Vandaag twee merkwaardige artikels in de kranten.
Gazet van Antwerpen meldt dat het Agentschap Natuur en Bos een geliefde zomereik op de Kalmthoutse heide “geringd” heeft. Rondom de boom werd de schors verwijderd, wat de doorstroming van sappen onderbreekt, waardoor hij langzaam sterft. Bezoekers van de heide zijn verrast en zelfs geschokt. Natuur en Bos verdedigt de drastische ingreep: “De Wilgenduin, de plek waar de boom staat, was in de loop der jaren verbost geraakt. [Het gaat om één boom.] Om de duin opnieuw haar natuurlijke functie te geven als infiltratiegebied voor water, moesten er bomen worden verwijderd. Aan de voet van de duin ligt een waardevol kwelgebied waar de plant beenbreek nog voorkomt. Door deze ingreep krijgt deze zeldzame natuur meer kansen.” Bovendien heeft “deze specifieke boom dood meer waarde voor de natuur dan levend. [Het Agentschap is gehaast. Ook als je hem laat leven, gaat de boom ooit dood.] Hij zal in de toekomst een voedselbron en schuilplaats zijn voor schimmels, insecten en andere dieren.” [Mensen die voor crematie gekozen hebben, moeten daar eens goed over nadenken.]
Het is een Amerikaanse eik, en dergelijke bomen zijn niet de meest rijke biotopen. Ook kunnen ze gevaarlijk zijn. Dat kunnen goede redenen zijn om ze elders te kappen of te ringen. Maar de houding van Natuur en Bos is wel een mooi voorbeeld van eendimensionaal denken. Kokerdenken. Ze gaat volledig voorbij aan de meerlagigheid van wat natuur is, en wat ze voor de mensen betekent. OK, de eik van de Wilgenduin is de beroemde Sycomore Gap Tree in Northumberland niet, maar hij is wel meer dan een exoot die (te) veel water drinkt en zelfs, lezen we verder in de krant, zaailingen maakt [wat ook zijn “natuurlijke functie” is].
Dit is allicht (niet) de eik die onlangs werd “geringd” opdat hij sterft. Kalmthout, oktober 2012.
De Standaard, van haar kant (regionale pagina’s, Limburg) weet dat in de Runkstersteenweg in Hasselt meer dan tweehonderd bomen moeten verdwijnen. Ze zijn vijftig jaar geleden geplant, en staan in de weg voor de heraanleg en verbreding van het fietspad. Dat fietspad, dat in twee richtingen wordt gebruikt, is twee meter breed, en voldoet niet aan het Vlaamse fietsvademecum. Het nieuwe fietspad wordt drie meter breed, met een bufferstrook van minstens anderhalve meter. Het is duidelijk dat de administratie die in het verleden autowegen heeft aangelegd (en dat nog steeds doet), op dezelfde wijze nu fietspaden bouwt.
Het koker-denken zit waar je dat het minst zou mogen verwachten: bij natuurbeheer en fietsbeleid.

