Jef Van Staeyen

Tag: vergeten voetganger (Pagina 1 van 16)

met de nieuwe wegcode wordt de voetgangersstraat afgeschaft

Twee verkeersborden-totems, in Antwerpen en Gent

 

Op 1 juni 2027 wordt een nieuwe verkeerscode van kracht. [Eerst was 1 september 2026 vooropgesteld.] De nieuwe code wil een vereenvoudiging zijn, niet zozeer inhoudelijk als redactioneel. [Al is dat met de som van één federale en drie regionale codes niet vanzelfsprekend.] Toch worden ook enkele inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd. De speedpedelecs worden gebanaliseerd (dit is: vaker met fietsen gelijkgesteld), kinderen mogen tot hun twaalfde verjaardag op het voetpad fietsen (ook elektrisch), in Vlaanderen wordt de maxiumsnelheid in erven (voorheen woonerven) van 20 km/u naar stapvoets verlaagd en… voetgangersstraten worden afgeschaft. Versta: in woorden bestaan ze nog, in verkeersregels niet. Conform het (nieuwe) artikel 29 hebben rijwielen en speedpedelecs immers toegang tot de voetgangerszones.

Misschien kan die op het eerste zicht jammerlijke evolutie uiteindelijk gunstig uitpakken. Via een vermelding op de verkeersborden F103 (begin van een voetgangerszone) werden fietsers vaak stoemelings toegelaten, en waar dat niet het geval was, zag niemand het verschil — en werd er dus toch gefietst. Door het fietsen standaard wel toe te laten, kan paradoxaal genoeg een fietsverbod duidelijk worden aangeduid, met het bekende bord C11 (verboden toegang voor rijwielen).

Een ruimere presentatie en analyse, vooral vanuit het voetgangersperspectief, vindt u hier.

auto’s en fietsen duwen de voetgangers en de bomen uit de straat

Er is protest tegen het voorstel van het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) het kruispunt van de Prins Boudewijnlaan met de Frans Van Dunlaan in Wilrijk heraan te leggen. Zevenenzestig laanbomen zouden verdwijnen.
De geplande heraanleg is symptomatisch voor de aanpak van AWV, die ten voordele van auto’s en fietsen de voetgangers en soms ook de bomen — als die er zijn — uit de openbare ruimte verdrijft. [Er is weinig op gelet, maar de eerste bomen die op 18 augustus verdwenen op de Deurnse Boekenberglei deden dat ook voor de aanleg van een fietspad.]
Enkele gezonde en minder gezonde doelstellingen, én een enorme “vergetelheid” kenmerken de aanpak van AWV.

De gezonde doelstellingen zijn (1) de verbetering van de fietsinfrastructuur (meer capaciteit en comfort) en (2) het vermijden van conflicten tussen auto’s onderling en tussen auto’s en fietsen of voetgangers. Omwille van hun hoge snelheid — ze rijden vaak sneller dan een afdraaiende auto — en het moeilijk voorspelbare gedrag gaat het vooral om fietsers. Voetgangers zijn langzaam en daarom beter zichtbaar, én ze kijken zelf om zich heen.

De minder gezonde doelstelling is de verhoging van de totale capaciteit van het kruispunt. Voor AWV betekent méér fietsen niet minder auto’s. Wat je van een modal shift zou mogen verwachten. De extra fietscapaciteit wordt bij de bestaande (en bewaarde) autocapaciteit geteld, voor een verhoging van de totale capaciteit. Geen (hinderlijke) fietsen tussen de auto’s, geen onopgeloste conflicten (en de daarbij horende aarzelingen en vertragingen), en meer mensen op de fiets… trekt het auto-verkeer weer vlot.
Deze doelstellingen leiden tot zogenaamd conflictvrije verkeerslichten-regelingen, en (omdat de groenfasen dan korter en van elkaar gescheiden zijn) vaak tot een verbreding van de wegenis voor auto’s. Waar twee rijstroken voor auto’s kunnen volstaan, komen er vier. Men kan immers niet langer gelijktijdig groen licht geven om rechtdoor te rijden, om linksaf te rijden of rechtsaf — omdat er ook een fietspad is.
Ook de fietspaden worden verbreed, en soms wordt er op zo’n kruispunt vierkant groen voorzien — voor voetgangers en fietsers tegelijkertijd, wat bijzonder gevaarlijk is. [Of dit ook op het kruispunt van Prins Boudewijnlaan en Frans Van Dunlaan zal gebeuren, is niet duidelijk.]

Er wordt echter niets voorzien om de voetgangers de mogelijkheid te geven de brede fietspaden (waarop in twee richtingen gereden wordt) veilig en comfortabel over te steken. Er zijn verkeerslichten noch zebrapaden, wat de feitelijke ongelijkheid tussen fietsers (sneller en zwaarder) en voetgangers versterkt. Bovendien moeten voetgangers (over smalle voetpaden) flinke omwegen maken. Voetgangers worden vergeten,

Bredere rijbanen, bredere fietspaden, smalle voetpaden, geen veilige oversteekmogelijkheden voor voetgangers… het mag niet verwonderen dat daarvoor ook bomen verdwijnen, als die er zijn. [Ook het kruispunt van de Grotesteenweg met de Singel werd volgens die principes heraangelegd, maar daar stonden geen bomen. Het valt minder op.]

De aanpak van de conflicten waarvan voegangers het slachtoffer zijn, of die hen bedreigen, leidt ertoe de voetgangers uit de openbare ruimte te weren.

Vereenvoudigde weergave van de omwegen die de voegangers moeten maken, en van de belangrijkste, niet gereguleerde conflicten met de fietsers.

Dit is een wat meer gedetailleerde analyse van het project voor het kruispunt, gezien door de voetgangers. Het onderwerp van de bomen komt niet tersprake, omdat de ontwerpplan terzake onleesbaar zijn. Een vergelijking van de bestaande Prins Boudewijnlaan (vooral ten zuiden van het kruispunt) met de geplande toestand kan al veel duidelijk maken.

 

een Prins Leopoldlaan zonder voetgangers

De Prins Leopoldlaan, in de richting van de Elisabethlaan. Om een wadi te creëren (a priori een goede zaak), zonder de ruimte voor auto’s te beperken (niet meteen een goede zaak), wordt het voetpad afgeschaft (een kwade zaak).

 

De Prins Leopoldlaan is een wat banale straat in de koninklijke buurt van Berchem. Een groene buurt, maar geen groene straat, tenzij de begraafplaats waaraan ze grenst. Een brede kasseiweg en twee brede voetpaden, voortuintjes. Deze straat wordt heraangelegd. Een woonstraat, zegt de reclame, waarmee verkeerstechnisch een woonerf wordt bedoeld: De inrichting van de Prins Leopoldlaan als woonerf zet in op het verhogen van de verkeersveiligheid en verblijfskwaliteit. Voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer delen dezelfde verharde ruimte.” De straat wordt ook deels onthard (waterdoorlopend gemaakt) en het rioleringsstelsel wordt gescheiden, zodat regenwater afzonderlijk kan worden afgevoerd en in de bodem geïnfiltreerd, zonder met vervuild huishoudelijk afvalwater te worden vermengd.

Dat lijkt mooi, maar de voetgangers komen er bekaaid van af. Vóór de werken hadden ze een breed, zorgeloos voetpad (ongeveer 3 meter) — dat inderdaad wat groen kon gebruiken — naast een (te) brede rijweg (8 meter) die ook als parkeergebied gold, en waarop kasseien de rijsnelheid enigszins temperden. Het voetpad kon, in zekere mate, ook als speelruimte dienen, om te fietsen (en te leren fietsen), te tekenen, te hinkelen, of speelgoed te laten slingeren — en had makkelijk verbreed en vergroend kunnen worden. Maar dat doet men niet. Het voetpad wordt afgeschaft. Voetgangers worden naar de rijweg (“een gedeelde verharde ruimte”) verwezen, waar ze steeds voor rijdend geweld van auto’s en fietsen op hun hoede moeten zijn. Als wandelruimte is die rijweg weinig geschikt, als speelruimte is ze gevaarlijk.

De Prins Leopoldlaan, nabij de Elisabethlaan. Voetgangers en spelende kinderen worden geacht deze bestrating met auto’s en fietsen te “delen”.  Links de dwars-parkeerplaatsen. Rechts, in tegenstelling tot de ontwerptekeningen, toch geen wadi maar een “trottoir”. In feite — dat zie je aan de uitklapbare tafeltjes — een café-terras.

 

Tot overmaat van miskleun wordt er dwarsparkeren ingevoerd, wat notoir gevaarlijk is voor voetgangers en fietsers, en vooral voor de jongsten en de oudsten onder hen. Elders in de stad, in de Lange Lozanastraat, meldt de stad apetrots — en terecht — dat bestaande dwarsparkeerplaatsen worden afgeschaft, en hier in de Berchemse Prins Leopoldlaan voert men ze in. Beseft men niet dat sommige automobilisten zelfs in staat zijn hun eigen kinderen dood te rijden wanneer ze achteruit een parkeerplaats (of een oprit) verlaten?
Belangrijk is ook, tenslotte, het beeld. De Prins Leopoldlaan is niet langer een straat, ze is een parking.

Deze heraanleg is geen verbetering.

Lees hier een wat uitgebreidere reportage.

 

 Lees ook: een parkeererf in Merksem.

de wet van behoud van miserie — de Grotesteenweg in Berchem

Het voorbije jaar werd de Grotesteenweg in Oud-Berchem deels heraangelegd. Dat was wel nodig. Een aantal problemen, waarover ik reeds eerder schreef, werden opgelost, andere niet. En nieuwe problemen werden gecreëerd.

Dat noem ik de wet van behoud van miserie. Ik maakte een reportage van wat beter werd, van wat beter kon, en van wat echt niet goed is. Het gaat om smalle en versmalde voetpaden, short-cuts, spookfietsers, ontbrekende zebra’s, drukknoppen (en ontbrekende drukknoppen!), ontbrekende hellingen aan tramperrons… en om verlaagde leefbaarheid en veiligheid, wanneer doorstroming en snelheid belangrijker zijn.

Klik hier of klik op de foto.

 

Bij de heraanleg:

  • werd gezondigd tegen het principe dat de straat conform moet zijn met het gedrag dat van de weggebruikers wordt verwacht. Bij de talrijke short-cuts is dat niet het geval.
  • werd het spookfietsen aangemoedigd, wat voor alle verkeersdeelnemers gevaarlijk is. [De Grotesteenweg is overigens een eerder smalle straat, waar twee-richtingsfietspaden onnodig en zelfs onwenselijk zijn.]
  • werden er géén zebrapaden aangelegd om de fietspaden over te steken, alhoewel ze daar, meer dan voor de rijwegen (met verkeerslichten), nodig zijn.
  • werd ruimte verspild, die elders (vooral voor het voetpad) nuttig kon zijn.
  • werden onvoldoende hellingen aangelegd naar de tramperrons.
« Oudere berichten

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑