Jef Van Staeyen

Categorie: 2020 (Pagina 1 van 17)

de Handelsbeurs in Antwerpen ❧

 

 

De Handelsbeurs, waar je voordien zo doorlopen kon, waar politieke manifestaties, nieuwjaars- en andere bals (“van de gastarbeider”) en beurzen (“het andere boek”) werden georganiseerd, en effecten verhandeld, en die een twintigtal jaren geleden wegens brandgevaar gesloten werd, die is — na een zeer grondige renovatie en verbouwing — tot hotel en evenementenlocatie omgevormd.
Het duistere gebouw, waar vaak een rare geur van vochtigheid en boenwas hing, en dat om zijn neo-laat-gotische architectuur niet werd gesmaakt, baadt nu in prachtig licht. Het is opgepoetst, en dat mag je wel zien. Ook tekenen van rijkdom en begin-eenentwintigste-eeuwse nieuwheid ontbreken niet.

Het is mooi, ik zie het graag, kan er lang naar kijken. Al is dat laatste niet makkelijk. De beurs is voortaan een privé-locatie, waar je niet zomaar binnen kan. [Nu in juli en augustus 2020, is dat makkelijker — een corona-effect?]
Ik weet niet wat ik het liefste heb: dat oude gebouw, waar ik in feite nauwelijks op lette, maar waar ik zomaar binnen kon, of de prachtige restauratie, waarvoor ik in bewondering sta, maar die ik zelden mag zien.

Klik hier of klik op de foto.

we reizen om te douchen ❧

douchekraan in Vermont

 

Tot 1979 wist ik niet wat een douche was. Toen ben ik met een groep jonge architecten en architectuurstudenten naar Amerika gereisd, veertien dagen architectuur en ander vermaak van New Haven tot Washington, via Long Island, New York en Philadelphia. We reden met Amerikaanse sleeën, aten ‘s middags aan snacks en ‘s avonds in immense baanrestaurants (diners), en logeerden in motels waar échte, kráchtige douches stonden (showers). Douches die je niet onbeschermd betrad. Tot dan kende ik alleen de lauwe regen van wat we nochtans een stortbad noemden. Ik ben van douches gaan houden, en heb de facto aan ligbaden verzaakt.

Maar niet alleen om het water, en om zijn sterke of integendeel stille kracht, blijft douchen een reiservaring, ook om het kraanwerk dat je onder handen krijgt. Je weet nooit of het warme water van nabij of van ver moet komen, en of het lauw, warm of brandheet zal zijn. Als je bovendien niet weet hóé je met welke knop warm water krijgt, kan je alleen testen en wachten.
Vermits je na een eerste, uiteindelijk geslaagde waterdoop je graag inzepen wil, sluit je het heilzame water weer af, onzeker of je het nadien aan dezelfde temperatuur opnieuw krijgen kan.
Veel water, veel te veel water gaat verloren, en het is merkwaardig dat een installatie die bijna elke dag door iemand anders moet worden gebruikt, zo onleesbaar en verwarrend kan zijn.
Maar voor een toerist blijft het een ervaring te meer op zijn trip.

De voorbije jaren fotografeerde ik enkele dergelijke kranen. Van sommige (de meeste?) weet ik niet meer hoe ze werkten, aan welke knop je in welke richting moest draaien of duwen om wat te bekomen. Daarbij mag je niet vergeten dat sommige warmwaterkranen niet naar links maar naar rechts open gaan, dat ze wel ‘s aan de rechterkant kunnen staan — met het koud water links — of dat een slordige loodgieter (of zijn opdrachtgever) de kleuren soms verwisselen durft.

Klik hier of klik op de foto. [Er zitten ook enkele foto’s van lavabo-kranen in, en van musea.]

 

een beetje geschiedenis

In 1937 bedacht Alfred M. Moen (wiens naam ook op een van de getoonde mengkranen staat; pagina 4) de single-handed mixing faucet (de met één hand bediende mengkraan), die in de States als één van de belangrijkste product-ontwerpen uit de industriële geschiedenis wordt beschouwd — in feite de basis van de kranen die in vele keukens, op talrijke lavabo’s en in sommige douche’s staan.
Het heeft echter tot 1947 geduurd eer Alfred Moen in Seattle een stadsgenoot, industrieel en mede-investeerder vond, voor een idee die hij toen al tien jaar had.
[De op pagina 4 getoonde kraan van het merk Moen heeft echter een andere, wat moeilijkere bediening, niet zo geniaal als de initiële kraan uit 1937. In de huidige collectie Moen zitten overigens meerdere kranen die minder handig zijn, maar door het cliënteel om esthetische redenen worden gekocht.]

De thermostatische mengkraan met twee draaiknoppen (temperatuur en hoeveelheid), die in vele van onze douches en baden staat (voorbeeld pagina 10), en die veel preciezer en stabieler is — al was het maar omdat ze haar temperatuurinstelling bewaart, ook als je het water sluit — werd al in 1911 ontwikkeld, door een uurwerkhersteller en elektricien (!) Frederick C. Leonard uit Providence (Rhode Island). Ze werd aanvankelijk vooral in hospitalen en kapsalons geïnstalleerd, maar wachtte tot na de tweede wereldoorlog vooraleer ze met Grohe en Delabie naar Europa kwam.

Zowel voor Alfred M. Moen als voor Frederick C. Leonard gaat het verhaal dat ze zich aan te heet water hadden gebrand (en zich over te lauw hadden beklaagd). De door hen opgerichte bedrijven bestaan nog steeds. De geschiedenis van de andere getoonde kranen heb ik niet kunnen achterhalen.

 

klassestrijd op een Belgische trein

de lage kwaliteit van een eerste klaase-rijtuig van de NMBS

Je hoort wel eens reizigers die vinden dat men “de eerste klasse in de trein moet afschaffen”. Misschien is het het woord klasse dat hen stoort, want ik heb nog niet vaak iemand gehoord die ervoor pleitte op restaurant slechts één gerecht en één drank te serveren, in alle geval aan éénzelfde prijs, of slechts één model van auto op onze wegen toe te laten. Niet het verschil in prijs en in kwaliteit is immers een maatschappelijk probleem, maar wel het verschil in inkomen om die producten of diensten te betalen, in casu een reis in eerste klasse, zo men die verkiest.

Hoe ook, de NMBS heeft dat uitstekend opgelost door in sommige van haar treinen eerste-klasse zitplaatsen te voorzien, waarvan de kwaliteit lager is dan in tweede klasse: het plafond is laag, het venster is klein, de plaatsen zijn nauw, je zit soms knie tegen knie — wat niet iedereen apprecieert —, en er is géén deur (maar wel een trapje!) voor wie gehoopt had in eerste klasse wat stiller te zitten.
Tussen Leuven en Berchem hoorde ik in Zaventem-Airport een opstappende buitenlandse reiziger die zich verwonderde of dít de eerste klasse was. Ik heb me nog afgevraagd of ik me, als landgenoot, in naam van de NMBS zou excuseren, maar de man had al zijn hielen gekeerd, en is wellicht in tweede klasse gaan zitten.

« Oudere berichten

© 2020 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑