Wanneer voetpaden niets meer dan verharde bermen van fietspaden zijn.

De Fransen zeggen het mooi: en file indienne. Je ziet het voor je: mensen lopen netjes achter elkaar, als Indianen in een film of stripverhaal, omdat er geen plaats voor ze is is om naast elkaar te lopen. Indianen doen dat allicht om minder sporen achter te laten, en wandelaars in de natuur omdat de bos-, berg- of veldwegels smal en onzeker zijn. Maar ook van stedelingen te voet wordt vaak Indianen-gedrag verwacht. Dat blijkt althans uit de wijze waarop sommige straten zijn of worden ingericht. De Mechelse steenweg in Antwerpen is een droevig voorbeeld, waarover bijna een boek te schrijven valt, maar ook elders wordt in die richting gewerkt. Wie dacht dat stappers zich de luxe kunnen veroorloven een praatje met elkaar te slaan — verkeersleefbaarheid, weet je wel — komt bedrogen uit.
(klik op het plaatje hieronder als je het schermbreed wil zien)

 

Is het zó moeilijk een correct voetpad aan te leggen?
In Berchem, aan het station, wordt de Boomgaardstraat heraangelegd. Dat is geen makkelijke zaak, want iedereen wil naar en langs dat station: auto’s, vrachtwagens (ook als leveranciers), bussen, fietsers, voetgangers — de trams rijden elders —, en om de Uitbreidingstraat onder de spoorweg te voeren werd eertijds het straatniveau  zo’n anderhalve meter verdiept. Het openbaar domein ligt er op twee, zelfs drie niveaus.
De trajecten voor voetgangers waren al niet makkelijk: de Boomgaardstraat oversteken is immers niet voorzien, en gevaarlijk bovendien, en het achtereenvolgens oversteken van de Uitbreidingstraat, de Posthoflei en de Statiestraat (de gele pijlen op het fotootje linksonder) duurt voor wie goed stapt, en de rode lichten respecteert, 2 minuten en 50 seconden. Je kan je dus beter niet laten verrassen, en lang voor je aan het kruispunt komt goed weten waarheen je wil.
Met de heraanleg van de Boomgaardstraat (en verderop de Stanleystraat) wordt het er niet beter op. Plaats voor auto’s (en vrachtwagens), bussen en fietsen is er genoeg. Behalve vier rijstroken (rechtdoor en telkens linksaf voorsorteren) zijn er niet minder dan drie (de facto zelfs vier) parallelle fietspaden in dat stuk Boomgaardstraat: de fietssnelweg boven langs het spoor, een drie meter breed fietspad beneden naast de berm (na samenvoeging met de fietssnelweg wordt dat vier meter in de Stanleystraat), en aan de overkant (de westkant) een voetpadaanliggend fietspad van nog ‘s anderhalve meter. Ook het voetpad op halve hoogte aan de oostkant blijkt vooral op fietsers gericht; de trap erheen werd trouwens afgeschaft. Voor de voetgangers blijven er, behalve het “balcon-voetpad” langs de gevels aan de westkant, dat naar de Statiestraat leidt, en vooral als café-terras en fietsenstalling dient, slechts halve voetpaden over — uitwijkstroken voor fietsers veeleer. Snippers. In een stationsomgeving nochtans, met een postkantoor, winkels, cafés, kantoren en huizen.
Er is bij het ontwerp aan voetgangers niet gedacht, tenzij als obstakels, als bewegende palen, waarvan de hinder voor de andere, snellere straatgebruikers zoveel mogelijk beperkt moet blijven. Het mag dan ook niet verwonderen dat ze met de echte palen (borden, lichten, kasten…) de zeldzame hun toegewezen ruimte moeten delen.

De manier waarop de voetgangers aan de andere kant van het station van Berchem bejegend worden komt een andere keer aan bod. Daar zijn meer foto’s voor nodig. Ook de Mechelse steenweg wordt niet vergeten.