Jef Van Staeyen

Categorie: Essays (Pagina 2 van 35)

bnb’s, wie bewaart de vrede?

Op 9 juli besteedde De Standaard aandacht aan het feit dat criminele organisaties airbnb’s vaker gebruiken als verstopplaats voor drugs, wapens of crimineel geld.

De artikelenreeks “achter de façades van Airbnb” toonde ons twee clusters van maatschappelijke problemen die door anonieme bnb’s worden veroorzaakt (appartementen in de stad zonder aanspreekbare eigenaar of bewoner). De ene cluster betreft de kanibalisering van de woningmarkt, waarmee de inspanningen van de overheid en van buurtbewoners voor het creëren van aangename woningen in leefbare buurten worden ondermijnd. Ik ga daar niet verder op in.

Een tweede cluster, die onvoldoende wordt onderkend, is het feit dat het verdienmodel van anonieme airbnb’s steunt op het afstoten van taken die in de traditionele hotelsector of bij volbloed bnb’s-met-bewoner door de hotelexploitant en zijn personeel of door de bewoner-gastheer worden uitgevoerd. In anonieme bnb’s worden deze taken en de bijhorende kosten afgewenteld op de buren en op de overheid.
Een zeer belangrijke taak van de hotelexploitant of van de bewoner-gastheer is het bewaren van de vrede. Zij zijn de eersten om daadkrachtig op te treden tegen lastige, lawaaierige of smerige huurders en om zonodig de politie te bellen. Ze zijn daarin zeer efficiënt. In anonieme bnb’s blijft de geplaagde buren geen andere mogelijkheid dan zelf de politie te bellen (die niet altijd snel komt), zelf vuiligheid op te ruimen (in de gemeenschappelijke delen van het gebouw), of mee te betalen aan de nodige herstellingen.
Een aanwezige hotel-exploitant of een bewoner-eigenaar kan er ook voor zorgen dat huisvuil correct wordt gesorteerd en op het juiste ogenblik op de juiste manier op straat wordt gezet. In anonieme bnb’s met anonieme exploitanten en anoniem onderhoudspersoneel dat niet op het optimale ogenblik aanwezig is, lukt dat vaak niet. Het gebouw en de straat verloederen, en de overheid moet vaker optreden. Het profijt is voor de anonieme verhuurder (en voor Airbnb), de lasten zijn voor de buren en voor de overheid.

Terug naar drugs, wapens en prostitutie. “Krijgen we toch een melding over problematische huurders, bijvoorbeeld van buurtbewoners? Dan zullen we altijd de lokale autoriteiten en politie op de hoogte brengen, waarmee we sowieso in nauw contact staan.” zegt de Airbnb-landenmanager voor de Benelux en Frankrijk. Duidelijker kan het niet zijn: “buurtbewoners” en “autoriteiten en politie”. Noch Airbnb, noch de anonieme verhuurder, maar de buren en de politie doen het echte werk.

het concept zwaluw ❧


Ik kijk graag naar de zwaluwen die dansen ’s avonds boven de stad. Het lijkt of ze een zalige tijd hebben : vliegen, draaien en duiken op een onzichtbare achtbaan, gewoon voor de pret. Maar hoe voelen ze zich? Hoe voelt een vogel, hoe voelt een zwaluw, voor wie de mooie, krachtige vleugels spieren zijn, zoals benen voor rennende mensen. Voelen ze krampen, hebben ze pijn, zijn ze vermoeid?
Niet voor de pret maar voor voedsel stijgen, ijlen, draaien en duiken zwaluwen aan hoge snelheid door de lucht. De jacht op insecten. De paradox — of is het de verklaring ? — is dat er hier nauwelijks insecten zijn. Weinig muggen, nauwelijks vliegen, alleen wespen zie je hier. Zwaluwen lusten die niet.

Heel hoog vliegt een straaljager geluidloos voorbij. Witte strepen in het blauwe zwerk. Even reis ik mee. Waarheen?

De zwaluw is een gedurfd concept. Tijdens zijn acrobatische, snelle, veeleisende jacht moet hij voldoende insecten — van die kleine dingetjes — vangen om zijn eigen motor draaiend te houden. Elke dag zowat zijn eigen gewicht. Niet alleen de jacht vraagt energie: ook het bouwen van nesten, het paaien en paren, het leggen en broeden van eitjes en het voeden van kuikentjes (waarvoor de ouders voedselballen van insecten bereiden, zeg dat het zowat hamburgers zijn). In de herfst trekken zwaluwen naar het zuiden, ik hoopte voor hen dat ze dat al jagend doen, en er onderweg ook insecten zijn. [Het antwoord is nee: enkele grammetjes lichaamsvet moeten volstaan voor een vlucht van duizenden kilometer.]

Ik reis op het internet. Ik surf niet, ik duik niet, ik zweef.

Zwaluwen hebben een brede bek. Ze hebben ogen met een dubbele focus (precieser: fovea), om vooruit én opzij scherp te zien. Ze hebben lange vleugels en staarten die hen toelaten zonder veel kinetisch energieverlies van richting te veranderen. Ze zijn aerodynamisch, en vooral: hun metabolisme is zeer efficiënt. De spijsvertering is snel, mede door de hoge lichaamstemperatuur en de snelle ademhaling, maar hun vlucht is spaarzaam in het verbruik. In rusttoestand daalt hun temperatuur. In extreme omstandigheden schakelen ze zich bij wijze uit: torpor.

Zouden mensen er in slagen een machientje te bouwen dat leeft van wat het al vliegend eet?

Antwerpen, juli 2026

❧

extra: de wet van de schaal

In de wiskunde en de fysica bestaat er een wet die zo eenvoudig is en zo vanzelfsprekend dat het me steeds verbaast dat hij nauwelijks onderwezen wordt, nauwelijks een naam heeft, en dat wetenschappers in meerdere domeinen er lang naar hebben gezocht.
Die wet zegt dat als je van een voorwerp, of in de biologie een plant of een dier, de lineaire dimensie met twee vermenigvuldigt of door twee deelt, alle oppervlakken van dat voorwerp, van die plant of dat dier met een factor vier worden vermenigvuldigd of erdoor worden gedeeld, en alle volumes met of door een factor acht. [Ook in de informatica geldt die wet, wanneer het aantal mogelijke verbindingen exponentieel groeit of daalt.]

Eenvoudig voorbeeld: Stel je wil een Eiffeltoren bouwen, twee keer zo hoog. Dus 600 meter in plaats van 300. Je vermenigvuldigt alle maten met 2: de hoogten en breedten van de profielen, de dikte van het smeedijzer (puddelijzer) en de diameter van de klinknagels. Zo’n toren stort in onder zijn eigen gewicht. Dat gewicht is immers vermenigvuldigd met een factor 8, en de druk- of trekweerstand van de onderdelen met een factor 4.

In het dierenrijk heeft deze wet belangrijke effecten voor warmbloedige dieren: de vogels en de zoogdieren. Hun stofwisseling of metabolisme (*) is functie van hun volume, maar hun warmteverlies wordt bepaald door hun oppervlak. Daarom moeten kleine dieren (veldmuizen, kolibries, … en dus ook zwaluwen) voortdurend eten. Bij vogels vereist hun snelle spijsvertering paradoxaal genoeg ook een hogere lichaamstemperatuur (die door hun pluimage wel wordt beschermd).
Die wet maakt dat er drempelwaarden zijn voor vogels en zoogdieren en plafondwaarden voor insecten. Die ademen immers via gaatjes in hun pantser. Laat dat laatste een geruststelling zijn: mensgrote muggen, zoals in Nero en de Kouwe kwibus, kunnen niet bestaan.
Dat vliegen op het plafond kunnen lopen en “schaatsenrijders” (Gerridae) op het water, dat mieren en kevers tot honderdmaal hun gewicht kunnen torsen en grashalmen niet breken maar buigen, het is ook de wet van de schaal die speelt.

 

(*) Voor het metabolisme van dieren zijn er weliswaar ook andere factoren die spelen, waarvan nog niet alle zijn verklaard. De energie die ze zelfs in rust verbruiken dient immers niet alleen om het warmteverlies (door huid en ademhaling) te dekken, maar ook voor het onderhoud van de spieren, de beenderen, de ingewanden, het vet… En spieren vergen meer energie dan vet, zelfs wanneer men ze niet gebruikt…

Kees Fens

In de stedelijke bibliotheek Permeke aan het De Coninckplein — De Coninck is niet de dichter maar de romanfiguur uit Hendrik Conscience’s Leeuw van Vlaanderen, en Permeke niet de schilder maar de garagist wiens garage tot openbare bibliotheek werd omgebouwd — staan niet veel boeken. Het is pijnlijk om te zien. Toch vond ik daar, op te lege schabben, een boek “van” Kees Fens: Het volmaakte kleine stukje, Keuze Joost Zwagerman, 2009.
Bij Kees Fens denk ik aan De Standaard der Letteren. Toen de krant op papier twee grote bladen vol tekst aan literatuur besteedde, en ook Fens zijn regelmatig hoekje had. Vraag me niet wat hij er schreef.
Kees Fens schreef prachtige tekstjes, dat wel. Het mooie is dat enkele ervan, nog geschreven onder het pseudoniem A.L. Boom, over zijn vader gaan. Hij vertelt hoe zijn vader een mensgrote (juister: een jongen-grote) vlieger bouwde, zo’n kruis van dunne staken met een wat ruitvormig zeil uit papier, die men naar de uitvinder een Eddy noemt, en de lange lijn tussen vlieger en vader de groeiende afstand tussen vader en zoon verbeeldde.
De stad en haar straten, in Amsterdam, waar Fens is opgegroeid, Londen, Antwerpen of Brussel, is een vaak beschreven onderwerp, waarbij Fens verhaalt hoe de Noord-Europese steden door hun kleuren en vormen winter-steden zijn. De zomer is voor het zuiden en voor de voorsteden, de verbanningsoorden waar de huizen te laag en te ver van elkaar staan. Die lijflijke benadering van de stad, die ligt me wel, zoals wanneer voor Kees Fens een bocht in de Londense Regent Street ook een bocht in het heelal is.

April is de laatste stadsmaand, steden zijn te oud voor de maanden die nu komen. In de winter is er harmonie tussen mensen en huizen, beide hebben hun geschiedenis en die kunnen ze aan elkaar kwijt. Het is een wat grijs en kaal verhaal en de warmte moet komen van de aankleding. Ieder die ‘buiten’ woont, zal de winterse bekoring van de stad kennen en de aarzeling de trein terug te nemen naar die half bebouwde werelden die de voorsteden zijn. Het zijn dan verbanningsoorden; de huizen zijn te laag en staan te ver van elkaar, de halflandelijkheid, die hun verleiding moet uitmaken, is dood.

waarheen voert ons de auto zonder chauffeur ? ❧

Deze tekst heeft een wat complexe ontstaansgeschiedenis. De initiële versie schreef ik in 2016 in het Frans, en staat op deze website: quand les voitures n’auront plus besoin de nous pour rouler. 

Een jaar later, in 2017, begon ik een versie in het Nederlands, met twee bijkomende elementen. Maar die tekst is nooit af geraakt. Recent nieuws, over zelfrijdende busjes, zelfrijdende bestelwagentjes en zelfrijdende taxi’s — in Wuhan stonden ze op 1 april (!) plots allemaal stil — bracht me ertoe die onafgewerkte Nederlandstalige tekst weer op te nemen, en hem uiteindelijk ook te voltooien: waarheen voert ons de auto zonder chauffeur ?

Let wel: Ik spreek over auto’s waarvan de automatismen de menselijke chauffeur niet alleen maar bijstaan of tijdelijk vervangen, zodat van die chauffeur ook verwacht wordt dat hij ten allen tijd “het stuur” weer kan overnemen. Een auto-zonder-chauffeur is een auto die op een intelligente manier kan rijden zonder dat er een reiziger aanwezig is, of met reizigers die om de een of andere reden niet in staat zijn het stuur over te nemen.

Ik onderscheid volgende mogelijke evoluties:

  • een vlottere doorstroming van het verkeer, en daardoor meer capaciteit op de weg,
  • meer veiligheid en daarmee ook meer kansen voor voetgangers en fietsers, en bijgevolg minder autoverkeer,
  • minder hinder van het verkeer, door een optimale (be)geleiding ervan,
  • langere verplaatsingen, en daardoor meer autoverkeer,
  • lege auto’s op de weg, en daardoor:
    • nieuwe gebruiken,
    • méér autoverkeer,
    • de noodzaak tot een ander parkeerbeleid,
  • kleine busjes ter aanvulling van het (zware) openbaar vervoer,
  • autonome goederenwagons op het spoor.
« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑