In de lage landen schrijft taalchroniqueur Marten van der Meulen over partikels — een zeer boeiend fenomeen in de Nederlandse en Duitse taal: wel, toch, eens, al, ofzo… Maar in feite gaat zijn tekst over veganisme: je bent toch niet vegan ofzo? Dit is mijn reactie.
Recente berichten
- stedenbouw in de Métropole Européenne de Lille 8 oktober 2026
- Anneleen en de slimme mensen 1 oktober 2026
- QR 1 oktober 2026
- ma princesse 7 september 2026
- ligt het fietspad van de Melkmarktlus aan de verkeerde kant van de straat ? 5 september 2026
- groeten uit Ringpark West 28 augustus 2026
- de strandstoel 23 augustus 2026
- de aktentas — F. Bordewijk 22 augustus 2026
- kokerdenken 14 augustus 2026
- bericht aan Cathy Berx, provinciegouverneur 13 augustus 2026
- wat had ik die mensen graag kunnen helpen 3 augustus 2026
- bnb’s, wie bewaart de vrede? 3 augustus 2026
- het concept zwaluw ❧ 18 juli 2026
- Gaspésie, water en vuur 7 juli 2026
- textiel in Sint-Truiden 23 mei 2026
- leidt het succes van Oosterweel straks tot een crisis in de transportsector? 23 mei 2026
- Kees Fens 4 april 2026
- waarheen voert ons de auto zonder chauffeur ? ❧ 4 april 2026
- 75 000 14 maart 2026
- bomslachtoffer 8 maart 2026


Marten van der Meulen schrijft over normverschuivingen, maar de belangrijkste normverschuiving merkt hij niet eens.
Enkele tientallen jaren geleden zou geen enkele gastheer of gastvrouw een van de door Van der Meulen vermelde vragen (“Heb je nog dieetwensen, of is er iets wat je beslist niet eet?”; “Je bent toch niet vegan of zo?”) of zelfs een gelijkaardige vraag hebben gesteld. Iemand met een allergie (allergieën waren toen zeldzamer) zou discreet de gastpersoon die allergie hebben gemeld (bv. “ik heb een allergie voor zuivel”…), en voor alle anderen gold het eenvoudige principe dat de wellevendheid (de beleefdheid, de vriendschap…) eiste dat men eet wat de pot schaft. In uitzonderlijke gevallen zou de gastheer of -vrouw schrijven of bellen: “Ik dacht aan…, je houdt daar toch van?”. (Let op het “houden van”; het gaat over smaak.)
De opvallende, en zeer ingrijpende normverschuiving die heeft plaatsgehad, is de omkering van het hoffelijkheidsprincipe. Niet de gast past zich aan, aan wat gastvrij wordt aangeboden, maar hij of zij verwacht — of zelfs eist — dat de gastheer of -vrouw zich aan zijn of haar desiderata aanpast. Hij of zij gedraagt zich zoals men dat doet in een restaurant, als klant.
Opvallender is nog dat dat niet alleen gebeurt om medische redenen (allergieën), of slechts zelden omwille van smaak — getuige het succes van zogenaamde vleesvervangers, melkvervangers en kaasvervangers — maar om ideologische redenen. [Ideologie in de positieve betekenis van het woord: de waarden en normen die men heeft.] De uitgenodigde persoon schat de eigen ideologische motieven hoger in dan de waarde die hij of zij aan vriendschap en hoffelijkheid hecht.
Is dit het begin van een ruimere maatschappelijke evolutie? Krijgt u straks een bezoeker over de vloer die na het binnenkomen even rondkijkt en zegt: “Ik hoop toch dat jij een energieprestatiecentrificaat a of b hebt voor dit huis. En, is jouw elektriciteit wel groen?” [Let op de partikels.]