Jef Van Staeyen

Tag: la France d’Aujourd’hui (Pagina 1 van 11)

Frankrijk per trein — deel 4: langs Orléans en Toulouse ❧

De voorbije lente heb ik voor een vierde maal een treinreis door Frankrijk gemaakt. Per TER, Train Express Régional, van stad naar stad. Zowel de trajecten zelf als de steden, en een beetje het toeval, hebben mijn reisplan bepaald. Maar, alhoewel ik eerst dacht aan een reis van oost naar west, met Clermont-Ferrand en Limoges, wat in dat land, per trein of per auto, nooit makkelijk is, ben ik uiteindelijk bij een lange lus langs Orléans en Toulouse beland — mét Clermont en Limoges. Een lus die ik, met enige overdrijving, ook een “méridienne” noem. Fransen houden van zo’n woorden, en je bent Fransman of je bent het niet.

Het station Paris Bercy Bourgogne Pays d’Auvergne, waar mijn trein naar Moulins vertrok.

“navettes”, of schietspoelen

A priori kies ik steden die ik nooit heb bezocht (Clermont-Ferrand, Limoges…), of waaraan mijn herinneringen zijn vervaagd (Orléans, Cahors…). Ik heb een zwak voor miskende steden, die door de grote toeristenstromen worden vergeten (Moulins, Montluçon, Agen). Ik zette er Toulouse bij, dat ik toch meende te kennen — nee, dus — en Périgueux, een toeristische hot-spot dacht ik — verrassend kalm voor een Pinksterweekend.

Ik hou van kleine, lokale spoorlijnen, zoals van Clermont-Ferrand naar Limoges, via Montluçon, of van Limoges naar Périgueux, en dan Agen. Lijnen waar er drie treinen zijn per dag. Drie navettes, maar dan echt, zo sterk lijken ze op de schietspoelen van een weefgetouw. [Een navette is een schietspoel.] Ook op grotere lijnen, met Intercités of zelfs TGV, neem ik het liefst een TER. En ik vermijd de grote spoorweg-knooppunten (zoals Bordeaux) waarvoor je straalsgewijs omwegen maakt.
Het negatief van mijn reis zijn dan de talrijke steden waar ik eerder al was, omdat ik in de omgeving woonde (Niort), dan wel omdat ik ze bezocht als toerist of voor mijn werk. Dat zijn er nogal wat. Het vertaalt ook, het kan niet anders, de aan- of afwezigheid van een ietswat geknoopt spoorwegnet.

eiken en kastanjelaars

Geen enkele van de spoorlijnen is spectaculair. Maar de meeste zijn heel mooi. En bevreemdend. In de Limousin en de Périgord lijkt de treinreis op een wandeling, aan hoge snelheid weliswaar, in een eindeloos bos van eiken en kastanjelaars, slechts onderbroken door een zeldzaam huis of dorp, en door de bultige weien waarop Limousin koeien en hun kalveren vreedzaam grazen. [Een ander leven dan in de stallen hier.]
God had allicht aarde teveel toen hij de Limousin geschapen heeft. Daarom heeft hij heuvels, plooien en krullen gemodelleerd, waartussen de spoorlijn bochtig haar weg zoekt. Het (niet-geëlektrificeerd) enkelspoor volgt het reliëf, en dus slingert het heen en weer. Bochten naar links en bochten naar rechts volgen elkaar op. De spoorstaven zijn kort, de wielen slaan voortdurend tegen de voegen. De bomen en struiken geselen de trein — of juister: de trein geselt hun takken. Ik vraag me af hoe een machinist zich voelt in die groene omgeving, terwijl hij nauwelijks ziet waarheen hij rijdt. En of er in die bossen geen groen-blindheid ontstaat, verwant aan wat skiërs in het wit in de bergen ervaren.

Toch was het langs twee grotere spoorlijnen, van Agen naar Toulouse, en van Toulouse naar Limoges — tussen Montauban en Toulouse is dat hetzelfde traject — dat er het meest te zien is. Het uitzicht is er vaak ruimer, over grote valleien. Tunnels en viaducten volgen elkaar op. Men ziet de Lot, de Tarn, de Garonne (een beetje), en vooral, van Agen tot Toulouse, haar kanaal — le Canal latéral à la Garonne — soms heel kortbij. Boten en treinen volgen hetzelfde traject, wat niet echt mag verrassen. En wie goed oplet, ziet ook enkele kanaalbruggen, zoals in Moissac over de Tarn.

Voor een beeld-reportage in 50 pagina’s, klik hier of op de foto of kaart.

 

 

Lees ook, bij het bezoek aan de kerk en het klooster van de Jacobijnen in Toulouse: ik wil dóór de beelden kijken.

En lees hier over de vorige reizen:

les poulets sont sur la paille

Jaren voor ik deze website startte, schreef en verstuurde ik vanuit Frankrijk korte teksten over “La France d’aujourd’hui”. Naarmate ik er langer woonde en het land beter kende, werd me dat blijkbaar moeilijker — of kwamen er zwaarmoediger teksten, zoals het paradoxaal genoemde “verlangen naar Gent”. [Daarin zette ik me af tegen Michiel Hendryckx’ kijk op het land, zoals hij die in een fototentoonstelling in 2017 in Gent toonde, waar de titel het verlangen naar Frankrijk was.] Nu ik Frankrijk vijf jaar verlaten heb, en het land minder goed ken, wordt het schrijven me misschien weer makkelijker…

Jaren voor ik in 1983 naar Frankrijk trok, was ik al lezer van het satirische weekblad Le Canard Enchaîné. De liefde is wat bekoeld — ik vraag niet meer aan de krantenverkoper een exemplaar opzij te leggen wanneer ik naar een Canard-loos land op vakantie ga — maar toch zoek ik elke woens- of eventueel donderdag mijn papieren Canard. Ben ik ouder geworden, of Le Canard, of beiden? Vaker dan vroeger moet ik mijn wenkbrauwen fronsen wanneer ik hem lees.

Le Canard Enchaîné houdt van woordspelingen. Die zijn niet altijd even geslaagd, maar de krant van 11 september bevat een mooie, die ik graag duid: Après les Jeux, les poulets se retrouvent sur la paille.

Voor de Olympische Spelen heeft Frankrijk zich van zijn beste kant laten zien, en niet op kosten gekeken. Daar hoorde veel politie bij (police én gendarmerie), met naar schatting honderden miljoenen uitzonderlijke kosten voor speciale premies, voor overnachtingen, huurauto’s, etc. Die kosten zijn (nog) niet in de begrotingen ingeschreven, en leiden er voorlopig toe dat de politie en de rijkswacht op zwart zaad zitten. De uitbetaling van de premies laat op zich wachten, de brandnieuwe huurauto’s die de olympische bezoekers mochten bewonderen zijn weer weg en de aankoop van nieuwe auto’s (en andere dingen) om de oude en versleten voertuigen (en andere dingen) te vervangen wordt op de lange baan geschoven. Les poulets se retrouvent sur la paille.

Les poulets zijn de politie-agenten. Ze danken hun naam aan het feit dat politie-agenten vaak met gekooide auto’s worden vervoerd — ze zitten als kippen achter traliewerk — én aan de alliteratie police-poulet.
Een vergelijkbaar fenomeen heb je met een ander woord voor politie: les pandores. Als de deur van de politie-auto (la boîte de pandores) opengaat, kan je maar beter uitkijken. Uit de doos van Padora komen alle rampen die de mensheid teisteren. En ook pandores heeft een weliswaar kleinere alliteratie met police.

Être sur la paille, of se retrouver, coucher, mettre sur la paille …  is op het stro slapen (of iemand ertoe dwingen). Bittere armoe dus.

En uiteraard… zitten kippen op het stro.

met de trein van stad tot stad in Zuid-Oost-Frankrijk

 

 

Net als in 2019 — de Lille à Vierzon, ou presque — en in 2022 — de Vierzon à Vesoul, et même plus — ondernam ik in juni 2024 een (korte) Franse treinreis van stad tot stad. Ditmaal in de omgeving van Lyon: Mâcon, Bourg-en-Bresse, Aix-les-Bains, Chambéry, Grenoble, Valence, Vienne.

Een aantal foto’s zie je hier.

Een verslag over Vienne vind je hier: Vienne als Assepoester.

En een uitgebreid verslag — in het Frans — staat hier: La France en TER [3] de Lyon à Lyon, sans Lyon, ou presque.

« Oudere berichten

© 2025 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑