Ik weet het.
Met wat volgt ga ik enkele vrienden en medestrijders voor een beter openbaar vervoer tegen de borst stoten, tegen de kar rijden, op het paard zetten en in het harnas jagen. En op het verkeerde been én spoor zetten.
Daarom deze disclaimer: ook ik wens dat er op korte termijn méér ruime lage-vloertrams komen, en dat reizigers niet langer verplicht zijn zich in trams te hijsen, of eruit neer te dalen. Dat kan allemaal met hermelijnen en albatrossen, of met recentere versies. Op voorwaarde althans dat ook het perron of trottoir correct is uitgevoerd.

Toch schrijf ik hier graag, in tien punten, een ode aan de PCC-trams, die meer dan zestig jaar geleden in Antwerpen op het tramnet werden gezet, in de hoop dat de ironie — of is het cynisme? — daarbij niet verloren gaat.

  1. In een PCC-tram hoor of lees je nóóit verkeerde halte-aanduidingen.
    Verantwoording: In moderne trams zijn er allerlei soorten schermen met halte-aanduiding, en wordt de (komende) halte ook aangekondigd. Het is een mooi en handig systeem, dat de reizigers kan helpen. Maar het gebeurt vaak dat het systeem is uitgeschakeld, en wanneer het wel werkt is de gegeven informatie één keer op twee fout. De meest frequente afwijking bestaat erin dat de stations één halte te vroeg worden aangekondigd, maar ook volkomen foute informatie komt voor (“Groenplaats”, wanneer je aan het Sportpaleis bent). Bij een PCC (zonder informatie…) heb je dat probleem nooit.
  2. Op het koersbord van een PCC-tram is er nooit verwarring tussen herkomst en bestemming.
    Verantwoording: Je ziet vaak trams (vooral op de lijnen 6 en 9, komt me voor) waar op het koersbord niet de bestemming maar de herkomst staat. Voorbeeld: de tram rijdt naar de Luchtbal, met als bestemming Olympiade erop; vaak heb ik me afgevraagd wáár dat wel was. Bij een PCC (waarvan het koersbord oorsprong én bestemming vermeldt) komt die fout niet voor. [Alhoewel: de koersborden van tram 12 zijn een ander verhaal.]
  3. Een PCC-tram heeft slechts één koplicht, zodat je hem niet men een bus verwart.
    Dit voordeel is vooral belangrijk als je staat te wachten aan een trambaan waar ook bussen rijden: Bredabaan, Noorderlaan, Antwerpsestraat… Jammer genoeg zijn op de eerste twee nagenoeg alle PCC’s verdwenen.
  4. Met een PCC zie je beter dat het jouw tram is, die komt.
    Verantwoording: Enige tijd geleden heeft De Lijn aan (bijna) alle haltes borden aangebracht, waarop je “in real time” de wachttijden kan lezen. Deze aanduidingen zijn echter niet exact. Lees je dus dat je tram in aantocht is (de drie pijltjes ↓↓↓), of dat je 2 of 3 minuten moet wachten, dan zijn er in feite drie mogelijkheden: (1) je hebt je tram gemist, (2) de aangeduide tram is afgeschaft, en de tijdsaanduiding is louter virtueel, (3) er komt inderdaad een tram. Veel beter dan die kleine kans is het dus, aan de einder jouw tram te zien. Sta je aan halte Gounod van lijn 7, kan je van de trams aan de Harmonie al zien of er PCC’s bij zijn. Een PCC is een 7.
  5. De PCC-trams worden nog zelden met reclame beplakt, wat bij de andere trams wel vaak gebeurt (de zogenaamde “boerka-trams”, waar je door de gaatjes in het raster naar buiten kijkt).
  6. In een PCC-tram zit je hoger, en heb je een mooier uitzicht.
  7. Een PCC-tram biedt meer rijcomfort, zowel in de rechte stukken als (nog meer) in de bochten.
  8. PCC-trams zijn ontworpen als een geheel.
    Verantwoording: Zelfs vandaag, meer dan zestig jaar na de ingebruikname, en na meerdere aanpassingen, zie je nog steeds dat PCC-trams ontworpen zijn als een geheel, zoals men dat ook voor auto’s doet (of voor trams in steden als Valenciennes en Straatsburg). Elk onderdeel beïnvloedt elk ander onderdeel, en het ontwerp is pas af als alle onderdelen af zijn. Hermelijnen en (in mindere mate) Albatrossen (maar vooral ook lijnbussen) zijn echter samengesteld uit onderdelen die wat toevallig zijn samengebracht, tot er uiteindelijk een tram of bus ontstond.
  9. Toegegeven, er zit ook wat nostalgie aan die PCC’s.
  10. PCC-trams zijn duurzaam, en circulair.
    Verantwoording: Nu alles, ondanks de discoursen over duurzaamheid, zo snel stuk is en verouderd, mag de duurzaamheid van de trams eens extra in de bloemetjes worden gezet. De inspanningen die toen geleverd zijn om die trams te ontwerpen en te bouwen, de energie en de materialen die daarvoor gebruikt zijn, zijn sinds lang afgeschreven. En dat trams, met steeds nieuwe reizigers op steeds nieuwe trajecten, circulair zijn, laat daar geen twijfel aan bestaan.