Jef Van Staeyen

Categorie: Blog (Pagina 1 van 34)

geen vaccinprivileges, maar welbegrepen vaccinsolidariteit

In Knack 9 en 12 april 2021 bepleiten Caroline Verdonck en Benoît Fransen ‘Waarom versoepelingen voor gevaccineerden geen goed idee zijn’.
Dit is mijn  reactie.

 

Doctoraatsonderzoekster Caroline Verdonck en jurist Benoît Franssens hebben gelijk, in de huidige situatie, nu de overheid beslist wie prioritair wordt gevaccineerd en wie niet, dat geen sprake kan zijn van vaccinprivileges. Zelfs in het geval dergelijke privileges bepaalde economische actoren goed zouden uitkomen (denk aan reizen en horeca) zijn de ethische, filosofische en juridische bezwaren (veel) te hoog, en ontbreekt het maatschappelijk en politiek draagvlak ervoor (zelfs bij de eventuele toekomstige geprivilegieerden zelf). [Dit is een rij van argumenten, maar elk van de argumenten moet op zich volstaan.] De verwachting is dus dat de vordering van de vaccinatie voor iedereen versoepeling brengt.

 

De situatie wordt echter anders zodra iedereen die gevaccineerd wenst te worden, een redelijke kans heeft gekregen om ook gevaccineerd te zijn. Dán, en pas dan zal op basis van de dan beschikbare kennis, en eventueel bijkomend gericht onderzoek, kunnen bekeken worden of, en in hoeverre, niet gevaccineerden een gevaar vormen voor wie wel gevaccineerd is. Bijvoorbeeld doordat het virus in weliswaar beperktere kring zou blijven circuleren, en uiteindelijk muteren, waarbij het de door vaccinatie bekomen bescherming bedreigt. (Dit is een hypothese.)

Dán, en pas dan, kan bekeken worden of (bijvoorbeeld) voor bepaalde publieksevenementen vaccinatie toch nodig is — en dus een vaccinatiepaspoort wordt vereist.

En: dán, en pas dan, kan bekeken worden of (bijvoorbeeld) een gerichte vaccinatieplicht moet worden ingesteld.

Uiteindelijk zijn ook belastingen en bijdragen tot de sociale bescherming niet facultatief, maar verplicht. En werd nog niet zo lang geleden van jonge mensen verwacht dat ze hun leven riskeerden voor hun landgenoten en voor het land. (Gewetensbezwaren, die in latere tijden werden erkend, gingen altijd over het bezwaar anderen te doden, nooit om de schrik voor het eigen lijfsbehoud.) Ook wordt van iemand die (iets te veel) alcohol (of bepaalde medicijnen) genomen heeft, verwacht (nee geëist) dat hij geen voertuig bestuurt. Dat doet men niet om zijn of haar lever te ontzien, maar omwille van de veiligheid en gezondheid van anderen.

Onze democratische samenleving heeft een rijke traditie van verplichtingen en/of beperkingen die aan eenieder kunnen worden opgelegd, wanneer dat van belang is voor de gezondheid en de veiligheid van de medeburgers, of zelfs van het land.

En, is het niet de gerichte, verplichte vaccinatie, wereldwijd, die een einde heeft gemaakt aan enkele zeer besmettelijke ziekten? (verplicht betekende niet altijd dat iedereen gevaccineerd moest zijn, maar wel dat iedereen in bepaalde bijvoorbeeld geografische situaties gevaccineerd moest zijn.)

Het kan dus best zijn dat we straks, niet nu, stringentere maatregelen moeten nemen.

Het is dan ook bijzonder loos dat de opinie van een terzake niet bevoegd minister (in casu Sophie Wilmès) als een engagement wordt beschouwd. Als we al de meningen die alle beleidsvoerders sinds ongeveer een jaar hebben geuit ook als engagementen gaan beschouwen, zijn we nog lang niet thuis.

 

En, als post scriptum. Om deel te kunnen nemen aan evenementen of reizen wordt ook een andere eis gesteld: een (flinke) som geld. Niet iedereen heeft dat geld, niet iedereen kan het hebben. Wat moeten we daaraan doen?

het Rubenshuis binnenstebuiten gedraaid

Het Rubenshuis krijgt een nieuw onthaalgebouw, op het Hopland, met ook nieuwe ruimten voor het Rubenianum. [Of het saaie gebouw in Kolveniersstraat daarmee verdwijnt, is niet duidelijk.]
Robbrecht en Daem ontwierpen het nieuwe gebouw, nadat ze eerst ook het masterplan voor de site hebben opgesteld, een gebouw van waaruit de kennismaking met Rubens en het Rubenshuis voor de bezoekers zal worden georganiseerd. Het huidige onthaalgebouw op de Wapper, rechtover het Rubenshuis, in 1999 opgericht naar ontwerp van Stéphane Beel, wordt (allicht) naar het openluchtmuseum Middelheim verhuisd, dat daarmee een beetje een nieuw Bokrijk wordt.

In 1610 kocht de toen 33-jarige Peter Paul Rubens een huis met aangrenzend terrein in een smalle Antwerpse straat — die later naar hem zou worden genoemd. Rubens was een succesrijk man uit een welstellende familie, en het zestiende-eeuwse koopmanshuis was wat groter dan de gemiddelde Antwerpse woning, maar verschilde weinig van de andere rijke huizen in de stad, zoals er toen wel honderd of meer moeten hebben gestaan. Het was een huis in traditionele Vlaamse bak- en zandsteenstijl, met kruisramen en trapgevels. En vooral: met krappe lokalen achter de gevel. Twee jaar eerder was Rubens uit Italië teruggekeerd, waar hij in Genua de rijke en ruime, laat zestiende-eeuwse renaissance en barok paleizen had bestudeerd — waarover hij in 1622 een boek zou publiceren: Palazzi di Genova. Zowel in zijn eigen woning als in de Carolus Borromeuskerk (1615)  — en in zijn schetsen en publicaties — toonde Rubens zich een pleitbezorger en wegbereider van de barok architectuur en decoratie in Noord-Europa. Naast het oude renaissance huis bouwde hij een barok atelier, en vervolledigde dit alles met een triomfboog, en een tuin met een paviljoentje erin. Dit alles was uiteindelijk groter en rijker dan wat je elders in Antwerpen zag, maar toch maar kleintjes in vergelijking met wat hij in Italië bewonderd had. Geen Antwerpse burger of familie heeft ooit de macht en de rijkdom gehad, die in Genua, Venetië of Firenze tot vandaag in de paleizen zichtbaar zijn.

Na Rubens’ overlijden in 1640 kende het huis een bewogen geschiedenis, waarbij het ook werd verbouwd. Vanaf 1880 ondernam de stad Antwerpen herhaalde pogingen het aan te kopen, wat pas in 1937 is gelukt, na een slepende onteigeningsprocedure. Het gebouw en de tuin werden grondig — te grondig ? — gerestaureerd, en in 1947 als museum voor het publiek open gesteld.

De smalle Rubensstraat werd in 1972 verbreed, door de afbraak van het in de zestiende eeuw ontstane bouwblok tussen de parallelle Wappers- en Rubensstraten (ook Wappers was een schilder), dat in feite boven de Herentalse vaart (1490) was gebouwd — minder een vaart dan een waterleiding. Initieel had die afbraak tot doel een nieuwe, brede straat aan te leggen, van de Frankrijklei naar de Meir, maar de aldus ontstane ruimte werd al snel een plein en tot Wapper herdoopt, een herinnering aan de hefboom (of wip, of wapper) die op de hoek met de Meir moet hebben gestaan om het water uit de vaart te hijsen.
Omdat het Rubenshuis niet helemaal — of helemaal niet — op het onthaal van groepen bezoekers was voorzien, kwam er in 1999, ter gelegenheid van het Van Dyckjaar (alle redenen zijn goed…), Stéphane Beels glazen paviljoen op de Wapper.

de Vlaamse achterdeur

Sinds 1947 ontdek je dus het Rubenshuis zoals Rubens dat heeft gedacht, en zoals hijzelf en zijn bezoekers dat hebben beleefd. Je komt binnen via een discrete poort in een al bij al banale gevel, en ontdekt de veeleer krappe ruimten van het renaissance-huis. Samen met Rubens ga je dan naar de indrukwekkende italianiserende ruimten van de barok, en betreedt, wanneer je terug op adem bent gekomen, via een enorme triomfboog een verrassend grote tuin. Je ervaart de geschiedenis zoals ze verlopen is, en zoals de meester dat heeft gewild.
Met Robbrecht en Daems onthaalgebouw op het Hopland wordt deze ervaring omgegooid. Je begint met de finale — de tuin en het tuinpaviljoen— en gaat via de achterzijde van de triomfboog naar het huis, waarvan je eerst de barokke en pas later de renaissance delen ontdekt. Het oude huis wordt zowaar een annexe van het hedendaagse, trotse toegangsgebouw.
Nu kan je stellen dat dat echt Vlaams is: je komt binnen langs de achterdeur — die in dit geval wat buitenmaats is —, wat veelal enkel vrienden en kennissen, en een deel van de familie wordt gegund. Dat is niet de goede manier om het huis en zijn omgeving te ervaren, en het mag verrassen dat de architecten dat niet hebben gezien. Overigens wordt het recente paviljoen op de Wapper afgebroken en verhuisd, omdat het voor niks meer dient — er zit al horeca in het Koninklijk Paleis, en in zovele andere gebouwen — én om de gevels van het Rubenshuis beter te zien, die vier eeuwen lang (waaronder Rubens’ tijd) in een smalle straat hebben gestaan.

In 1996 bezocht ik de wereldberoemde abdij van Melk, aan de Donau. Na een mooie vakantie reden we van Bratislava naar Rijsel. Omzeggens dertig jaar lang had ik van zo’n bezoek gedroomd, en een eerdere poging (bij een terugreis uit Wenen) was niet gelukt. Toen, in 1996, werden we ergens door een kleine deur binnen gelaten, kregen een geleid bezoek aan gangen en zalen, zonder enig besef van het grote en prachtige gebouw, en mochten uiteindelijk langs een grote deur weer naar buiten. Vaak heb ik dat contra-architecturale bezoek vervloekt. Krijgen we in Antwerpen dra ook zo’n circuit?

het is verboden Merksem te betreden

 

Wie van Antwerpen naar Merksem wil gaan heeft niet veel keus. Er is de duistere Groenendaallaan, onder de auto- en spoorwegbruggen, nadat je via de Noorderlaan over het Albertkanaal bent gegaan. Er is de IJzerlaan, maar sinds de oude IJzerbrug is afgebroken ligt er een fietsbrug zonder trappen. En er is de Theunisbrug, van Schijnpoort en Sportpaleis. Die brug wordt herbouwd, hoger en langer voor de containervaart, met een trambaan, twee rijwegen, en aan elke zijde voet- en fietspaden. Aan de oostkant is het (reeds gerealiseerde) voet-en-fietspad 3,75 meter breed, en aan de westkant komen er afzonderlijke voet- en fietspaden van elk 3,00 meter.

Blijkbaar is het niet de bedoeling dat je die voetpaden ook kan bereiken: aan Antwerpse kant (in feite in Deurne) loopt de toegang naar het viaduct (foto 1) over een ongemakkelijke helling, en aan Merksemse kant zit er in het voetpad van de Minister Delbekelaan (foto 2), dat aansluit op het viaduct, een versmalling tot een 70-tal cm — al is de straat, van gevel tot gevel, er 70 meter breed.
De nieuwe brug is nog niet voltooid, maar zowel de onmogelijke helling als het extreem smalle voetpad is brandnieuw.

Vermits er tussen Antwerpen en Merksem géén correcte voetverbindingen meer zijn, zou het correct zijn voortaan gratis openbaar vervoer aan te bieden — zoals ook voetveren over de Schelde gratis zijn.

 

 

aanvulling (2 april 2021)

In antwoord op een brief met gelijkaardige inhoud antwoordde de stad Antwerpen op 1 april het volgende.

(…)
Bedankt voor uw melding over de verkeerssituatie.Het klopt dat dat de oversteek gelegen aan de Tweemontstraat niet optimaal is in functie van verkeersveiligheid.
Naar de toekomst toe zal dit probleem opgelost worden wanneer de Tweemontstraat een volledige heraanleg zal krijgen. Het stuk weg ligt buiten de contouren van de huidige werfzone Theunisbrug waardoor een concrete oplossing momenteel nog niet is uitgewerkt. Echter hebben we wel de vraag gesteld om ook op korte termijn hier naar een oplossing te zoeken in afwachting van de definitieve heraanleg in de Tweemontstraat.
We hopen hier snel vooruitgang te kunnen maken.
Uw bemerking omtrent de beperkte voetpadbreedte ter hoogte van het kruispunt Gasthuishoevestraat is inderdaad terecht.Elke ontwerpopdracht is een puzzel om alle noden in het openbaar domein verwerkt te krijgen. Specifiek in deze situatie ontstaat de versmalling doordat het fietspad uitbuigt naar rechts in functie van het kruispunt met de Gasthuishoevestraat. Dit wordt gedaan om de fietser beter in beeld te brengen t.o.v. het afslaand gemotoriseerd verkeer en om mogelijke conflictsituaties te vermijden als de bestuurder de fietser te laat heeft gezien. Het is op dit punt dat het voetpad kort even versmald.
Gezien het hier een beperkte versmalling betreft en het aantal voetgangersbewegingen niet al te hoog is, werden er tijdens het ontwerpproces beslist dat deze versmalling kon toegestaan worden in functie van de veiligheid voor alle verkeersdeelnemers.
Een alternatief is hier helaas niet mogelijk gezien er geen overschot is aan openbaar domein dat hiervoor kan ingenomen worden.
Met vriendelijke groeten

het POTAS-principe

aanvulling (4 april 2021)

Enig nader onderzoek op het web toont dat in de informatiebrochures van 2018 en 2020 het nu vastgestelde probleem niet bestaat: het voetpad behoudt er zijn breedte, ook aan de hoek met de Gasthuishoevestraat. [Publiek toegankelijke technische documenten heb ik niet gevonden.]

Overigens is de aanleg in strijd met de eigen normering door het Vlaamse gewest (besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1997) dat voorziet dat “wegen van voetgangersverkeer die minder dan 1,5 meter breed zijn alleen [mogen worden] aangelegd in straten met een rooilijnbreedte van minder dan 9 meter”.

Het lijkt erop dat men het probleem niet heeft voorzien, en het pas ontdekte wanneer andere werken al ver gevorderd waren. Het was immers niet moeilijk om de sporen en de rijweg enkele meters oostwaarts te verplaatsen, en/of de Gasthuishoevestraat zuidwaarts.

De aanleg is wel een voorbeeld van wat ik elders het POTAS-principe noemde. Beleidslijnen van ministers spreken graag over het STOP-principe, volgens hetwelke bij de aanleg van het openbaar domein de aandacht eerst gaat naar Stappers (voetgangers), dan Trappers (fietsers), vervolgens Openbaar vervoer, en pas dan Particulier vervoer. In realiteit wordt dat omgegooid — dat zagen we ook in de  Plantin en Moretuslei —, waarbij nog vóór de Stappers aan Allerlei ambetante dingen wordt gedacht, die wel op het voetpad worden gezet, maar voor voetgangers geen enkele meerwaarde bieden: verkeerssignalen, parkeermeters, laadkasten, telefoniekasten, tot en met geparkeerde fietsen in alle maten.

er is geen beloofde land aan de overkant

Op de website de lage landen van Ons Erfdeel publiceerde Gie Goris (journalist en oud-hoofdredacteur van MO) een reactie op de recente herrie omtrent Amanda Gormans gedicht “the Hill We Climb”, en met name de vertaalopdracht die initieel aan de schrijfster Marieke Lucas Rijneveld werd toevertrouwd.
Straf toch, denk ik dan, hoe we ruzie kunnen maken over een gedicht dat samenbrengt.
Hij besluit zijn tekst met een antwoord op Amanda Gormans tekst: Het beloofde land is geen schitterende stad op een heuvel, het ligt aan de overkant van de Jordaan.

Ik wacht op de dag dat we elk onze eigen Jordaan oversteken om dan samen zevenmaal rond de versterkte stad te trekken tot het bazuingeschal de muren doet verkruimelen. En laat er geen twijfel over bestaan: wie macht heeft, moet eerst door het water. Er is zoveel behoefte aan samen, de woestijn van de geglobaliseerde wereld is zo bar. En er is echt zo verschrikkelijk veel te doen.

 

Dit is mijn reactie.

Nee, Gie Goris, er is geen beloofde land aan de overkant, net zo min als op de heuvel. Er is geen beloofde land dat we door een sacrament kunnen bereiken, een doop in de rivier, en muziek om muren te doen vallen.
Het beloofde land is hier. Het is wat wij ervan maken. En dat maken houdt nooit op, we zullen altijd bezig zijn. Dat is ons beloofde land.
« Oudere berichten

© 2021 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑