Jef Van Staeyen

Categorie: Essays (Pagina 1 van 35)

stedenbouw in de Métropole Européenne de Lille

Van 22 tot 25 september 2026 begeleidde ik een groep Vlaamse stedenbouwkundigen op studiereis in de metropool Lille. De Vlaamse vereniging ruimte en planning VRP heeft de reis georganiseerd, en ik had het programma samengesteld, met bezoeken in Lille, Roubaix, Mons-en-Barœul en het Parc de la Deûle.
Vóór de reis realiseerde ik een begeleidende tekst. Niet omtrent de projecten — die werden door de projectleiders zelf ter plekke gepresenteerd — maar omtrent de metropool, haar geografie, haar (lange) geschiedenis en haar instellingen, en (in het kort) rond het stedenbouwkundig instrumentarium.

  • 1-2-3: De metropool als Établissement public de coopération intercommunale, de gemeenten, en hun geografie.
  • 4: De geschiedenis van de metropool en de regio, van de graven van Vlaanderen tot de Tweede wereldoorlog.
  • 5: De na-oorlogse geschiedenis, in meer dan 60 items,
  • 6: De metropool in cijfers: inwoners, woningen, werkgelegenheid, bodemgebruik…
  • 7-13: Het stedenbouwkundig instrumentarium: Loi SRU, ZAC, Politique de la ville, NPNRU etc.

groeten uit Ringpark West

Een project mag je niet beoordelen voor het voltooid is, vind ik. Dat schreef ik ook over de verbouwing-uitbreiding van het Steen toen de kritiek losbarstte: de aannemer had de stellingen verwijderd en plots zagen Antwerpenaars wat veeleer op een woonzorgcentrum leek. Nadien heb ik de critici wel gelijk moeten geven: het verbouwde Steen is een miskleun, maar niet om dezelfde reden als eerst werd gezegd. Het gebouw is niet geschikt voor zijn bestemming als bezoekerscentrum, en het is bouwfysisch niet in orde, het brokkelt af.

Wanneer een bouwheer — of een rist bouwheren: de Grote Verbinding — met trots meldt dat een project, in casu het Ringpark West, voltooid is: Komt dat zien, Ringpark West is af!, dan ga ik zien. En voel me geoorloofd een oordeel te vellen.
Ik ging, zag, en… vond geen Ringpark. Wel zag ik een aantal natuurgebieden die er al vijftig jaar zijn, én kilometers straten in breed bordeaux-kleurig asfalt, inclusief (soms) verkeersborden en wegmarkeringen. Heel plaatselijk zag ik aanplantingetjes van boompjes (in twee maten) en rood-witte GR-stickers. Ik zag echter géén voetwegen om de bestaande natuurgebieden met elkaar te verbinden. Als voetganger, als wandelaar heb je geen andere keuze dan de brede bordeaux-kleurige straten te gebruiken. Het zijn fietspaden, waar alles je zegt dat je niet welkom bent. Je gaat dus best aan de linkerkant en, ben je met meerderen, in een rij achter elkaar. Ga je over een brug, dan zorgt een extra-hoge gesloten borstwering ervoor dat je zo weinig mogelijk van de omgeving ziet (de autoweg, of de planten en dieren in een ecostrook). Er hangt een roestvrij stalen handgreep aan, zodat fietsers niet moeten afstappen als ze toch even halt willen houden. Eén van die bruggen, een extra-brede, wordt pompeus een recreaduct genoemd, en heeft aarden wallen. De autoweg eronder mag je wel horen maar niet zien, tenzij sluiks, achter de hoek. Er is in heel dat park ook niets voor het comfort gedaan: geen zitbank, geen picknick-hoek, geen panorama met wat uitleg bij. [Ga naar de polders van Kruibeke om te zien hoe je zoiets beter doet.]

Geen verbindende wandelpaden maar brede fietspaden in Ringpark West

Niet getreurd, want er zijn ook minder saaie plekken. Wat verder kan je je vergapen aan enkele infrastructurele hoogstandjes, waarvan sommige esthetisch niet te versmaden zijn. Je kan op de berm klimmen naar een uitzichtspunt van waar je uiteindelijk wel de autoweg ziet — straks staat er allicht een bord ‘verboden voor onbevoegden’ —, er zijn hoge glazen geluidsschermen zodat je de auto’s die je hoort ook ziet, en er staan schermen om de spoorweg tegen het lawaai van de autoweg te beschermen, of is het andersom? En misschien verdwaal je wel, en beland je in het groene laantje van een bedrijvenpark.

Voor wie van infrastructuur houdt, valt er na wat zoeken toch nog wat te zien

Als je verdwaalt kom je misschien hier terecht

❧

Tenzij park een nieuw woord voor fietspad is, bestaat er geen Ringpark West.
Ik maak me zorgen. Wordt het allemaal zo? Nee, of toch? Voor Ringpark Schijn en Ringpark Lobroek zijn boeiende ontwerpen opgemaakt, maar elders zijn er problemen. Aan de Groene Vesten in Berchem — OK, dat is een voorlopige heraanleg, voor de komende… decennia — komt er een nieuw en breder fietspad achter een geluidswal, maar aan de voetgangers wordt nauwelijks gedacht. Aan de rand van het fietspad krijgen ze een smalle strook in halfverharding (stof wanneer de zon schijnt en plassen bij regen), wat bij ervaren fietsers de vrees doet rijzen (1) dat de voetgangers voor hun comfort toch het fietspad gaan gebruiken, en (2) dat er grint op het fietspad komt, wat beide gevaarlijk is — het is een fietssnelweg. Dat voetgangers ook liefst met propere schoenen en via een aangenaam pad vanuit de Grotesteenweg de Polygoonstraat of de Roderveldlaan willen bereiken zonder honderden meters langs drukke wegen om te gaan, die terechte verwachting wordt niet gehoord. Zelfs Natuurpunt, dat blijkens een bord aan de Grotesteenweg de Groene Vesten beheert, heeft er geen oren naar, en de stad Antwerpen oordeelt dat voor een beter voetpad teveel bomen zouden sneuvelen — naast een autoweg die ter plekke tot vijftien rijstroken telt… Ook aan de Groenendaallaan — ik schreef er al over — kan je beter elektrische fietser dan voetganger zijn die vanuit Merksem het station of de wijk Luchtbal wil bereiken. Aan de bult die daar wordt gelegd hebben voetgangers niks, integendeel. [Over de andere projecten spreek ik me hier niet uit.]

Is dat de vooruitgang die in iets meer dan vijftig jaar wordt geboekt? Van een autosnelweg in het groen (naar Amerikaans voorbeeld door het Amerikaans bureau Frederic R. Harris ontworpen en door landschapsontwerper Johan D’Huyvetter in scène gezet, als ik me niet vergis) naar een fietssnelweg in het ‘park’, die op zijn beurt met wegbreedtes, bochtstralen en voorrangsregels de eigen snelheids- en doorstromingslogica aan de omgeving oplegt.

 

Alle foto’s 22 augustus 2026  —  Aangepast 31 augustus 2026

kokerdenken

Vandaag twee merkwaardige artikels in de kranten.

Gazet van Antwerpen meldt dat het Agentschap Natuur en Bos een geliefde zomereik op de Kalmthoutse heide “geringd” heeft. Rondom de boom werd de schors verwijderd, wat de doorstroming van sappen onderbreekt, waardoor hij langzaam sterft. Bezoekers van de heide zijn verrast en zelfs geschokt. Natuur en Bos verdedigt de drastische ingreep: “De Wilgenduin, de plek waar de boom staat, was in de loop der jaren verbost geraakt. [Het gaat om één boom.] Om de duin opnieuw haar natuurlijke functie te geven als infiltratiegebied voor water, moesten er bomen worden verwijderd. Aan de voet van de duin ligt een waardevol kwelgebied waar de plant beenbreek nog voorkomt. Door deze ingreep krijgt deze zeldzame natuur meer kansen.” Bovendien heeft “deze specifieke boom dood meer waarde voor de natuur dan levend. [Het Agentschap is gehaast. Ook als je hem laat leven, gaat de boom ooit dood.] Hij zal in de toekomst een voedselbron en schuilplaats zijn voor schimmels, insecten en andere dieren.”  [Mensen die voor crematie gekozen hebben, moeten daar eens goed over nadenken.]
Het is een Amerikaanse eik, en dergelijke bomen zijn niet de meest rijke biotopen. Ook kunnen ze gevaarlijk zijn. Dat kunnen goede redenen zijn om ze elders te kappen of te ringen. Maar de houding van Natuur en Bos is wel een mooi voorbeeld van eendimensionaal denken. Kokerdenken. Ze gaat volledig voorbij aan de meerlagigheid van wat natuur is, en wat ze voor de mensen betekent. OK, de eik van de Wilgenduin is de beroemde Sycomore Gap Tree in Northumberland niet, maar hij is wel meer dan een exoot die (te) veel water drinkt en zelfs, lezen we verder in de krant, zaailingen maakt [wat ook zijn “natuurlijke functie” is].

Dit is allicht (niet) de eik die onlangs werd “geringd” om langzaam dood te gaan.
Kalmthout, oktober 2012.

De Standaard, van haar kant (regionale pagina’s, Limburg) weet dat in de Runkstersteenweg in Hasselt meer dan tweehonderd bomen moeten verdwijnen. Ze zijn vijftig jaar geleden geplant, en staan in de weg voor de heraanleg en verbreding van het fietspad. Dat fietspad, dat in twee richtingen wordt gebruikt, is twee meter breed, en voldoet niet aan het Vlaamse fietsvademecum. Het nieuwe fietspad wordt drie meter breed, met een bufferstrook van minstens anderhalve meter. Het is duidelijk dat de administratie die in het verleden autowegen heeft aangelegd (en dat nog steeds doet), op dezelfde wijze nu fietspaden bouwt.

Het koker-denken zit waar je dat het minst zou mogen verwachten: bij natuurbeheer en fietsbeleid.

« Oudere berichten

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑