Jef Van Staeyen

Categorie: Essays (Pagina 1 van 14)

hoe de Lange Wapper de Kattendijksluis heeft gered

aan de toegangsgeul van de Kattendijksluis, foto GV, augustus 2021

 

Het heeft niet veel gescheeld of de Lange Wapperbrug had een deel van de Antwerpse haven afgesloten van de Schelde en de zee. Althans voor hoge masten, die men in die haven graag ziet.
Uiteindelijk leidde het project voor de Lange Wapper tot de renovatie van de verwaarloosde, uit bedrijf genomen en deels gesloopte Kattendijksluis.

Deze tekst vertelt het verhaal van de sluis, en van het gelijknamige dok. Hoe ze verdween, en toch werd gered  (21 Mo).
De Lange Wapperbrug werd niet gebouwd, maar zonder haar was die sluis misschien nooit hersteld.

tram 12 en de bretzel-economie

Soms volstaat één zin om me aan het werk te zetten. Ongevraagd.
Ditmaal was die zin: “Op enkele uitzonderingen na, zoals de deelplatformen voor woonruimte Airbnb en Couchsurfing, situeren de meeste deelsystemen in Vlaanderen zich in een niche.” Hij staat op pagina 66 van het nummer 49 (maart 2021) van het tijdschrift Ruimte, dat helemaal aan de circulaire economie en ruimte is gewijd.

Voeg daarbij dat ik enige argwaan heb ontwikkeld voor lijstjes met woorden (“de 3 P’s”, nu “de 10 R-en”…) en voor cirkels, driehoeken, vierkanten en pijlen die de realiteit, een uitdaging of een strategie moeten vatten (de “donut-economie”…) — ik heb er in mijn beroepscarrière ook zelf getekend, misschien daarom — en je begrijpt waarom ik mijn pen ben gekropen, voor wat uiteindelijk een essay geworden is.

Aan de hand van tram 12, maar ook van cafés, wassalons, parkings, verwarmingsinstallaties en rioleringsnetten relativeer ik graag wat vandaag over de nieuwheid en uitzonderlijkheid van deelsystemen wordt beweerd.

In april ben ik beginnen schrijven en tekenen. Toen kwam de verhuis. Onlangs heb ik het werk hervat, vervolledigd, wat bijgesteld en voltooid: tram 12 en de bretzel-economie.

 

een glijdende dienstregeling voor de Antwerpse trams

 

een spooktram op lijn 4 (Groenenhoek)

 

Dit is een pleidooi om in het (Antwerps) stedelijk openbaar vervoer — met name de trams — waar hoge frequenties gelden, een glijdende dienstregeling in te voeren.
Stel — ik neem een eenvoudig rekenvoorbeeld — u heeft tien rijvaardige tramstellen en tien wattmannen of -vrouwen om een tramlijn met een omlooptijd (inclusief pauze) van één uur uit te baten. Dat betekent één tram per zes minuten (6′).
Stel, om één of andere reden is één van de tramstellen niet beschikbaar (door technische pech, of door afwezigheid van een wattman of -vrouw), wat doet u dan?

  • optie 1: u schrapt een van de tien ritten, waardoor er ergens in uw dienstregeling een interval van twaalf (12′) minuten ontstaat,
  • optie 2: u verdeelt de negen beschikbare trams over de dienstregeling van zestig minuten, zodat er elke 6 minuten en veertig seconden een tram langs komt (6’40”).

Optie 1 is degene die door De Lijn wordt toegepast. In de wandelgangen — en op de perrons waar de wachtende reizigers staan — wordt dat een spooktram genoemd. Edoch, zou optie 2 niet beter zijn?

Wat moeilijker nu. Stel er is één tram in de reeks die een flinke vertraging heeft (er stond een vrachtwagen op de sporen, die bouwmaterialen leverde, of een van de deuren van de tram ging niet meer dicht…). Omdat hij vertraging heeft, wordt die tram door steeds meer reizigers opgewacht, waardoor het op- en afstappen langer duurt, en de vertraging groeit. Wat doet u dan? Ook hier zijn er verschillende opties.

Maar het kan ook het omgekeerde zijn: er is weinig verkeer die dag, en alle trams leggen hun rit in vijftig minuten af. Wat doet u dan? Vraagt u hen wat te treuzelen aan de haltes? Of laat u ze sneller rijden, met elke vijf minuten (5′) een tram?

Daarover gaat deze nota. Ik stel voor de vaste dienstregelingen af te schaffen, en met glijdende dienstregelingen te werken, althans — dat is belangrijk — op lijnen met hoge frequenties.

 

(op 4 oktober 2021 gecorrigeerde versie, en a posteriori ingebracht)

btw en energie besparen mét woningen: afbreken en nadien herbouwen, maar waar?

Het verlaagd btw-tarief (van 6% ipv 21%) voor afbraak gevolgd door heropbouw van een woning wordt, als corona-herstelmaatregel, van 1 januari 2021 tot 31 december 2022 uitgebreid tot het volledige grondgebied van België. Voorheen gold het, als Vlaamse maatregel, enkel voor de dertien centrumsteden.
Maar, zijn alle locaties wel even geschikt voor heropbouw?
De tekst hieronder, in 2018 gepubliceerd, stelt vragen bij heropbouw van slecht gelegen woningen. Uit energetisch en ecologisch standpunt is zo’n heropbouw immers niet altijd verantwoord: het energieverbruik voor verplaatsingen vanuit een slecht gelegen woning is hoger dan het energieverbruik voor verwarming van een goed gelegen maar “slecht geïsoleerde” woning.
Zou het niet beter zijn het btw-voordeel van een E-, F- of G-locatie (zie tekening) naar een A-, B- of eventueel C-locatie over te dragen?
Met andere woorden: dan krijg je btw-vermindering voor de aankoop of bouw van een nieuwe, goed gelegen woning (die ook energetisch hoogwaardig is), als je elders een slecht gelegen woning afbreekt (en aan de bouwrechten op die plek verzaakt).

Het label “bâtiment bonne localisation” dat ik in 2010 in Lille Métropole suggereerde, geïnspireerd op het populaire “bâtiment basse consommation” (BBC).  Het was meer een element in een beleidspleidooi voor “la ville intense” — we zagen immers nogal wat “groene” gebouwen op dieprode locaties —, dan een instrument, zoals in Vlaanderen de mobiscore dat is.

 

huizen staan altijd ergens

Lees hier: Energie besparen mét woningen: afbreken en nadien herbouwen, maar waar?

Een beleid om energie-inefficiënte woningen af te breken om ze door nieuwe, energie-efficiënte exemplaren te vervangen moet rekening houden met de locatie van de (her)bouwsites. Want huizen staan altijd ergens. Dat was de stelling van een korte bijdrage in Ruimte & Maatschappij, 9 (2) in 2018, als reactie en aanvulling op een artikel van Maarten Dubois & Karen Allacker enkele maanden eerder: Energiebesparingen in woningen: renovatiesubsidies vs. afbraak met vervangende nieuwbouw (R&M, 8 (4), 2017). Daarin pleitten Dubois en Allacker voor het bevorderen van afbraak gevolgd door nieuwbouw, in plaats van renovatie, omwille van de talrijke energetische impasses van renovatie-projecten.

 

Meer informatie over het tijdschrift Ruimte & Maatschappij vind je >hier.

« Oudere berichten

© 2021 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑