Jef Van Staeyen

Auteur: Jef Van Staeyen (Pagina 1 van 153)

kokerdenken

Vandaag twee merkwaardige artikels in de kranten.

Gazet van Antwerpen meldt dat het Agentschap Natuur en Bos een geliefde zomereik op de Kalmthoutse heide “geringd” heeft. Rondom de boom werd de schors verwijderd, wat de doorstroming van sappen onderbreekt, waardoor hij langzaam sterft. Bezoekers van de heide zijn verrast en zelfs geschokt. Natuur en Bos verdedigt de drastische ingreep: “De Wilgenduin, de plek waar de boom staat, was in de loop der jaren verbost geraakt. [Het gaat om één boom.] Om de duin opnieuw haar natuurlijke functie te geven als infiltratiegebied voor water, moesten er bomen worden verwijderd. Aan de voet van de duin ligt een waardevol kwelgebied waar de plant beenbreek nog voorkomt. Door deze ingreep krijgt deze zeldzame natuur meer kansen.” Bovendien heeft “deze specifieke boom dood meer waarde voor de natuur dan levend. [Het Agentschap is gehaast. Ook als je hem laat leven, gaat de boom ooit dood.] Hij zal in de toekomst een voedselbron en schuilplaats zijn voor schimmels, insecten en andere dieren.”  [Mensen die voor crematie gekozen hebben, moeten daar eens goed over nadenken.]
Het is een Amerikaanse eik, en dergelijke bomen zijn niet de meest rijke biotopen. Ook kunnen ze gevaarlijk zijn. Dat kunnen goede redenen zijn om ze elders te kappen of te ringen. Maar de houding van Natuur en Bos is wel een mooi voorbeeld van eendimensionaal denken. Kokerdenken. Ze gaat volledig voorbij aan de meerlagigheid van wat natuur is, en wat ze voor de mensen betekent. OK, de eik van de Wilgenduin is de beroemde Sycomore Gap Tree in Northumberland niet, maar hij is wel meer dan een exoot die (te) veel water drinkt en zelfs, lezen we verder in de krant, zaailingen maakt [wat ook zijn “natuurlijke functie” is].

Dit is allicht (niet) de eik die onlangs werd “geringd” opdat hij sterft. Kalmthout, oktober 2012.

De Standaard, van haar kant (regionale pagina’s, Limburg) weet dat in de Runkstersteenweg in Hasselt meer dan tweehonderd bomen moeten verdwijnen. Ze zijn vijftig jaar geleden geplant, en staan in de weg voor de heraanleg en verbreding van het fietspad. Dat fietspad, dat in twee richtingen wordt gebruikt, is twee meter breed, en voldoet niet aan het Vlaamse fietsvademecum. Het nieuwe fietspad wordt drie meter breed, met een bufferstrook van minstens anderhalve meter. Het is duidelijk dat de administratie die in het verleden autowegen heeft aangelegd (en dat nog steeds doet), op dezelfde wijze nu fietspaden bouwt.

Het koker-denken zit waar je dat het minst zou mogen verwachten: bij natuurbeheer en fietsbeleid.

bericht aan Cathy Berx, provinciegouverneur

Bericht aan mevrouw Cathy Berx, gouverneur van de provincie Antwerpen

Mevrouw,
U heeft me nu tweemaal een sms-je van BE-alert gestuurd. U meldt me dat het zeer warm wordt (“code oranje”) en beveelt me aan goed voor mezelf en voor anderen te zorgen. Hartelijk dank.
Via de kranten raadt u me ook aan bij hittegolven koelteplekken te zoeken in mijn buurt, en ‘s nachts mijn woning te verluchten.
Het is hartverwarmend (een ongepast woord bij deze temperatuur…) hoe bezorgd u is voor mij en mijn medeburgers.
Graag verneem ik welke aanbevelingen u heeft verzonden aan beleidsverantwoordelijken op gemeentelijk, provinciaal, regionaal, federaal en Europees vlak. Er zijn allicht nog andere mogelijkheden dan verluchten en het opzoeken van koele plekken om dergelijke hittegolven te voorkomen of op zijn minst in te tomen.

Met dank bij voorbaat, en vriendelijke groet,

wat had ik die mensen graag kunnen helpen

Zondagavond, zeven uur. De avond van een warme, zomerse dag.
Ik kom terug van een wandeling en ga door de Teichmannstraat. Op het trottoir aan de overkant zie ik vier mensen die zichtbaar blij zijn samen te zijn. Er is nog een vijfde, maar die zit in een kinderwagen. Zijn of haar reacties kan ik niet zien.
Allicht hebben de twee koppels elk hun auto in de buurt geparkeerd en gaan ze te voet verder. Daar lijkt het toch op. Mijn analyse van het gezelschap is snel gemaakt. Een ouder koppel, late vijftigers of vroege zestigers, een jonger koppel, late twintigers — de dochter met haar man — en het kleinkind in de kinderwagen. Gezwind neemt het jonge koppel het voortouw, het ouder koppel erachteraan, de grootmoeder duwt de mooie kinderwagen. Ze gaan sneller dan mensen op zo’n warme avond doen. Ik vermoed naar het restaurant dat slechts honderd meter verder ligt. Uit heel hun handelen, hun lichaamstaal, hun stevige stap straalt de vreugde samen te zijn en het vooruitzcht de mooie avond rond een lekkere tafel door te brengen.
Vanop mijn trottoir zie ik het restaurant — dat zien zij nog niet — en vrees dat er wat schort: de terrastafels en stoelen staan gestapeld op elkaar. Ik lees de ontgoocheling wanneer de koppels de straathoek bereiken, en nu ook het gesloten restaurant vlak voor hen zien: er brandt geen licht, de luiken zijn neergelaten en er zijn die gestapelde stoelen. Vooral de lichaamstaal van de teleurgestelde schoonzoon en de onthutse moeder spreekt boekdelen — “dat kan toch niet zijn !” Ik voel met hen mee. Het is alsof ikzelf tot het gezelschap behoor.
Wat had ik die mensen graag kunnen helpen. Toch ben ik niet naar hen toe gestapt om mijn medeleven te uiten. Als je dat doet klinkt spijt als spot. Een kind dat een bal in een boom heeft gestampt en er niet bij kan, of iemand die naar een tram rent en hem voor zijn neus ziet vertrekken, die zeg je ook niet “jammer toch”.  Hen helpen kon ik evenmin. Het enige andere restaurant in de buurt waaraan ik kon denken is ook gesloten. Ik ben er net voorbijgestapt, in de Harmoniestraat, en het is bovendien van een wat andere, plechtige stijl. Minder ontspannen. Ik zie geen restaurants in de omgeving die op zondagavond open zijn, en op een gsm kijken dat kunnen zij ook. Veel beter dan ik.

Geen idee wat die mensen daarna hebben gedaan. Terug naar hun auto’s gestapt? Naar een andere buurt gereden? Daar lekker gegeten en tevreden over hun nieuwe vondst? In mijn hoofd is het verhaal blijven hangen, tot ik het hier heb neergetikt.

bnb’s, wie bewaart de vrede?

Op 9 juli besteedde De Standaard aandacht aan het feit dat criminele organisaties airbnb’s vaker gebruiken als verstopplaats voor drugs, wapens of crimineel geld.

De artikelenreeks “achter de façades van Airbnb” toonde ons twee clusters van maatschappelijke problemen die door anonieme bnb’s worden veroorzaakt (appartementen in de stad zonder aanspreekbare eigenaar of bewoner). De ene cluster betreft de kanibalisering van de woningmarkt, waarmee de inspanningen van de overheid en van buurtbewoners voor het creëren van aangename woningen in leefbare buurten worden ondermijnd. Ik ga daar niet verder op in.

Een tweede cluster, die onvoldoende wordt onderkend, is het feit dat het verdienmodel van anonieme airbnb’s steunt op het afstoten van taken die in de traditionele hotelsector of bij volbloed bnb’s-met-bewoner door de hotelexploitant en zijn personeel of door de bewoner-gastheer worden uitgevoerd. In anonieme bnb’s worden deze taken en de bijhorende kosten afgewenteld op de buren en op de overheid.
Een zeer belangrijke taak van de hotelexploitant of van de bewoner-gastheer is het bewaren van de vrede. Zij zijn de eersten om daadkrachtig op te treden tegen lastige, lawaaierige of smerige huurders en om zonodig de politie te bellen. Ze zijn daarin zeer efficiënt. In anonieme bnb’s blijft de geplaagde buren geen andere mogelijkheid dan zelf de politie te bellen (die niet altijd snel komt), zelf vuiligheid op te ruimen (in de gemeenschappelijke delen van het gebouw), of mee te betalen aan de nodige herstellingen.
Een aanwezige hotel-exploitant of een bewoner-eigenaar kan er ook voor zorgen dat huisvuil correct wordt gesorteerd en op het juiste ogenblik op de juiste manier op straat wordt gezet. In anonieme bnb’s met anonieme exploitanten en anoniem onderhoudspersoneel dat niet op het optimale ogenblik aanwezig is, lukt dat vaak niet. Het gebouw en de straat verloederen, en de overheid moet vaker optreden. Het profijt is voor de anonieme verhuurder (en voor Airbnb), de lasten zijn voor de buren en voor de overheid.

Terug naar drugs, wapens en prostitutie. “Krijgen we toch een melding over problematische huurders, bijvoorbeeld van buurtbewoners? Dan zullen we altijd de lokale autoriteiten en politie op de hoogte brengen, waarmee we sowieso in nauw contact staan.” zegt de Airbnb-landenmanager voor de Benelux en Frankrijk. Duidelijker kan het niet zijn: “buurtbewoners” en “autoriteiten en politie”. Noch Airbnb, noch de anonieme verhuurder, maar de buren en de politie doen het echte werk.

« Oudere berichten

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑