Jef Van Staeyen

Categorie: Blog (Pagina 1 van 37)

de cargofiets is niet de oplossing, hij is een probleem

“Koeriers zeggen zonder uitzondering heil te zien in veel meer leveringen in stadscentra met cargofietsen in plaats van met bestelwagens”, schrijft Pieter Van Maele op dinsdag 20 juli 2021 in De Standaard, onder de titel “Parkeerplek zoeken? daar heeft de koerier geen tijd voor”. Het verhaalt toont, aan de hand van foto’s uit Bpost parking failure map en interviews met koerierbedrijven, hoe pakjesbezorgers vaak parkeerovertredingen begaan, en op fiets-, voet- of zebrapaden staan.

De voorgestelde oplossing — de cargofiets — is erger dan de kwaal. In de plaats van soms op een voet- of fietspad te parkeren, zoals die bestelwagens doen, zal er altijd op een fiets- en vooral voetpad worden geparkeerd — zoals de wegcode nu (nog) toelaat. En er zal vooral op voet- en fietspaden worden gereden, en in voetgangersstraten.

Voor de wegcode is zo’n cargofiets een fiets, ondanks zijn volume en zijn kracht. Dus maakt hij gebruik — en misbruik — van de rechten die de fietsen werden toegekend, omtrent rijden en parkeren, en van het gedoogbeleid terzake. Nu steden meer en meer “zone 30” worden — gelukkig maar — moeten we er ons bewust van zijn dat cargofietsen, althans in de stad, veeleer bestelwagens dan fietsen zijn. En wordt het tijd ze aan de regelgeving voor auto’s te onderwerpen, zowel wat betreft hun plaats op de weg, als voor het parkeren. Als we dat niet durven te doen, wordt het voetgangers- en fietsersdomein dra onleefbaar.

De oplossing is : (één) minder pakjes, (twee) meer geduld, en (drie) minder parkeer- maar meer leveringsplaatsen op de openbare weg, zodat (bestel)wagens, cargofietsen, bakfietsen etc., van pakjesbedrijven en particulieren, makkelijker en voor korte tijd een regulier en niet hinderend plaatsje vinden — en de parkeerdruk op het openbaar domein meteen verminderd wordt. En dus ook en vooral: een regelgeving die de cargofietsen in de stad behandelt voor wat ze zijn : bestelwagens, geen fietsen.

Post scriptum: Wie de foto’s van de Bpost parking failure map goed bekijkt, zal zien dat het foutparkeren op voet- en fietspaden vaak gebeurt in nabijheid van zeer brede rijwegen — waar ook plaats is om (fout) te staan. Het is een bekend fenomeen : automobilisten willen vooral niet op de rijweg blijven staan, ook al is die breed genoeg. Aan die houding mag wel eens wat veranderen.

veiligheid voor iedereen (antwoord aan Saskia De Coster)

In De Morgen van vrijdag 2 juli verhaalt Saskia De Coster (“veiligheid eerst, vooral van de auto”) twee recente, onaangename fietsanekdotes, met ijverige — te ijverig geachte — Antwerpse politie-agenten, en een derde, wat oudere anekdote, met een wegpiraat in een auto, en een te weinig ijverige politie.
Over die laatste anekdote spreek ik me hier niet uit. Ze is, ondanks de ernst, niet van aard om mijn lezing van de eerste twee te beïnvloeden.

Ik kan Saskia De Coster wel een heel eenvoudige suggestie doen. Indien de politie in de buurt waar ze woont te ijverig is omtrent fietsend wangedrag — zoals ze stelt —, kan ze die politie misschien vragen haar actieterrein te verleggen, en in andere buurten wat ijveriger te zijn. Er zijn straten genoeg in Antwerpen waar de voetgangers op het voetpad al te vaak door geparkeerde fietsen (en steps en brommers) en door rijdende fietsers (etc.) worden gehinderd en in gevaar gebracht.

parkeren is geen Mensenrecht

Wat dat parkeren op voetpaden betreft wil ik er hier op wijzen dat het stallen van een voertuig op de openbare weg, laat het een auto zijn, een kar of een fiets, niet in de Universele verklaring van de rechten van de Mens staat vermeld. De vrijheid zich te kunnen verplaatsen wel, en te voet gaan is de essentieelste manier om dat te doen. Uiteraard moet er in onze steden en gebouwen meer plaats worden gemaakt om fietsen te parkeren, met name door meer autoparkeerplaatsen tot fietsparkeerplaatsen en autogarages tot fietsgarages om te vormen, maar er mag daarop niet gewacht worden om bij het parkeren van fietsen nu al meer burgerzin te tonen dan gebruikelijk is. Ook fietsers hebben benen.

Wat dat fietsen op voetpaden betreft: behalve voor kinderen, voor gehandicapten die daarvoor bijzondere voertuigen gebruiken, en voor postbodes die met hun vracht letterlijk van deur tot deur rijden, en daartoe elke vijf meter moeten stoppen, bestaat er geen enkele reden om op het voetpad te fietsen. Als er, om welke reden ook, geen of onvoldoende plaats is op de rijweg, of op het eventueel aanwezige fietspad (veel autoverkeer, teveel fietsverkeer, afsluiting van de rijweg of het fietspad, etc.), en de fietser oordeelt dat het beter is zich op het voetpad te begeven, mag van de fietser verwacht worden dat hij zich daar als een voetganger gedraagt. Met andere woorden: hij stapt af en leidt zijn voertuig met de hand, zoals anderen dat met kinderwagens, rollators, reiskoffers of boodschappenwagentjes doen.

Ik vermeld nog even dat ik onlangs over dergelijke problematieken (en verwante, waaronder hinderlijk geparkeerde auto’s) zowel het stadsbestuur als sommige districtsbesturen heb aangeschreven. Geen enkel voertuig is belangrijker dan een mens.

Lees ook hier: Wie ruimt dat op?

leve de balie, leve de mensen — zonder tijdsslot dolen door Gent

Deze bijdrage schrijf ik naar aanleiding van Johan Rutgeers’ opinietekst in De Standaard van 1 juli 2021 “Gentenaren bevrijden het Gravensteen”. Ze gaat echter niet over het Gravensteen — overigens een belangrijk onderwerp.

Johan Rutgeers schrijft: “Ontvangstbalies zullen in de toekomst overbodig worden, nu iedereen eraan gewoon is geraakt zijn tickets online te kopen en slots te reserveren. Dat wereldwijde fenomeen zal de overbelasting van onze monumenten en musea verlichten. Piek- en daluren zullen verdwijnen, en dat komt de bezoekers en de monumenten alleen maar ten goede.”

Welnu, ik hoop het tegendeel. En verwacht van musea dat ze de ontvangstbalies spoedig in ere herstellen. Covid-19 heeft ons zowat de arm omgewrongen, en ons verplicht voor allerlei dingen via digitale media tijdssloten te reserveren. Ongedwongen dwalen door een stad, geleid door het weer, het humeur, de vrienden, was er niet meer bij. Plots beslissen al dan niet een Gravensteen of ander museum te bezoeken werd onmogelijk gemaakt. Je moest op voorhand plannen en beslissen wanneer je het museum wilde binnengaan, en de rest van je dag erop afstellen. Met je klok in de hand door de stad.

Nee, geef mij maar de vrijheid van het onvoorbereide, met één groot tijdsslot dat van 10 tot 17 uur loopt, en met mensen aan de balie aan wie je zelfs een vraag kan stellen, een advies kan vragen — of gewoon een mooie dag wensen. Veel liever dat dan zo’n website met sloten, cookies en vinken.

 

 


De Standaard, 8 juli 2021

« Oudere berichten

© 2021 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑