Jef Van Staeyen

Tag: mobiliteit (Pagina 1 van 24)

leidt het succes van Oosterweel straks tot een crisis in de transportsector?

De transportsector (het goederenvervoer over de weg) klaagt over en ergert zich aan de frequente, bijna dagelijkse files op het Antwerpse autowegennet. Met ongeduld kijkt men uit naar de voltooiing van de Oosterweelverbinding, die de capaciteit moet verhogen en beter verdelen. Reistijden zullen niet alleen korter worden, ze worden ook zekerder, wat belangrijk is voor wie just-in-time moet leveren. “De files kosten veel geld”, zegt de sector. Toch rijst de vraag wat de uiteindelijke invloed van de Oosterweelverbinding zal zijn op de financiële resultaten van de transportbedrijven.

Onlangs berichtte De Standaard over de sterk verbeterde bedrijfsresultaten van tankergroep CMB.Tech. Door de sluiting van de straat van Hormuz worden de vaarroutes langer en ontstaat er een tekort aan vervoerscapaciteit, waardoor de prijzen stijgen. Met Oosterweel gaat voor het wegtransport het omgekeerde gebeuren. Transportroutes worden korter, althans in tijdsduur gemeten, en er ontstaat plots overcapaciteit. Op het eerste zicht hebben de transportbedrijven betere cijfers, want minder kosten, maar die kunnen ze slechts concretiseren door de vrijgekomen capaciteit aan vrachtwagens en arbeidsuren op de markt te zetten, en daarvoor lagere prijzen te vragen, want dat kunnen ze dan. Er ontstaat over-aanbod en een neerwaartse prijsspiraal. Omwille van de beperkte prijselasticiteit van vrachtvervoer zal de vervoersvraag niet in gelijke mate en even snel stijgen. Het uiteindelijke resultaat van de toegenomen capaciteit en concurrentie in de transportsector zal zijn dat een aantal bedrijven over kop gaan. Het is de taak van de sociale, fiscale en verkeerstechnische inspectie erover te waken dat het de correct werkende bedrijven zijn die de competitie overleven en niet door malafide bedrijven uit de markt worden geduwd.

waarheen voert ons de auto zonder chauffeur ? ❧

Deze tekst heeft een wat complexe ontstaansgeschiedenis. De initiële versie schreef ik in 2016 in het Frans, en staat op deze website: quand les voitures n’auront plus besoin de nous pour rouler. 

Een jaar later, in 2017, begon ik een versie in het Nederlands, met twee bijkomende elementen. Maar die tekst is nooit af geraakt. Recent nieuws, over zelfrijdende busjes, zelfrijdende bestelwagentjes en zelfrijdende taxi’s — in Wuhan stonden ze op 1 april (!) plots allemaal stil — bracht me ertoe die onafgewerkte Nederlandstalige tekst weer op te nemen, en hem uiteindelijk ook te voltooien: waarheen voert ons de auto zonder chauffeur ?

Let wel: Ik spreek over auto’s waarvan de automatismen de menselijke chauffeur niet alleen maar bijstaan of tijdelijk vervangen, zodat van die chauffeur ook verwacht wordt dat hij ten allen tijd “het stuur” weer kan overnemen. Een auto-zonder-chauffeur is een auto die op een intelligente manier kan rijden zonder dat er een reiziger aanwezig is, of met reizigers die om de een of andere reden niet in staat zijn het stuur over te nemen.

Ik onderscheid volgende mogelijke evoluties:

  • een vlottere doorstroming van het verkeer, en daardoor meer capaciteit op de weg,
  • meer veiligheid en daarmee ook meer kansen voor voetgangers en fietsers, en bijgevolg minder autoverkeer,
  • minder hinder van het verkeer, door een optimale (be)geleiding ervan,
  • langere verplaatsingen, en daardoor meer autoverkeer,
  • lege auto’s op de weg, en daardoor:
    • nieuwe gebruiken,
    • méér autoverkeer,
    • de noodzaak tot een ander parkeerbeleid,
  • kleine busjes ter aanvulling van het (zware) openbaar vervoer,
  • autonome goederenwagons op het spoor.

stedenbouwkundig rampgebied

Gisteren ging ik (voor het eerst) naar de seniorenacademie van de Universiteit Antwerpen: de Spectrum lezingen op de Groenenborger campus. Aangekondigd onderwerp was: “Moeten we CO2 opnieuw opslaan in de aarde?”, wat in de praktijk neerkwam op “Kunnen we CO2 opslaan in de aarde?”, hoe doen we dat en welke problemen stellen zich. Er waren drie sprekers, maar vooral toch een geoloog, die meteen zei dat de Belgische ondergrond zich daartoe niet leent, en dat internationaal naar stockage onder de zee wordt gezocht om protest van omwonenden te voorkomen — het project Barendrecht in Nederland —, maar toen de derde spreker een sociologisch experiment omtrent aanvaarding wilde uitvoeren aan de hand van een QR-code, liep het mis. De technologie wilde niet mee.
Hoe ook, het was een boeiende middag. Maar ik schrijf over twee andere dingen.

1. De Groenenborger campus is een stedenbouwkundig rampgebied. Zowel buiten de campus (het openbaar domein en de relatie tot andere sites en gebouwen) als op de campus zelf loopt het fout. Ik kan me niet voorstellen dat iemand daar even komt wandelen of zelfs maar tussen twee les- of werkuren blijft rondhangen. Ook mensen uit de ziekenhuizen zullen in de omgeving geen troost of blijdschap vinden.
Niet alleen in België maar ook in het buitenland (Frankrijk, Italië, Portugal, de VS, Canada…) wordt stedenbouwkundig falen vaak gelinkt aan de tegenstrijdige belangen van private actoren en aan het onvermogen van de overheid de onderlinge conflicten te beheren en de openbare waarden (waaronder milieu) te vrijwaren. De Groenenborger-wijk toont hoe die verklaring tekort schiet. Heel het gebied werd immers gecreëerd en wordt beheerd door vier machtige openbare besturen: (1) de stad Antwerpen voor het openbaar domein en het Middelheimpark, (2) het OCMW Antwerpen, nu ZAS, voor het Middelheimziekenhuis en het Kinderziekenhuis, (3) de Universiteit Antwerpen (vroeger RUCA) voor een rist universiteitsgebouwen van twee campussen (er is ook de Middelheim campus rond de vroegere koloniale hogeschool), en (4) het Vlaamse gewest (nee: toen nog België) voor de Craeybeckxtunnel (autoweg E19) die onder de site loopt, voor de ruimtelijke planning van het geheel (samen met de stad), en via de Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn voor het openbaar vervoer (bussen 21 en 33).
Wie, zoals ik, met bus 21 komt, behelpt zich met halte Groenenborgerlaan in een onduidelijke straat die Vuurkruisenplein heet, steekt de rotonde over en vindt een discrete ingang tot de campus. Hij zoekt zich een weg tussen de geparkeerde auto’s (er staan kleine wegwijzers, dat wel) en betreedt het gebouw T (parel van de jaren 70, allicht) via een trap.

2. De Universiteit Antwerpen verspreidt een campusplan met mobiliteitsinfo. Logisch, in feite, als je géén reden hebt om langer dan nodig op de campus te blijven, zijn al die fietsen en auto’s het enige wat telt. Op dat plan staan allerlei al dan niet toegankelijke of besloten (personeel, studenten) parkeerfaciliteiten voor fietsen of auto’s aangeduid, en laadpunten, lockers, herstelzuilen en -punten, en deelfietsen en -auto’s.
Edoch: de belangrijkste vorm van deelmobiliteit, het openbaar vervoer (die halte van lijnen 21 en 33), staat op het plan niet eens vermeld. [Ga daarvoor naar Google Maps.] Evenmin als de toegang (toegangen?) voor voetgangers en hun trajecten (die er nauwelijks zijn in wat allicht een shared space moet zijn).

Blijkbaar heeft wat men in de leszalen leert en in de laboratoria onderzoekt over duurzame stedenbouw en mobiliteit nog wat tijd nodig om buiten de lokalen in praktijk te worden gebracht.

 

 

P.S.: Volgens wikipedia werd een van de universiteitsgebouwen (het gebouw V voor scheikunde en bio-ingenieurswetenschappen) per ongeluk op grond van het Middelheimpark gebouwd (geen bronvermelding).

mooie tramkaartjes

Op zondag 30 november wachtte ik in het Centraal Station op een aankomende trein. Ik had een afspraak en was flink op tijd. In een deur van een vertrekkensklare trein naar Brussel stonden twee meisjes, ze overschouwden het lege perron. Plots liep één snel naar een zitbank, legde twee papiertjes neer, en rende terug. Het andere meisje keek wat angstig toe. Een minuutje later, toen de trein vertrokken was, ben ik uit nieuwsgierigheid naar de bank en de papiertjes gestapt. Het waren twee tramkaartjes: 4 rides left, have fun  :)  en  2 rides left, have fun  :) . Ik hoop dat de uiteindelijke vinder van de mooie tramkaartjes er veel plezier mee beleeft.

« Oudere berichten

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑