Jef Van Staeyen

Categorie: Verhalen (Pagina 4 van 16)

blij om eenvoudige dingen — 2 — een boom

 

Ik ben blij als ik zie dat men bomen heeft geplant.
Maar wanneer een boom zelf een plaatsje zoekt in de stad, is dat nog mooier.
Op de Mechelsesteenweg, hier in Antwerpen, staan prachtige platanen, acht verdiepingen hoog. Ik hoop dat ik nooit de dag moet meemaken dat men ze wil rooien. Omdat ze te oud en gevaarlijk zijn, of te duur. Omdat men de riolering, de wegenis, de tramrails vernieuwt.
Maar op het einde van de rij, aan de Harmonie, staat naast de sporen een jonge boom die zelf zijn geluk heeft gezocht. Het is een soort die ik hier niet vaak in straten zie staan, en hij staat op enkele centimeters van een boordsteen die allicht veel ouder is. Toch is de boom al vijf of zes meter hoog. en werd hij vakkundig gesnoeid. Mooi is dat.

Zou het echt kunnen dat er in Antwerpen, op straat, tussen de auto’s en de trams, een boom groeit, nu vijf of zes meter hoog, die niemand heeft geplant?

aan de rand van de weg

zo zien de schors en de bladeren eruit

 
ter aanvulling: twee dappere bomen, een tiental jaar geleden in Rijsel gefotografeerd

Lees ook: blij om eenvoudige dingen.

 


aanvulling:  De boom werd in oktober 2025 gerooid.

Dresden

“Veel plezier met uw boek” wenste de treinbegeleidster me toe, ergens tussen Lier en Heist-op-den-Berg. Ik las Slachthuis vijf, van Kurt Vonnegut.

In feite had ze gelijk, en is dat de kracht van het boek: op een wat onthutsende, lichtvoetige wijze verhaalt hij het onmetelijke drama van het bombardement op Dresden in februari 1945.

knooppunten

Gisteren was een prachtige dag. Lente.
Ik ben gaan fietsen langs de Schelde en de Durme. Lang geleden dat ik dat nog had gedaan. Niet dat ik een goed fietser ben. Ik geniet nog altijd het meest van stoppen, afstappen en op een bank gaan zitten. Dan voel ik me goed, kijk naar het landschap of lees een boek. Ook veerponten vind ik fijn. Als er een helling is om een dijk op te klimmen, heb ik vaak een Kopecki. Veel vaker dan zij — een verwijzing naar de Koppenberg, niet naar Roubaix.
Er waren veel omleidingen op de linker oever, de Oost-Vlaamse kant, meer dan in Sint-Amands aan het veer stond vermeld. Mijn knooppuntenkaart is enkele jaren oud, en niet accuraat. Niet alle nummers zijn nog juist, ook waar er ruimtelijk niets veranderd is. Daarom, en omdat kaarten mooie dingen zijn, omdat ik graag weet en begrijp waar ik ben, en omdat ik graag mijn tijd neem, keek ik vaak naar die kaart.
Ik stond voor een omleiding aan Driegoten. Er wordt een dijk verbouwd. Kwam een man naar me toe: “Te voet kan je hier wel door, naar het veer van de Durme, maar met de fiets rij je best om.” “Er zijn meer omleidingen dan aangeduid”, antwoordde ik, “en mijn kaart is al wat ouder”, voegde ik toe, om over de onjuiste nummers te praten. “Alleen de kaart?” vroeg hij. Hij was weg voor ik wist wat te zeggen.

 

post-scriptum:
De Durme moet wel de meest miskende rivier van Vlaanderen (of België) zijn. Ze ontbrak op het lijstje (en de kaartjes) waarmee we op school de waterlopen leerden kennen. Net als de Jeker en de Mandel — is er een ondergrens? Ze verloor ook haar monding en haar bron. De monding lag in Temse, tot haar benedenloop door een rechtgetrokken Schelde ingepalmd werd; en de bronnen nabij Tielt en Aalter, bij wat nu de Kale is. De Gentse drang naar zee heeft alles daar dooreen gehaald.

bokaal

In de supermarkt hier in de buurt komt soms een zwerm jongeren langs. Hoe het precies in de haak zit, weet ik niet, maar ik vermoed dat het een afspraak tussen een school en de winkel is, die er beide — en de jongeren — wat aan winnen. De middelbare scholieren — een tiental, of meer — verspreiden zich over de winkel en gaan kleine beetjes rekken vullen. Het is altijd een hele bende, erg nuttig voor de winkel kan dat niet zijn, maar misschien is het p-r, en hoop op roepingen achteraf. Het is niet makkelijk personeel te vinden als er spannender jobs in de aanbieding zijn.
Donderdag was er weer zo’n bende. En ik was er ook. Tussen de sausen zocht ik mosterd, toen ik enkele meters van me vandaan een bokaal tegen de vlakte hoorde gaan. Een jonge kerel stond op een trapje, de tweede tree, en had zo te zien wat verder op het schab een bokaal weggeduwd. Hij had er ook een in zijn handen. Scherven en saus lagen verspreid op de grond. Hij bleef staan, en keek beteuterd — dát wilde ik niet — om zich heen. Vreesde hij, of hoopte hij, dat iemand de knal had gehoord? Maar er kwam niemand. Ook ik niet. Beschaamd bleef hij draaien op zijn trapje, een soort van stille paniek. Wat gaat er gebeuren? Gebeurt er iets? Waarom gebeurt er niets?
Ik winkelde verder. Dacht dat hij zelf wel van dat trapje kon komen, of dat er iemand kwam. Maar er kwamen enkel wat vriendjes, elk op zijn beurt. Ze keken naar hem, en naar de scherven op de grond, gniffelden wat, en gingen weer weg, of trokken stilzwijgend de aandacht van weer andere vriendjes om ook het kleine spektakel te zien. Maar niet van de verantwoordelijke van de groep, of van iemand van de winkel met een rood hesje aan. De ongelukkige bleef alleen op zijn eilandje staan.
Ik ging verder, en minuten later kwam ik weer in de buurt. Hij stond er nog steeds. Nog steeds op het trapje. Nog steeds de saus en de scherven op de grond. Een dezer dagen ga ik daar nog eens langs. Benieuwd of hij er nog is.
Of had ik wat moeten doen?

 

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑