Jef Van Staeyen

Tag: vergeten voetganger (Pagina 1 van 10)

zonder haast straat

 

 

De liefde voor een stad gaat ook door kleine, dagelijkse dingen. Zoals de mooie Antwerpse straatnaamborden. Hoe en wanneer ze zijn ontstaan, wie de mooie letters ontworpen of gekozen heeft, de rustige zetting op een blauwe achtergrond — tegenwoordig jammer genoeg vaak goedkoop wit —, ik weet het niet, maar het resultaat is prachtig. Ik weet niet of er ergens elders mooiere straatnaamborden te vinden zijn, maar ik heb er geen gezien.

Gelukkig was het ook — nu ja, gelukkig — dat er in 2006 een “zonder haat straat”-campagne kwam, waarmee duizenden en duizenden gezinnen hun afkeer toonden voor haat in het algemeen en racisme in het bijzonder. Aanleiding was een racistische aanslag in Antwerpen, waardoor er logischerwijs veel Antwerpse straatnaambord-affiches aan de Antwerpse ramen kwamen, die ook grafisch naar de echte Antwerpse straatnaamborden verwezen. In andere steden, zoals Gent, kwamen er andere versies. Uiteraard. Het antiracisme gaat mooi samen met een warm thuis-gevoel. Ik durf denken dat het samengaan van een “dit is echt een straatnaambord van hier” en de inclusieve boodschap aan het succes van de campagne heeft bijgedragen.

Er kwamen ook varianten. In vorm en in inhoud. Niet altijd even inclusief.

Dit straatnaambord wil wijzen op de behoefte aan onthaasting, aan verlangzaming in de stad. Zo wordt niemand uitgesloten, en vindt iedereen zijn plaats. Ook dit bord is inclusief.


[Met dank aan de ontwerpers van de Antwerpse straatnaamborden, en aan de mensen die beslisten een “zonder-haat-straat”-campagne te lanceren en daarvoor naar de Antwerpse straatnaamborden verwezen.]

ontdek het avontuurlijke leven van de voetgangers in Antwerpen

(de vergeten voetganger, aflevering 16)

 

 

Hooi en strooi (links en rechts) is een gepaste uitdrukking, me dunkt, voor stappende mensen, om links en rechts enkele voetgangeronvriendelijke situaties te duiden, waarbij ze in het beste geval vergeten, en in het andere misprezen worden — zoals als slordige werven, onvolledige oplossingen, smeekknoppen of pestknoppen, onleesbare straatnaamborden, pissertjes, en plassen die opspattende golven worden.

 

Merksem vergist zich van ontharding

(de vergeten voetganger, aflevering 20)

 

Vlaanderen breekt uit!
Het is een uitstekende zaak, dat overheden ijveren voor de ontharding van de bodem. Begrijp: dat verharde oppervlakken, waar geen plaats is voor natuur, en die geen water doorlaten, worden opengebroken. Dit land is immers veel te hard. Het heeft ontiegelijk veel straten en parkeerterreinen, het heeft grote, lage gebouwen waarvan de tuinen zijn verhard, en zelfs de landbouwgrond laat weinig water door. Samengedrukt door machines, en bloot in de winter. Het regenwater loopt snel naar de rivier, en niet in de bodem waar het nodig is. Natuur is verzwakt en versnipperd, en zomerse temperaturen lopen op.

kers

Ontharding van wat al verhard is moet de verharding van wat nog zacht is helpen beperken. Zo ook in Antwerpen, zo ook in Merksem. Zelfs quick wins worden gezocht. [Bij een quick win denk ik spontaan aan een kleuter die met grijpgrage vingers voor de ogen van de disgenoten de kers van een mooie roomtaart grist. Maar bij management — en beleid hoort daartoe — gaat het over dingen die je snel kan realiseren, om pas nadien te kijken of het je grote projecten niet schaadt.] Voor de quick wins van de ontharding worden stukjes straat — nee, geen taart —  opengebroken, en bloemen, struiken of bomen geplant.

Mooi, maar wie zou denken dat het vooral rijwegen en parkings zijn, die worden onthard, komt soms bedrogen uit. Eerdere voorbeelden in Antwerpen (Plantin en Moretuslei…) toonden dat het vaak de voetgangersruimte is, waaraan wordt geknipt.

Zo ook in Merksem.
Eén van de belangrijkste Merksemse onthardingsprojecten betreft de Melgesdreef, net voor ze het gelijknamige woonzorgcentrum bereikt: het Melgeshof. De straat vormt een trechter, met twee brede rijwegen aan weerszijden van een groen eiland met negen platanen. Reeds een vijftal jaren geleden werd vastgesteld dat die rijwegen veel te breed zijn, en werd een klein deel met witte lijnen weggeschilderd en met paaltjes afgezet, waardoor meteen het aantal parkeerplaatsen werd verhoogd. Nu worden, als quick win, de boordstenen verplaatst — en dus het eiland vergroot — en wordt het beschilderde asfalt samen met de voetpaden uitgebroken. Er worden ook vier bomen geplant. Aan de parkeerplaatsen wordt niet geraakt. Met andere woorden: er mag niet meer onder de bomen gewandeld worden. Er komen oversteekplaatsen voor fietsers en zebrapaden voor voetgangers, maar de oversteekbeweging naar het eiland met de bomen wordt vergeten (of bijzonder complex en onduidelijk gemaakt).

boomarm

Het woonzorgcentrum net aan de overkant van de straat is nieuw. De gebouwen staan rond een binnentuin met enkele jonge, magere boompjes, die nooit de gelegenheid zullen krijgen groot te worden en schaduw te geven. Wanneer de zon schijnt is het er heet. De wijk waarin het pleintje en het woonzorgcentrum liggen is heel boomarm — nergens is er schaduw. In feite is bijna heel Merksem een boomarme gemeente. De zeldzame bomen in de Merksemse straten worden nooit groot, en in de voortuinen liggen vooral plavuizen. [De meest nabije groene plek, het Kroonplein, ligt op 700 meter.]

lommerte

Het Melgespleintje, als ik het zo noemen mag, bood de gelegenheid wat schaduw te creëren, voor wie uit het woonzorgcentrum, of uit de huizen, of het nabije ziekenhuis buiten komt. [Ook aan het ziekenhuis is de buitenruimte een immense droefenis: let op de parking, let op het smalle voetpad in de Lange Bremstraat.] Daarvoor moet het pleintje wel makkelijk bereikbaar zijn, en op een wandeltraject — een looplijn — liggen, waar je met vermoeide voeten, een rolstoel of een rollator stappen kan. Want bomen dienen ook om onder te gaan of te staan, of zelfs te omarmen… Op afstand naar schaduw kijken heeft nooit iemand koelte gebracht.

Idealiter had men één van de straten langs het pleintje afgeschaft — enkel een toegang tot de garages gelaten—, en het autoverkeer langs de andere straat geleid. Pas dan had men echt onthard, en een tweemaal groter en groen Melgesplein bekomen. Een plein dat ook voor mensen aangenaam is, omwille van die natuur, omwille van de vogels, de bomen en de bloemen, en omwille van de lommerte, die in Merksem (als de zon schijnt) zeldzaam is. Een plek om te zijn.
Benieuwd of de quick win Merksem ooit zover brengt.

 

Wie dit bericht graag in een pdf-je heeft, vindt het hier.

En dit is het antwoord van het Merksems districtsbestuur.

 

behandel de cargofiets als een auto, wat hij in de stad ook is

“Koeriers zeggen zonder uitzondering heil te zien in veel meer leveringen in stadscentra met cargofietsen in plaats van met bestelwagens”, schrijft Pieter Van Maele op dinsdag 20 juli 2021 in De Standaard, onder de titel “Parkeerplek zoeken? daar heeft de koerier geen tijd voor”. Het verhaalt toont, aan de hand van foto’s uit Bpost parking failure map en interviews met koerierbedrijven, hoe pakjesbezorgers vaak parkeerovertredingen begaan, en op fiets-, voet- of zebrapaden staan.

De voorgestelde oplossing — de cargofiets — is erger dan de kwaal. In de plaats van soms op een voet- of fietspad te parkeren, zoals die bestelwagens doen, zal er altijd op een fiets- en vooral voetpad worden geparkeerd — zoals de wegcode nu (nog) toelaat. En er zal vooral op voet- en fietspaden worden gereden, en in voetgangersstraten.

Voor de wegcode is zo’n cargofiets een fiets, ondanks zijn volume en zijn kracht. Dus maakt hij gebruik — en misbruik — van de rechten die de fietsen werden toegekend, omtrent rijden en parkeren, en van het gedoogbeleid terzake. Nu steden meer en meer “zone 30” worden — gelukkig maar — moeten we er ons bewust van zijn dat cargofietsen, althans in de stad, veeleer bestelwagens dan fietsen zijn. En wordt het tijd ze aan de regelgeving voor auto’s te onderwerpen, zowel wat betreft hun plaats op de weg, als voor het parkeren. Als we dat niet durven te doen, wordt het voetgangers- en fietsersdomein dra onleefbaar.

De oplossing is : (één) minder pakjes, (twee) meer geduld, en (drie) minder parkeer- maar meer leveringsplaatsen op de openbare weg, zodat (bestel)wagens, cargofietsen, bakfietsen etc., van pakjesbedrijven en particulieren, makkelijker en voor korte tijd een regulier en niet hinderend plaatsje vinden — en de parkeerdruk op het openbaar domein meteen verminderd wordt. En dus ook en vooral: een regelgeving die de cargofietsen in de stad behandelt voor wat ze zijn : bestelwagens, geen fietsen.

Post scriptum: Wie de foto’s van de Bpost parking failure map goed bekijkt, zal zien dat het foutparkeren op voet- en fietspaden vaak gebeurt in nabijheid van zeer brede rijwegen — waar ook plaats is om (fout) te staan. Het is een bekend fenomeen : automobilisten willen vooral niet op de rijweg blijven staan, ook al is die breed genoeg. Aan die houding mag wel eens wat veranderen.

« Oudere berichten

© 2022 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑