Jef Van Staeyen

Tag: kunst (Pagina 1 van 11)

ik wil dóór de beelden kijken

“Bloed kleeft aan dit beeld”, schreef ik in 2018 bij een foto van Ferrara. Ik wilde me niet beperken tot wat ik zag — een wit beeld van Savonarola en de massieve baksteenburcht Castello Estense in een prachtige stad — maar weten en zo mogelijk begrijpen wat ik zag. Wat betekent dit allemaal?

Eenzelfde vraag is vaak bij me opgekomen wanneer ik kerken in Italië, Frankrijk of Vlaanderen bezoek. Wat is de betekenis, en wat is het effect van al die strenge, oude, baardige mannen die van de muren en het plafond op de gelovigen, en nu de toeristen neerkijken?

Waarom ziet Katryn Kressmann Taylor, die zich ooit extreem scherpzinnig heeft getoond (Address Unknown, 1938), niet wat er gebeurt, en wat er is en altijd geweest is, wanneer ze in een dagboek Diary of Florence in Flood (1967) de gevolgen van de overstroming van Firenze (4 november 1966) beschrijft, en alleen voor de witmarmeren beelden (en een witte zwaan op de Arno), maar niet voor de mensen aandacht heeft?

Is Parijs een romantische stad, vooral aan de oevers van de Seine, of is het vooral een défilé van macht? Niet alleen le quatorze juillet, maar het hele jaar door. Of: waarom is het beide, als je ziet dat die prachtige stad, nog meer dan andere, de in steen gebouwde uitdrukking is van macht: politieke macht, religieuze macht, administratieve macht, militaire macht, juridische macht, academische macht, culturele macht (en bezit: het Louvre, dat eerst een afdeling van het Ministerie van Financiën was), en — uiteraard ook, zij het in dat Parijs veeleer op een tweede rij — economische en financiële macht.

Wat onthou ik van de Gallo-Romeinen en hun beschaving, die ik vorig jaar in Vienne zag, en dit jaar in Limoges, Toulouse en Périgueux? Waar ik las en zag hoe ze leefden — althans een dunne bovenlaag. Wordt onze geschiedenis straks op dezelfde wijze herleid tot de levensstijl van Musk en Bezos, Arnault en Pinault, of, dichter bij huis, en enkele trapjes lager, Fernand Huts? Waarom is het verhaal dat over de Gallo-Romeinen verteld en getoond wordt zo onvolledig? Waarom wordt er zoveel — worden er zovelen — weggestopt, tenzij om de arena’s te vullen?

het klooster van de Jacobijnen in Toulouse

Een dergelijke vraag — wat zie ik? — kwam bij me op in de kerk en het klooster van de Jacobijnen in Toulouse. Prachtig, Volmaakt. Maar wie zijn die Jacobijnen? [Hier niet verwarren met de jacobijnen als belangrijke politieke beweging ten tijde van de Franse revolutie. In tegenstelling tot de girondijnen wilden ze een sterke uniformisering en centralisatie van de macht. Tot op heden wordt Frankrijk soms “jacobijns” genoemd.]
De Jacobijnen in Toulouse zijn in feite Dominicanen, een orde die in 1215 in Toulouse is opgericht door Dominique de Guzmán (alias Sint-Dominicus), die de regel van Sint-Augustinus (!) volgen, en de onzalige idee hebben gehad zich in Parijs in de rue Saint-Jacques te vestigen, vandaar hun naam. [U begrijpt het al: de complexiteit van de namen van kloosterorden is gewaagd aan de syntaxonomische classificatie in de botanica.]
Ze zijn Predikheren, die in tegenstelling tot monikken slechts één gelofte afleggen (van armoede), en tot taak hebben de katholieke geloofsdoctrine scherp te stellen en de mensen te bestrijden die een ander geloof aanhangen (de heidenen) of die de regels van de kerk niet nauwkeurig volgen (de ketters), niet toevallig in een tijd dat er om geloofsredenen veelvuldig gemoord werd — er werd niet alleen scherp gesteld, ook scherp geslepen —, in de oorlog tegen de Albigenzen of Katharen (letterlijk: ketters), tot ze allemaal dood waren (1209-1229).
“Tuez-les tous. Dieu reconnaîtra les siens.”  (*)Dood ze allemaal. God zal wel weten wie zijn getrouwen zijn. De tweede zin is een Franse staande uitdrukking, en betekent zoveel als Maak vooral geen onderscheid. Allicht is ze historisch niet waar, maar wel waarachtig.
De Jacobijnen streden met woorden. Weliswaar. Maar in andere handen werden hun woorden zwaarden. Een fenomeen dat tot vandaag bestaat.

Ik wil dóór de beelden kijken, en door de architectuur. En hier zie ik doctrine, radicalisering, onverdraagzaamheid. Ik zie bloed.

 

P.S.: Hier is de cirkel rond. De jacobijnen (de revolutionairen) vergaderden in het klooster van de Dominicanen (of Jacobijnen) in de rue Saint-Jacques in Parijs… Zowel de Jacobijnen (de monikken) als de jacobijnen (de revolutionairen) streefden naar een zuivere doctrine, die geen afwijkingen duldde, en die desnoods met geweld moest worden opgedrongen. Ze lijken verdraaid op elkaar.

 

Lees hier: Frankrijk per trein — deel 4: een lus tussen Orléans enToulouse.

 

 

een logo in Antwerpen

Ik herinner me hoe ik, jaren geleden in Rijsel, onder de indruk was van het logo van een elektricien. Of was het een loodgieter? een schrijnwerker?
De man heette PIERRE CARRÉ, en het logo op zijn auto was iets met een cirkel.
Een doordenker (*)Pi  Erre  Carré, of πr² is het oppervlak van een cirkel. die me deed glimlachen.

Maar onlangs, aan de tramhalte in de Lange Leemstraat, moest ik schaterlachen toen ik op een wachtende auto een logo zag — en begreep.
Het logo ziet er zo uit.

Ik was verrast toen ik het zag.
Ik voelde me weer kind.

Toen zag ik de naam:  dries otten.
Ik moet hoorbaar gelachen hebben, want de bestuurder van de auto (Dries Otten zelf) keek naar mij. Ik stak mijn duim omhoog — dat deed hij ook — en wees in de richting van het logo. We deelden een lach.

Dries Otten is meubelontwerper, interieurarchitect en scenograaf, hier in de buurt.

Het logo is ontworpen door Emma Thyssen, illustratrice.

ik ben een mecenas (en dat ben jij ook)

Terwijl in Oudenaarde nog tot 5 januari een prachtige tentoonstelling over Margaretha van Parma loopt — in Parma Margaretha van Oostenrijk genoemd — verheugt het Hof van Busleyden in Mechelen ons tot 16 maart met een klein maar boeiend deel van de imposante kunstcollectie van kardinaal Antoine Perrenot de Granvelle. Parma en Granvelle waren tijdgenoten (16de eeuw), en zelfs meer dan dat. Beiden stonden in dienst van het Habsburgse hof: Granvelle is raadgever van Parma geweest, toen zij in Brussel in opdracht van haar halfbroer Filips II landvoogdes van de Nederlanden was. De zeer Habsburgtrouwe en hardvochtige Granvelle heeft er zijn Mechelse aartsbisschoptitel aan verdiend. Kerkelijke titels waren in de zestiende eeuw meer dan ooit een wereldlijke aangelegenheid.

Beide tentoonstellingen besteden veel aandacht aan de kunstcollecties van die machtige edellieden.  Is voor Margaretha van Parma de kunst slechts een deel van de tentoonstelling, die vooral de persoon als onderwerp heeft, dan is voor Granvelle zijn kunstcollectie — en vooral de wandtapijten — het onderwerp zelf. Beide edellieden worden mecenas genoemd. Ze hebben veel kunstenaars aan het werk gezet. Ze hebben er veel geld — belastinggeld — aan besteed.

Maar wie goed luistert hoort ook wat anders. De paleizen waren groot en koud, en ongezellig. En ze waren allicht ook stil — of gevuld van ongewenste geluiden. Daarom bestelden de Parma’s en de Granvelle’s die zich dat konden veroorloven, de hoge adel en clerus, en soms ook de rijkere burgerij, wandtapijten, schilderijen, zilverwerk en muziek. Al die mooie, kostbare dingen. Het succes van de wandtapijten, zo leren we, was ook te danken aan het feit dat men ze makkelijk kon meenemen wanneer men van het ene ongezellige kasteel naar het andere trok. Muziek kon men niet meenemen, dus nam men de musici mee. Wat die edellieden deden, voor de promotie van de kunst, was in essentie hetzelfde als wat jij en ik en onze tijdgenoten doen, wanneer we kunst of andere mooie dingen kopen, bij IKEA of elders, om onze huizen op te fleuren, en wanneer we met cd’s, fonopaten, radio of spotify muziek in onze huiskamers, onze auto’s of elders brengen, of wanneer we naar de cinema gaan. We steunen de kunst, weliswaar op discretere wijze. Laat het via belastingen zijn, via tickets voor concerten, theaters of musea, via abonnementen of aankopen, zo zijn we mecenas allemaal.

VHILS in het MIMA in Molenbeek ❧

 

Klik hier of klik op de foto.

Als alles naar wens verloopt, is Molenbeek in 2030 culturele hoofdstad van Europa — Leuven heeft al een pausbezoek gehad, en Namen is een hoofdstad tout court.
Maar vandaag is Sint-Jans-Molenbeek (naar inwonersaantal overigens de elfde gemeente van het land, vergelijkbaar met Brugge, Leuven, Namen en Mons) op cultureel gebied vooral het MIMA, het Millennium Iconoclast Museum of Art, in 2016 geopend op de site van de brouwerij Bellevue — niet te verwarren met Wiels, in die andere brouwerij, in Vorst —, en dat museum gaat dicht op 5 januari 2025.
Dus: allen daarheen, ook omdat het MIMA tot die dag de Portugese kunstenaar Alexandre Farto, aka VHILS in en ook op zijn muren heeft. Multitude, heet de expo.

VHILS bewerkt reclamepanelen of bepleisterde muren om er, door nauwgezette verwijdering van papier of bepleistering, portretten of stadszichten van te maken. Van het witte papier dat ongebruikte reclamepanelen bedekt, snijdt hij zorgvuldig kleine stukjes weg, zodat de onderliggende, gekleurde lagen van vroegere affiches te voorschijn komen, en een tekening vormen. Het heeft heel ver wat weg van de minder kunstige tekeningen die we als kinderen maakten met wasco-krijt en zwarte verf. Witte, bepleisterde muren bewerkt hij met een drilhamer, zodat de onderliggende, donkere lagen zichtbaar worden, wat dan weer verwant is aan de sgraffito-techniek die vooral door Art Nouveau-kunstenaars en -architecten werd gebruikt.

wegeniswerken

De mensen van het MIMA zullen wel goede redenen hebben om hun museum straks te sluiten, maar ze verwijzen daarbij naar de ingrijpende wegeniswerken die het onbereikbaar maken. Daarbij rijzen toch enkele vragen en bedenkingen.

  1. Het lijkt erop alsof de werken tot doel, veel meer dan tot effect hebben de toegang tot het museum te hinderen. De voetgangersbrug over het kanaal, vlak voor het museum, is afgesloten.
  2. Voor voetgangers en fietsers blijft het museum echter, mits een omweg, goed bereikbaar.
  3. Naast het museum staat een hotel. Gaat dat ook dicht?
  4. Als alles gesloten wordt wat in Brussel slecht bereikbaar is, zal er niet veel open blijven.

Anderzijds zijn wegenwerken een conjuncturele, voorbijgaande reden om het museum te sluiten — tijdelijk te sluiten — wat perspectief biedt op een heropening nadien.

 

een extraatje: de KewLox onder de trappen
Deze merkwaardige trap, gebouwd uit afzonderlijke (gietijzeren?) treden, zie je in het MIMA.

« Oudere berichten

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑