Jef Van Staeyen

Tag: mobiliteit (Pagina 1 van 24)

waarheen voert ons de auto zonder chauffeur ? ❧

Deze tekst heeft een wat complexe ontstaansgeschiedenis. De initiële versie schreef ik in 2016 in het Frans, en staat op deze website: quand les voitures n’auront plus besoin de nous pour rouler. 

Een jaar later, in 2017, begon ik een versie in het Nederlands, met twee bijkomende elementen. Maar die tekst is nooit af geraakt. Recent nieuws, over zelfrijdende busjes, zelfrijdende bestelwagentjes en zelfrijdende taxi’s — in Wuhan stonden ze op 1 april (!) plots allemaal stil — bracht me ertoe die onafgewerkte Nederlandstalige tekst weer op te nemen, en hem uiteindelijk ook te voltooien: waarheen voert ons de auto zonder chauffeur ?

Let wel: Ik spreek over auto’s waarvan de automatismen de menselijke chauffeur niet alleen maar bijstaan of tijdelijk vervangen, zodat van die chauffeur ook verwacht wordt dat hij ten allen tijd “het stuur” weer kan overnemen. Een auto-zonder-chauffeur is een auto die op een intelligente manier kan rijden zonder dat er een reiziger aanwezig is, of met reizigers die om de een of andere reden niet in staat zijn het stuur over te nemen.

Ik onderscheid volgende mogelijke evoluties:

  • een vlottere doorstroming van het verkeer, en daardoor meer capaciteit op de weg,
  • meer veiligheid en daarmee ook meer kansen voor voetgangers en fietsers, en bijgevolg minder autoverkeer,
  • minder hinder van het verkeer, door een optimale (be)geleiding ervan,
  • langere verplaatsingen, en daardoor meer autoverkeer,
  • lege auto’s op de weg, en daardoor:
    • nieuwe gebruiken,
    • méér autoverkeer,
    • de noodzaak tot een ander parkeerbeleid,
  • kleine busjes ter aanvulling van het (zware) openbaar vervoer,
  • autonome goederenwagons op het spoor.

stedenbouwkundig rampgebied

Gisteren ging ik (voor het eerst) naar de seniorenacademie van de Universiteit Antwerpen: de Spectrum lezingen op de Groenenborger campus. Aangekondigd onderwerp was: “Moeten we CO2 opnieuw opslaan in de aarde?”, wat in de praktijk neerkwam op “Kunnen we CO2 opslaan in de aarde?”, hoe doen we dat en welke problemen stellen zich. Er waren drie sprekers, maar vooral toch een geoloog, die meteen zei dat de Belgische ondergrond zich daartoe niet leent, en dat internationaal naar stockage onder de zee wordt gezocht om protest van omwonenden te voorkomen — het project Barendrecht in Nederland —, maar toen de derde spreker een sociologisch experiment omtrent aanvaarding wilde uitvoeren aan de hand van een QR-code, liep het mis. De technologie wilde niet mee.
Hoe ook, het was een boeiende middag. Maar ik schrijf over twee andere dingen.

1. De Groenenborger campus is een stedenbouwkundig rampgebied. Zowel buiten de campus (het openbaar domein en de relatie tot andere sites en gebouwen) als op de campus zelf loopt het fout. Ik kan me niet voorstellen dat iemand daar even komt wandelen of zelfs maar tussen twee les- of werkuren blijft rondhangen. Ook mensen uit de ziekenhuizen zullen in de omgeving geen troost of blijdschap vinden.
Niet alleen in België maar ook in het buitenland (Frankrijk, Italië, Portugal, de VS, Canada…) wordt stedenbouwkundig falen vaak gelinkt aan de tegenstrijdige belangen van private actoren en aan het onvermogen van de overheid de onderlinge conflicten te beheren en de openbare waarden (waaronder milieu) te vrijwaren. De Groenenborger-wijk toont hoe die verklaring tekort schiet. Heel het gebied werd immers gecreëerd en wordt beheerd door vier machtige openbare besturen: (1) de stad Antwerpen voor het openbaar domein en het Middelheimpark, (2) het OCMW Antwerpen, nu ZAS, voor het Middelheimziekenhuis en het Kinderziekenhuis, (3) de Universiteit Antwerpen (vroeger RUCA) voor een rist universiteitsgebouwen van twee campussen (er is ook de Middelheim campus rond de vroegere koloniale hogeschool), en (4) het Vlaamse gewest (nee: toen nog België) voor de Craeybeckxtunnel (autoweg E19) die onder de site loopt, voor de ruimtelijke planning van het geheel (samen met de stad), en via de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn voor het openbaar vervoer (bussen 21 en 33).
Wie, zoals ik, met bus 21 komt, behelpt zich met halte Groenenborgerlaan in een onduidelijke straat die Vuurkruisenplein heet, steekt de rotonde over en vindt een discrete ingang tot de campus. Hij zoekt zich een weg tussen de geparkeerde auto’s (er staan kleine wegwijzers, dat wel) en betreedt het gebouw T (parel van de jaren 70, allicht) via een trap.

2. De Universiteit Antwerpen verspreidt een campusplan met mobiliteitsinfo. Logisch, in feite, als je géén reden hebt om langer dan nodig op de campus te blijven, zijn al die fietsen en auto’s het enige wat telt. Op dat plan staan allerlei al dan niet toegankelijke of besloten (personeel, studenten) parkeerfaciliteiten voor fietsen of auto’s aangeduid, en laadpunten, lockers, herstelzuilen en -punten, en deelfietsen en -auto’s.
Edoch: de belangrijkste vorm van deelmobiliteit, het openbaar vervoer (die halte van lijnen 21 en 33), staat op het plan niet eens vermeld. [Ga daarvoor naar Google Maps.] Evenmin als de toegang (toegangen?) voor voetgangers en hun trajecten (die er nauwelijks zijn in wat allicht een shared space moet zijn).

Blijkbaar heeft wat men in de leszalen leert en in de laboratoria onderzoekt over duurzame stedenbouw en mobiliteit nog wat tijd nodig om buiten de lokalen in praktijk te worden gebracht.

 

 

P.S.: Volgens wikipedia werd een van de universiteitsgebouwen (het gebouw V voor scheikunde en bio-ingenieurswetenschappen) per ongeluk op grond van het Middelheimpark gebouwd (geen bronvermelding).

mooie tramkaartjes

Op zondag 30 november wachtte ik in het Centraal Station op een aankomende trein. Ik had een afspraak en was flink op tijd. In een deur van een vertrekkensklare trein naar Brussel stonden twee meisjes, ze overschouwden het lege perron. Plots liep één snel naar een zitbank, legde twee papiertjes neer, en rende terug. Het andere meisje keek wat angstig toe. Een minuutje later, toen de trein vertrokken was, ben ik uit nieuwsgierigheid naar de bank en de papiertjes gestapt. Het waren twee tramkaartjes: 4 rides left, have fun  :)  en  2 rides left, have fun  :) . Ik hoop dat de uiteindelijke vinder van de mooie tramkaartjes er veel plezier mee beleeft.

Antwerpen hééft een luchthaven, in Zaventem

Nu de luchthaven van Deurne omwille van de groeiende subsidiestroom, de vliegtuigen die enkel lucht vervoeren, de zakenreizen naar Nice, Cannes et Ibiza… terecht in het brandpunt staat, herneem ik graag deze korte tekst die ik zowat een jaar geleden (1 augustus 2024) aan vrienden van TreinTramBus verzond. Aansluitend op (ook toen) een reeks krantenartikels was discussie ontstaan omtrent de toekomst van de luchthaven. Iemand argumenteerde onder meer dat Antwerpen óók recht heeft op een eigen luchthaven (zoals Luik, Charleroi, Oostende en Kortrijk), en dat de sluiting van de luchthaven tot een sluipende verkaveling zou leiden (zoals in de jaren ’60 rond park Den Brandt). En in de krant hadden getuigenissen gestaan over reizigers die Deurne beter dan Zaventem vonden, voor de hond.

Mijn tekst (of toch: een uittreksel ervan).

beste,

De vraag is, of Antwerpen behoefte heeft aan TWEE luchthavens.
“Behoefte”, eerder dan “mogen hebben”.
Antwerpen heeft immers al een uitstekende luchthaven, die talrijke internationale verbindingen biedt. Elke 30 minuten (van 4u49 ‘s morgens tot 23u19 ‘s avonds) vertrekt er in Antwerpen-Centraal een trein die je in 30 minuten (!) in het station Brussels-Airport-Zaventem brengt. Dat station ligt in het hart van de luchthaven. Je neemt de lift of de roltrappen en je bent waar je moet zijn. [Vanuit Antwerpen-Berchem bedraagt de reistijd zelfs maar 25 minuten. In de andere richting vertrekt de laatste trein om 23u41.]
Dat zijn heel competitieve reistijden. Door de combinatie van (1) het ruime aanbod aan vliegverbindingen in Zaventem en (2) de uitstekende bereikbaarheid van de Zaventem, behoort Antwerpen tot de best bereikbare steden van Europa. Wie dat nog wil verbeteren moet vooral… het openbaar vervoer in Antwerpen verbeteren: een bedrijfszekere dienstregeling, goed onderhouden metro- en tramstations (roltrappen, liften, signalisatie…) en een ochtendlijker aanbod (wanneer de eerste tram in Diamant aankomt, zijn er al twee treinen naar Zaventem vertrokken).
Het enige nadeel van die luchthaven is dat ze de naam van Antwerpen niet draagt. Dat is zowat wat moeders moeten voelen, wier dochters en zonen hun namen niet dragen.
Een luchthaven openhouden voor de naam, en omdat ze bereikbaar is met de fiets of zelfs te voet, en omdat het praktisch is voor de hond (GvA de voorbije dagen), het zijn lichte argumenten.
Het belangrijkste voordeel van het vliegplein in Deurne is inderdaad… dat het de bebouwing heeft belet. Misschien gaat er na sluiting van de luchthaven inderdaad 20 ha van de 190 naar bebouwing en bestrating. Zelfs dan blijft er 170 over. En als het goed wordt aangepakt, vermijdt die 20 ha in Deurne 30 ha of meer in Ranst of Lint. Waarbij gelet wordt op dichtheid, op bereikbaarheid met het openbaar vervoer, op de 15-minuten stad.
Met de sluiting van de luchthaven en een goeie aanpak van de toekomst ervan, kan de mobiliteitsbalans zeer gunstig zijn: minder lange recreatieve en andere verplaatsingen, en minder met de auto.
« Oudere berichten

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑