Tag: literatuur (Pagina 8 van 14)
We hebben het ouderlijk huis opgeruimd. De meubels, de huisraad, de boeken.
Uit vaders bibliotheek koos ik enkele romans, van Eric De Kuyper, Hella Haasse, Heinrich Böll.
De verloren eer van Katharina Blum — net herlezen — greep me even hard aan als vijftig jaar geleden. Niets heeft dat verhaal aan kracht ingeboet.
Katharina Blum is een vrouw van 27. Ze heeft twee handicaps, en haar gedrag vertoont twee ongerijmdheden. De handicaps zijn dat ze mooi is en hard werkt. Ze werkt als huishoudhulp — gek woord voor iemand die niet helpt maar doet — en in de horeca: cafés, restaurants, recepties. Vaak wordt ze lastig gevallen. Ook en vooral wanneer ze bij invloedrijke mensen thuis feestjes organiseert. De ongerijmdheden, die al snel verdacht worden gevonden, zijn dat ze soms in haar Volkswagen stapt en uren ver rijdt, liefst in de regen langs wegen met bomen, en ook dat ze, die als een terughoudende vrouw bekend staat en soms “de non” wordt genoemd, op een feestje plots verliefd wordt op een haar onbekende man, de hele avond innig met hem danst, beslist dat ze voortaan met hem wil leven en hem mee naar huis neemt. Hij is een misdadiger die door de politie wordt gevolgd — dat weet ze niet — en ze helpt hem uit haar omsingelde appartement te ontsnappen. Daar komen problemen van, met de politie en vooral met de pers: de Zeitung. Voor de politie is de ontmoeting met de gangster niet toevallig, maar opgezet spel, en is Katharina sinds jaren zijn handlanger. Waarom heeft ze de voorbije jaren al die kilometers naar nergens gereden? Waarom is ze met de tram naar het feestje gegaan? Wie was het herenbezoek waarover haar buren praten, dat ze — ongewenst — kreeg en haar — ongevraagd — een dure ring heeft geschonken? Voor de pers, althans de Zeitung, is er veel meer aan de hand. De twijfels van de politie worden tot zekerheden uitvergroot, Katharina wordt het centrum van een staatsgevaarlijk netwerk, en al wie Katharina kent wordt mee door de modder gesleurd. Nee, niet iedereen: de Zeitung is selectief in wie ze besmeurt. Blijkbaar wordt een en ander uit het politiekantoor gelekt, en met verdraaide getuigenissen aangedikt. Maar, zoals de jonge advocaat-generaal dr. Korten tijdens een verhoor aan Katharina zegt, wanneer die zich over de gang van zaken beklaagt: “wie zich niet in slecht gezelschap begeeft of daarin terechtkomt, geeft de pers geen enkele aanleiding tot een vertekende voorstelling van zaken”. De mensen hebben immers recht “de tegenwoordige geschiedenis” te kennen. Uiteindelijk maakt Katharina een afspraak met de journalist van de Zeitung, en schiet hem dood.
geen Böll in de bib
Dat laatste lezen we niet op het einde van het verhaal, maar in het begin, wat deel uitmaakt van de magistrale structuur en stijl van het boek. In 58 korte (soms zeer korte) hoofdstukken neemt Heinrich Böll de lezer bij de hand, en schrijft in reportagestijl, soms heel ernstig, dan weer ironisch, het verhaal overhoop — wat me enigszins doet denken aan het (veel recentere) Puhdistus (Zuivering) van Sofi Oksanen uit 2008. De lezer laat zich best niet afschrikken door de wat bizarre stijl en mededelingen van de eerste twee hoofstukken, en doet er goed aan de soms op elkaar lijkende Duitse namen goed te onthouden. Dit in acht genomen loopt het verhaal als een trein.
Ik heb het boek tweemaal herlezen, en merk nu pas dat ik ook een in Frankrijk uitgegeven pocket-versie heb: “Lire en Allemand”, een Duitse tekst met Duitse uitleg en (heel soms) Franse vertalingen van moeilijke woorden erbij. Dat moet me lukken. [Een enkele keer helpt een Duits woord met Franse vertaling me verder dan de Nederlandse: Staatsanwalt — procureur — advocaat-generaal.]
Onderwijl verbaas ik me (of niet?) geen Böll in de boekhandel te vinden, en nauwelijks in de bibliotheek. Toch blijven die boeken vijftig jaar na hun verschijnen even actueel en aangrijpend als toen.
Post scripta:
- Zonder de kennis van de Nederlandse vertaling was ik in de Duitse tekst volledig verloren gelopen, maar met die kennis was het een echt leesplezier. Dit is geen kritiek op Jan Bernards vertaling, maar met die Duitse tekst van Böll voel je soms toch nog wat anders.
- Hoofdstukje 4 begint met een subtiele woordspeling, die in de vertalingen verloren is gegaan. Elke lezer begrijpt dat Heinrich Böll met de Zeitung het Hamburgse dagblad Bildzeitung bedoelt. Kortweg Bild. [“De overeenkomsten zijn niet opzettelijk en evenmin toevallig, maar onvermijdelijk”, schrijft Böll als leeswaarschuwing.]
Wanneer enkele dagen na de journalist van de Zeitung ook een collega-persfotograaf wordt vermoord — eerst denkt de politie aan Katharina Blum als dader, maar die heeft een alibi: ze zat in de cel — noemt Böll hem treffend Bildjournalist. - Ik merk wel enkele ongerijmdheden in het verhaal. Er is een kwestie van uren (hfdst. 14) en een van jaren en kilometers (hfdst. 24), die ik zowel in de Nederlandse vertaling (1974) als in een Engelse (1975) vond, maar in de Franse uitgave-met-Duitse tekst uit 1991 is gecorrigeerd. Een andere ongerijmdheid betreft de woning van hoofdinspecteur van de recherche Walter Moeding, waar Katharina Blum op zondagavond aanbelt om te verklaren dat zij de Zeitung-journalist heeft vermoord, terwijl niets in het verhaal erop wijst dat zij Moedings adres kent.
- Die verlorene Ehre der Katharina Blum werd in 1975 door Volker Schlöndorff en Margarethe von Trotta verfilmd.
Elders op deze website staat een enthousiaste bespreking van John Steinbecks Tortilla Flat. Ook over zijn andere romans en novellen zou ik dergelijke teksten kunnen schrijven. Zoals East of Eden, misschien wel zijn meesterwerk.
In dat lijvige boek verweeft Steinbeck prachtige verhalen, van de families Hamilton en Trask, van enkele andere personages (Cathy, Abra…), en een beetje van hemzelf, in de Salinas-vallei in Californië op het einde van de 19de en het begin van de 20ste eeuw.
Zowel de plek — waar Steinbeck in 1902 geboren is, en die hij liefdevol, maar met precisie en zonder weemoed beschrijft — als het tijdsvenster is prominent aanwezig. “The Salinas Valley is in Northern California” is niet voor niets de wat ongewone, zakelijke eerste zin van het boek, waarvan de verhalen op bijna filmische en dan weer academische wijze door landschapsbeschrijvingen en maatschappelijke analyses onderbroken of aangekondigd worden.
In hoofdstuk 25 leidt “It was a deluge of a winter in the Salinas Valley, wet and wonderful”, via een telegram dat zoon Tom Hamilton op het erf van de boerderij en smidse ontvangt, tot de begrafenis van vader Samuel (die sinds kort bij zijn dochter in de stad verbleef) — of juister: tot de uren en dagen net erna. “The surreys and the buggies had driven out of the Salinas cemetery”. Als lezer ervaar je sterk hoe het overlijden zowel aangekondigd als plotsklaps is, en een grote leegte laat. Hoofdstuk 27 (“That year the rains had come so gently that the Salinas River did not overflow”) begint een ander verhaal, deels met nieuwe personnages. Het zoemt eerst in op een konijn (“Against the perfect cover of vine and bramble and tangled drift sticks, a little gray brush rabbit sat quietly in the sun, drying his breast fur, wet by the grass dew of his early feeding”), om daarna uit te zoemen op de tweelingbroers Aron en Cal Trask (elf jaar oud) die het konijn met pijl en boog doden, wat Steinbeck de gelegenheid biedt de karakters (die we nog niet kennen) en de verhouding tussen hen te beschrijven, waarna de belangrijke ontmoeting met het meisje Abra en haar ouders volgt.
Elders beschrijft Steinbeck kernachtig de maatschappelijke evolutie van het snel groeiende Salinas. Hoofdstuk 19 begint als volgt: “A new country seems to follow a pattern. First come the openers, strong and brave and rather childlike. They can take care of themselves in a wilderness, but they are naïve and helpless against men, and perhaps that is why they went out in the first place. When the rough edges are worn of the new land, businessmen and lawyers come in to help with the development — to solve problems of ownership, usually by removing the temptations to themselves.”
Ook de Eerste wereldoorlog, en de Amerikaanse deelname eraan (vanaf april 1917), komt aan bod. Niet alleen als tijdskader, maar als actor van de dramatische ontwikkeling in het boek. [Spoiler alert: hij leidt tot een conflict tussen zoon Cal en vader Adam Trask, en tot de dood van Aron. East of Eden verwijst meermaals naar het verhaal van Kaïn en Abel uit het boek Genesis. ]
Nu het oorlog is in Oekraïne, en de politieke spanning wereldwijd stijgt, sta ik even stil bij een bijzonder fragment uit hoofdstuk 46, dat als een waarschuwing klinkt.
Zoals gezegd is John Steinbeck heel sporadisch zelf aanwezig in het verhaal: de Olive Hamilton uit het boek, een dochter van Samuel, is Johns moeder. [De familie Hamilton is reëel, de andere personages zijn fictief.] Met een kort maar heel persoonlijk en beschamend fragment toont Steinbeck wat oorlog doet, ook ver van het front, in een Californisch stadje van toen 4000 mensen, dat de oorlog wel via dienstplicht, prijsstijgingen en voedselschaarste voelt. “We had our internal enemies too, and we exercised vigilance.” (een kort tekstfragment, eerst in het Engels, dan in het Nederlands, en tenslotte in het Frans).
(een korte mail aan Van Oorschot, 18 september 2021) Hartelijk dank aan de uitgever, hartelijk dank aan Els Snick, hartelijk dank aan Jan Vanriet, en uiteraard aan Joseph Roth, en alle anderen voor dat prachtige “Radetzkymars”.
[Els Snick verzorgde de nieuwe vertaling, Jan Vanriet de tekeningen en Van Oorschot de uitgave, 2020, van het in 1932 verschenen boek.]




