Jef Van Staeyen

Tag: vergeten voetganger (Pagina 2 van 16)

een Prins Leopoldlaan zonder voetgangers

De Prins Leopoldlaan, in de richting van de Elisabethlaan. Om een wadi te creëren (a priori een goede zaak), zonder de ruimte voor auto’s te beperken (niet meteen een goede zaak), wordt het voetpad afgeschaft (een kwade zaak).

 

De Prins Leopoldlaan is een wat banale straat in de koninklijke buurt van Berchem. Een groene buurt, maar geen groene straat, tenzij de begraafplaats waaraan ze grenst. Een brede kasseiweg en twee brede voetpaden, voortuintjes. Deze straat wordt heraangelegd. Een woonstraat, zegt de reclame, waarmee verkeerstechnisch een woonerf wordt bedoeld: De inrichting van de Prins Leopoldlaan als woonerf zet in op het verhogen van de verkeersveiligheid en verblijfskwaliteit. Voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer delen dezelfde verharde ruimte.” De straat wordt ook deels onthard (waterdoorlopend gemaakt) en het rioleringsstelsel wordt gescheiden, zodat regenwater afzonderlijk kan worden afgevoerd en in de bodem geïnfiltreerd, zonder met vervuild huishoudelijk afvalwater te worden vermengd.

Dat lijkt mooi, maar de voetgangers komen er bekaaid van af. Vóór de werken hadden ze een breed, zorgeloos voetpad (ongeveer 3 meter) — dat inderdaad wat groen kon gebruiken — naast een (te) brede rijweg (8 meter) die ook als parkeergebied gold, en waarop kasseien de rijsnelheid enigszins temperden. Het voetpad kon, in zekere mate, ook als speelruimte dienen, om te fietsen (en te leren fietsen), te tekenen, te hinkelen, of speelgoed te laten slingeren — en had makkelijk verbreed en vergroend kunnen worden. Maar dat doet men niet. Het voetpad wordt afgeschaft. Voetgangers worden naar de rijweg (“een gedeelde verharde ruimte”) verwezen, waar ze steeds voor rijdend geweld van auto’s en fietsen op hun hoede moeten zijn. Als wandelruimte is die rijweg weinig geschikt, als speelruimte is ze gevaarlijk.

De Prins Leopoldlaan, nabij de Elisabethlaan. Voetgangers en spelende kinderen worden geacht deze bestrating met auto’s en fietsen te “delen”.  Links de dwars-parkeerplaatsen. Rechts, in tegenstelling tot de ontwerptekeningen, toch geen wadi maar een “trottoir”. In feite — dat zie je aan de uitklapbare tafeltjes — een café-terras.

 

Tot overmaat van miskleun wordt er dwarsparkeren ingevoerd, wat notoir gevaarlijk is voor voetgangers en fietsers, en vooral voor de jongsten en de oudsten onder hen. Elders in de stad, in de Lange Lozanastraat, meldt de stad apetrots — en terecht — dat bestaande dwarsparkeerplaatsen worden afgeschaft, en hier in de Berchemse Prins Leopoldlaan voert men ze in. Beseft men niet dat sommige automobilisten zelfs in staat zijn hun eigen kinderen dood te rijden wanneer ze achteruit een parkeerplaats (of een oprit) verlaten?
Belangrijk is ook, tenslotte, het beeld. De Prins Leopoldlaan is niet langer een straat, ze is een parking.

Deze heraanleg is geen verbetering.

Lees hier een wat uitgebreidere reportage.

 

 Lees ook: een parkeererf in Merksem.

de wet van behoud van miserie — de Grotesteenweg in Berchem

Het voorbije jaar werd de Grotesteenweg in Oud-Berchem deels heraangelegd. Dat was wel nodig. Een aantal problemen, waarover ik reeds eerder schreef, werden opgelost, andere niet. En nieuwe problemen werden gecreëerd.

Dat noem ik de wet van behoud van miserie. Ik maakte een reportage van wat beter werd, van wat beter kon, en van wat echt niet goed is. Het gaat om smalle en versmalde voetpaden, short-cuts, spookfietsers, ontbrekende zebra’s, drukknoppen (en ontbrekende drukknoppen!), ontbrekende hellingen aan tramperrons… en om verlaagde leefbaarheid en veiligheid, wanneer doorstroming en snelheid belangrijker zijn.

Klik hier of klik op de foto.

 

Bij de heraanleg:

  • werd gezondigd tegen het principe dat de straat conform moet zijn met het gedrag dat van de weggebruikers wordt verwacht. Bij de talrijke short-cuts is dat niet het geval.
  • werd het spookfietsen aangemoedigd, wat voor alle verkeersdeelnemers gevaarlijk is. [De Grotesteenweg is overigens een eerder smalle straat, waar twee-richtingsfietspaden onnodig en zelfs onwenselijk zijn.]
  • werden er géén zebrapaden aangelegd om de fietspaden over te steken, alhoewel ze daar, meer dan voor de rijwegen (met verkeerslichten), nodig zijn.
  • werd ruimte verspild, die elders (vooral voor het voetpad) nuttig kon zijn.
  • werden onvoldoende hellingen aangelegd naar de tramperrons.

vrienden fietsers, we moeten scheiden

beste vrienden fietsers,

Jarenlang — niemand weet nog sinds wanneer — hebben we, voetgangers en fietsers, samengeleefd.
Samen waren we langzaam verkeer. We waren actieve én zachte verkeers-deelnemers.
Ons samenleven werd zelfs nog intenser toen we beslisten dat de ruimte die voor ons, voetgangers, was bestemd, en die we slechts moeizaam op het gemotoriseerd verkeer heroverd hadden, ook voor jullie, fietsers, kon worden opengesteld: voetgangersstraten en -pleinen, wandelwegen… of zelfs een tunnel.
Maar toen gingen jullie vreemd. Jullie werden meer en meer gemotoriseerd. De traagheid en de zachtheid die ons bonden hebben jullie verleerd. Jullie werden sneller, groter, sterker en zwaarder. Jullie werden opdringerig. Scheren in hoge snelheid langs ons heen, brengen ons aan het schrikken of, erger, stoppen niet en rijden ons aan. Jullie bellen naar spelende kinderen of kuierende ouderen in een woonerf of een voetgangersstraat. Opzij, opzij, opzij… Jullie geparkeerde fietsen verplichten ons over het fietspad of de rijweg te gaan. Wij, voetgangers, kunnen onszelf niet meer zijn.
Jullie noemen zinloos rood het verkeerslicht dat ons beschermt, en conflictvrij het kruispunt dat we niet veilig kunnen oversteken. Van een trage weg maken jullie een fiets-snel-weg.
We herkennen jullie niet meer. En jullie zién ons niet meer. Alsof we niet bestaan.
Onze wegen scheiden. Elk onze eigen weg moeten we gaan. Letterlijk dan.

snelheid matigen, ook voor fietsers

Het bestuursakkoord dat na de verkiezingen van oktober 2024 door de partijen N-VA en Vooruit gesloten werd, vermeldt onder meer:

(punt 53) Om conflicten tussen voetgangers en fietsers te minimaliseren, zetten we in op duidelijk herkenbare voetpaden en fietspaden. Waar het kan, worden fietspaden gescheiden van voetpaden om conflicten tussen voetgangers en (elektrische) fietsen/steps te verminderen. Waar we regelmatig voetgangers verwachten, voorzien we langs fietssnelwegen een zone voor voetgangers. Zebrapaden worden structureel doorgetrokken over fietspaden. We zijn zeer voorzichtig bij het gebruik van ‘rechtsaf of rechtdoor door rood’ en ‘vierkant groen’ voor fietsers omdat dit het risico op conflicten met voetgangers en fietsers verhoogt.
(punt 56) Het aantal en de ernst van conflicten tussen fietsers neemt toe. Om onderlinge conflicten te vermijden, voorzien we alle dubbelrichtingfietspaden van middenmarkeringen. Enkelrichting fietspaden gaan we met behulp van duidelijke richtingpijlen op de grond aanduiden. Daarnaast sensibiliseren we rond risicogedrag zoals tegen de richting rijden, hoge snelheid … We doen beroep op de burgerzin om de snelheidslimiet te respecteren en rekening te houden met andere fietsers en kruisende voetgangers. We willen een maximumsnelheid van 25km/u op alle fietspaden in Antwerpen, ook langs de gewestwegen. Wanneer brommers, speedpedelecs sneller dan 25 km per uur willen rijden, dan doen zij dit op de rijbaan of op de fietssnelwegen. De politie controleert op fietspaden regelmatig op drukke punten op gevaarlijk en onaangepast rijgedrag en verbaliseert overtreders en/of maakt voertuigen onklaar.

 

Over het voornemen de snelheid op de fietspaden te beperken tot 25 km/u ontstond al snel discussie. Of juister gezegd: protest. Zowel na het sluiten van het bestuursakkoord in december, als nadat Gazet van Antwerpen met een snelheidsmeter vaststelde dat bijna de helft van de fietsers (op de door haar gemeten plaatsen) sneller rijdt dan de aanbevolen snelheid van 25 km/u.

Merkwaardig is, dat in die discussie alle aandacht naar fietsers en nooit naar voetgangers gaat — alsof men over de snelheid van auto’s in de stad zou discussiëren zonder aan fietsers en voetgangers te denken.

Voetgangers zijn nochtans de eerste belanghebbenden bij een beperking van de snelheid op fietspaden in de stad.
Daar zijn meerdere redenen voor.

  1. Voetpaden zijn veelal nauwelijks van fietspaden gescheiden — enkel een kleur- of materiaalverschil maakt het onderscheid — en de grens tussen beide wordt vaak overschreden.
  2. Het voetpad is vaak erg smal [Bovendien kan je er best nog een schuwstrook aftrekken, zoals die tussen fietspaden en palen, muren of auto’s wordt beoogd.] en er staan vaak obstakels in de weg, zoals geparkeerde fietsen, vuilniszakken, winkelwaar, wat de kans op conflicten met het fietsverkeer aanzienlijk verhoogt.
  3. Voetpaden worden doorsneden en versnipperd door bypasses voor de fietsers. Elders wisselen voet- en fietspad soms van plaats, en wordt het voetpad over enige afstand tussen fietspad en rijweg gelegd.
  4. Vierkant groen, waarbij voetgangers en fietsers samen, en elkaar dwarsend oversteken, zorgt voor een grote toename van de conflicten op kruispunten.
  5. Verkeerseilanden op kruispunten dienen op dezelfde ruimte voor fietsers en voor voetgangers, waarbij er voor voetgangers geen andere mogelijkheid is dan de ruimte voor fietsers te gebruiken.
  6. Soms is er geen voetpad, en wordt de voetganger verplicht het fietspad of een gemengd voet- en fietspad te gebruiken.
  7. Aan talrijke tram- en bushaltes is er geen perron, en moet er vanop het fietspad worden op- en afgestapt.
  8. Bredere fietspaden bemoeilijken het oversteken, omdat het moeilijk is het aankomend fietsverkeer (vaak uit twee richtingen) correct in te schatten. Achter een trage fietser kan plots een snellere fietser opduiken. 
Aan kruispunten, waar de brede fietspaden uit vier richtingen komen, wordt oversteken nog lastiger. Zelfs het bereiken van het zebrapad dat over de rijweg gaat, wordt moeilijk gemaakt.
    Door hun complexiteit stellen dergelijke situaties inzake perceptie en cognitie zeer hoge eisen aan de voetgangers. Niet alle voetgangers zijn daartoe in staat, omdat ze te jong, te oud, te klein of te traag of lichamelijk beperkt zijn. Aandachtig zijn volstaat niet.
  9. Sommige fietssnelwegen zijn in feite jaagpaden, en bedoeld voor een heel divers publiek, waaronder wandelaars.

Bij een aanrijding tussen een fietser en een voetganger is het vooral die laatste die lichamelijke schade — soms blijvend — oploopt. [Dergelijke ongevallen worden door de ongevallenstatistieken genegeerd. Het is alsof ze niet bestaan.]
Het toegenomen gewicht, de toegenomen omvang en de voetgangeronvriendelijke vorm van veel fietsen versterken dit onevenwicht.

Daarom is het nuttig, nee zelfs nodig dat er een snelheidsbeperking geldt op alle fietspaden waar er voetgangers in de omgeving zijn — en dat die wordt nageleefd.
Dat is waar voetgangers naast het fietspad gaan, zonder dat er een degelijke materiële scheiding is (een boordsteen, een haag,…), of waar ze erop moeten gaan (omdat er geen voetpad is), of waar ze het moeten kruisen. Daar horen ook sommige fietssnelwegen bij, waar die ook voor voetgangers dienen of in een omgeving met voetgangers liggen.

De voorgenomen maximumsnelheid van 25 km/u is al vrij hoog.
Blijkbaar — en om onduidelijke redenen — is dergelijke snelheidsbeperking nog niet afdwingbaar. Er bestaan nochtans allerlei borden die enkel voor fietsers gelden, én er bestaan snelheidsbeperkende borden die enkel voor bepaalde categorieën weggebruikers of voor bepaalde delen van de weg gelden.

Een leefbare stad is een stad waar niemand, jong of oud, zonder of met een beperking, uit de openbare ruite verdreven wordt. Dat vergt een algemeen snelheidsbeperkend beleid, én een beleid dat de snelheden nog sterker beperkt waar er voetgangers zijn. Gezien de verwevenheid van voetgangers- en fietsersverkeer hoort daar een snelheidsbeperking op de meeste fietspaden bij.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑