Jef Van Staeyen

Categorie: 2024 (Pagina 10 van 15)

de vrouw die tegen de deur aanliep — Roddy Doyle

De vrouw die tegen de deur aanliep is het verhaal van de vrouw die tegen de deur aanliep, en die van de trap viel, althans dat was het verhaal telkens ze zwaar gehavend en door haar liefhebbende echtgenoot vergezeld naar het hospitaal ging om verzorgd te worden voor de zware kwetsuren, blauwe, rode en zwarte plekken, gebroken botten, verloren tanden, brandwonden of afgerukt haar. Het is het verhaal dat iedereen wilde geloven, de artsen en de verpleegsters, de mensen in de stad of zijzelf, en waarbij vooral geen vragen werden gesteld, tenzij door haar oudere zuster, die vond dat het genoeg, of zelfs veel te veel was geweest.
Het is het verhaal van een vrouw die geklemd zit tussen haar liefde, intense liefde voor haar echtgenoot, die haar ook intens bemint — wanneer hij haar niet slaat of ‘s avonds lang van huis wegblijft —, hun kinderen die ze wil beschermen, haar financiële afhankelijkheid als vrouw aan de haard in een gezin met weinig geld, en de mensen in haar omgeving die liever niet weten wat er gebeurt. Gekneld tussen haar jeugdige dromen en wat ervan geworden is. Tot ze uiteindelijk, na een lijdensweg van zeventien jaar, om haar oudste dochter tegen haar man te beschermen, even gewelddadig reageert en hem het huis uitjaagt.
De Ierse schrijver Roddy Doyle vertelt haar gedachtengang, weifelingen en herinneringen, zowat een jaar later, nadat de man bij een inbraak en gijzelneming een vrouw heeft gedood en door de politie wordt neergeschoten. De vrouw denkt aan haar jeugd, haar verliefdheid, haar huwelijk, en lang en met herhalingen aan het geweld — zo is het ook — en kort aan de ontknoping — dat is ze ook. The Woman Who Walked into Doors is een krachtig boek. Het verscheen in 1996.

 

 

met de trein naar de travel-store ❧

De NMBS zal de verkoop van internationale reiskaartjes beperken tot twaalf zgn. “travel-stores”, meldt De Standaard op 16 juli 2024. Reis naar het station om een kaartje te kopen, lijkt de NMBS haar advies.
[Wie in Virton een retourkaartje naar de travel-store in Namen koopt, betaalt zelfs 48,40 €, en is tweemaal 1u50 onderweg.]

Noem het luiheid, of noem het haast, ik heb een oudere tekening herwerkt.

blij om eenvoudige dingen

Soms ben ik blij om eenvoudige dingen.

Tussen de Lange Leemstraat en de Isabellalei ligt een pleintje. Het verdraagzaamheidsplein. Groot is het niet. Elk kan kiezen over welke verdraagzaamheid het gaat.
Gaat het over de verdraagzaamheid tussen joden, moslims, Polen, Oekraïners… die daar zicht- en hoorbaar aanwezig zijn, en ook de… ja hoe noem je wie noch jood, noch moslim, noch buitenlander is? Belgen is onjuist. Cis-Belgen? Ook niet goed. [Misschien is het probleem van de nadruk die vaak op diversieit wordt gelegd, dat er geen naam bestaat voor wie in geen van die hokjes past, en toch iets wil zijn. Ik denk aan het meisje in Frankrijk dat huilend thuis kwam van school. Ze had geleerd dat al haar klasvriendjes Frans waren en nog iets, en zij was alleen Frans.]
Of gaat het over de verdraagzaamheid tussen voetgangers, fietsers en automobilisten?
Of jegens de dronkelieden die al ‘s morgens naast de glascontainers zitten? [De korte keten, zowaar.]
Op het pleintje ligt een soort walk of fame — Walk of Leem — van overleden buurtbewoners: Wannes Van de Velde, Suzanne Lilar, Paul van Ostaijen, Jeanne Brabants, Vic Gentils, Denise Tolkowsky… Vandaag zag ik hoe de stenen zijn opgepoetst, hoe er enkele nieuwe zijn geplaatst, en hoe die van Van Ostaijen (voorheen Van Ostayen) werd gecorrigeerd. Mooi is dat.

In de Stanleystraat, naast de spoorwegbrug over de Guldenvliesstraat, staat wat wellicht een transformatorhuisje is. Op het ding zijn vensters afgebeeld, waardoor men welige planten en kleurrijke bloemen ziet. Het lijkt op een serre. Vorige week merkte ik dat het gebouwtje beklad en beschadigd was. Vandalen hadden er zonder esthetische ambities hun ding over geschilderd. Gisteren keek ik weer: een van de panelen is nog steeds beschadigd — het is deels afgerukt — maar de initiële afbeelding met de vensters en de planten is vrijgemaakt. Mooi is dat.

Hier achter de hoek, in de Gounodstraat, ligt een voortuin vol veldbloemen. Mooi is dat.

Soms bien ik blij om eenvoudige dingen.

 

P.S. Aan het transformatorhuisje heeft het plezier niet lang geduurd. Het is weer besmeurd. (oktober 2024)

tweemaal naar hetzelfde museum?

Gaat u tweemaal naar het Louvre wanneer u Parijs bezoekt? (…) Ik ook niet. [Het is zelfs even geleden dat ik er nog was.] Als u van het museumbezoekende type bent — zoals ik — gaat u die andere dag naar het Jeu de Paume, het Orsay, Rodin, Picasso of de Plantentuin. Een andere sfeer, een andere plek.

Tijdens mijn juni-reis met de trein was ik in Mâcon. Ze hebben daar een mooi Musée des Ursulines. Het Musée Lamartine, dat tot 2016 in de Académie van Mâcon gevestigd was, in het Hôtel Senecé, zit daar mee in. [Alphonse de Lamartine (1790-1869) is dé man van Mâcon. Dichter, historicus en staatsman. Zowat een Goethe in het Frans.] Er valt heel veel te zien in het Musée des Ursulines, en Lamartine heb ik gelaten voor wie hij was. ‘s Anderendaags ben ik niet naar Les Ursulines teruggekeerd, om Lamartine te zien, wat ik in een afzonderlijk Lamartine-museum wel zou hebben gedaan. Ik heb meer, en veel tijd genomen voor de Cité des Vins et Climats de Bourgogne aan de andere kant van de stad, waar ik ook veel heb geleerd. Zoals het feit dat wijnranken voortdurend en in elk seizoen moeten worden gesnoeid. En dat “aligoté” geen behandeling maar een druivensoort is. Het grootste deel van de tijd was ik overigens alleen in de grote zaal van de Cité — net als de dag voordien bij Les Ursulines — en na een tweetal uren, nadat ik alle filmpjes gezien, alle teksten gelezen en alle parfums gesnoven had, kwam iemand kijken of ik er nog was. [Er zijn geen zaalwachters.] Liever twee musea dan tweemaal hetzelfde, al is het om er andere zalen met andere collecties te zien.

De dag nadien was ik in Bourg-en-Bresse. En bezocht ik, even buiten de stad, het befaamde Monastère royal de Brou. Margaretha van Oostenrijk, hertogin van Savoie en landvoogdes der Nederlanden heeft het in het begin van de zestiende eeuw door de Brusselse architect Lodewijk van Bodegem laten bouwen. Het klooster telt drie kloostergangen — versta: drie binnentuinen met half-open gangen en diverse lokalen errond. [Le monastère compte trois cloîtres.] Een van die kloosters herbergt sinds meer dan een eeuw het stedelijk museum van Bourg-en-Bresse, waarvan de rijke collectie vooral uit Vlaamse, Hollandse, Italiaanse en Franse kunst bestaat. Het bezoek aan de kerk in late Brabants-gothische stijl en aan de merkwaardige grafmonumenten is een intense esthetische ervaring, en het bezoek aan het museum is dat ook. Het wordt snel teveel. Ik heb veel aan me voorbij laten gaan. Toch ben ik de dag daarop niet teruggekomen, om de collectie van het museum met hernieuwde energie te zien. Op twee dagen tweemaal naar dezelfde plek, dat doe ik niet.

Jan Jambon, de aftredende minister-president van Vlaanderen, eveneens minister van cultuur, droomt/droomde ervan het KMSKA en het MuHKA (en ook het Mu.ZEE) in één museum samen te brengen, om ze “naar een hoger niveau te tillen”. Voor een betere plaats op de internationale ranking van musea? Ik hoop alvast dat de afzonderlijke plekken (niet alleen tussen Oostende en Antwerpen, maar ook binnen Antwerpen) en de afzonderlijke sferen blijven bestaan. Liever twee dan één.

 

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑