De transportsector (het goederenvervoer over de weg) klaagt over en ergert zich aan de frequente, bijna dagelijkse files op het Antwerpse autowegennet. Met ongeduld kijkt men uit naar de voltooiing van de Oosterweelverbinding, die de capaciteit moet verhogen en beter verdelen. Reistijden zullen niet alleen korter worden, ze worden ook zekerder, wat belangrijk is voor wie just-in-time moet leveren. “De files kosten veel geld”, zegt de sector. Toch rijst de vraag wat de uiteindelijke invloed van de Oosterweelverbinding zal zijn op de financiële resultaten van de transportbedrijven.

Onlangs berichtte De Standaard over de sterk verbeterde bedrijfsresultaten van tankergroep CMB.Tech. Door de sluiting van de straat van Hormuz worden de vaarroutes langer en ontstaat er een tekort aan vervoerscapaciteit, waardoor de prijzen stijgen. Met Oosterweel gaat voor het wegtransport het omgekeerde gebeuren. Transportroutes worden korter, althans in tijdsduur gemeten, en er ontstaat plots overcapaciteit. Op het eerste zicht hebben de transportbedrijven betere cijfers, want minder kosten, maar die kunnen ze slechts concretiseren door de vrijgekomen capaciteit aan vrachtwagens en arbeidsuren op de markt te zetten, en daarvoor lagere prijzen te vragen, want dat kunnen ze dan. Er ontstaat over-aanbod en een neerwaartse prijsspiraal. Omwille van de beperkte prijselasticiteit van vrachtvervoer zal de vervoersvraag niet in gelijke mate en even snel stijgen. Het uiteindelijke resultaat van de toegenomen capaciteit en concurrentie in de transportsector zal zijn dat een aantal bedrijven over kop gaan. Het is de taak van de sociale, fiscale en verkeerstechnische inspectie erover te waken dat het de correct werkende bedrijven zijn die de competitie overleven en niet door malafide bedrijven uit de markt worden geduwd.