Jef Van Staeyen

Auteur: Jef Van Staeyen (Pagina 1 van 151)

Kees Fens

In de stedelijke bibliotheek Permeke aan het De Coninckplein — De Coninck is niet de dichter maar de romanfiguur uit Hendrik Conscience’s Leeuw van Vlaanderen, en Permeke niet de schilder maar de garagist wiens garage tot openbare bibliotheek werd omgebouwd — staan niet veel boeken. Het is pijnlijk om te zien. Toch vond ik daar, op te lege schabben, een boek “van” Kees Fens: Het volmaakte kleine stukje, Keuze Joost Zwagerman, 2009.
Bij Kees Fens denk ik aan De Standaard der Letteren. Toen de krant op papier twee grote bladen vol tekst aan literatuur besteedde, en ook Fens zijn regelmatig hoekje had. Vraag me niet wat hij er schreef.
Kees Fens schreef prachtige tekstjes, dat wel. Het mooie is dat enkele ervan, nog geschreven onder het pseudoniem A.L. Boom, over zijn vader gaan. Hij vertelt hoe zijn vader een mensgrote (juister: een jongen-grote) vlieger bouwde, zo’n kruis van dunne staken met een wat ruitvormig zeil uit papier, die men naar de uitvinder een Eddy noemt, en de lange lijn tussen vlieger en vader de groeiende afstand tussen vader en zoon verbeeldde.
De stad en haar straten, in Amsterdam, waar Fens is opgegroeid, Londen, Antwerpen of Brussel, is een vaak beschreven onderwerp, waarbij Fens verhaalt hoe de Noord-Europese steden door hun kleuren en vormen winter-steden zijn. De zomer is voor het zuiden en voor de voorsteden, de verbanningsoorden waar de huizen te laag en te ver van elkaar staan. Die lijflijke benadering van de stad, die ligt me wel, zoals wanneer voor Kees Fens een bocht in de Londense Regent Street ook een bocht in het heelal is.

April is de laatste stadsmaand, steden zijn te oud voor de maanden die nu komen. In de winter is er harmonie tussen mensen en huizen, beide hebben hun geschiedenis en die kunnen ze aan elkaar kwijt. Het is een wat grijs en kaal verhaal en de warmte moet komen van de aankleding. Ieder die ‘buiten’ woont, zal de winterse bekoring van de stad kennen en de aarzeling de trein terug te nemen naar die half bebouwde werelden die de voorsteden zijn. Het zijn dan verbanningsoorden; de huizen zijn te laag en staan te ver van elkaar, de halflandelijkheid, die hun verleiding moet uitmaken, is dood.

waarheen voert ons de auto zonder chauffeur ? ❧

Deze tekst heeft een wat complexe ontstaansgeschiedenis. De initiële versie schreef ik in 2016 in het Frans, en staat op deze website: quand les voitures n’auront plus besoin de nous pour rouler. 

Een jaar later, in 2017, begon ik een versie in het Nederlands, met twee bijkomende elementen. Maar die tekst is nooit af geraakt. Recent nieuws, over zelfrijdende busjes, zelfrijdende bestelwagentjes en zelfrijdende taxi’s — in Wuhan stonden ze op 1 april (!) plots allemaal stil — bracht me ertoe die onafgewerkte Nederlandstalige tekst weer op te nemen, en hem uiteindelijk ook te voltooien: waarheen voert ons de auto zonder chauffeur ?

Let wel: Ik spreek over auto’s waarvan de automatismen de menselijke chauffeur niet alleen maar bijstaan of tijdelijk vervangen, zodat van die chauffeur ook verwacht wordt dat hij ten allen tijd “het stuur” weer kan overnemen. Een auto-zonder-chauffeur is een auto die op een intelligente manier kan rijden zonder dat er een reiziger aanwezig is, of met reizigers die om de een of andere reden niet in staat zijn het stuur over te nemen.

Ik onderscheid volgende mogelijke evoluties:

  • een vlottere doorstroming van het verkeer, en daardoor meer capaciteit op de weg,
  • meer veiligheid en daarmee ook meer kansen voor voetgangers en fietsers, en bijgevolg minder autoverkeer,
  • minder hinder van het verkeer, door een optimale (be)geleiding ervan,
  • langere verplaatsingen, en daardoor meer autoverkeer,
  • lege auto’s op de weg, en daardoor:
    • nieuwe gebruiken,
    • méér autoverkeer,
    • de noodzaak tot een ander parkeerbeleid,
  • kleine busjes ter aanvulling van het (zware) openbaar vervoer,
  • autonome goederenwagons op het spoor.

75 000

Tot zondag 22 maart (2026) herdenkt een nomadisch monument in de oude handelsschool van de De Vrièrestraat 36 in Antwerpen de 75 000 door Israël gedode Palestijnen in Gaza van wie de namen gekend en de stoffelijke overschotten gevonden zijn. Het is een initiatief van een kunstenaarscollectief uit Den Haag, de stad waar het Vredespaleis gevestigd is.
Het reizende monument met vilten zuilen en 75 000 krasjes heeft de vorm van Gaza en staat op een kaart van Den Haag (met het Vredespaleis), die meteen de beperkte omvang van de door 2,2 miljoen Gazanen bewoonde strook land in herinnering brengt. Naast het monument liggen de lijsten met namen.

Het nomadisch monument krijgt het gezelschap van de Hope Foundation die sinds 33 jaar met kunstenaars en kinderen in Gaza werkt.

De presentatie van het nomadisch monument kadert ook in de tentoonstelling we refuse_d in het MuHKA (tot 7 juni), die vijftien kunstenaars samenbrengt die onderzoeken wat het betekent om door te zetten, weerstand te bieden en te creëren onder omstandigheden waarin stemmen worden gesmoord en censuur en ontheemding het artistieke handelen onder druk zetten. Enkele muren van het MuHKA zijn leeg omdat de beoogde werken door de oorlog het Midden Oosten niet hebben kunnen verlaten.

« Oudere berichten

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑