Een gezin of een bedrijf dat een belangrijke beslissing moet nemen die zijn toekomst engageert, dat een woning wil kopen of bouwen (of zelfs maar huren), een auto wil aanschaffen, een nieuwe job aanvaarden, een bedrijf oprichten of een investering doen, weet graag waar het aan toe is. Volledige zekerheid heb je nooit, maar de onzekerheid wil je toch liefst beperken en overzien. Waar ga ik wonen, welke auto schaf ik aan — en is de aanschaf van een auto nog zinvol, of huur ik er best een —, hoe renoveer ik mijn huis, wat besteed ik voor hernieuwbare energie, ligt de nieuwe job niet te ver omwille van de files of de afwezigheid van openbaar vervoer, is er plaats op school, is de lucht gezond, de straat veilig… of: waar kan mijn bedrijf groeien, hoe blijft het bereikbaar voor leveranciers, klanten, personeel en mezelf… allemaal terechte vragen. Om daarop een redelijk antwoord te vinden, moet je weten welk beleid de overheid voert, op ruimtelijk vlak, qua mobiliteit, energie, luchtkwaliteit, klimaat, milieu, enzovoort. Krijg je geen antwoord op die vragen, is de kans groot dat je niets beslist, en alles bij het oude laat.

denken, durven en doen?

De Vlaamse overheid heeft de voorbije jaren wel gemerkt dat nieuwe keuzen nodig zijn. Ze heeft het zelfs geschreven en gezegd. Er moet een betonstop komen (in 2040! — en wat een domme term), de files moeten worden aangepakt, het energieverbruik moet omlaag, de uitstoot van CO2 en fijn stof ook, nieuwe bedrijven moeten kansen krijgen vóór de oudere verdwijnen wanneer ze achterhaald of te hinderlijk zijn. Maar ze heeft niets gedurfd en gedaan. Ze schuift de problemen voor zich uit. De beslissingen worden, naar de volgende regering, over de verkiezingen getild. En in aanloop naar die verkiezingen worden door de regerende partijen keuzen voorgesteld waarvan ze zelf weten dat ze niet haalbaar zijn, en evenmin de vereiste resultaten kunnen geven. Dus is er geen ruimtelijk plan, geen ruimtelijk beleid, zijn er geen ruimtelijke instrumenten. En gaat de verspilling van ruimte én van geld gewoon voort. Dus wordt verteld dat het fileprobleem (en de uitstoot?) door de aanleg van nieuwe wegen zal worden opgelost. Een optie waar geen middelen voor zijn (tenzij er een péage komt, wat een vorm van rekeningrijden is…), waar evenmin plaats voor is (want wie in de nevelstad Vlaanderen wil zo’n nieuwe weg achter zijn tuin?), en die hoe dan ook te laat zal komen en de files slechts enkele jaren verlichten, zonder aan de andere problemen wat ook te doen.

Als de overheid niets beslist, beslissen ook de bedrijven en de gezinnen minder. Of nemen ze, wat erger is, beslissingen die straks voor problemen zullen zorgen, voor henzelf, voor hun buren en voor de maatschappij. Dat schaadt de welvaart, omdat geld wordt opgepot of slecht wordt besteed, en omdat bedrijven op de thuismarkt niet innoverend kunnen zijn. Dat schaadt ook het welzijn: de gezondheid, de levensverwachting en -kwaliteit, de woonomgeving, de veiligheid, het opleidingsniveau, het plezier in de job, de creativiteit… [En het schaadt de planeet, vanwege een land dat per capita tot de meest vervuilende behoort.]

de Vlaamse ziekte

Wat daarbij opvallend is, het zijn stuk voor stuk beleidsdomeinen die al sinds decennia voor 80 tot 100% Vlaamse bevoegdheden zijn. Geen (of zelden) Belgische, waar je met die ambetante Walen zit, die altijd wat anders willen, of hopen dat er niks gebeurt. De zogenaamde Belgische ziekte van onbeslistheid is in feite een Vlaamse ziekte. In 2014 werd een zeer ruime parlementaire meerderheid van drie partijen gevormd die aan dezelfde kant van het politieke spectrum zitten en vijf jaar samen zijn gebleven, een meerderheid die slechts eenmaal met andere verkiezingen werd geconfronteerd en die dankzij de staatshervormingen over ruime financiële middelen beschikt — waarvoor de federale overheid destijds werd uitgekleed, denk aan justitie. Een meerderheid die in de genoemde en urgente beleidsdomeinen niets heeft die bereikt.

Bart De Wever als Guy Mathot

De kroon van de stilstand komt daarbij toe aan N-VA, waarvan de voorzitter, met zijn ecorealisme, de waardige opvolger van een Waalse PS-politicus is. In 1981 verklaarde de befaamde Guy Mathot, minister van begroting: “Le déficit est apparu tout seul, il disparaîtra tout seul, comme un mauvais rhume.” De klimaat- en andere milieuproblemen zijn vanzelf ontstaan, ze zullen ook vanzelf verdwijnen. Meer dan een verkoudheid is het niet.