Jef Van Staeyen

Categorie: 2024 (Pagina 7 van 15)

de fietsstraat is de toekomst, ook voor voetgangers

Er zijn veel redenen op te noemen waarom de fietsstraat in de stad, en allicht ook in het dorp, de toekomst is. Ook voor voetgangers. Meer plaats voor fietsers, en voor de diversiteit aan fietsen. Meer plaats voor voetgangers. Snelheidsmatiging van auto’s, en vaak verhoogde snelheid van fietsen. De verwachting, van fietsers en van voetgangers, het fiets- en voetverkeer uit elkaar te halen. Een eenvoudiger en harmonischer straatbeeld. En ook: de nieuwe fietsnormen… waar zelfs met minder auto’s (en ruimte voor auto’s) geen plaats genoeg is.

Lees hier een uitgebreidere tekst: fietsstraat.
(met talrijke illustraties en schema’s — 11 MB)

deelfietsen

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

de dubbele binding van De Lijn

of waarom we er als reizigers goed aan doen niet teveel naar De Lijn te luisteren

 

Een dubbele binding — in het Engels double bind, in het Frans veel preciezer injonction contradictoire of paradoxale genoemd — is het procédé waarbij iemand twee met elkaar strijdige instructies (bevelen, aanbevelingen…) krijgt, waaraan hij uiteraard niet kan voldoen. Het procédé komt vaak voor in toxisch leider- of ouderschap, en kan ernstige, soms zelfs blijvende psychische schade veroorzaken.

De Lijn bezigt dubbele binding jegens haar reizigers. De schade valt wel mee. We zijn slim genoeg om niet te luisteren.

 

Aan de deuren van de tram zit een belsignaal. Dat kondigt de sluiting van de deuren aan. Vaak begint dat ding te rinkelen nog vóór al wie naar buiten wil is uitgestapt, laat staan dat wie naar binnen wil is ingestapt. Dat is hufterig.

 

Ik ondervroeg De Lijn over het voortijdige geluidssignaal — dat overigens niemand respecteert. En kreeg volgend antwoord:

(…)
De veiligheid van de reizigers is onze prioriteit.
Op lange trams kunnen onze chauffeurs onmogelijk alle deuren zien. Om de veiligheid van onze reizigers te verzekeren, sluiten de deuren op de trams automatisch na 30 seconden.
Ze zijn wel voorzien van enkele veiligheden. Als je tussen de rubberen sluiting terechtkomt, kan je je terug losmaken met wat trekkracht. De nieuwste voertuigen hebben ook een gevoelige rubbersluiting. De deuren gaan dan terug open als er iemand klem komt te zitten en de chauffeur kan dan niet vertrekken.
Als je in (of net voor het einde van) die 30 seconden waarin de deuren open zijn op de knop naast de deur drukt, of beweegt voor het ‘oog’ aan de deuropening, dan gaan de deuren automatisch opnieuw open. Wanneer de chauffeur de deuren vergrendeld heeft of de tram vertrekt, kan je om veiligheidsredenen de deuren niet meer openen.
(…)

 

Met andere woorden: De Lijn erkent dat de automatische procedure (30 seconden, “de chauffeurs kunnen onmogelijk alle deuren zien”) geen rekening houdt met de reizigers en met de tijd die effectief nodig is om uit en in te stappen. Vaak is de tram zo vol, ook met kinderwagens en steps, dat het moeilijk is snel de deuren te bereiken. Sommige reizigers zijn moeilijk te been. Aan sommige haltes is er, ook met lagevloertrams, een groot hoogteverschil. Aan andere is er tussen tram en boordsteen een soort goot, die voor rollators en kinderwagens best lastig is. Nog elders is de ruimte op de perrons of op het trottoir te smal om een vlotte doorstroming van uit- en instappende reizigers te verzekeren… of wordt het uit- en instappen door geparkeerde auto’s of fietsen gehinderd.

  • Belemmer het sluiten van de deuren niet, maar… beweeg je voor het ‘oog’ om het sluiten te belemmeren.
  • Laat de andere reizigers eerst uitstappen, maar… zorg dat je bent opgestapt voor het geluidssein gaat.
  • Beweeg mee voor minder CO2, maar… stap niet op als het geluidssein gaat.
  • Wees hoffelijk jegens de andere reizigers en jegens het personeel, maar… hou er rekening mee dat De Lijn niet altijd hoffelijk is.

Deze tegenstrijdige instructies zijn overigens niet de enige in de tram. “Begeef u tijdig naar de uitgang” valt moeilijk te rijmen met de aanbeveling zich ten allen tijde stevig vast te houden, én met de aanbeveling niet bij de deuren te blijven staan.
En er zijn de gewone tegenstrijdigheden: vensters in de trams, en reclame erover geplakt, zodat naar buiten kijken moeilijk en pijnlijk is, en zelfs zonnige dagen donker zijn, of deuren die niet open gaan.

Gelukkig houden we niet teveel rekening met al wat De Lijn ons zegt. De dubbele binding werkt niet.
En misschien is het De Lijn zelf, die een dubbele binding ondergaat. Vanwege de Vlaamse overheid.

strategie voor een grensoverschrijdende metropool ❧

De vijf intercommunales van de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai — die toen nog anders heette, of in feite géén naam had — hebben van 1998 tot 2001 samengewerkt om te komen tot een gezamenlijke, grensoverschrijdende strategie voor metropoolvorming.
Die vijf intercommunales — Lille Métropole Communauté Urbaine (nu Métropole Européenne de Lille), IDETA (Tournai), IEG (Mouscron), Leiedal (Kortrijk) en wvi (Brugge) — waren sinds 1991 verenigd in de Grensoverschrijdende Permanente Conferentie van Intercommunales (GPCI, beter bekend onder het Franse acroniem COPIT), en werden bijgestaan door het Agence de développement et d’urbanisme de Lille Métropole (ADULM), dat als projectleider et coördinator optrad. Voor hun project hebben ze een politieke en technische stuurgroep opgericht en een gezamenlijk team (het grensoverschrijdend atelier) en meerdere thematische werkgroepen samengesteld. Ze hebben kunnen steunen op talrijke Belgische, Franse en buitenlandse deskundigen: onderzoekers, consultants, studiebureaus, en/of medewerkers in hun eigen instellingen of in andere publieke of private betrokken structuren. De Europese Unie (via het TERRA-programma), de gewesten Vlaanderen en Wallonië en de provincie West-Vlaanderen hebben bijgedragen aan de financiering van het project, dat de naam Grootstad droeg, acroniem voor het GRensoverschrijdend Ontwikkelings- en Ordeningsschema – Terra – Schéma Transfrontalier d’Aménagement et de Développement.

Elders op deze site staat een Franse, in 2008 in opdracht van de Universiteit van Straatsburg geschreven tekst, die de context van dit grensoverschrijdende project beschrijft: les collectivités locales, acteurs de la coopération transfrontalière — les intercommunales de l’Eurométropole Lille-Kortrijk-Tournai.

Hierna volgen de belangrijkste resultaten van deze samenwerking, die gepubliceerd zijn onder de vorm van Cahiers (en dossiers) van het grensoverschrijdend atelier .

 

Let wel:

  • De hier volgende bestanden zijn .pdf versies van tweetalige documenten (Nederlands-Frans) die bestemd zijn om gedrukt te worden. Om niets te missen is het altijd nodig alle pagina’s te bekijken, zowel de Franse als de Nederlandse.
  • Soms wijken de bestanden enigszins af van de gedrukte publicaties.
  • De Cahiers (en Dossiers) zijn niet chronologisch genummerd. Het publicatieproces startte pas in het jaar 2000, twee jaar na het begin van het project. Enkele publicaties met een beperktere verspreiding kregen de naam “Dossiers”. Achteraf moet gezegd dat de nummering en het naast elkaar bestaan van Cahiers en Dossiers soms voor verwarring zorgt.

 

Cahier Σ (sigma) – Ontwerp van strategie voor een grensoverschrijdende metropool — SPIRE + IGEAT + ISRO & ATELIER, december 2001. Dit document presenteer ik hier als eerste — en belangrijkste — maar is in feite de conclusie van de werkzaamheden. De integrale tweetalige versie.

Het memento Strategie voor een grensoverschrijdende metropool, voorgesteld door de GPCI, maart 2002, is de kortere versie, in 24 pagina’s, gepresenteerd en ter discussie gesteld op het symposium van 25 maart 2002 in Kortrijk.

Cahier 1 – Economische concurrentie en complementariteit; vier inleidende expertises — uitgevoerd in 1998, gepubliceerd januari 2000
Vier deskundigen, Wim Vanhaverbeke (Leuven, Universiteit Maastricht), Jean-François Stevens (Université de Lille 1, IFRESI), Henri Capron (Université Libre de Bruxelles) en André Delpont (Agence pour la promotion internationale de la Métropole, APIM, Lille) bekijken welke uitdagingen zich stellen voor de economische ontwikkeling en de grensoverschrijdende integratie van de Frans-Belgische metropool en haar deelgebieden.

Cahier 2 – Portret van het landschap — uitgevoerd in 1998, gepubliceerd januari 2000
De landschapsontwerpers Philippe Thomas en Anne Leplat realiseren een portret van het landschap, aan de hand van eerst een subjectieve en nadien een meer objectieve lezing: eerst terreinbezoeken en literaire en picturale bronnen, en nadien cartografisch onderzoek. Dat brengt hen tot een voorstel van lezing van het globale landschap met enerzijds een stramien en anderzijds motieven. Deze benadering zal als basis dienen voor de grensoverschrijdende ruimtelijke strategie, die in de Cahiers 10 en 13 aan bod komt.

Cahier 3 – Grensoverschrijdende metropool: Perceptie, verwachtingen, oriëntaties — TETRA (Michel Suire), uitgevoerd in 1998, gepubliceerd maart 2000
Op vraag van het atelier voert Michel Suire van het bureau Tetra een reeks gesprekken met Franse, Waalse en Vlaamse actoren die sterk betrokken zijn bij de grensoverschrijdende uitdagingen. Hij stelt vast dat er enerzijds een consensus is en anderzijds uiteenlopende strategieën bestaan, afhankelijk van de regio waarin de geïnterviewden actief zijn. Hij geeft een aantal voorstellen voor verdere uitwerking.

Cahier 4 – Beheer van de watervoorraden — Cathy Denimal, november 2000
Het beheer van de watervoorraden is een van de belangrijkste uitdagingen voor de Frans-Belgische metropool, omwille van de grote onderlinge afhankelijkheid van de deelgebieden, en omwille van de voordelen die kunnen worden geput uit een gezamenlijk en spaarzaam beheer van een voor de bevolking, voor de bedrijven en voor de natuur essentieel goed. De door de auteur uitgevoerde stand van zaken omvat een korte beschrijving van de watervoorraden en -stromen in de metropool, een vergelijkend overzicht van de lokale, regionale, nationale en Europese regelgevingen, een overzicht van de factoren die de kwaliteit en de beschikbaarheid van het water bedreigen, en van de initiatieven die genomen zijn om een antwoord te bieden aan het overmatig verbruik en de vervuiling, en om het regenwater te beheren.

Cahier 5 – Economisch portret — Industries & Services (François Milléquant – Hassan EL Asraoui), mei 2000
Aan de hand van talrijke data en grafieken presenteren François Milléquant en Hassan EL Asraoui de demografische en economische kenmerken van de Frans-Belgische metropool en van haar zes arrondissementen: demografie, activiteitsgraad, werkloosheid, geografische, sectoriële en functionele spreiding en evolutie van de werkgelegenheid, grensoverschrijdende arbeidspendel. Voorts wijzen ze op de concurrentie en complementariteit binnen de grensoverschrijdende metropool, de kansen én de reële zwakheden. Zowel de positieve als de negatieve vaststellingen kunnen een aansporing zijn om de grensoverschrijdende relaties en samenwerking te versterken.

Cahier 6 – Mobiliteit en bereikbaarheid, het beleid van de drie deelgebieden  — TRITEL & CETE, september 2001
Goede wederzijdse kennis en begrip als basis voor goede samenwerking. Dit rapport presenteert het mobiliteitsbeleid van de drie regio’s (Frans, Waals en Vlaams) en ook de manier waarop ze aankijken tegen de specifiek grensoverschrijdende mobiliteitsproblematieken.

Cahier 7 – Nieuwe strategieën voor het landschap — Eric Luiten, studie uitgevoerd in 1998, gepubliceerd oktober 2000
Het landschapsbeleid van het Groene Hart (Randstad, Nederland), het Emscher Park (Ruhr, Duitsland), Barcelona Metropolitana en de Stedenband Twente (Nederland) kunnen een bron van inspiratie zijn voor landschapsbeleid op schaal van de Frans-Belgische metropool.

Cahier 8 – De grensoverschrijdende metropool, de gemeentesecretarissen aan het woord  — TETRA, april 2001
Het atelier wenste de blik van de actoren (cahier 3) te verruimen naar de 165 gemeentesecretarissen, die bevoorrechte getuigen zijn van hun gemeenten en van de regio waar ze deel van uitmaken. Het bureau TETRA voert een kwalitatieve enquête bij 25 gemeentesecretarissen en een kwantitatieve bij alle 165.

Cahier 9 – Meertaligheid in de Frans-Belgische metropool— Carine Reuvers, Piet Desmet, Lea Vermeire, november 2005
Dit rapport bevat een enquête naar de kennis van vreemde talen en naar de motivatie om ze aan te leren en te gebruiken, een presentatie van het onderwijs in de buur-taal in de drie regio’s, en de voorstellen van het Forum Multilingua van januari 2000.

Cahier 10 – Motieven in het landschap — Philippe Thomas, maart 2001
Cahier 2 (Portret van het landschap) besloot met het voorstel een landschapsstrategie op te stellen die een stramien en motieven onderscheidt en combineert. Deze studie onderzoekt de krachten en de mogelijkheden van enkele belangrijke landschappelijke motieven: de zogenaamde bergen, de steengroeven van de streek van Doornik, de valleien, en de lege horizonten van de Mélantois. 

Cahier 11 – Retentie van regenwater, overzicht van beschikbare technieken — SAFEGE, Jean Vuathier, november 2004

Cahier 12 – Een netwerkmetropool — Bruno Sinn, Christian Vandermotten, Louis Albrechts, november 2001
Wat brengt de metropoolvorming op voor elke regio? Welke aanbevelingen geven we, met name aan de verkozenen, om deze meerwaarden te realiseren?
Deze — ogenschijnlijk — eenvoudige vragen kregen de deskundigen voorgelegd. Hun antwoorden overtreffen de initiële verwachtingen, en inspireren de strategie die te vinden is in het Cahier Σ (sigma).

Cahier 13 – Een blauw netwerk voor de metropool — wvi & Lille métropole Communauté urbaine, april 2004
Waar de thema’s waterbeheer en landschapsopbouw samenkomen, werpt deze studie de basis voor een strategie die het netwerk van rivieren en kanalen opwaardeert.

Cahier 14 – Ontgrenzing van de arbeidsmarkt — WES, september 2001
Waarom is het nuttig de arbeidsmarkt te ontgrenzen, en hoe doen we dat? Welke obstakels moeten overwonnen worden? Deze studie ligt aan de basis van de Conferentie Open grenzen voor werkgelegenheid van oktober 2003.

Cahier 15 – Hoogwaardige bedrijventerreinen — november 2005
Dit cahier is het resultaat van het project “Émulation” (gezonde naijver) dat de vijf intercommunales en de GPCI in het kader van Europese Interreg 3A-programma (EFRO) hebben opgezet. De vijf intercommunales delen hun visies en hun ervaringen inzake aanleg en beheer van hoogwaardige bedrijventerreinen.
Dit project was geen onderdeel van Grootstad-project, maar kaderde wel in het publicatieprogramma.

Cahier 16 – Atlas van de culturele voorzieningen van de Frans-Belgische metropool — december 2001

Dossier 10 – Open grenzen voor werkgelegenheid — februari 2004
Dit dossier is het verslag van de gelijknamige conferentie, die de GPCI op  29 oktober 2003 organiseerde naar aanleiding van het Staatsbezoek aan Lille van Z.M. koning Albert II.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑