Jef Van Staeyen

Categorie: 2024 (Pagina 5 van 15)

Big Brother van Lionel Shriver neemt je tweemaal bij de neus

Met Big Brother (2013), in het Nederlands vertaald als Big Brother, neemt de Amerikaanse schrijfster Lionel Shriver je tweemaal bij de neus. Een eerste maal, maar dat merk je snel, al was het maar door de blurb op de achterflap, omdat de roman niet over verregaande schending van privacy gaat, door een of andere openbare of private moloch gepleegd, maar over zwaarlijvigheid.
Een tweede maal, omdat zwaarlijvigheid ook niet het echte onderwerp is. Big Brother, zo genoemd naar de 193 kg wegende Edison, oudere broer van de ik-persoon Pandora, gaat over familiebanden. Wat mag je van familie verwachten? Wat ben je als familie verplicht, word je geacht verplicht te zijn, of acht je zelf geacht te zijn? En welke banden draag je als volwassene mee uit de kindertijd?
Heel de setting is daartoe opgezet. Prachtig opgezet. Chapeau.

De zowat 40-jarige Pandora Halfdanarson heeft succes in haar job. Ze heeft een bedrijfje opgericht dat op bestelling hekel-poppen(*)Voor je geliefde, voor een vriend of familielid, of zelfs voor je baas, als die tegen een grapje kan, bestel je een handgemaakte pop, die de persoon in kwestie imiteert en die, als je aan een touwtje trekt, een van zijn of haar typische, vaak ergerlijke uitspraken doet. Het mechaniekje bevat tien tot twintig dergelijke, op maat gemaakte zinnen. “Let maar niet op mij, het gaat erom wat de kinderen graag willen.” voor een oma die nooit een eigen mening heeft. “Ik wed dat het al is uitverkocht.” voor de eeuwige pessimist. “Maar die tas was voor de helft van de prijs.” Etc. produceert, en dat nationale bekendheid geniet. Het brengt goed op en ze doet het graag, maar maakt zich geen illusies over de toekomst ervan — wat vandaag mode is kan morgen snel vergeten zijn. Hoe ook, in heel het verhaal is geld voor haar nooit een probleem. Ze is gehuwd met Fletcher Feuerbach, een meubelmaker wiens zaak veel minder succes heeft — hij bouwt unieke, hoogwaardige meubels die heel duur zijn en waar niemand om vraagt—, en die enkele jaren geleden met zijn twee kinderen zijn drugverslaafde echtgenote verlaten heeft. Pandora is dus stiefmoeder. De adoptiezoon Tanner (17) en -dochter Cody (13) ervaren en beleven haar als hun moeder, al komt het verschil moeder/stiefmoeder soms aan bod in gesprekken tussen de ouders — onze kinderen of mijn kinderen — of in de gedachten — de vrees — van Pandora: wat gebeurt er met stiefmoederschap wanneer een huwelijk verbroken wordt?
Pandora heeft een oudere broer, Edison, met wie ze samen haar kindertijd heeft doorgebracht, die ze altijd bewonderd heeft, en die op 17-jarige leeftijd naar New York vertrokken is om als jazz-pianist carrière te maken, en daarin aanvankelijk is gelukt. Ze heeft ook een veel jongere zus, Solstice, die veraf woont, die de gezamenlijke herinneringen van Pandora en Edison niet deelt, en zich uitgesloten voelt. Fletcher, van zijn kant, was enig kind. Hij weet niet wat broers en zussen zijn.
Pandora’s grootouders en moeder zijn overleden, maar haar vader, Travis Appaloosa — de toneelnaam van Hugh Halfdanarson —, was acteur in een succesrijk televisiefeuilleton, Joint Custody (gezamenlijke voogdij), dat volledig rond de relatie tussen gescheiden ouders en hun kinderen draaide, en waarin hij drie kinderen had, [De nu 70-jarige Travis leeft nog altijd in die glorietijd.] Daardoor is er destijds een drievoudige identificatie ontstaan tussen de echte kinderen, vooral Edison en Pandora, hun televisie-equivalenten, en de acteurs die die rollen vertolkten. Drie namen of personen voor één: de jonge actrice Flor Newport speelde Maple Fields waarmee Pandora Halfdanarson vereenzelvigd werd. Edison, die carrière heeft gemaakt onder de naam Edison Appaloosa, verwijzend naar zijn beroemde vader, heeft op een blauwe maandag de artiestennaam Caleb Fields gebruikt, naar de zoon uit de televisiereeks. De relaties tussen al deze personages, en ook hun namen, zijn niet het decor, maar wel de materie van het verhaal. Wanneer Pandora verneemt dat haar broer Edison aan lager wal is geraakt, besluit ze hem voor twee maanden in huis te nemen. Tot haar ontstentenis ontdekt ze dat de bewonderde, aantrekkelijke jongeman van 80 kg in enkele jaren een afgrijselijk zwaargewicht van 193 kg geworden is. Tussen haar man en haar broer is het nooit goed geweest, maar nu die walgelijke figuur twee maanden in hun huis komt logeren, en zich niet aantrekt hoe hij daar ervaren wordt, is het hek helemaal van de dam. Als hij blijft ben ik weg! zegt Fletcher na het zoveelste incident.

Obesitas is een delicaat onderwerp, want het is een maatschappelijke kwaal, in Amerika veel meer dan hier, maar erover praten en schrijven wordt snel als stigmatiserend ervaren. Lionel Shriver vangt dat behoorlijk goed op door de molligheid van de veertigjarige Pandora, en de problemen die zij wel, maar haar echtgenoot daar niet mee heeft.

Het boekt valt uiteen in twee grote en een klein deel. Er zit een literaire spitsvondigheid in, of is het een krachttoer? Als lezer stond ik soms verbaasd over de evolutie van de karakters tussen deel 1 (Edison woont in bij Pandora en haar gezin, en daar komt veel schade en wrevel van) en deel 2 (Pandora verlaat met Edison het echtelijk huis. Gedurende één jaar zal ze hem begeleiden en vergezellen in een extreme vermageringskuur. Edison is minzaam, oplettend en hulpvaardig.). Deel 3 verklaart hoe dat komt.

Lezenderwijs blijkt dat obesitas niet het echte onderwerp is van het boek. Heel veel wordt daarover niet verteld. Eten en eten bereiden komt al meer aan bod, als belangrijkste menselijke activiteit, maar hét onderwerp is familie. Hoe ver gaat Pandora als ze haar huis, haar man en haar kinderen/stiefkinderen verlaat, om voor haar broer te zorgen? Moet Fletcher Pandora’s broer ook als zijn broer beschouwen, met alle consequenties van dien, zoals Fletchers kinderen Pandora’s kinderen zijn? Er zijn vragen, en tegenstrijdige stukken van antwoorden. Er is geen besluit. Pandora zit in een double bind. Wat ze ook doet, ze verliest altijd.

 

P.S.: Er bestaat een opvallende gelijkenis tussen de Fletcher uit Big Brother en de Remington in The Motion of the Body Through Space (2020), in het Nederlands vertaald als De weg van de meeste weerstand. Beide echtgenoten van de vertellende ik-persoon zijn extreem en gestreng in hun handelen, en bij beiden zit sporten erin. Remington lijkt wel een verder uitgewerkte versie van Fletcher.

Pagina 16 staat volgende zin.
“Ik dacht dat je broer een appartement had. Boven zijn jazzclub.” Fletcher doordrenkte “zijn jazzclub” met een sceptishe toon. Hij geloofde niet dat Fletcher ooit een eigen jazzclub had gehad.
Dit moet uiteraard Edison zijn. Een onhandigheidje van de vertaler, door de uitgever niet opgemerkt.

Zie ook, op deze website: de Mandibles — Lionel Shriver.

de paradox van de burgemeestersverkiezingen

Hoe zou je willen dat ik met jou ga ruziemaken over de verkiezingen, ik lig al genoeg met mezelf overhoop.

 

Er zit een merkwaardige paradox in de burgermeestersverkiezingen in Vlaanderen. Een rekenkundige paradox.

Het decreet versterking van de lokale democratie van 16 juli 2021 vergroot de impact van de voorkeurstemmen op de samenstelling van de gemeenteraad en op de verkiezing van de burgemeester. Naar het voorbeeld van wat eerder in Wallonië gebeurde (verkiezingen van 2006 voor de burgemeester en 2018 voor de gemeenteraad):

  • beschikt de persoon met de meeste voorkeurstemmen binnen de lijst met de meeste stemmen over de beste kaarten om burgemeester te worden. Als hij of zij er in slaagt een coalitie te vormen (of met zijn of haar lijst een absolute meerderheid heeft), wordt hij of zij burgemeester. De verdeling van de schepenambten tussen de coalitiepartners is niet bij decreet bepaald.
  • worden de door een lijst bekomen zetels verdeeld in functie van de voorkeurstemmen die de kandidaten behaalden.

Deze principes vormen een sterke aansporing om vóór de verkiezing kartel-lijsten op te stellen. Twee of meer partijen trekken samen naar de kiezers, met één lijst, en met (meestal) één kandidaat-burgemeester. Dat verhoogt hun kans om het burgemeestersambt en daarmee ook meerdere schepenambten te veroveren.
Het is echter onzeker of die kandidaat-burgemeester ook veel partijgenoten in de toekomstige gemeenteraad heeft. De kartel-partners (de partijen die binnen de lijst geen kandidaat-burgemeester leveren) kunnen er immers in slagen de samenstelling van de gemeenteraad (en daarna ook het schepencollege) naar hun hand te zetten.

Ik neem een extreem rekenvoorbeeld.
Partijen A en B trekken samen in een lijst AB naar de kiezers. Mevrouw Aerts van partij A is kandidaat-burgemeester, en wordt voor alle duidelijkheid ook lijsttrekker.
Met 9 zetels is lijst AB de winnende partij.
De adepten van partij A hebben massaal voor mw Aerts gestemd. Zij behaalde ongeveer 4000 voorkeurstemmen. Acht andere kandidaten van partij A hebben elk ongeveer 500 voorkeurstemmen behaald.
De adepten van partij B hebben meer verdeeld gestemd. Acht kandidaten van partij B hebben elk ongeveer 1000 voorkeurstemmen behaald.
Lijst AB komt bijgevolg in de gemeenteraad met een kandidaatburgemeester van partij A (mevrouw Aerts) en acht gemeenteraadsleden van partij B.

Dat is allicht wat in zekere mate in Gent is gebeurd, waar de kartellijst rond Mathias De Clercq met acht liberalen en elf socialisten in de toekomstige gemeenteraad zit.

Er zit nog een tweede paradox in het systeem: De tweede grootste lijst kan bij onderhandelingen met de grootste lijst het been stijf houden, in de verwachting samen met de derde grootste lijst een meerderheid te vormen, en dan zelf de burgemeester te leveren.
Dat is de situatie in Borgerhout, waar het voor Groen interessant kan zijn om niet met PVDA maar met N-VA in zee te gaan.

Maar het blijft — uiteraard — wachten wat de partijen met die regels gaan doen. Verkozenen kunnen verzaken, of overlopen, en kartels kunnen barsten.
Het lijkt ook niet onmogelijk dat in de toekomst de kandidaten op kartel-lijsten van partij-etiketjes worden voorzien. Stem op onze kandidaten op de kartel-lijst, is dat niet wat Stefaan De Clerck in Kortrijk betoogde?

 

Lees ook de beste manier om een recht te vrijwaren, is er een plicht van maken,

de beste manier om een recht te vrijwaren, is er een plicht van maken

Voor het eerst in meer dan honderd jaar werd in Vlaanderen de kiesplicht — juister: de opkomstplicht — afgeschaft: de verplichting zich naar het stemlokaal te begeven, en daar deel te nemen aan de kiesverrichtingen voor de gemeente- en de provincieraad.
Het effect was groot. Meer dan een derde van de kiesgerechtigden kwam niet opdagen. Sommigen vinden dat goed, “dat is democratie”. Of oordelen dat het de foert-kiezers zijn die thuisbleven, en zo de radicale partijen verzwakten. Anderen maken zich zorgen over de dreigende ondervertegenwoordiging van zwakkere groepen.

Feit is, dat de afschaffing van de opkomstplicht sommigen van hun stemrecht berooft. Mensen die werken op zondag, vrouwen die (door hun man, hun familie) geacht worden bij hun kinderen te blijven, ouderen en minder mobiele mensen die ondersteuning nodig hebben, ze dreigen allemaal te horen — of horen dat reeds, zoals uit getuigenissen blijkt — dat stemmen niet langer verplicht is, en dat hun afwezigheid of hun verplaatsing naar het stembureau teveel praktische of zelfs principiële problemen stelt. “Hier ben je nuttiger dan in het stembureau. En, denk je echt dat jouw stem het verschil gaat maken?” “Je beseft niet half hoe lastig dat stemmen van je is. Profiteurs zijn het allemaal. Stemmen dient nergens voor.” De afschaffing van de opkomstplicht versterkt de anti-politiek.

De opkomstplicht werd in 1893 ingevoerd, samen met het mannelijk algemeen meervoudig stemrecht, om sociale dwang te vermijden. De beste manier om een recht te vrijwaren, is nog altijd er een plicht van maken.

 

Lees ook de paradox van de burgemeestersverkiezingen.

groen licht voor voetgangers

Antwerpen, Italiëlei — groen licht voor overstekende voetgangers en, dwars daarop, voor fietsers

Voor voetgangers wordt het moeilijker en moeilijker om bij en met groen licht een kruispunt over te steken.

  1. Gelijktijdig groen voor overstekende voetgangers en hen dwarsende fietsers op zogenaamd “conflictvrije kruispunten”.
  2. Zogenaamd “zinloos rood” als vrijgeleide om bij groen licht overstekende voetgangers te hinderen en in gevaar te brengen.
  3. Verregaande versnippering van het voetgangersdomein aan kruispunten en aanleg van onoversteekbaar brede fietspaden.

Wanneer groen licht voor voetgangers niet groen meer is (en ze bovendien omwille van drukknoppen langer op het niet meer zo groene groene verkeerslicht moeten wachten) zullen voetgangers geneigd zijn om bij rood licht of buiten de kruispunten over te steken.
Groen licht dat niet groen meer is, verhoogt de kans dat voegangers (op of buiten het kruispunt) door auto’s overreden te worden.

Waar het fout gaat, leest u hier: Groen licht voor voetgangers.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑