruggensteun geeft.

Op 13 augustus 1914, negen dagen na de Duitse inval in België, wordt in Detroit de Gazette van Detroit opgericht. Ze heeft “als doel het onderling contact tussen de Vlamingen in Noord-Amerika te behouden en nieuws uit het vaderland te brengen”. Daar zit ook oorlogsnieuws bij. Belgische steden worden verwoest, burgers gedood, anderhalf miljoen mensen zijn op de vlucht.
Tot april 1917 zullen de Verenigde Staten zich in de Wereldoorlog afzijdig houden. Slechts de dreiging van een nieuw front in Texas, met Mexico, en in Californië, met Japan, en de vrees voor een Brits faillissement — het  Koninkrijk als kredietonwaardige klant — trekken de Verenigde Staten over de streep.

Bestaat er historisch onderzoek naar de politieke dimensie van de Vlaamse migrantenkrant in Amerika, en naar haar banden met het Belgische moederland?
Hoe reageerden de overheden van het neutrale Amerika op het feit dat de Belgische migrantengemeenschap in een van belangrijkste industriesteden van het land (Detroit!) en met banden met de (nooit te vertrouwen) katholieke kerk (want vanuit een buitenlandse mogendheid gestuurd, met duistere financierings- en beslissingsmechanismen en een staatsvijandelijk discours) enkele dagen na het uitbreken van de oorlog een krant lanceerde in een voor de overheden onbegrijpelijke Nederlandse taal, waarbij die krant onder meer over de oorlog berichtte — terwijl er in hetzelfde Amerika ook (en zelfs veel meer) Duitse migranten leefden?

* * *

EEN KWARTEEUW LATER ontstaat nagenoeg dezelfde situatie. De krant is nog steeds actief, het land van herkomst is opnieuw door de vijand overrompeld — die er op pragmatische en ideologische collaboratie kan steunen —, en het land van aankomst blijft opnieuw neutraal aan de zijlijn staan.

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog werken de neutrale Verenigde Staten samen met Nazi-Duitsland en met de Duitse of collaborerende overheden in de bezette landen (in Brussel, Den Haag, Parijs, Vichy, etc.) zoals ze ook samenwerken met het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie. Anti-communisme, pro-fascisme, sympathie voor het Britse moederland en vrijwaring van industriële belangen, het is een delicate balans. Pas anderhalf jaar later, na de Japanse aanval op Pearl Harbor in december 1941, komt daarin verandering.

Wat is de redactionele lijn van de Gazette vóór en tijdens de oorlog? Is er invloed — zijn er pogingen tot invloed — uit Londen, Brussel of Berlijn?  Of is de Gazette enkel een lokale krant met lokale nieuwtjes?

* * *

TOT VIERMAAL TOE worden de makers van de krant met migratie-achtergrond door de hoogste overheden van het moederland gehuldigd. De hen toegekende eretitels verwijzen expliciet naar een vorst wiens beleid zowel ten tijde van zijn bewind als nadien internationaal zwaar gehekeld werd (en nog steeds wordt). Het oordeel over de vorst en zijn beleid gaat van grootheidswaanzin tot genocide.

In 1931, 1949 en 1964 (tweemaal) worden de eigenaar en de eindredactrices van de Gazette van Detroit geridderd (of tot officier bevorderd) in de Orde van Leopold 2.

Welke zijn de “bijzondere diensten aan de koning” die een “teken van zijn persoonlijke hoogachting” verdienen? Hoe reageren de Amerikaanse overheden daarop? Geven de eretekens uitdrukking aan de Belgisch-Amerikaanse vriendschap, of is het een Belgische, buitenlandse inmenging in Amerikaans binnenlands beleid?
[Terloops: De gelauwerden hebben geluk dat het dertiende amendement van 1810 — dat adellijke titels in de States verbiedt — nooit de vereiste meerderheid kreeg.]

* * *

NOG EENS ENKELE DECENNIA LATER komt de krant in moeilijkheden. Minder en minder mensen-met-migratie-achtergrond beheersen de oude moedertaal, en hun interesse in het land van herkomst is verzwakt. De migrantenkrant houdt korte tijd op te bestaan. Wanneer ze terug verschijnt is het tweewekelijks, en kort nadien wordt ze ook tweetalig. Zowel de taal van aankomst als van herkomst komt aan bod. Er is ook steun — zij het minder dan verhoopt — uit het moederland: abonnementen, kapitaal en subsidies. Trouwens, niet alleen de krant, ook de kerk van de migranten krijgt een duwtje in de rug. Er komt een officiële prijs uit het moederland, en een subsidie van de regering van dat land. Iets meer dan een eeuw na haar oprichting houdt de krant echter op te bestaan.

In 1974 is er van augustus tot oktober geen Gazette van Detroit. Een Amerikaanse industrieel met banden in het West-Vlaamse Tielt redt de krant, nadat hij ook de katholieke kerk van Detroit heeft gesteund. Vanaf 1977 brengt de Gazette, eerst tweewekelijks, nadien maandelijks, en sinds 2005 digitaal, zowel artikels in het Engels als in Simple Dutch. Er zijn ook abonnementen en steun uit het moederland. In 1979 bekomt de Gazette de Visser-Neerlandiaprijs van het Algemeen Nederlands Verbond (toen een merkwaardige verstrengeling van openbare en private, Nederlandse en Vlaamse  initiatieven), goed voor 5000 $, en in 2006 volgt een subsidie van 12.500 € van de Vlaamse regering. In december 2018, een maand na het einde van de honderdjarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog, houdt de meer dan eeuweling Gazette van Detroit op te bestaan.

Meer dan een eeuw, het is een mooie prestatie, voor een migrantenkrant die uiteindelijk op een oude migratiegolf, eind 19de, begin 20ste eeuw is blijven bestaan. En wier bestaan wellicht door de huidige informatietechnologie werd achterhaald. Katholieke Vlamingen (Nederlandssprekenden) uit Vlaanderen: welke band werd het eerst verbroken, welke band het laatst: de taal, het land of de kerk? of de band met Detroit?

DE VERRE NAKOMELINGEN van de Vlaamse migranten in de Noordelijke States (allicht sindsdien flink vermengd met ander bloed) komen soms nog samen voor volksfeesten, misschien populairder ginder dan hier, en die meer naar het Vlaanderen van toen, en het Detroit van toen, dan naar het Vlaanderen van nu verwijzen.  Er wordt kant geklost en er wordt “ge-rolle-bold” (rolle-bollen is een van de talrijke varianten van de oude sport die elders krulbollen, trabol of in West-Henegouwen en Noord-Frankrijk “bourle” wordt genoemd: dikke ronde schijven in de vorm van kleine gouda-kazen worden over een holle bodem naar een doel-punt gerold).  Duiven worden geschouwd en wafels gegeten. Er zijn oude karren en er is muziek.

* * *

AANVULLING, per 28 maart 2019

Een makkelijk verkrijgbare aanvulling op bovenstaande informatie is het boek “Het verhaal van de Gazette — 100 jaar link tussen Noord-Amerika en Vlaanderen” dat Karel Meuleman en Ludwig Vandenbussche in 2014 publiceerden, met de Gazette van Detroit als uitgever. Het is ondermeer te koop in het Antwerpse Red Star Museum, dat ook een heel klein beetje aandacht aan de krant besteed.
Het boek heeft een sterk anekdotisch karakter, en bevat ook talrijke, soms “sappige” uittreksels uit de krant. Wel lezen we dat behalve het allereerste nummer op 13 augustus 1914, alle nummers vóór 24 maart 1916 verloren zijn gegaan. Over de inhoud van de Gazette in die cruciale jaren zullen we hoogstwaarschijnlijk nooit iets vernemen. De oorspronkelijke makers en lezers zijn er niet meer, die het hadden kunnen vertellen, en de kranten evenmin. Tenzij in een of ander nog onontgonnen openbaar archief op een mooie dag toch informatie vrijkomt, de kranten zelf, of een politioneel verslag. Men weet nooit.

Deze tekst wordt wellicht nog aangevuld aan de hand van bijkomende lectuur.

mensen (niet) zoals wij

de smalle footprint van Clintons eilandnatie?

 

The message people in a democracy must understand, more than any other message, is that there are people who aren’t just like you. They don’t live like you, they don’t have families like yours, and they don’t think like you. They may not live in your neighborhood, but this is their country, too.

 

Deze mooie zin is (op één woord na) de laatste zin van het boek The Big Sort van Bill Bishop.  Dankzij mijn French Connexion in Montréal heb ik het boek onlangs gekregen, nadat ik het maandenlang in Europa had gezocht. Het was een artikel van Jens Aerts in het tijdschrift Ruimte van de Vlaamse Vereniging voor Ruimte en Planning (VRP) dat me op het spoor van het boeiende boek had gezet — al ga ik niet akkoord met al wat Aerts beweert.

Hier vind je mijn reactie op het artikel van Jens Aerts, en wat meer uitleg over Bill Bishops boek.

 

Er is een boodschap die ieder in een democratie moet horen, meer dan welke boodschap ook :  Er zijn mensen die anders zijn dan jij, ze leven anders dan jij, ze hebben andere families dan de jouwe en ze denken anders dan jij. Ze leven misschien niet in dezelfde buurt als jij, maar dit land is ook hun land. 

verkiezingen in de VS: Vermont en Montana

Wanneer er verkiezingen zijn in de States, zoals onlangs de mid-terms van 6 november, kijk ik graag wat naderbij, naar staten die ik wat beter ken, die ik de voorbije jaren heb bezocht, en waarover ik boeken en lokale kranten heb gelezen. Ik mag zeggen: waarvan ik de temperatuur ter plekke een beetje heb gevoeld.
In concreto zijn dat Vermont (met New-Hampshire) in 2013, en Montana (met Idaho) in 2016. Zo’n lokaal nieuws geeft me een genuanceerder en diverser beeld dan het eenvoudige zwart-wit of blauw-rood met overhaaste commentaren dat ons in de pers vaak voorgehouden wordt.

Vermont en Montana

Vermont en Montana zijn heel verschillend van elkaar, wat echter niet betekent dat ze omwille van dat verschil samen een getrouw beeld kunnen geven van de States. Ze zijn Michigan niet, of Arkansas, dat besef ik wel. Ze zijn beide blank en landelijk — en het is ook een beetje om die laatste reden dat ik ze bezocht: het prachtige landschap van een dunbevolkt gebied. (Ze liggen ook beide tegen de Canadese grens — geen toeval voor mij.)

Lees verder

Oudere berichten

© 2019 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑