klik hier als je liever een PDF-bestand leest

 

Zum erstenmal überfällt mich eine Art von Unlust in dieser großen und schönen, flachgelegenen, entvölkerten Stadt. Dieselben Straßen belebte sonst ein glänzender Hof, hier wohnte Ariost unzufrieden, Tasso unglücklich, und wir glauben uns zu erbauen, wenn wir diese Stätte besuchen.
Ferrara, den 16.
[Oktober 1786] nachts.

Van de Italiaanse steden die ik deze lente bezocht, was Ferrara de enige die op Goethe’s Italienische Reise had gelegen: We denken ons te kunnen verheffen in de stad waar Ariosto ontevreden en Tasso ongelukkig was, en waaruit het glansrijke hof al lang is vertrokken. Ik heb Goethe’s advies elders te gaan niet gevolgd.

italia2018.032

Ik kan niet naar Ferrara reizen, voor het Castello Estense gaan staan, een foto nemen, en zeggen ‘het is mooi’. Want er is meer aan de hand. Ik zie meer. Ik wil meer zien. En meer weten.
[Wat volgt gaat niet enkel over Ferrara, of over dit beeld, over deze foto. Het gaat over wat je als toerist ook elders ziet en bewondert, en waarvan je vergeet, of niet wil weten, hoeveel zweet en bloed er aan kleeft, hoeveel moord, roof, uitbuiting en onderdrukking.]

Bij deze foto uit Ferrara horen op zijn minst drie verhalen.

1. rijten

Als je het huidige stadhuis van Ferrara op de Piazza del Municipio bezoekt, zie je eigenlijk het oude hertogelijk paleis. Op 3 mei 1385 werd het door een woedende menigte bestormd, die slechts terugtrok nadat haar de minister van octrooien (belastingen) als prooi geleverd was. Hem was voordien de biecht afgenomen en de communie toegediend, waarna hij door de rebellen letterlijk in stukken gereten werd.
Markgraaf Nicolò II d’Este wilde een herhaling van dergelijke feiten vermijden — ‘de volgende keer ben ik aan de beurt’, moet hij hebben gedacht —, liet de leiders van de volksopstand terechtstellen, en besliste naast zijn oude paleis een nieuwe, versterkte waterburcht met hoge muren te bouwen, die uiteindelijk vier imposante torens en drie ophaalbruggen zou tellen. [Een vierde brug werd nooit uitgevoerd, er kwam een keuken in de plaats — Italië was ook toen al Italië.] Dat is Castello Estense, de burcht waarvan je een deel op de foto ziet.

2. onthoofden

In 1418 huwde de toen 35-jarige Nicolò III d’Este de 14-jarige Laura Malatesta uit Cesena, als Parisina beter bekend. Het was zijn tweede echt. Reeds als 10-jarige was Nicolò zijn vader als markgraaf van Ferrara opgevolgd, en op zijn 14de een eerste keer getrouwd. Omstreeks 1424 vond de toen 20-jarige Parisina echter meer liefde en genot bij Ugo, de oudste, buitenechtelijke zoon van Nicolò (die toen al vijf buitenechtelijke kinderen bij drie vrouwen had, en een tweeling bij Parisina). Tot de vrijage werd ontdekt. Terstond werden de jonge geliefden in de kerkers van het kasteel opgesloten, en op 21 mei 1425 in opdracht van hun respectieve echtgenoot en vader onthoofd. Incest (!) was het verdict.
Het tragische lot van Parisina (en Ugo) inspireerde George Byron omstreeks 1815 tot een gelijknamig epos (van enkele honderden verzen, door Nicolaas Beets in 1838 in het Nederlands vertaald), en Donizetti en Mascagni tot een opera.
[Byron herdoopte Nicolò tot Azo, om metrische redenen allicht. In zijn verhaal wordt enkel Ugo onthoofd, voor de ogen van Parisina, die nadien verdwijnt.]

Hugo is fallen; and, from that hour,
No more in palace, hall, or bower,
Was Parisina heard or seen:
Her name—as if she ne’er had been—
Was banished from each lip and ear,
Like words of wantonness or fear;
And from Prince Azo’s voice, by none
Was mention heard of wife or son;
No tomb—no memory had they;
Theirs was unconsecrated clay—
At least the Knight’s who died that day.

Wat Parisina en haar stiefzoon Ugo overkwam was geen uitzondering in dat milieu. Haar vader (Andrea Malatesta) vergiftigde haar moeder (Lucrezia Ordelaffi) enkele dagen na de bevalling, en ook een van haar twee dochters (Ginevra) werd op jonge leeftijd met gif door haar echtgenoot Sigismondo Malatesta (verre familie) koud gemaakt. Enkele decennia later kon Lucrezia Borgia*, de dochter van paus Alexander VI, pas met de toekomstige hertog Alfonso d’Este uit Ferrara trouwen nadat haar eerste huwelijk door haar vader en paus ongeldig was verklaard (gewijzigde politieke allianties als motivatie, seksuele impotentie als argument), en haar tweede echtgenoot Alfonso d’Aragona door een handlanger van haar broer Cesare (oud-kardinaal, en zoon van de paus) was gewurgd. [In de tijd van de Borgia’s — of Borja’s, hun Catalaanse naam — was de Kerk een familiebedrijf. Ook de grootoom was paus geweest, als Calixtus III.] Cesare heeft wellicht ook zijn broer Giovanni vermoord, beiden waren ze minnaars van Sancha d’Aragona, de zus van Alfonso en vrouw van Gioffre, een jongere broer. [Deze moorden zijn niet allemaal in Ferrara gepleegd, maar ze zijn wel aan de geschiedenis van het hof gelinkt.]

Dat alles belette niet, of bevorderde zelfs, dat de markgraven van Ferrara, die zich vanaf 1471 hertogen mochten noemen, tot de machtigste vorsten van Europa hebben behoord. Tussen twee moordpartijen kwamen kunstenaars op bezoek, of werden verloond met een opdracht van het hof. Van der Weyden** schilderde een kruisafneming (die is verloren gegaan) en Tiziano (Titiaan) mythologische figuren (Bacchus, Venus…) voor een camerino of kemenade in het kasteel (vandaag in het Prado in Madrid en the National Gallery in Londen). Josquin des Prez, Cipriano de Rore en Jacob Obrecht waren kapelmeester en Adriaan Willaert** zong. Matteo Boiardo en Ludovico Ariosto schreven er respectievelijk Orlando Innamorato en Orlando Furioso (die we vooral van Vivaldi en Händel kennen), en Torquato Tasso La Gerusalemme Liberata (over de eerste kruistocht, met Goffredo di Buglione, en Rinaldo, die naar de allereerste Estense verwijst, en vooral de verleidelijke Saraceense Armida; tientallen componisten en schilders heeft dat verhaal geïnspireerd**).
En Leon Battista Alberti (filosoof, wiskundige, musicus, kunstschilder, architect en linguïst…), die kwam in Ferrara gewoon even langs. Uiteraard niet allemaal op hetzelfde moment — het zou een anachronisme zijn —, de glorietijd van Ferrara heeft een kleine twee eeuwen geduurd**.

Denk dan aan het zweet en het bloed dat het heeft gekost om die immense paleizen te bouwen, en in hun dagelijkse werking te voorzien. Denk aan de oorlogen die zijn gevoerd, waarop de macht van de Estense was gebouwd. Denk aan al wat er bij boeren en ambachtslieden is geroofd. Denk aan de armoede en ontbering, die tot de twintigste eeuw — of langer — heeft voortbestaan***.
Bloed — en zweet — kleeft aan Castello Estense.

3. branden

De man van het standbeeld in witte steen, vóór het Castello Estense, is Girolamo Savonarola, van onze schoolboeken wel bekend, die in 1452 in Ferrara geboren is. En die de hierboven beschreven adellijke zeden, de seks, de moorden, de rijkdom, de kunst en de wetenschap niet erg gunstig genegen was. Welke ironie zit er in de keuze zijn beeld aan de voet van dat kasteel te plaatsen?
Savonarola was een dominicaan en een begenadigd boeteprediker, die het moreel verval van de maatschappij in het algemeen, en van de Kerk in het bijzonder over de hekel haalde. In Firenze, waar hij vanaf 1482 met veel gevolg tot de menigte sprak, gebruikten de Medici hem aanvankelijk in hun strijd met de paus, tot hijzelf in 1494 de Medici verdreef. [De Franse koning Karel VIII was Italië binnengevallen, het koninkrijk Napels was zijn doel. Piero de’ Medici aarzelde wat te doen, en werd door de Florentijnen verdreven. Mits een mooie afkoopsom verliet het Franse leger de stad.]
Onder Savonarola’s gezag werden in de stad vreugdevuren van de ijdelheden gestookt, waarbij rijke objecten, sieraden, boeken en schilderijen werden verbrand. Maar het tij keerde, Savonarola werd aangehouden, en in 1498 op last van paus Alexander VI veroordeeld, gemarteld, opgeknoopt en vervolgens verbrand. De as werd in de Arno gestrooid, opdat er van hem niets blijven zou, behalve de bekentenis die hij op de strekbank getekend had.

Is Savonarola een kerkhervormer (op de wijze van Jan Hus, eerder dan Luther of Calvin)? Is hij een taliban? Een volksmenner? Een haatprediker? Een heilige? Een martelaar? Een held? Is hij de stem van het volk, de uitdrukking van wat vandaag gemakshalve populisme wordt genoemd? [Ik blijf het een vreemd en onterecht woord vinden, dat voorbijgaat aan wat de inhoud is, en zich tot de vorm beperkt.]
Wat blijft vandaag de betekenis van zo’n man, op een standbeeld gezet, in een tijd dat het bestrijden van radicalisering een beleidsdoelstelling is, het politieke veld aan het schuiven gaat, en tegen een koud technocratisch discours alleen extremistische oprispingen lijken te staan? Is het verhaal van Savonarola’s radicalisering en aanhang weer actueel? Niet om hem na te lopen, maar om te begrijpen wat hoe is gebeurd. En opnieuw gebeuren kan.

4.

Hier had nog een vierde verhaal kunnen staan, het verhaal van de Joodse mensen, door de hertogen naar Ferrara gehaald, uit Spanje (1492), Portugal (1498) en Duitsland (1530); door de pausen in een getto samengedreven (1627); Italiaanser dan de Italianen geworden, en meer Ferrarese dan de Ferraresi; met wie het in de jaren 1930 en ’40 behoorlijk fout is gegaan; en over wie vooral veel gezwegen wordt. Maar dat is mij vooralsnog te complex en ook onvolledig. Ik vergeet hen niet, maar laat aan Giorgio Bassani en zijn boeken de zorg hún relaas te doen: Cinque storie ferraresi (1956), Gli occhiali d’oro (1958), Il giardino dei Finzi-Contini (1962)… Allemaal in het Nederlands vertaald.

1 – 2 – 3 – 4 …

De mensen en hun verhalen zijn muren en beelden geworden. Erfgoed van hoge toeristische waarde.
Ik zit op een terrasje met een Lambrusco, of is het gewoon een Moretti Bianca? en bewonder de paleizen en kerken die rondom staan. Ze zijn mooi, misschien ben ik wel jaloers om al die pracht, maar ik vergeet wat het aan leed heeft gekost.
Een bedelaar komt het plaatje verstoren. Gitzwart, allicht uit Afrika. Zou het vandaag echt anders zijn dan het gisteren was?

Voetnoten

* Lucrezia Borgia. Als je hier aanklikt, ben ik je als lezer even kwijt. >Ritratto di Flora, Bartolomeo Veneto, 1520. Geef mij maar anderstalige websites. In het Nederlands lees ik: Eertijds ten onrechte voor een portret van Lucrezia Borgia aangezien. In het Italiaans wordt dat: Per alcuni studiosi è un ritratto di Lucrezia Borgia.

** Ik breng hier meerdere voetnoten samen.
Rogier Van der Weyden is bij de hertogen op bezoek geweest, én hij heeft voor Ferrara een kruisafneming geschilderd, maar het verband tussen beide is onzeker.
Adriaan Willaert trok nadien naar Milaan, als zanger bij kardinaal Ippolito II d’Este (een zoon van hertog Alfonso I van Ferrara en Lucrezia Borgia, die hem in Ferrara hadden aangeworven). Later werd hij kapelmeester van San Marco in Venetië.
Torquato Tasso’s La Gerusalemme Liberata (1581) inspireerde onder meer Giaches de Wert (in 1595), ook vriend aan huis in Ferrara, en zijn vroegere leerling Claudio Monteverdi (in 1624), en verder Lully, Händel, Vivaldi, Haydn, Brahms, Rossini, enz., tot en met Dvořák (in 1904). Schilders als Carracci, Van Dyck, Teniers, Poussin en Tiepolo waagden zich aan scènes uit het werk, vooral dan Armida en Rinaldo. [Zie in het bericht over Modena een afbeelding van Alessandro Tiarini’s Rinaldo en Armida in het Palais des Beaux-Arts van Rijsel.] Over de kwaliteit van Tasso’s werk kan ik niet oordelen, maar het bekleedt wel een centrale plaats in meer dan drie eeuwen Europese kunst.
Het einde van Ferrara. De hertogen van Este waren leenman van de paus in Ferrara, en van de keizer in Modena en Reggio. In 1597 verbrak paus Clemens VIII het leenrecht na het overlijden van hertog Alfonso II, die kinderloos gebleven was, en lijfde het hertogdom in bij de Pauselijke Staten — zijn soldaten kwamen zijn bul ter plaatse bekrachtigen. Het vertrek van het hof betekende zowat het einde van de stad. Zelfs de al in 1391 door markgraaf Alberto V opgerichte en nog steeds prominente universiteit kon dat tij niet keren. De bouwrijpe gronden binnen de nieuwe omwalling bleven leeg, en zijn dat vandaag vaak nog, wat de stad een landelijk karakter geeft. Een andere tak van de Estensi zette het hertogdom in Modena en Reggio voort, waar het tot de verovering door het Franse leger in 1796 bleef bestaan.

*** Ik ben heel kritisch over Kathrine Kressmann Taylors boek over de overstroming van de Arno in Firenze in 1966, Diary of Florence in Flood, maar je leest er wel hoe de Italianen, in dat geval Florentijnen, eeuwenlang in de schaduw van hun monumenten hebben gewoond.

italia2018.032
klik op de foto voor enkele andere beelden van Ferrara

 

Naar het overzicht: een Italiaanse reis