Jef Van Staeyen

Tag: verhalen en zo (Pagina 1 van 10)

buren

Wanneer groet je buren? Welke buren groet je? En vooral, hoe groet je buren?
Ik heb veel buren in de straat waar ik sinds een jaartje woon. Sommige groet ik vaak, of altijd — de meest nabije nodigde ik bij me uit, kort nadat ik hier kwam —, anderen zelden, en nog anderen nooit. Sommigen probéérde ik wel te groeten, maar er kwam niks terug. En misschien hebben nog anderen me gegroet zonder dat ik het merkte, zonder dat ik erop reageerde. Een hufter ben ik.
In Rijsel, tot vorig jaar mijn stek, is het me gebeurd buren te groeten de dag dat ze verhuisden. Ik leerde ze kennen wanneer ze vertrokken. Wat trouwens met collega’s ook is gebeurd. Of mensen te groeten die ik honderd keren in dezelfde autobus had gezien, die aan dezelfde halte afstapten, op weg naar dezelfde straat. Toen ik groette keek men me aan, wat wil die van me?

Gisteren stapte ik op straat, een masker voor mijn mond — als ik het voor mijn neus draag is alles mist. Meteen zo’n masker op mijn mond is de beste manier om het niet te vergeten, en om het bij te schikken, voor mijn neus, wanneer dat plots nodig is. Al zeggen de onnavolgbare aanbevelingen dat je zo’n masker niet mag aanraken eens je het draagt. Probeer dat eens.
Een man en een vrouw stonden voor een huis aan de overkant waar ik voordien nooit iemand zag. De garage stond open, en ze karweiden, bladeren vegen en zo. De man keek me aan, en ik hem. Behoorlijk lang. Allicht heeft hij lichtjes met zijn hoofd geknikt. Allicht heb ik lichtjes met mijn hoofd geknikt. Dergelijke dingen weet je nauwelijks van jezelf. Ik ging verder, maar draaide me dan toch om. Nieuwsgierig, want wie was die man? Hij keek nog steeds naar me, dus stopte ik. Met die maskers herkennen we elkaar nauwelijks, zei hij, achter zijn masker. Ja, en zelfs als we elkaar herkennen, herkennen we elkaar niet, moet ik geantwoord hebben. Met de glimlach, misschien zelfs een beweging met de hand, voor ik weer verder trok.
Kent hij me echt? Ik denk het niet. Met wie uit deze straat heeft hij me verward? Maar toch: voortaan ken ik hem, kennen we elkaar, mag ik denken, want we hebben gegroet. En gesproken. Als ik hem nog eens zie, mag ik hem nog eens groeten. Op voorwaarde dat ik hem herken. Wat moeilijk kan zijn als hij, met of zonder masker, elders dan aan zijn garagepoort staat.

 

extraatje: wijn

Dat is een heel goede wijn, zei de caissière in de supermarkt.
Ik denk dat ik de volgende keer eerst naar u kom, voor advies, antwoordde ik.
Ja, maar ik ken er maar één, en dat is deze, en hij is goed, zei ze me toch.
Ach mevrouw, u kan beter één goede wijn kennen, dan vijf slechte.

bubbel van vier

Jarenlang had hij in vroege namiddagen supermarkten bezocht, met oog voor vrouwen van veertig die een uur met een bijna lege caddie® doen, een paar nylons en een pakje calorie-arme koekjes, en zij had even vaak de doe-het-zelfzaken afgeschuimd, spijkers, schroeven, workmates, maar het was in een mercerie dat ze elkaar ontmoetten. (een kort verhaal)

rue Royale

“Pardon, messieurs”, zei het meisje, de jonge vrouw, “savez-vous s’il y a d’autres maisons comme celle d’en face dans cette rue ?” We stonden, twee heren van middelbare leeftijd, op de bus te wachten, die ochtend in de rue Royale…

In de Rijselse rue Royale zag ik wat een ander niet zag.

verantwoording

Dit verhaal heeft een wat complexe ontstaansgeschiedenis.
Reeds in 2014 schreef ik een korte Franse tekst met als titel “le piéton est le roi de la ville” en als bestandsnaam “vive le piéton”, waarin ik na een korte overpeinzing over de plaats van de voetganger in de stad, zowel belaagd als geprivilegieerd, enkele anekdotes verzamelde.
Van toen dateert mijn idee ooit een tekst over de rue Royale te schrijven. Meerdere oudere teksten die je op deze website vindt zijn overigens geheel of gedeeltelijk tijdens het stappen op de rue Royale ontstaan. De tekst zou er komen nadat ik Rijsel verlaten had, want ook toen ontstond het voornemen om na, of misschien zelfs vóór mijn pensioen, weer naar Antwerpen te trekken. [Toegegeven, ook Gent gaf ik een kleine kans.]

De korte tekst van 2014 is in de kast blijven liggen, of veeleer vergeten in mijn computerbestand. In november 2019, kort na mijn  verhuis naar Antwerpen, schreef ik een eerste Nederlandse tekst rue Royale. Het resultaat stelde me teleur: er zat te weinig vlees aan de beentjes. Een jaar later, in oktober 2020 probeerde ik het opnieuw, met méér vlees. Toen publiceerde ik de tekst.
Tot ik in februari 2021 bij het opruimen van de bestanden op het tekstje van 2014 stootte, en een rist anekdotes vond, tragiques et cocasses, die ik toch vergeten was: de jongeman met de bloemen, de scène de ménage, etc. Reden genoeg om mijn tekst nog wat aan te dikken. Geen vet, maar vlees.
Wie weet komt er later nóg wat bij, denk ik dan.

Vóór de anekdotes stond deze tekst, die een echo in de vergeten voetganger vindt:

Le piéton est le roi de la ville.
Certes, il est méconnu — méprisé faut-il dire! — par les urbanistes, les architectes, les ingénieurs, les décideurs politiques, les policiers et les entreprises du bâtiment et des travaux publics. Pour les cafetiers et les restaurateurs, il est un fléau quand il passe, mais une aubaine quand il s’assoit. Il est voué aux gémonies par les automobilistes et les cyclistes, dont il empêche la circulation et contraint le stationnement. Pire, il lui arrive de vouloir monter dans un bus ou un tram, ce qui perturbe la régularité de leurs horaires et nuit à la tranquillité des chauffeurs.
Mais: c’est lui qui voit et vit la ville. Il lui arrive même — rare privilège — de pouvoir s’arrêter où et quand il veut. De regarder, et de s’étonner. Il lui arrive de rencontrer une vieille connaissance ou un proche ami, de le reconnaître, de le héler, et de prendre le temps pour causer.

méér over de rue Royale

Ik vul de tekst hier nog even aan:

  • Tussen de winkels, die er nauwelijks zijn in de rue Royale, waren er wel twee uitstekende bakkers, de een met zuurdesembrood, dat ik veel later ontdekte dan goed voor me was, de ander met fougasses (olijfolie, olijven, uien… in je brood). De een is op pensioen gegaan, te vroeg voor mij als klant, de ander heeft zijn zaak toen ze goed draaide verkocht. Nu zijn er minder klanten voor minder lekker brood.
  • Over de kerk Saint-André in de rue Royale, en over twee tableaus van Otto Venius, lees je hier: het raadsel van Veen.
  • In de reeks Lille in foto’s zit ook een beetje rue Royale.
  • Analyse architecturale d’un abri voor voyageurs de bus geeft je, in het Frans, een beschrijving en commentaar van een bushalte-met-hok in de rue Royale.

 

« Oudere berichten

© 2021 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑