Jef Van Staeyen

Categorie: 2007

de zaak Van Beirendonck

Europeanen, en bij uitbreiding Euro-Amerikanen, hebben de voorbije eeuwen talrijke juridische kaders gecreëerd om hun greep op de wereld te vestigen, te legitimeren en te bestendigen. Veroveringen en aldus afgedwongen privileges werden in ongelijke verdragen gegoten, met Indianen, Afrikanen of Chinezen. Wettelijke instrumenten werden bedacht en met onzachte druk aan andere continenten en hun inwoners opgedrongen.
Dit is immers een formeel kenmerk van het Europese meesterschap over de wereld: brute macht, van kanonnen en geweren, werd in schijnbaar vrijwillige juridische afspraken verankerd. Aan door mensen, in casu Europeanen, opgestelde regels werd een bijna goddelijke, in alle geval bovennatuurlijke en onaantastbare status gegeven. Met die vanzelfsprekendheid werd land veroverd, werden concessies gegeven op de grondstoffen die het bevat, werden handelsrechten afgedwongen, en werd privaat eigendom gecreëerd op wat van iedereen — of van niemand — was.

Het intellectueel eigendomsrecht is een van die instrumenten. In het verdrag van Bern van 1886 bepaald, en sindsdien meermaals uitgebreid, regeerde het aanvankelijk de conflicten tussen enkele Europese landen (plus Tunesië) en tussen hun burgers, om geleidelijk aan de hele wereld te worden opgelegd.
“Wat van ons is, is van ons. Wat van jullie is, daarover moeten we praten,” dat is, enigszins verzacht, de leidraad van het intellectueel eigendomsrecht, en in feite van talrijke rechtsprincipes, die door Europeanen aan de wereld zijn opgedrongen. Weliswaar werd in eenzelfde beweging het historisch Europees cultureel erfgoed tot universeel erfgoed verklaard, waaruit iedereen inspiratie kan putten, maar hetzelfde gebeurde ook voor de buiten-Europese tradities en hun actuele productie, tradities waar het Europees spanningsveld tussen een individuele, creatieve kunstenaar en een anonieme artistieke voedingsbodem niet bestaat — of slechts recent onder Europese invloed werd ingevoerd. Met andere woorden: de artistieke, ook actuele productie van andere continenten werd een vijver waarin iedereen vissen kan, maar de Europese vijver, met ook die vissen, werd met juridisch schrikdraad afgezet.

Wanneer een wettelijke regel door Europeanen op maat van Europeanen geschreven is, mag het niet verwonderen dat er vroeg of laat conflicten ontstaan.

Mijn reis naar Canada in juli 2007, de politieke actualiteit diezelfde zomer (een Russische vlag onder de Noordpool), en nog een en ander, inspireerden me tijdens de maanden nadien tot het schrijven van een album, “Nieuwe Wereld, over eindigheid en oneindigheid” waarvan hoofdstuk 2 (“de Russen komen − over markt en macht”) over allerlei vormen van toe-eigening gaat.
[Hoofdstuk 3 ging over “Wereldburgers, van mensen en grenzen”, en hoofdstuk 4 “Terug naar huis” meer specifiek over de rol van Antwerpen en België voor de migratie naar Amerika.  Hoofdstuk 1 was gewoon onze reis.]
“In Canada — en ook in het “kleinere” Québec — en in de wisselwerking tussen beide — en de verhouding tot de Inuïts, of tot de Russen — zijn ongemeen boeiende processen aan gang, die een voor mij nieuw licht werpen op de wereld van morgen, op zijn problemen, zijn uitdagingen, zijn kansen en mogelijkheden.” schreef ik. Canada is een land op de rand van de wereld en in het centrum van de geschiedenis, dat aan het denken zet.

Dit hier is de tekst van dat hoofdstuk 2 over toe-eigening. Met enkele kleine correcties.
Het kruis dat Jacques Cartier in 1534 in naam van de Franse koning aan de monding van de Saint-Laurent plantte, is een voorafbeelding van wat tot vandaag gebeurt, al worden niet alle kruisen, of vlaggen, even zichtbaar geplant.

© 2020 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑