Jef Van Staeyen

Tag: wetenschap en techniek (Pagina 1 van 7)

stedenbouwkundig rampgebied

Gisteren ging ik (voor het eerst) naar de seniorenacademie van de Universiteit Antwerpen: de Spectrum lezingen op de Groenenborger campus. Aangekondigd onderwerp was: “Moeten we CO2 opnieuw opslaan in de aarde?”, wat in de praktijk neerkwam op “Kunnen we CO2 opslaan in de aarde?”, hoe doen we dat en welke problemen stellen zich. Er waren drie sprekers, maar vooral toch een geoloog, die meteen zei dat de Belgische ondergrond zich daartoe niet leent, en dat internationaal naar stockage onder de zee wordt gezocht om protest van omwonenden te voorkomen — het project Barendrecht in Nederland —, maar toen de derde spreker een sociologisch experiment omtrent aanvaarding wilde uitvoeren aan de hand van een QR-code, liep het mis. De technologie wilde niet mee.
Hoe ook, het was een boeiende middag. Maar ik schrijf over twee andere dingen.

1. De Groenenborger campus is een stedenbouwkundig rampgebied. Zowel buiten de campus (het openbaar domein en de relatie tot andere sites en gebouwen) als op de campus zelf loopt het fout. Ik kan me niet voorstellen dat iemand daar even komt wandelen of zelfs maar tussen twee les- of werkuren blijft rondhangen. Ook mensen uit de ziekenhuizen zullen in de omgeving geen troost of blijdschap vinden.
Niet alleen in België maar ook in het buitenland (Frankrijk, Italië, Portugal, de VS, Canada…) wordt stedenbouwkundig falen vaak gelinkt aan de tegenstrijdige belangen van private actoren en aan het onvermogen van de overheid de onderlinge conflicten te beheren en de openbare waarden (waaronder milieu) te vrijwaren. De Groenenborger-wijk toont hoe die verklaring tekort schiet. Heel het gebied werd immers gecreëerd en wordt beheerd door vier machtige openbare besturen: (1) de stad Antwerpen voor het openbaar domein en het Middelheimpark, (2) het OCMW Antwerpen, nu ZAS, voor het Middelheimziekenhuis en het Kinderziekenhuis, (3) de Universiteit Antwerpen (vroeger RUCA) voor een rist universiteitsgebouwen van twee campussen (er is ook de Middelheim campus rond de vroegere koloniale hogeschool), en (4) het Vlaamse gewest (nee: toen nog België) voor de Craeybeckxtunnel (autoweg E19) die onder de site loopt, voor de ruimtelijke planning van het geheel (samen met de stad), en via de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn voor het openbaar vervoer (bussen 21 en 33).
Wie, zoals ik, met bus 21 komt, behelpt zich met halte Groenenborgerlaan in een onduidelijke straat die Vuurkruisenplein heet, steekt de rotonde over en vindt een discrete ingang tot de campus. Hij zoekt zich een weg tussen de geparkeerde auto’s (er staan kleine wegwijzers, dat wel) en betreedt het gebouw T (parel van de jaren 70, allicht) via een trap.

2. De Universiteit Antwerpen verspreidt een campusplan met mobiliteitsinfo. Logisch, in feite, als je géén reden hebt om langer dan nodig op de campus te blijven, zijn al die fietsen en auto’s het enige wat telt. Op dat plan staan allerlei al dan niet toegankelijke of besloten (personeel, studenten) parkeerfaciliteiten voor fietsen of auto’s aangeduid, en laadpunten, lockers, herstelzuilen en -punten, en deelfietsen en -auto’s.
Edoch: de belangrijkste vorm van deelmobiliteit, het openbaar vervoer (die halte van lijnen 21 en 33), staat op het plan niet eens vermeld. [Ga daarvoor naar Google Maps.] Evenmin als de toegang (toegangen?) voor voetgangers en hun trajecten (die er nauwelijks zijn in wat allicht een shared space moet zijn).

Blijkbaar heeft wat men in de leszalen leert en in de laboratoria onderzoekt over duurzame stedenbouw en mobiliteit nog wat tijd nodig om buiten de lokalen in praktijk te worden gebracht.

 

 

P.S.: Volgens wikipedia werd een van de universiteitsgebouwen (het gebouw V voor scheikunde en bio-ingenieurswetenschappen) per ongeluk op grond van het Middelheimpark gebouwd (geen bronvermelding).

niet alleen de maan en de zon, maar ook de aarde creëert de getijden

Wat ik onlangs over getijden las, heeft me verrast.

Veel, of bijna alles, van wat hieronder staat heb ik op het internet en met name op wikipedia-pagina’s gevonden. Daarvoor bezocht ik meerdere pagina’s in meerdere talen (Nederlands, Frans, Engels), die overigens niet altijd even correct naar elkaar verwijzen. De A.I. die je bij het googlen ongevraagd krijgt heb ik niet gebruikt. Daar staan teveel nonsens zonder bronvermelding in. Met wat verder googlen vind je vaak letterlijk dezelfde tekst, maar begrijp je dat die toch iets anders zegt.

 

De maan en, in mindere mate, de zon creëren getijden op zee. We hebben het allemaal geleerd, gelezen, gehoord en zelf doorverteld. Het behoort, althans in landen met een kust en getijden, tot de wijdst verspreide en gedeelde wetenschappelijke kennis, meer dan de standen van de maan, het lengen van de dagen, de grote en de kleine beer, de renteberekening of de inflatie. Tweemaal daags ongeveer — is het iets meer of iets minder? weet je dat nog? — is het hoogtij, onterecht soms vloed genoemd, en tweemaal laag. [Vloed en eb zijn de bewegingen die tot hoogtij en laagtij leiden. En een getijdencyclus duurt bijna 25 uur. Het is dus iets minder dan tweemaal daags.]
In functie van de vorm van de kusten en de zee zijn sommige getijden zeer sterk en andere zwak, ook dat begrijpen we wel: de ingesloten Middellandse zee heeft nauwelijks getijden, en in Normandië bij de Mont-Saint-Michel zijn ze extreem sterk. Dat er plekken zijn met slechts één hoog- en één laagwater per dag is al moeilijker te vatten. Dat vloed sneller gaat dan eb, en water soms naar boven stroomt beseffen we niet. En evenmin dat ook de aardkorst getijden kent — tweemaal daags gaat ze enkele decimeters omhoog en dan weer omlaag.

voorspelbaar

Reeds in het jaar 77 van onze jaartelling beschreef de Romeinse militair, letterkundige en wetenschapper Plinius de Oudere hoe de maan en de zon de getijden bepalen. De “hoe” mag je niet letterlijk nemen. Plinius zag de interactie, maar kon ze niet verklaren. Dat kon pas Isaac Newton in 1687, met de zwaartekracht. Zijn theorie werd vervolgens door Bernoulli, Laplace, Fourier en anderen verder uitgewerkt. Terloops mag vermeld dat het niet zozeer de verticale aantrekkingskracht van de maan is — die is daarvoor te klein — maar de horizontale die de watermassa’s verplaatst.

Wie meer over getijden wil weten verdrinkt in formules. Met uitzondering van de weersomstandigheden (windsnelheid en -richting, luchtdruk) zijn waterstanden perfect voorspelbaar, maar je moet wel een honderdtal plaatsgebonden parameters in je formules verwerken.

De getijdenmolen van Rupelmonde (hier aan de Scheldekant gezien) dateert uit de 16de eeuw.

Samen met aardbevingen, vulkanische activiteit en aardwarmte zijn getijden één van de weinige fenomenen op aarde die niet hun oorsprong vinden in de straling van de zon. Denkend aan de wet van behoud van energie, vraag je je dan af — vraag ik me dan af — of de werking van de getijden, de verplaatsing van die enorme watermassa’s en de wrijving die daarmee gepaard gaat niet moeten leiden, op extreem lange termijn, tot het vallen van de maan. Begrijp: de maan trekt de watermassa’s vooruit, daar zit wrijving in, vertraging, een krachtenkoppel dat de maan afremt, die haar evenwicht tussen middelpuntvliedende en aantrekkingskracht verliest, en uiteindelijk op de aarde valt.

Dat was ook mijn ironisch bedoelde opmerking in mijn recente tekst over warmtepompen, gas en elektriciteit. Wind en zon zijn niet voorspelbaar. Getijden wel. Permanent is hun actie niet, maar wel berekenbaar. Al sinds eeuwen wordt getijde-energie gebruikt, zij het marginaal, zoals in getijdenmolens, maar tegenwoordig wordt ook onderzocht en geëxperimenteerd hoe de kracht van getijden op veel grotere schaal als bedrijfszekere hernieuwbare energie kan worden gebruikt, en wat de invloed op het mariene leven dan is. Maar, gaat de maan dan “sneller” vallen, zoals ik dacht?

we verliezen de maan

Ik zocht het op, en viel van de ene verbazing in de andere. Het is het omgekeerde dat gebeurt. Niet de maan trekt de getijden de aarde rond, maar de getijden trekken de maan! De aantrekkingskracht van de maan veroorzaakt wel degelijk de getijden, maar het draaien van de aarde neemt die watermassa’s met zich mee. Vooral dicht bij de evenaar is de kracht waarmee de watermassa’s oostwaarts worden vervoerd, groter dan de kracht waarmee ze, onder invloed van de maan, naar het westen worden getrokken. [Oostwaarts is een wat ongemakkelijke term, hij bedoelt dat de aarde, mét het water, naar het oosten draait. Tegen de klok in, vanuit de noordpool gezien.]
Met andere woorden: de watermassa’s van de getijden lopen niet achter maar vóór op de stand van de maan, die in 27,3 dagen in dezelfde oostwaartse richting rond de aarde draait (de siderische maand, niet te verwarren met de synodische maand van 29,5 dagen tussen twee identieke schijngestalten). [Omdat de maan veel trager oostwaarts rond de aarde draait dan de aarde om haar as, reist ze voor een observator die op de aarde staat naar het westen.]
Er ontstaat een krachtenkoppel dat de maan versnelt tot een baan die verder van de aarde komt te staan. Een fenomeen dat op wikipedia — onjuist — seculiere versnelling wordt genoemd, wat in feite seculair zou moeten zijn, waarbij seculair naar eeuwen en de lange tijd verwijst.

Wat zijn de consequenties? Er zijn er (minstens) twee.

  • De afstand van de maan tot de aarde groeit met 38 millimeter per jaar, of 3,80 meter per eeuw. [Die afstand bedraagt momenteel gemiddeld 384.000 kilometer.] De Kepleriaanse paradox is dat dit zich vertaalt in een vertraging in booggraden: ongeveer 26 boogseconden per vierkante eeuw. Ben je nog mee?
  • De rotatie van de aarde (om haar as, niet om de zon) wordt afgeremd. Ze is in het verleden om dezelfde reden al sterk vertraagd. Zowat 3,5 miljard jaar geleden duurde een etmaal ongeveer 8u40. Er waren toen meer dan duizend dagen in een jaar. Dat fenomeen heeft men, voor een “kortere” periode van 700 miljoen jaar, ook in fossiele koralen kunnen vaststellen. Momenteel neemt de duur van een etmaal toe met gemiddeld 2,4 milliseconden per eeuw. Voor de wiskundigen: de vertraging bedraagt “ongeveer 88 seconden per vierkante eeuw.”

[Ook de maankorst vertoonde getijden, veel groter dan op de aarde. Die hebben ertoe geleid dat de maan steeds langzamer om haar as ging draaien, om uiteindelijk tot stilstand te komen. Exacter: Ze draait nu even “snel” om haar as als om de aarde, waardoor ze steeds dezelfde zijde toont.]

De “dag” dat de aarde niet meer om haar as draait, en de maan niet meer om de aarde, zal echter niet bestaan. Véél eerder (nu ja, over 1 miljard jaren) wordt de zon zo heet dat de oceanen verdampen en (over 4 miljard jaren) dat ze de aarde en de maan verslindt.

0,002%

Tenslotte, met de wet van behoud van energie vond ik nog dit.
Door de getijden wordt energie overgedragen van de aarde naar de maan. Toch blijft het leeuwendeel van het vermogen op de aarde, onder de vorm van wrijvingswarmte: 3,64 terawatt op een totaal van 3,78 terawatt.
Dat is 0,002% van de energie-balans van het systeem aarde.  [Systeem aarde = atmosfeer + hydrosfeer + lithosfeer + biosfeer; dus zonder de kern]

Ter vergelijking:

  • energie door mensen “opgewekt”, van fossiele en nucleaire oosprong = 0,009%
  • geothermie = 0,025% (historische warmte van het ontstaan van de aarde, en nucleaire reacties in de kern; slechts een miniem deel wordt door mensen gebruikt);
  • zon = 99,97%, hetzij 173.000 terawatt.

Naargelang de bron worden lichtjes andere cijfers gegeven.

Tot slot het antwoord op mijn vraag: wat “gebeurt er” als we waanzinnig veel energie uit de getijden halen?
Ik begrijp dat we dan de wrijving verhogen, en daarmee de hoek (α op de tekening) tussen het hoogwater en de stand van de maan. Het krachtenkoppel vergroot, wat ervoor zorgt dat de afstand tussen de maan en de aarde “sneller” groeit, en dat de omwenteling van de aarde om haar as verder vertraagt. Dagen, in feite etmalen worden langer, maar dat merken we niet. En het zal nog heel lang duren eer een jaar een dag minder telt.

 

Lees als aanvulling ook hier: zin en onzin omtrent een korte 5 augustus.

 

Extra: een totaal andere verrassing omtrent getijden lees je hier: hoe het water van de Schelde soms van Antwerpen naar Vlissingen naar boven stroomt.

Post scriptum: Ik heb de tekst van de Nederlandstalige wiki-pagina gecorrigeerd (waarmee ik A.I. in verwarring heb gebracht): “seculair” in plaats van “seculier”, conform de definities die Van Dale geeft. Aan de titel kan ik echter niet raken. De Franse tekst vermeldt “séculaire” en de Engelse “tidal”.
Etymologisch verwijst zowel “seculier” als “seculair” naar eeuwen. Dat is paradoxaal, want “seculair” is “op lange termijn” (slechts na één of meerdere eeuwen waarneembaar) en “seculier” (niet-religieus) is “in deze eeuw” en dus in de wereld van vandaag (in tegenstelling tot religie, die geacht wordt buiten de wereld te staan en niet-tijdsgebonden te zijn).

minder gas, of méér ?

De Vlaamse regering wil het elektriciteitsverbruik bevorderen. Preciezer: ze wil het gasverbruik ontmoedigen, en de overschakeling op elektriciteit promoten. De verbranding van gas produceert broeikasgassen en is afhankelijk van buitenlandse gas-toevoer, en het verbruik van elektriciteit is… nu ja, wat is het?
Voor de verwarming van gebouwen rekent ze op warmtepompen, die de warmte uit de lucht of de bodem halen, en dergelijke dingen zijn vaak elektrisch.

De promotie van warmtepompen, die een rendement van 400 % kunnen halen (4 kWh warmte voor 1 kWh elektriciteit) wordt momenteel geremd door het prijsverschil tussen gas en elektriciteit. Voor individuele verbruikers kost 1 kWh elektriciteit ongeveer evenveel als 4 kWh gas.
[Terloops: het rendement van een gasketel varieert, naargelang de ketel, van 90 tot 110 %. Je krijgt dus van 0,9 tot 1,1 kWh warmte voor 1 kWh gas — waarvoor je met de geldende gaskwaliteit en -druk 88 liter gas nodig hebt.]

Om de gewenste overschakeling naar elektriciteit te bevorderen wil de Vlaamse regering elektriciteit goedkoper en gas duurder maken. [Waarmee ze, terloops gezegd, ook het autoverkeer goedkoper maakt.] Ze wil kosten die aan het elektriciteitsverbruik verbonden zijn, op het gasverbruik verhalen. En die kosten gaan omhoog.

Maar hoe zit het met de cijfers?

1.
De energie-mix van elektriciteit in Vlaanderen fluctueert van jaar tot jaar. Een hoge raming geeft 30 % hernieuwbare energie (zonnepanelen en windmolens), 40 % kernergie en 30 % gas. Maar er zijn ook jaren dat het aandeel gas tot 40 % stijgt.

2.
Elektriciteit uit warmte is niet erg efficiënt. Van kerncentrales en zgn. thermische (*)Het begrip “thermische centrales” is misleidend. want ook kerncentrales zijn thermisch. centrales (steenkolen, olie of gas) wordt 33 tot 37 % omgezet in elektriciteit. De rest (63 tot 67 %) wordt in de omgeving geloosd (in de lucht via koeltorens, en in rivier- of zeewater). Dat is ook de reden waarom in energiestudies een factor 2,5 wordt gebruikt om het primair energieverbruik te kennen voor elektriciteit. Factor 2,5 stemt overeen met een rendement in de elektrische centrale van 40 %.

[Terloops: Het energetisch rendement van zonnepanelen bedraagt 15 tot 22 %. De rest wordt omgezet in warmte. De zon is gratis, dus weegt dat lage rendement niet zwaar door. Dat zou het wel doen, mochten er in de steden massaal zonne-panelen worden geplaats, die het stedelijk hitte-eiland-effect met 1 tot 1,5°C kunnen versterken. Massaal veel zonnepanelen installeren voor massaal veel koelinstallaties (zgn. airco (*)De term “airco” is vaak onterecht. De conditionering van lucht veronderstelt immers dat niet alleen de temperatuur en de vochtigheid maar een resem kwaliteitsparameters wordt opgevolgd.) is het laatste dat we nodig hebben. Het wordt er alleen maar heter van. Bij extreem warm weer zou het allicht beter zijn de zonnepanelen met witte zeilen af te dekken.]
[Terloops bij terloops: lichtere kleuren voor gevels, lichtere kleuren voor bestrating en — vooral — lichtere kleuren voor daken kunnen, samen met water en groen — en buiten-zonnewering — een belangrijke bijdrage leveren aan de bestrijding van het stedelijk hitte-eiland-effect. Hou de warmte tegen vóór ze binnenkomt.]

3.
Als er in elektriciteit 30 % gas zit, en het rendement van de zgn. thermische centrale is 40 %, heb je voor 1 kWh elektriciteit 66 liter gas nodig. Als het aandeel gas in je elektriciteit tot 40 % of meer stijgt, heb je zelfs 88 liter of meer nodig. Je bespaart dus nauwelijks gas als je het door elektriciteit vervangt. In sommige gevallen verhoog je zelfs het verbruik.

Vergelijking van benodigde primaire energie als men gas door elektriciteit vervangt.
1 – 1 kWh gas (= 88 liter gas)
2 – standaard energiemix voor 1 kWh elektriciteit  (30 – 40 – 30)
3 – weergave met primaire energie (= 66 liter gas, + nucleair + hernieuwbaar)
4 en 5 – idem, maar met 40 % gas in de energiemix (= 88 liter gas, + nucleair + hernieuwbaar).
In de elektriciteit zit per kWh finale energie (bijna) evenveel gas als het gas dat je rechtstreeks gebruikt.

4.
De kans is klein dat het aandeel gas in de elektriciteitsproductie op korte of middellange termijn afneemt. Daar zijn meerdere redenen voor, die te maken hebben met de eigenschappen van de diverse energiebronnen: hernieuwbaar, nucleair en gas.

5.
Het grote voordeel van gas is dat het stockeerbaar is. Met veel vernuft en vooral hoge kosten kan weliswaar ook elektriciteit opgeslagen worden, een voorraad voor enkele uren, maar dat is niet vergelijkbaar met de capaciteit om gas op te slaan. Op Europees niveau bestaat een gasvoorraad die 30 % van het wintergebruik dekt, en vóór elke winter opnieuw wordt aangevuld.
Het grote nadeel van gas is de afhankelijkheid van de geopolitieke situatie — wat we met de Russische invasie in Oekraïne goed hebben gemerkt. De prijzen schieten de hoogte in, wat minder de vertaling is van een accuut gebrek aan gas, dan van een verwacht toekomstig tekort. Er wordt gespeculeerd op de evolutie van vraag en aanbod, of, zo men wil, er worden commerciële voorzorgsmaatregelen genomen — het verschil tussen beide is niet altijd scherp.
[Ook voor kernenergie en hernieuwbare energie geldt geopolitieke afhankelijkheid — voor splijtstof en zeldzame materialen — maar die werkt niet zo snel door.]

6.
Het grote nadeel van wind- en zonne-energie is de extreme weersafhankelijkheid, wat, samen met de niet-stockeerbaarheid van de geproduceerde elektriciteit, kan leiden tot grote overschotten of tekorten. Alleen de duisternis is voorspelbaar, maar het weer is dat niet, en vooral: er valt niets aan te doen. [Hernieuwbare energie uit getijden en zeestromen kan daar in de marge wat aan verhelpen, en de maan zal zo snel nog niet op de aarde vallen omdat we de getijden afremmen. Integendeel (*)Dit is een weetje dat niet terzake doet, maar me wel verrast: de getijden hebben tot gevolg dat de afstand tot de maan zeer langzaam groter wordt en dat de dagen (de etmalen) langer worden. Aanvankelijk waren er meer dan duizend etmalen in een jaar. In een recenter artikel heb ik dat verder uitgewerkt..]

7.
Kernenergie is stugger, ze kan niet snel worden op- of neergeschaald wanneer een tekort of overschot aan hernieuwbare energie dit vereist, of in functie van het verbruik. Ze is ook, zij het in veel mindere mate dan hernieuwbare energie, weersafhankelijk. De situaties waarbij het koelwater te koud is en het koelcircuit bevriest worden zeer zeldzaam [er wordt vaak verwezen naar een incident in een kernreactor van Chinon aan de Loire, in 1987], maar situaties waarbij het koelwater (in de rivier) te warm of te karig is, zijn wel frequent. Onlangs, eind juni [2025] moest de kerncentrale van Golfech op de Garonne, nabij Toulouse, worden stilgelegd [reactor 2 lag al stil voor onderhoud, en reactor 1 moest worden gestopt], en situaties waarbij de productie van kernreactoren in Frankrijk, Zwitserland, Duitsland of Zweden moet worden afgeschaald bij gebrek aan koelwater zijn frequent. Omdat de elektriciteitsnetwerken aan elkaar gekoppeld zijn, beïnvloedt dat ook de beschikbaarheid van nucleaire elektriciteit in België: prijsmechanismen zorgen ervoor dat er meer nucleaire elektriciteit wordt uitgevoerd of minder wordt ingevoerd. En dat de vraag naar andere elektriciteit (gas?) stijgt.

8.
De kenmerken van de hernieuwbare (wind en zon) en nucleaire elektriciteitsproductie maken dat er blijvend beroep wordt gedaan op gasgestookte elektriciteitscentrales om de verschillen tussen vraag en aanbod op te vangen. Zowel het aanbod als de vraag is slecht beheersbaar.
Een nadeel van de gasgestookte centrales is de hoge prijs van de geleverde elektriciteit. Er wordt immers verwacht dat de centrales slechts deeltijds functioneren, om schommelingen in de vraag op te vangen, maar de vaste kosten lopen het hele jaar door.

9.
Ook structureel, op langere termijn, ziet het ernaar uit dat de behoefte aan gascentrales zal blijven bestaan.
Nieuwe, bijkomende kerncentrales bouwen vraagt veel geld, veel kennis en veel tijd. Het geld en de kennis zijn er onvoldoende, en tijd is er alleen als men aanvaardt dat er slechts op lange termijn een oplossing komt. Het vermelde probleem met het koelwater wordt er niet minder mee. [En, terloops gezegd: kernenergie is veruit de vuilste energie die er bestaat. Als we nu stoppen met de uitstoot van CO2 (of die drastisch verminderen), blijft het klimaatprobleem nog enkele generaties bestaan, maar het reeds geproduceerde kernafval vormt een probleem, een zorg en een kostprijs voor enkele duizenden generaties na ons.]

10.
De stuurbaarheid van de elektriciteitsvraag is beperkt — en wordt in de toekomst misschien nog beperkter. Met digitale meters, snel fluctuerende tarieven, hoge prijzen voor piek-afnames, thuisbatterijen en sensibiliseringscampagnes wil men het piekverbruik beperken. De opkomst van Artificiële Intelligentie (A.I.), met een hoge, maar allicht stabiele elektriciteitsbehoefte, lijkt een stabiliserende factor te kunnen zijn — want minder pieken — maar biedt ook minder kansen om onregelmatigheden aan de aanbodzijde op te vangen. De stabiele vraag naar elektriciteit van datacenters met het onregelmatige aanbod van hernieuwbare elektriciteit beantwoorden lijkt geen goed idee.
Wanneer de vraag naar elektriciteit het aanbod overtreft, zal je dat als consument financieel voelen — je wordt ontraden om de oven, de vaatwasser, het strijkijzer te gebruiken, of om de batterij van je auto op te laden —, maar je zoek- of werkopdracht met A.I. wordt er niet duurder, of op andere momenten goedkoper, van. Zullen datacenters worden stilgelegd als het windstil en donker is? [Nee.]

11.
Om al deze redenen lijkt het er sterk op dat gas een belangrijke energiebron zal blijven om elektriciteit te produceren. En, als dat aandeel 30 % of in de buurt van 40 % ligt, in feite méér gas zal verbruiken dan wanneer dat gas direct naar de uiteindelijke gebruiker wordt vervoerd.
Voeg daaraan toe dat warmtepompen vaak op piek-momenten werken (koud of heet), wanneer de vraag naar elektriciteit het hoogst is. en het aandeel gas daarin ook… [50 % ?] en we stevenen af op een verhoging van het gasverbruik.

12.
Toch wil de Vlaamse regering, en niet alleen zij, dat er minder gas en meer elektriciteit naar de uiteindelijke verbruikers wordt gebracht. Een dicht en hoogwaardig gasnet, dat weliswaar onderhouden moet worden [en waarbij, het moet gezegd, ten gevolge van slecht onderhoud of onvolkomen informatie-overdracht, soms dramatische ongevallen gebeuren] zal worden ontwricht of zelfs afgebroken, en het elektriciteitsnet met zware kosten versterkt om… het gas onder de vorm van elektriciteit tot bij de gebruikers te brengen.
Een heel nieuwe infrastructuur wordt opgetuigd — met geld dat er niet is — om evenveel, of zelfs méér gas te verbruiken. Samen met meer andere elektriciteit, die voor wat anders nuttig ware geweest. Bestaand kapitaal (het gasnet) wordt ontwaard.

13.
En de warmtepomp? zal u vragen. Terecht. Want zij was het argument voor de overschakeling van gas naar elektriciteit. Van gasketels naar elektrische warmtepompen.
Er bestaan ook op gas aangedreven warmtepompen. Ze weerstaan beter aan lage temperaturen — altijd handig als het om verwarming gaat. En de door de pomp geproduceerde “verlies”warmte wordt meegenomen in de nuttige warmteproductie.
Men zit dan allicht aan een gelijkaardig gasverbruik als voor de elektrische warmtepomp, maar (1) zonder bijkomend beroep te doen op kernenergie, (2) zonder bijkomend beroep te doen op hernieuwbare energie (die men voor andere, betere dingen kan gebruiken), (3) zonder versterking van het elektriciteitsnet, en (4) mét een voorraad (in casu gas) die tegen een stootje kan.

14.
Ter herinnering: de maatschappelijke uitdaging bestaat er niet in géén CO2 uit te stoten, maar wel véél minder. De opwarming van de aarde is het gevolg van een te grote uitstoot van CO2 — en van andere broeikasgassen.

15.
Tot slot: zeg me waar ik me vergis, waar de berekening niet klopt.
En, zelfs als de berekening niet helemaal klopt, zou de teleurstelling wel eens groot kunnen zijn, voor (bijna) iedereen — behalve de installateurs en andere bedrijven. Een nauwelijks verminderd gasverbruik en een nauwelijks verminderde uitstoot van CO2, een toegenomen en onbeantwoorde vraag naar elektriciteit {zoals die in Nederland bestaat, waar bouwvergunningen voor woningen, scholen, bedrijven… moeten geweigerd worden], hoge installatiekosten, versterking van het netwerk…

 

P.S.: Het is mogelijk dat u niet akkoord gaat met de kwalificatie die ik voor kernenergie gebruik, en dat u meent dat we ons geen zorgen moeten maken hoe de (vele) komende generaties moeten omgaan met ons kernafval. [Die zijn intussen zo slim en zo rijk — dankzij ons — dat ze die last (voor onze games, onze streamings, onze A.I. en onze elektrische auto’s) er wel bij kunnen nemen…] Dat is uw recht, maar doet geen afbreuk aan de redenering.

 

vernuft

1.

Laatst sprak ik met de vrouw die mijn voeten verzorgt over huizen en architectuur.
[Die voeten van me, daar kan ik steeds moeilijker bij.  Zij heeft schaartjes, tangetjes en vijlen die ik niet heb. Ze zet kracht zoals ik niet kan.]
Ze werkt en woont in een oud huis in Oud-Berchem, in een straat waar veel mooie oude huizen staan. We praatten over mozaïeken en sgraffiti, over smeedwerk en schrijnwerk, en over oude meubelen. Ik vertelde de vrouw die aan mijn voeten zat over een Rijselse meubelmaker — ébeniste — die na de Eerste wereldoorlog zijn eigen IKEA had, een catalogus vol kasten die allemaal met dezelfde onderdelen werden gebouwd, want de oorlog had veel vernield. [Ik had zijn kleinzoon in zijn atelier ontmoet — hout bewerken is een mooi beroep.] We praatten over de meubels in Good-bye Lenin — de Berlijners zetten hun oude spullen op straat en kochten nieuwe — en Bienvenue chez les Ch’tis — de massieve tafels en kasten lieten weinig ruimte in de kleine en sombere huizen. En over tegelvloeren, lijstwerk, plafond-ornamenten en binnendeuren, beglaasd of vol. Paneeldeuren. Ik wees haar op het feit — dat ze niet had opgemerkt — dat er aan zo’n deuren twee soorten klinken zitten. [Noem het mansplaining van me. Als je niet weet wat dat is, leg ik het wel uit.] Aan de kant waar je de deur open trekt, is de klink een T, en waar je duwt, een L. Dat is geen mnemotechnisch middeltje, geen geheugensteun voor wie de deur open doet, maar een manier om je hand, en vooral de knokkels te beschermen, zodat je je niet kwetst aan de lijst. Al dacht zij bij kwetsen veeleer aan het spijkertje dat soms, verkeerdelijk, de klink aan het sluitwerk houdt.
Die L-vorm van de deurkruk vind ik een prachtig voorbeeld van vernuft. En vernuft vind ik mooi. Er mocht een Nobelprijs voor vernuft bestaan.

Dit zijn niet de deurkrukken uit het verhaal, maar vergelijkbare T- en L-krukken uit een burgerhuis.

2.

Een kwarteeuw terug.
In de keuken van mijn appartement in Rijsel had een schrijnwerker voor me een gipskartonnen wand geplaatst. Van een doorloopkeuken maakte ik een vierkante keuken en een afzonderlijk berghok. Samen met de loodgieter, de elektricien, de steenhouwer en de schrijnwerker richtte ik die keuken in. Elk een deel van het werk. Aan de gipskartonnen wand hing ik kastjes op. Daarvoor kocht ik roestvrij-plaatstalen pluggen, die je met een hamer (zonder boren!) in het gipskarton slaat, en vervolgens met het op te hangen element vastschroeft. Het plaatstaal plooit zich mooi vast. Knutselen, doe-het-zelven is plezant als alles lukt, maar met die plaatstalen pluggen kwam ook het intellectueel plezier, de bewondering om wat een anonieme uitvinder zo mooi had bedacht. Geef ook hem of haar een Nobelprijs voor vernuft.

3.

Dit korte lijstje rond ik af met een grapje vanwege de fysica. Of: hoe een banaal natuurverschijnsel met vernuft wordt gebruikt.

Toen we onlangs met enkele mensen van Treintrambus in het station van Mechelen-Nekkerspoel folders uitdeelden — enkele dagen later werden in de dienstregeling de helft van de intercities geschrapt — kwam een man de reclame-affiches vernieuwen. Je weet wel: zo’n lichtbakken van ongeveer anderhalve vierkante meter, waarin papieren affiches hangen, die vaak al na enkele dagen worden vernieuwd.
De beglazing van zo’n lichtbak scharniert aan de bovenkant. De man opent het ding, neemt een of andere staaf of buis en rolt de affiche, die al deels is losgekomen, er half op. Met de bedrukte zijde naar binnen. Om de bovenste helft vrij te maken, verschuift de man een klein hendeltje aan de rechterkant, waardoor die helft een eind naar beneden komt. De man rolt de affiche verder op, en maakt ze los uit een profiel aan haar bovenkant. Ergens aan zijn werkpak steekt een zelfklevertje klaar, waarmee hij de opgerolde affiche sluit. Hij neemt een nieuwe affiche, waarmee hij de omgekeerde beweging maakt. Hij schuift de bovenkant van de affiche in het profiel, ontrolt ze, duwt met het hendeltje de half uitgerolde affiche terug naar boven, en ontrolt de rest. De affiche hangt, weliswaar, maar de hoeken linksonder en rechtsonder krullen flink omhoog. Nu komt een probleem, denk je dan, als je het ziet, want de man klapt het beglaasde raam weer dicht, daar komen grote ezelsoren van. Maar je vergeet de luchtdruk, die het sluitende raam op de affiche zet, waardoor ze mooi vlak en strak komt te staan. Je gelooft je ogen niet als je hetziet. OK, het is maar reclame, en je zou wensen dat openbaar-vervoersbedrijven, De Lijn dan veeleer dan de trein, wat vaker en vlotter hun affiches vervingen, maar het is wel knap.

 

« Oudere berichten

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑