Jef Van Staeyen

Tag: kunst (Pagina 1 van 11)

textiel in Sint-Truiden

Enkele creaties van Dries Van Noten in het hoogkoor van de kerk.
(Foto’s van het 13de – 14de eeuws textiel dat ook wordt tentoongesteld kan ik niet bieden.)

 

In de hoofdkerk van Sint-Truiden loopt een prachtige tentoonstelling, maar wie ze wil zien moet zich haasten: Textiel met een ziel, nog tot 11 juni 2026.
In 1986 werd in de Truiense dekenij een koffer met relieken ontdekt, die zorgvuldig in stukken textiel zaten ingepakt. Deze stukken (vaak mutsvormige doekjes) zijn rijk versierd, en dateren uit de 13de en 14de eeuw. In het kader van het erfgoed-initiatief Bezielde stad werd rond deze kleine collectie een tentoonstelling gebouwd. Ze brengt het discrete reliektextiel samen met creaties van Dries Van Noten en met kerkelijke kunst, alles in de rijk versierde Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming-kerk: in de Mariakapel, het hoogkoor en de rijk gevulde schatkamer.

Dit is niét de schatkamer, maar een bewust opengelaten la in de sacristie.

Wie naar die tentoonstelling en naar Sint-Truiden trekt, kan meteen aan de rand van de stad ook de begijnhofkerk bezoeken (en de gids haar verhaal laten doen, over begijnen, over de heilige Ursula en de elfduizend maagden, en over het handeltje in relieken dat in Keulen werd opgezet nadat een massagraf was ontdekt). En ook, net daarnaast, het Festraetsuurwerk. Kamiel Festraets was zowat de Truiense Louis Zimmer (in Lier en Antwerpen welbekend), ze zijn tijdgenoten van elkaar. In een wat oubollige didactische presentatie brengt Feststraets niet alleen zijn astronomisch uurwerk en een verkleinde versie van de slinger van Foucault, maar ook een overtocht per stoomschip van Antwerpen naar New York. Dat is voor hem de gelegenheid voor een te lange, tweetalige uitleg over de getijden, maar de enscenering is prachtig, met het stampende schip, de stoom, de nacht en het onweer, en vooral de golven. Mocht de stad Sint-Truiden dat ding ooit weg willen doen — ik hoop het niet — dan moet Antwerpen het overnemen. Voor het gesproken commentaar kan men dan wellicht een andere oplossing vinden.

Dit stoomschip brengt de bezoeker van het Festraetsuurwerk van Antwerpen naar New York.

Een extraatje:

Het oorlogsmonument aan het stadhuis van Sint-Truiden wil iedereen te vriend houden.

75 000

Tot zondag 22 maart (2026) herdenkt een nomadisch monument in de oude handelsschool van de De Vrièrestraat 36 in Antwerpen de 75 000 door Israël gedode Palestijnen in Gaza van wie de namen gekend en de stoffelijke overschotten gevonden zijn. Het is een initiatief van een kunstenaarscollectief uit Den Haag, de stad waar het Vredespaleis gevestigd is.
Het reizende monument met vilten zuilen en 75 000 krasjes heeft de vorm van Gaza en staat op een kaart van Den Haag (met het Vredespaleis), die meteen de beperkte omvang van de door 2,2 miljoen Gazanen bewoonde strook land in herinnering brengt. Naast het monument liggen de lijsten met namen.

Het nomadisch monument krijgt het gezelschap van de Hope Foundation die sinds 33 jaar met kunstenaars en kinderen in Gaza werkt.

De presentatie van het nomadisch monument kadert ook in de tentoonstelling we refuse_d in het MuHKA (tot 7 juni), die vijftien kunstenaars samenbrengt die onderzoeken wat het betekent om door te zetten, weerstand te bieden en te creëren onder omstandigheden waarin stemmen worden gesmoord en censuur en ontheemding het artistieke handelen onder druk zetten. Enkele muren van het MuHKA zijn leeg omdat de beoogde werken door de oorlog het Midden Oosten niet hebben kunnen verlaten.

ik wil dóór de beelden kijken

“Bloed kleeft aan dit beeld”, schreef ik in 2018 bij een foto van Ferrara. Ik wilde me niet beperken tot wat ik zag — een wit beeld van Savonarola en de massieve baksteenburcht Castello Estense in een prachtige stad — maar weten en zo mogelijk begrijpen wat ik zag. Wat betekent dit allemaal?

Eenzelfde vraag is vaak bij me opgekomen wanneer ik kerken in Italië, Frankrijk of Vlaanderen bezoek. Wat is de betekenis, en wat is het effect van al die strenge, oude, baardige mannen die van de muren en het plafond op de gelovigen, en nu de toeristen neerkijken?

Waarom ziet Katryn Kressmann Taylor, die zich ooit extreem scherpzinnig heeft getoond (Address Unknown, 1938), niet wat er gebeurt, en wat er is en altijd geweest is, wanneer ze in een dagboek Diary of Florence in Flood (1967) de gevolgen van de overstroming van Firenze (4 november 1966) beschrijft, en alleen voor de witmarmeren beelden (en een witte zwaan op de Arno), maar niet voor de mensen aandacht heeft?

Is Parijs een romantische stad, vooral aan de oevers van de Seine, of is het vooral een défilé van macht? Niet alleen le quatorze juillet, maar het hele jaar door. Of: waarom is het beide, als je ziet dat die prachtige stad, nog meer dan andere, de in steen gebouwde uitdrukking is van macht: politieke macht, religieuze macht, administratieve macht, militaire macht, juridische macht, academische macht, culturele macht (en bezit: het Louvre, dat eerst een afdeling van het Ministerie van Financiën was), en — uiteraard ook, zij het in dat Parijs veeleer op een tweede rij — economische en financiële macht.

Wat onthou ik van de Gallo-Romeinen en hun beschaving, die ik vorig jaar in Vienne zag, en dit jaar in Limoges, Toulouse en Périgueux? Waar ik las en zag hoe ze leefden — althans een dunne bovenlaag. Wordt onze geschiedenis straks op dezelfde wijze herleid tot de levensstijl van Musk en Bezos, Arnault en Pinault, of, dichter bij huis, en enkele trapjes lager, Fernand Huts? Waarom is het verhaal dat over de Gallo-Romeinen verteld en getoond wordt zo onvolledig? Waarom wordt er zoveel — worden er zovelen — weggestopt, tenzij om de arena’s te vullen?

het klooster van de Jacobijnen in Toulouse

Een dergelijke vraag — wat zie ik? — kwam bij me op in de kerk en het klooster van de Jacobijnen in Toulouse. Prachtig, Volmaakt. Maar wie zijn die Jacobijnen? [Hier niet verwarren met de jacobijnen als belangrijke politieke beweging ten tijde van de Franse revolutie. In tegenstelling tot de girondijnen wilden ze een sterke uniformisering en centralisatie van de macht. Tot op heden wordt Frankrijk soms “jacobijns” genoemd.]
De Jacobijnen in Toulouse zijn in feite Dominicanen, een orde die in 1215 in Toulouse is opgericht door Dominique de Guzmán (alias Sint-Dominicus), die de regel van Sint-Augustinus (!) volgen, en de onzalige idee hebben gehad zich in Parijs in de rue Saint-Jacques te vestigen, vandaar hun naam. [U begrijpt het al: de complexiteit van de namen van kloosterorden is gewaagd aan de syntaxonomische classificatie in de botanica.]
Ze zijn Predikheren, die in tegenstelling tot monikken slechts één gelofte afleggen (van armoede), en tot taak hebben de katholieke geloofsdoctrine scherp te stellen en de mensen te bestrijden die een ander geloof aanhangen (de heidenen) of die de regels van de kerk niet nauwkeurig volgen (de ketters), niet toevallig in een tijd dat er om geloofsredenen veelvuldig gemoord werd — er werd niet alleen scherp gesteld, ook scherp geslepen —, in de oorlog tegen de Albigenzen of Katharen (letterlijk: ketters), tot ze allemaal dood waren (1209-1229).
“Tuez-les tous. Dieu reconnaîtra les siens.”  (*)Dood ze allemaal. God zal wel weten wie zijn getrouwen zijn. De tweede zin is een Franse staande uitdrukking, en betekent zoveel als Maak vooral geen onderscheid. Allicht is ze historisch niet waar, maar wel waarachtig.
De Jacobijnen streden met woorden. Weliswaar. Maar in andere handen werden hun woorden zwaarden. Een fenomeen dat tot vandaag bestaat.

Ik wil dóór de beelden kijken, en door de architectuur. En hier zie ik doctrine, radicalisering, onverdraagzaamheid. Ik zie bloed.

 

P.S.: Hier is de cirkel rond. De jacobijnen (de revolutionairen) vergaderden in het klooster van de Dominicanen (of Jacobijnen) in de rue Saint-Jacques in Parijs… Zowel de Jacobijnen (de monikken) als de jacobijnen (de revolutionairen) streefden naar een zuivere doctrine, die geen afwijkingen duldde, en die desnoods met geweld moest worden opgedrongen. Ze lijken verdraaid op elkaar.

 

Lees hier: Frankrijk per trein — deel 4: een lus tussen Orléans enToulouse.

 

 

een logo in Antwerpen

Ik herinner me hoe ik, jaren geleden in Rijsel, onder de indruk was van het logo van een elektricien. Of was het een loodgieter? een schrijnwerker?
De man heette PIERRE CARRÉ, en het logo op zijn auto was iets met een cirkel.
Een doordenker (*)Pi  Erre  Carré, of πr² is het oppervlak van een cirkel. die me deed glimlachen.

Maar onlangs, aan de tramhalte in de Lange Leemstraat, moest ik schaterlachen toen ik op een wachtende auto een logo zag — en begreep.
Het logo ziet er zo uit.

Ik was verrast toen ik het zag.
Ik voelde me weer kind.

Toen zag ik de naam:  dries otten.
Ik moet hoorbaar gelachen hebben, want de bestuurder van de auto (Dries Otten zelf) keek naar mij. Ik stak mijn duim omhoog — dat deed hij ook — en wees in de richting van het logo. We deelden een lach.

Dries Otten is meubelontwerper, interieurarchitect en scenograaf, hier in de buurt.

Het logo is ontworpen door Emma Thyssen, illustratrice.

« Oudere berichten

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑