Bij de huidige discussie over het al dan niet sluiten van de twee nog overblijvende kernreactoren in België, wordt zekerheid tegenover ideologie gesteld. Begrijp: alleen het openhouden van de reactoren kan voor zekerheid zorgen — zekerheid van stroomvoorziening — en het sluiten ervan is niet meer dan een ideologische keuze.

Toch zit de zekerheid aan de kant van het sluiten. Eén van de kenmerken van kernenergie is een zéér klein risico op een zéér groot ongeval. Een ongeval dat men zich in feite nauwelijks inbeelden kan. Wat zijn de consequenties van een kernongeval in Doel, in de kerncentrale die op een tiental kilometer van Antwerpen ligt?
Om daar een idee van te krijgen heb ik de kernramp van Chernobyl genomen, van april 1986: Wat was de radioactieve neerslag? Welke gebieden heeft men ontruimd? Wat zou dat geven als je die ruimtelijke gegevens naar Antwerpen overdraagt?
Uiteraard is er de specifieke weersituatie van april 1986, het reliëf, de begroeiing, etc., en het menselijk handelen na de ramp, toen afvalstoffen in allerijl werden gedumpt.
Het vlekkenplaatje van april en mei 1986 is dus niet meer dan één mogelijkheid uit de duizend, maar het geeft wel, veel beter dan een kaart van Oekraïne — en van Wit-Rusland, want ook de kerncentrale van Chernobyl stond vlakbij een grens — een idee van de ruimtelijke omvang van een kernramp.
Oekraïne is ver en groot, en Chernobyl is slechts een vlekje op dat grote land..

Dit is, geprojecteerd op de Benelux, en op Doel, een kernramp van de omvang van Chernobyl. Het is echter maar één mogelijkheid uit de duizend. Naargelang de windrichting en -kracht, de regen, het menselijk handelen (zoals het dumpen van bestraald materiaal) kunnen totaal andere figuren van gelijkaardige omvang optreden.

 

Dit is, 35 jaar naar de kernramp, het spergebied van Chernobyl, geprojecteerd op een kaart van de Benelux. Ondanks de evacuatie wonen er enkele honderden, vooral oudere mensen in autarkische omstandigheden. Verwacht wordt dat het gebied pas over vijfhonderd eeuwen weer natuurlijke, en dus aanvaardbare stralingswaarden zal halen.

Zelfs als je stelt, dat de kans op een kernongeval in Doel kleiner is dan in Chernobyl, ze bestaat wel degelijk, en de mogelijke impact is enorm.
De zekerheid zit dus niet aan de kant van het nog langer open houden van de kerncentrales, maar van het sluiten ervan, vandaag beter dan morgen. De enige onzekerheid bij het sluiten van de kerncentrales is het risico op een tijdelijk stroomtekort, waarbij enige bedrijven tijdelijk worden stilgelegd (wat omwille van covid-19 ook is gebeurd) en de huishoudens gevraagd of verplicht worden een aantal huishoudapparaten (wasmachines, ovens, strijkijzers…) of laadpalen even tijdelijk niet te gebruiken, en/of de verwarming of koeling wat zachter te zetten. “Flatten the curve”, weet je nog? Dergelijk stroomtekort is (ten eerste) makkelijk voorspelbaar, en dus beheersbaar, en (ten tweede) van korte duur. Het is niet moeilijk ervoor te zorgen dat hospitalen, liften, water- en gasvoorziening, waterzuiveringsstations, openbaar vervoer, verkeerslichten, telecommunicatie, continue productieprocessen, etc. niet worden geraakt.

 

Maar misschien lijd je aan het Pompeï-syndroom, en hou je wel van de idee dat het leven in Antwerpen, de haven en de Scheldedelta op een dag plots stopt, en dat mensen zich over enkele duizenden jaren kunnen verbazen over het hoge Antwerpse beschavingsniveau, toen Rubens en Conscience in het Sportpaleis konden genieten van de concerten van K3.