Jef Van Staeyen

Tag: verhalen en zo (Pagina 1 van 12)

Harlingen

De man op het podium had twee telefoons in de hand. Zo van die oude telefoons met een grote hoorn.
“Spreek ik met Harlingen? Spreek ik met Edam?” zei hij.
We hoorden geen antwoord. Het was muisstil in de donkere zaal.
Hij strekte zijn armen, en keerde de hoorns naar ons toe. “Luister” zei zijn gestalte.
Toen hoorden we, langzaam en zacht, en nauwelijks, de zee. Grijs gerucht. Een luie baar in de branding, dan stilte, en dan weer zo’n baar.
Ik werd wakker. Vanmorgen. Auto’s reden over kasseien.

valies

Het huis van vader en moeder hebben we leeggemaakt. Het wordt verkocht. De gekste, onverwachte dingen zaten erin, zoals dertien oude bouw- en verbouwplannen van 1907, 1914 en 1920 voor een pand in de Hochstetterstraat, nu Borzestraat, dat ons totaal onbekend is.  Meer verwacht was een oude, kartonnen valies, waarmee zelfs bonpa heeft gereisd. En wij nadien.
Enkele dagen geleden heb ik de oude plannen naar het Felixarchief gebracht. Ik heb ze in de kartonnen valies gestoken, en ben met tram 4 en 7 naar de Tavernierkaai gereden. Op tram 4 zat een Afghaan. Of althans iemand zoals ik me een Afghaan voorstel: een rijzige, slanke, atletische gestalte, een donkerblanke huid, zeer scherpe gelaatstrekken, donkere ogen onder zwarte, zeer zware wenkbrauwen, een kleine, ronde witte gebreide (of gehaakte?) muts boven kort haar, een zware camouflage-jas en (denk ik me te herinneren) zware schoenen. Toen ik aan de Nationale Bank van tram 4 afstapte om tram 7 te nemen, en hij de kartonnen valies met Turkse zelfklever zag (de Hagia Sophia staat erop) wenste hij me een goede reis. In het Nederlands. Zowel hij als ik heeft aan profilering gedaan: etnische profilering door mij voor hem, functionele door hem voor mij. De man is misschien even Afghaan als ik naar Istanboel vertrok.

Aan de balie van het Felixarchief heb ik mijn identiteitsgegevens op papier gezet. De belangstelling voor de oude plannen ontstond pas toen ik ze toonde. Behoudens eventuele intellectuele eigendomsrechten van derden (die er allicht niet meer zijn) worden ze het eigendom van het Felixarchief dat, zo staat vermeld, ook het recht heeft ze aan anderen door te geven of te vernietigen.

Na mijn bezoek aan het Archief ben ik in de mist met mijn oude valies langs de dokken en de Schelde gaan wandelen — het was zo’n ochtend waarop Antwerpen het geluk heeft dat er geen Linkeroever is. Met mijn pet, mijn zware jas en mijn oude valies dacht ik aan de beelden van Van Mieghem die aan die oude dokken langs het water staan. [Het zijn beelden van Carla Kamphuis – Meijer, naar figuren van Eugeen Van Mieghem.]

het jaar van de eeuw

(terug gevonden: mijn tweetalige wensen voor 1999)

m i m

voor één keer wil ik, aleer het nieuwe jaar
in te stappen, eens extra achterom kijken.
———   naar wat geweest is.

en jullie allemaal danken,
voor al die goeie herinneringen.
———   die ik onzorgvuldig bewaar.

en misschien ook «sorry» zeggen, voor de keren
dat ik onnodig gekwetst heb.
———   en dat allang vergeten ben.

er valt nog heel veel te beleven.
we maken het goed.

veel geluk in negen-en-negentig.
———   het jaar van de eeuw.

cette fois, avant de rentrer
dans la nouvelle année,
je veux avoir une pensée, et la dire
———   pour le temps qui nous échappe.

je vous dis tous «merci»
pour les beaux souvenirs.
———   qu’avec nonchalance je conserve.

et «pardon» pour les blessures inutiles.
———   que j’oublie si vite d’avoir faites.

beaucoup de bonheur nous attend
———   encore et encore.
beaucoup reste à construire,
à goûter, et à s’en réjouir.

bonne chance en nonante-neuf
———   l’année du siècle.

 

Berchemse niemendalletjes

De Groenenhoek — Gitschotellei, Te Boelaar, of Zurenberg zoals je op oude kaarten leest — heb ik onlangs verlaten, maar ik vertel nog graag twee kleine anekdotes. Dingetjes, niemendalletjes, die me een glimlach getoverd hebben. En niet alleen mij.

Voor de eerste anekdote moet je weten dat er voor trams bijzondere verkeers- en voorrangsregels gelden. Niet alleen hebben ze, als spoorvoertuigen, voorrang op al het andere verkeer, maar de regels bepalen ook waar en wanneer welke tram op welke tram voorrang heeft. De eenvoudigste regel — a priori althans — bepaalt dat een tram die een manoeuver uitvoert (een keerlus of een bocht) voorrang moet geven aan een tram die rechtdoor de straat blijft volgen. [A priori, zeg ik, want op het bochtige parcours van lijn 12 heeft die regel al tot misverstanden en aanrijdingen geleid.]
Nabij de halte en de oude stelplaats, nu museum, Groenenhoek, ligt er een keerlus Groenenhoek. In normale omstandigheden is dat de terminus van lijn 11, maar omdat er werken zijn aan de sporen op de Belgiëlei, komen ook de grotere tramstellen van lijn 6 op die keerlus terecht. De Lijn is zo vriendelijk de reizigers toe te laten de lus ook als op- en afstap-halte te gebruiken. Aan de Groenenhoek ligt de laatste halte dus voorbij de formele terminus Berchem Station.
Elke tram die de keerlus oprijdt, en elke tram die de keerlus verlaat, snijdt zowel de rijweg als het fietspad en voetpad. Daar heeft hij voorrang. Hij heeft geen voorrang ten overstaan van de trams die de keerlus niet gebruiken (lijnen 4 en 9), en die in concreto van de Gitschotellei naar Berchem station rijden.

De voorgaande uitleg is langer dan de anekdote, die maar enkele seconden heeft geduurd.
Die dag, een van mijn laatste Berchemse dagen, nam ik tram 6 naar Merksem. Hij had al twee minuten vertraging toen hij de keerlus bereikte, en zodra ik als enige passagier was opgestapt reed hij onmiddellijk weg. Naar het voetpad, het fietspad, de rijweg — waar hij voorrang had. Een jonge vrouw kwam moeizaam aangefietst. Ze keek vertwijfeld naar de tram, die haar de weg ging versperren. Heel even later kwam er, “achter haar”, maar onzichtbaar voor haar, ook een tram, een 4 of een 9, die voorrang had. “Mijn” 6 stopte dus, nog vóór het fietspad, wat de jonge vrouw als een attentie van de wattman begreep — zo’n grote tram die stopt voor mij. Een brede glimlach van blijdschap en dankbaarheid toverde zich op haar gezicht. Het was, ze was heel mooi om zien.
Nadien kwamen nog enkele andere reizigers naar de stilgehouden tram gerend. Ook zij mochten mee. Het vertrek heeft wat langer geduurd, maar iedereen was content.

 

Het tweede niemendalletje is korter.
Op de Gitschotellei werden werken uitgevoerd, een kabel in het trottoir. Een dozijn mannen met gele hesjes. Die dag waren de terrasjes net weer open gegaan, én was het zalig weer. Ik zat op de tram, die van het Eksterlaar kwam, het was omstreeks noen. Prachtig waren ze: al die vrolijke gele hesjes op een terrasje dat pas weer open was.

« Oudere berichten

© 2022 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑