Jef Van Staeyen

Tag: vluchtelingen en migranten (Pagina 1 van 4)

1940 — exodus

 

Een menigte. Heel Frankrijk is onderweg. ‘s Nachts en overdag. Een dichte menigte onder het dak van een dubbele laag matrassen, bekroond met valiezen en vogelkooien. Een eindeloze menigte, altijd even dicht, altijd voort. Een menigte die in de grachten langs de weg haar auto’s en haar doden achterlaat.
Er zijn er die vluchten om aan de oorlog te ontsnappen.
Er zijn er die vluchten in de hoop ooit gemobiliseerd te worden…

In deze meidagen van 2020 herdenken we zowel het begin als het einde van de Tweede Wereldoorlog in onze contreien. Elders is die op een andere datum begonnen of gestopt — al kan ook de drôle de guerre in september 1939 (de Frans-Britse reactie op de Duitse invasie in Polen) als een begin hier worden beschouwd.

  • 10 mei 1940: Duitse invasie in Nederland, België, Luxemburg en Frankrijk,
  • 8 mei 1945: officieel einde van de oorlog op het West-Europese front (maar Duinkerke zou, net als La Rochelle, nog tot 9 mei moeten wachten, Texel tot 20 mei en Schiermonnikoog tot 11 juni).

In maart 2010 kon ik bij de definitieve sluiting en uitverkoop van de Bibliothèque Pour Tous in de rue Négrier in Rijsel drie oude boeken op de kop tikken over de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk: L’orchestre rouge van Gilles Perrault, Un cheminot sans importance van André Diligent, en La vie des Français sous l’occupation van Henri Amouroux. Jaren later heb ik me afgevraagd of het wel toeval was dat er tussen die enkele tientallen nog niet verkochte boeken, drie boeken over de oorlog zaten. Zou het kunnen dat iemand ze had opzijgezet? Hoe ook, ik heb ze eerlijk gekocht en betaald.

L’orchestre rouge (1967) is het spannende, geromanceerde verhaal van een aan de Sovjetunie gelinkt spionagenetwerk dat in Brussel, Parijs en Berlijn zeer actief was, en als dekmantel een bedrijf had dat met de Duitsers collaboreerde. Het woord dekmantel mag je hier letterlijk nemen, want het Brusselse bedrijf in de Koningsstraat, Au Roi du Caoutchouc, specialiseerde zich aanvankelijk in de import en export van regenjassen. Nadien werden vanuit Brussel en Parijs allerlei producten op de zwarte markt gekocht om aan de Duitse bezettende overheden te worden verkocht. Die activiteit bezorgde het bedrijf zowel toegang tot belangrijke informatie als geldelijke middelen voor het netwerk.

In Un cheminot sans importance (1975) brengt de advocaat en latere burgemeester van Roubaix André Diligent het verhaal, en neemt de verdediging op (wat hij voor de rechtbanken trouwens ook heeft gedaan) van de spoorwegbediende en verzetsstrijder Pierre Hachin uit Ascq, een van de oprichters van de clandestiene krant La Voix du Nord, die door de Duitse politie op 2 oktober 1943 werd gearresteerd, gefolterd en gedeporteerd. Na zijn bevrijding uit het kamp van Dachau, in april 1945, moest Hachin met lede ogen vaststellen dat de voortaan officiële Voix du Nord van de tijdsspanne tussen de bevrijding van Rijsel en die van de kampen gebruik had gemaakt om een deel van de verzetsstrijders aan de kant te zetten.

En tenslotte La vie des Français sous l’occupation (1961): in 18 thematische, meer dan chronologische hoofdstukken en 578 pagina’s vertelt Henri Amouroux het leven van de Fransen van eind mei 1940 tot augustus 1944. Niet in abstracte termen, maar heel concreet.

Elk van die boeken heb ik al meermaals gelezen, en van La vie de français koester ik al lang het project het eerste hoofdstuk naar het Nederlands te vertalen. Het behandelt de exodus van eind mei tot begin juli 1940, la débâcle, de ontreddering, de dijkbreuk, die gedurende meerdere weken miljoenen Fransen (en Belgen, soms Nederlanders) op de Franse wegen op de dool zette, eerst moeizaam naar het zuiden, en nadien (voor zover men het had overleefd) even moeizaam terug naar het noorden — al komt de terugtocht, met andere problemen, in andere hoofdstukken aan bod. Frankrijk werd immers in vier stukken verdeeld, en er kwamen reisverboden.

De huidige corona-crisis met de uizonderingsmaatregelen gaf me wat extra tijd, en ook een duwtje in de rug. Nu we het wat moeilijker hebben, kan het geen kwaad even terug te kijken — zó lang zelfs niet, 80 jaar — naar mensen die plots, en ook onverwachts, met veel grotere gevaren en moeilijkheden werden geconfronteerd. En die zich hebben afgevraagd hoe dat ooit zou aflopen. Veel verder wil ik de vergelijking echter niet trekken. Er wordt al genoeg over oorlog gepraat dezer dagen.

Dit is de Nederlandse vertaling Exodus van het eerste hoofdstuk van La vie des Français sous l’occupation (2 + 43 pagina’s).
De volledige Franse versie wordt nog steeds verspreid.

N.B.: Op advies van aandachtige lezers heb ik de initiële versie op 8 mei gecorrigeerd. Wie nog fouten of onhandigheden vindt in de tekst, mag die steeds melden. Ook suggesties voor de enkele dingen die ik niet kon vertalen, zijn welkom.

[Voor de Vlaams-Nederlandse uitgever Ons Erfdeel is de 75ste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog de gelegenheid om terug te kijken op die 75 jaar: Nulpunt 1945, de lage landen een mensenleven later.]

inburgeringstraject

de Gazette van Detroit, 1914-2018

(hier vind je een pdf-versie van onderstaande tekst)

 

GEEN TIEN DAGEN nadat hun land van herkomst in een existentiële crisis terecht is gekomen — want door een machtig en op expansie belust buurland overrompeld is — starten enkele migranten in hun land van aankomst een krant. Een weekblad in hun moedertaal. Terwijl het land van herkomst om zijn overleven strijdt en de bevolking er zeer zwaar lijdt — honderdduizenden zijn op de vlucht  — blijft het land van aankomst voorzichtig aan de zijlijn staan. De krant stelt zich tot doel de banden tussen de migranten onderling én met hun land van herkomst aan te halen. Of ze ook probeert de publieke opinie en de politieke overheden in het land van aankomst voor zich en voor de verdediging van het land van herkomst te winnen, is me niet bekend, en evenmin of de overheid van dat land van herkomst de krant op directe of indirecte wijze ruggensteun geeft.

Op 13 augustus 1914, negen dagen na de Duitse inval in België, wordt in Detroit de Gazette van Detroit opgericht. Ze heeft “als doel het onderling contact tussen de Vlamingen in Noord-Amerika te behouden en nieuws uit het vaderland te brengen”. Daar zit ook oorlogsnieuws bij. Belgische steden worden verwoest, burgers gedood, anderhalf miljoen mensen zijn op de vlucht.
Tot april 1917 zullen de Verenigde Staten zich in de Wereldoorlog afzijdig houden. Slechts de dreiging van een nieuw front in Texas, met Mexico, en in Californië, met Japan, en de vrees voor een Brits faillissement — het  Koninkrijk als kredietonwaardige klant — trekken de Verenigde Staten over de streep.

Bestaat er historisch onderzoek naar de politieke dimensie van de Vlaamse migrantenkrant in Amerika, en naar haar banden met het Belgische moederland?
Hoe reageerden de overheden van het neutrale Amerika op het feit dat de Belgische migrantengemeenschap in een van belangrijkste industriesteden van het land (Detroit!) en met banden met de (nooit te vertrouwen) katholieke kerk (want vanuit een buitenlandse mogendheid gestuurd, met duistere financierings- en beslissingsmechanismen en een staatsvijandelijk discours) enkele dagen na het uitbreken van de oorlog een krant lanceerde in een voor de overheden onbegrijpelijke Nederlandse taal, waarbij die krant onder meer over de oorlog berichtte — terwijl er in hetzelfde Amerika ook (en zelfs veel meer) Duitse migranten leefden?

* * *

EEN KWARTEEUW LATER ontstaat nagenoeg dezelfde situatie. De krant is nog steeds actief, het land van herkomst is opnieuw door de vijand overrompeld — die er op pragmatische en ideologische collaboratie kan steunen —, en het land van aankomst blijft opnieuw neutraal aan de zijlijn staan.

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog werken de neutrale Verenigde Staten samen met Nazi-Duitsland en met de Duitse of collaborerende overheden in de bezette landen (in Brussel, Den Haag, Parijs, Vichy, etc.) zoals ze ook samenwerken met het Verenigd Koninkrijk en de Sovjet-Unie. Anti-communisme, pro-fascisme, sympathie voor het Britse moederland en vrijwaring van industriële belangen, het is een delicate balans. Pas anderhalf jaar later, na de Japanse aanval op Pearl Harbor in december 1941, komt daarin verandering.

Wat is de redactionele lijn van de Gazette vóór en tijdens de oorlog? Is er invloed — zijn er pogingen tot invloed — uit Londen, Brussel of Berlijn?  Of is de Gazette enkel een lokale krant met lokale nieuwtjes?

* * *

TOT VIERMAAL TOE worden de makers van de krant met migratie-achtergrond door de hoogste overheden van het moederland gehuldigd. De hen toegekende eretitels verwijzen expliciet naar een vorst wiens beleid zowel ten tijde van zijn bewind als nadien internationaal zwaar gehekeld werd (en nog steeds wordt). Het oordeel over de vorst en zijn beleid gaat van grootheidswaanzin tot genocide.

In 1931, 1949 en 1964 (tweemaal) worden de eigenaar en de eindredactrices van de Gazette van Detroit geridderd (of tot officier bevorderd) in de Orde van Leopold 2.

Welke zijn de “bijzondere diensten aan de koning” die een “teken van zijn persoonlijke hoogachting” verdienen? Hoe reageren de Amerikaanse overheden daarop? Geven de eretekens uitdrukking aan de Belgisch-Amerikaanse vriendschap, of is het een Belgische, buitenlandse inmenging in Amerikaans binnenlands beleid?
[Terloops: De gelauwerden hebben geluk dat het dertiende amendement van 1810 — dat adellijke titels in de States verbiedt — nooit de vereiste meerderheid kreeg.]

* * *

NOG EENS ENKELE DECENNIA LATER komt de krant in moeilijkheden. Minder en minder mensen-met-migratie-achtergrond beheersen de oude moedertaal, en hun interesse in het land van herkomst is verzwakt. De migrantenkrant houdt korte tijd op te bestaan. Wanneer ze terug verschijnt is het tweewekelijks, en kort nadien wordt ze ook tweetalig. Zowel de taal van aankomst als van herkomst komt aan bod. Er is ook steun — zij het minder dan verhoopt — uit het moederland: abonnementen, kapitaal en subsidies. Trouwens, niet alleen de krant, ook de kerk van de migranten krijgt een duwtje in de rug. Er komt een officiële prijs uit het moederland, en een subsidie van de regering van dat land. Iets meer dan een eeuw na haar oprichting houdt de krant echter op te bestaan.

In 1974 is er van augustus tot oktober geen Gazette van Detroit. Een Amerikaanse industrieel met banden in het West-Vlaamse Tielt redt de krant, nadat hij ook de katholieke kerk van Detroit heeft gesteund. Vanaf 1977 brengt de Gazette, eerst tweewekelijks, nadien maandelijks, en sinds 2005 digitaal, zowel artikels in het Engels als in Simple Dutch. Er zijn ook abonnementen en steun uit het moederland. In 1979 bekomt de Gazette de Visser-Neerlandiaprijs van het Algemeen Nederlands Verbond (toen een merkwaardige verstrengeling van openbare en private, Nederlandse en Vlaamse  initiatieven), goed voor 5000 $, en in 2006 volgt een subsidie van 12.500 € van de Vlaamse regering. In december 2018, een maand na het einde van de honderdjarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog, houdt de meer dan eeuweling Gazette van Detroit op te bestaan.

Meer dan een eeuw, het is een mooie prestatie, voor een migrantenkrant die uiteindelijk op een oude migratiegolf, eind 19de, begin 20ste eeuw is blijven bestaan. En wier bestaan wellicht door de huidige informatietechnologie werd achterhaald. Katholieke Vlamingen (Nederlandssprekenden) uit Vlaanderen: welke band werd het eerst verbroken, welke band het laatst: de taal, het land of de kerk? of de band met Detroit?

DE VERRE NAKOMELINGEN van de Vlaamse migranten in de Noordelijke States (allicht sindsdien flink vermengd met ander bloed) komen soms nog samen voor volksfeesten, misschien populairder ginder dan hier, en die meer naar het Vlaanderen van toen, en het Detroit van toen, dan naar het Vlaanderen van nu verwijzen.  Er wordt kant geklost en er wordt “ge-rolle-bold” (rolle-bollen is een van de talrijke varianten van de oude sport die elders krulbollen, trabol of in West-Henegouwen en Noord-Frankrijk “bourle” wordt genoemd: dikke ronde schijven in de vorm van kleine gouda-kazen worden over een holle bodem naar een doel-punt gerold).  Duiven worden geschouwd en wafels gegeten. Er zijn oude karren en er is muziek.

* * *

AANVULLING, per 28 maart 2019

Een makkelijk verkrijgbare aanvulling op bovenstaande informatie is het boek “Het verhaal van de Gazette — 100 jaar link tussen Noord-Amerika en Vlaanderen” dat Karel Meuleman en Ludwig Vandenbussche in 2014 publiceerden, met de Gazette van Detroit als uitgever. Het is ondermeer te koop in het Antwerpse Red Star Museum, dat ook een heel klein beetje aandacht aan de krant besteed.
Het boek heeft een sterk anekdotisch karakter, en bevat ook talrijke, soms “sappige” uittreksels uit de krant. Wel lezen we dat behalve het allereerste nummer op 13 augustus 1914, alle nummers vóór 24 maart 1916 verloren zijn gegaan. Over de inhoud van de Gazette in die cruciale jaren zullen we hoogstwaarschijnlijk nooit iets vernemen. De oorspronkelijke makers en lezers zijn er niet meer, die het hadden kunnen vertellen, en de kranten evenmin. Tenzij in een of ander nog onontgonnen openbaar archief op een mooie dag toch informatie vrijkomt, de kranten zelf, of een politioneel verslag. Men weet nooit.

Deze tekst wordt wellicht nog aangevuld aan de hand van bijkomende lectuur.

Afrika en Europa ❧

« Oudere berichten

© 2020 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑