Jef Van Staeyen

Tag: literatuur (Pagina 14 van 14)

Jean Migault, het verhaal van een vluchteling ❧

In april 1688 vluchtte Jean Migault met vijf van zijn kinderen van La Rochelle naar Den Briel. Enkele zonen waren al eerder het land ontvlucht. Een jaar later, in 1689, voltooide hij een in 1683 begonnen dagboek van zijn verhaal. Voor elk van zijn kinderen maakte hij een exemplaar.

“Puis que tu te plais à lire mon écriture, je me suis diverty ces derniers jours à t’en faire une bonne provision pour ton premier jour de l’an prochain, qui sera environ le temps que tu recevras ce paquet. Je croy que tu en seras surpris, et que tu n’attends pas de recevoir des estrennes de cette natture.” (opdracht aan zijn zoon Gabriel, in het Bremer manuscript)

“Je crois que, tant que nous vivrons, il nous souviendra de cette triste nuit”, beschrijft hij een mislukte poging, in december 1687, om nabij La Rochelle aan boord van een schip naar Holland te gaan.

Jeroen Brouwers, de Koning en de Kerk

Jeroen Brouwers is weer in het nieuws.  Op een goeie en een kwaaie wijs.  Met een boek, en zijn illegaal huis.
Vijftig jaar schrijver is hij, en heeft een nieuw boek: “Het hout”.  Ik kijk er naar uit. Dat is — heel kort — het goede nieuws.
Het kwade nieuws is dat het Hof van Beroep van Antwerpen op 24 september…

[Op 1 mei 2016 bijgewerkt, nadat de kranten meldden dat Brouwers zijn huis aan de gemeente schenkt.]

wedloop met de schaduw — Antoon Coolen, 1936

Dit is leengoed: een tekst van Antoon Coolen (Wijlre, 1897 – Waalre, 1961).  Een tekst die je, samen met ander werk, ook op de >Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren (DBNL) vinden kan.  Een tekst die voor mij een heel bijzondere betekenis heeft.

Er is één tekst (één!) die me van mijn schooltijd steeds bijgebleven is, en dat is Coolens tekst — al was ik zijn naam en de naam van het verhaal al snel vergeten. Eén schaatser (daar gaat het om), één verhaallijn, één slot, één levensles — als ik dat zo noemen kan — zijn me bijgebleven.
Ik heb Coolens verhaal dan ook vaak in herinnering gehad. En ik heb het — op een weliswaar povere manier — soms ook verder verteld.

Maar elke concrete link was ik kwijt.
Tot enkele decennia later Nele uit de bibliotheek van Koksijde me het verhaal toestuurde. Ze kende het, en heeft het netjes voor me overgetikt.  En ik het nadien toch weer verloor. Zo dacht ik.
Op een dag stootte ik weer op d’r tekst — en waren de inmiddels ontwikkelde zoekmiddelen (je tikt Coolen en schaats op je computer) voldoende om me bij de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren te brengen, waar een onmeetbare schat aan teksten op ons wacht.
Nele’s tekst bleek korter dan die van de digitale bibliotheek, maar ook die bevat verschillende versies.  En wellicht was de tekst op school ook weer anders.

Vooral:  het is een ijzersterk en vlijmscherp verhaal — wat voor schaatsers niet verrast. Ik begrijp niet hoe het kan dat Joost Zwagerman (De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen; De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 60 lange verhalen) er zo naast gekeken heeft.
Lees het hier.

Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑