moskenes.be

Jef Van Staeyen

Categorie: Blog (pagina 1 van 24)

de vergeten voetganger (3) Belgian Solutions

oversteekplaats Berchemstraat

Je kent allicht het boek “Belgian Solutions”, waarin merkwaardige en, geef toe, vaak domme oplossingen voor kleine of grote problemen worden getoond. De zebrapaden langs de Borgerhoutse Berchemlei verdienen een plaatsje in deze reeks. Om de fietsen het rijden te vergemakkelijken werden de boordstenen en de straatgoten onderbroken, en het asfalt van de straat naar het fietspad doorgetrokken. Mooi. Niet zo voor de voetgangers: voor hen blijven de boordstenen, de goten en de roosters wel bestaan. Zo wordt aan het comfort van de grote wielen van fietsen meer aandacht besteed dan aan de kleine wielen van rollators, kinderwagens, rolstoelen, doodschappenwagentjes en reis- of boekentassen. Uiteraard mijden die de zebra en de goot, en steken over op het fietspad. Wat dacht je wel.

 

oversteekplaats Boomgaardstraat tijdens heraanleg

De foto links is zowat het equivalent van de foto’s boven, daarom zet ik ze hier, wanneer een straat heraangelegd wordt. De stratenbouwers hebben begrepen dat niet alleen de rijweg maar ook het fietspad tijdens de werken een voorlopige herstelling behoeft, maar de voetgangers blijven in de kou. Ook daar zal je zien dat ze dan maar liever het fietspad gebruiken. Benieuwd wat het wordt wanneer het werk voltooid zal zijn.

De kleine (kleuren)foto’s rechts zijn nog een stap (of zelfs meerdere stappen) verder. Aan het kruispunt van de Jan Van Rijswijcklaan met de Singel — en aan deSingel — werd blijkbaar een kabel of leiding gelegd, waarvoor het wegdek werd opengebroken. Deze hinder werd snel weggewerkt: je ziet de betonklinkers als voorlopige maar correcte herstelling van de vijf rijstroken richting centrum en de twee richting Wilrijk. Alleen op de voetpaden en aan de tramhalte blijven er grote gaten en hekken. Het fotootje boven toont (de enige uitweg van) de tramhalte: je kan er niet af tenzij je over de sporen loopt. Heb je een rolstoel, een kinderwagen of rollator… dan heb je pech.

 

Het zijn deze beelden, en met name in de Berchemlei, hier achter de hoek, die me tot de titel van deze reeks inspireerden: de vergeten voetganger.

een evenement afgelasten, hoe vervoeg je dat?

Nu er nogal wat evenementen worden afgelast, toch even dit.

Het werkwoord is afgelasten, en niet aflasten. En nog minder aflassen.
De stam van dat werkwoord is last. Denk aan het wat ongebruikelijke gelasten, een last opleggen, dat bevelen betekent. En denk aan een zaakgelastigde.

Dus:

  • ik gelast het evenement af
  • wij gelasten het evenement af
  • wij moeten het evenement afgelasten
  • hij gelastte het evenement af  (met twee t’s)
  • het afgelaste evenement

En het bekende: het evenement is afgelast.

Of, zoals dat in ons Nederlands gaat, omtrent de afgelasting van een evenement:
Het evenement, dat (en dan volgt er die hele reeks bijzinnen, die wel drie tot vier regels kunnen vullen, en als je ze op de radio hoort wel eindeloos lijken…) is omwille van (met opnieuw een reeks bijzinnen die…) door (idem…) tot nader order afgelast.

Blijft de vraag of uitstel afstel is.

 

P.S. voor Antwerpenaars en Kempenaars. We zijn vandaag 19 maart. Vaderdag wordt niet afgelast.

bravo voor die vrouwen ❧

Dit is geen internationale vrouwendag, toch breng ik dit samen: bravo voor die vrouwen.

  • Bravo voor de vrouwen die met hun aanklachten en getuigenissen het seksueel roofdier H.W. aan het wankelen en tenslotte ten val hebben gebracht. Het moet hen ontzettend veel moed en kracht hebben gekost, en steeds opnieuw heel veel pijn hebben gedaan, maar het is indrukwekkend wat ze teweeg hebben gebracht. Dat er in de rafelranden van de spin-off van hun actie soms wat mislopen is, mag hen niet worden aangerekend.
    [In 2016 las ik het boek Missoula, dat de bekende auteur Jon Krakauder (Into the Wilde) in 2015 had gepubliceerd omtrent verkrachtingen en verkrachtingszaken in het universiteitsstadje Missoula (Montana). De Nederlandse vertaling ervan (Marion Drolsbach en Janet Limonard, voor Prometheus, 2016) was me om wat toevallige, geografische redenen opgevallen (mijn reis naar Montana), en ik schreef erover in mijn reisverslag Reizen zonder Geert, maar met boeken. Hier vind je een uittreksel uit die tekst. Tussen 2011 en 2014 hebben vrouwen als Cecilia Washburn (slachtoffer, een pseudoniem) en Gwen Florio (journaliste bij de plaatselijke krant Missoulian) in Missoula gedaan, maar niet altijd bereikt, wat anderen tussen 2017 en vandaag, of verder nog, op wereldniveau hebben herhaald. Het boek geeft je een beter inzicht in wat er, in de tweede macht of meer, in Manhattan op het spel heeft gestaan.]
  • België heeft een regering, en ze bestaat uit twee vrouwen: Sophie Wilmès en Maggie De Block, de eerste als premier, de tweede als minister van alles wat telt: volksgezondheid. [Het was Pierre Kroll, in Le Soir, die het opmerkte, enkele dagen geleden.] Zoals Gerald Ford destijds president van de United States is geworden, door het schuiven van stoelen, is Sophie Wilmès beetje bij beetje Eerste minister van  België geworden — democratisch optimaal is dat niet —, in bijna twee eeuwen de eerste vrouw met dat mandaat. Wellicht heeft ze nooit gedacht dat ze het land door de ernstigste crisis zou moeten loodsen die het sinds de vroege jaren 60 heeft gekend.
    Maggie De Block is arts en, sinds oktober 2014, minister van sociale zaken en volksgezondheid. Na het vertrek van N-VA uit de federale regering, op 9 december 2018, nam ze ook de portefeuille van asiel en migratie erbij (die ze al van 2011 tot 2014 heeft gehad), waar ze veel recht moet zetten wat in de jaren voordien scheef getrokken werd.
    Het zijn die twee vrouwen die vandaag de krachten bundelen van het land en de beslissingen doordrukken die nodig zijn om de menselijke en materiële schade van het Corona-virus te beperken, een schade, en een leed, die aanzienlijk kunnen zijn. De lopende zaken lopen heel hard vandaag.
    [Aanvulling: Enkele dagen na het schrijven van deze tekst ontstond er wel veel kritiek op het gebrek aan mondmaskers, en op het kwakkelijke verloop van de bestellingen, een probleem waarmee naast België ook vele buurlanden worden geconfronteerd.]
  • Onderwijl mag Ursula von der Leyen (uit politiek oogpunt niet onmiddellijk mijn tas thee, en ook met veel politiek getouwtrek op die plaats terechtgekomen) proberen de Europese instellingen en de 27 lidstaten op één lijn te krijgen voor de Brexit (de huidige discussies zijn belangrijker dan wat voordien onderhandeld werd), een nieuwe begroting (die ambitieus én zuinig moet zijn), een groene transitie, een conflict met Turkije en onvrede met de Verenigde Staten, oorlogsvluchtelingen in Griekenland en aan de Griekse grens, een wantrouwende bevolking, een slabakkende economie en nu… de Corona-crisis. [Maar misschien worden sommige oplossingen makkelijker wanneer men de problemen samen ziet.]
  • En, nu ik toch bezig ben: lees eens Generatie Watjes van Mia Doornaert in De Standaard van 5 maart 2020: Jongeren die nu aan de weg timmeren [een jammerlijke veralgemening, vind ik wel], in het domein van de cultuur, de universiteit, de media of, meer algemeen, van wat gedacht wordt, geschreven en gezegd, willen niet, zoals in mei ′68, ‘verbieden te verbieden’, maar zoveel mogelijk mensen de mond snoeren.
    Het is een pertinente, dappere en welkome reactie op recente censuur-acties, van Ottawa over Parijs tot Brussel — ook Rijsel had ze kunnen vermelden — al is het een uitschuiver wanneer ze in het slot van haar tekst ook een fanatiek simplisme in de klimaatmobilisatie aanklaagt, zoals belichaamd door Greta Thunberg. (Tiens, nog een zij !)

waarom zouden we nog olijven in de olyfolie doen?

Onder de titel “Wie is er bang voor vleesvervangers?” schreef Fieke Van der Gucht, die blijkbaar bang is van vlees, een opiniebijdrage voor de lage landen. Fieke Van der Gucht, taalkundige en taalminnaar, schrijft regelmatig boeiende en soms verrassende bijdragen voor die website, maar ditmaal ging het om veel meer dan taal.
Onder de titel “waarom zouden we nog olijven in de olyfolie doen” schreef ik een reactie, die ik hier herneem. Je kan niet van anderen verwachten dat ze kwaliteitsvoorwaarden respecteren — de conformiteit van een product aan de naam die het draagt — als je dat zelf niet doet. En: geldt “griezel” alleen voor vleesliefhebbers ten overstaan van on-vlees, of ook voor carnifoben ten opzichte van vlees?

 

beste Fieke,

Er is steeds meer vraag naar bio-producten, en dat is een goede zaak. Sommige industriëlen en landbouwers zit dat dwars. Daarom lobbyen hun belangenorganisaties op Europees en nationaal niveau om de bio-eisen naar beneden te halen, zodat ze makkelijker van de toegenomen bio-vraag kunnen profiteren, en als bio kunnen verkopen wat geen bio is.
Enkele weken geleden hebben de Normandische kaasboeren een belangrijke maar nog niet definitieve overwinning behaald op de zuivelindustrie. De AOC-Camembert blijft echt AOC, en wordt (nog) niet door de industrie ingepalmd — die de echte kaasboeren heel snel uit de markt zou hebben geduwd. Maar dit pleit is nog niet definitief beslecht.
Enkele jaren geleden hebben de Franse bakkers jammer genoeg hun strijd verloren: je moet geen bakker meer zijn om “boulangerie” op je winkel te zetten.

Ik vind het belangrijk dat onze Europese of andere volksvertegenwoordigers, onze consumenten- en andere verenigingen er voor ijveren dat bio bio blijft, een echt Normandische camembert echt Normandisch blijft, en zelfs dat alleen een bakker bakker heet.
Daarom vind ik het zeer betreurenswaardig dat anderen, met de beste bedoelingen, net het tegenover gestelde doen: zij ijveren voor kip zonder kip, tonyn zonder tonijn, of schnitzel die geen schnitzel meer is. Zij steken mij/ons stokken tussen de wielen. Daarom krijgen die Europese landbouwcommissie en die Duitse minister mijn volle steun. Laat vegetarisch voedsel vegetarisch zijn en vegetarische namen dragen. Kip zonder kip, waarom geen olyfolie zonder olijven?

Bij die vegetarische slager bestaat toch geen verwarring, zegt u. Inderdaad, maar die vegetarische kip zonder kip, tonyn zonder tonijn of schnitzel zonder vlees staat diezelfde avond in het restaurant op het menu. Op de kaart staat in kleine lettertjes dat ze vegetarisch zijn, maar in het witte krijt op het zwarte bord staat dat niet, en wanneer de ober de klanten een gerecht suggereert, wordt dat al helemaal vergeten. Om een kat een kat te noemen, of een kip een kip, die klanten worden evenzeer belazerd als zij die fazant bestellen en het met kip moeten doen.

Ergens in de Verenigde Staten loopt een proces tegen, dacht ik, McDonalds (okee, geen referentie). Een klant heeft een veggie-burger besteld en gegeten, maar die heeft op dezelfde plaat gebakken waar ook vlees-burgers lagen. (Heeft hij dat pas ná het eten gemerkt?)
Blijkbaar vindt hij (en vinden sommige vegetariërs) dat ze heel veeleisend mogen zijn (géén vlees, nooit vlees, geen greintje vlees), maar dat niet-vegetariërs dat niet mogen zijn, en beuzelarij moeten aanvaarden. Geldt het begrip “griezel” waarover u schrijft alleen voor vleesliefhebbers, wanneer ze on-vlees te eten krijgen, en niet voor de reactie van vegetariërs voor gerechten waar vlees in verborgen zit?

Beste Fieke, u stelt met teleur: als taalkundige en taalminnaar. Tweemaal.
Eén: U voelt zich “niet bekocht dat er geen studenten worden vermalen tot studentenhaver, en eet niet uit antimilitarisme zo graag soldatenkoeken”. Ach, zalmschotel en kindermenu. Zelfs een niet-taalkundige weet dat het Nederlands veel vrijheid neemt in het bouwen van samengestelde woorden, en wél de dingen maar niét de aard van hun verwantschap vermeldt: een schotel mét zalm en een menu vóór kinderen. We verwachten dus terecht dat er in kipsalade effectief kip, en in garnaalsalade, garnalen zit. Zoniet komen we als klanten niet terug, of geven een seintje aan de wareninspectie.
Twee: Ik had toch gehoopt dat zowel vegetarische koks als vegetarische taalminnaars hun creativiteit zouden tonen in het creëren van nieuwe gerechten én nieuwe woorden ervoor. Het kopiëren van bestaande namen is een zwaktebod. Ooit werd voor het eerst een fiets fiets genoemd.

Tenslotte, wat u me allicht niet kan zeggen, maar een ander wel. Die Haagse kroketten, zijn die lekker? Erg gezond zullen ze niet zijn. Is het wat meer dan Haagse coquetterij? En waarom worden die niet, in een stad als Den Haag, met garnalen bereid?

« Oudere berichten

© 2020 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑