Dit is een voorsmaakje, een voorproefje van een langere tekst die nog moet komen, en in mijn hoofd langzaam rijpt. Noem ik hem nieuwkomer? superdivers? of de remigrant?

(aangepast en vervolledigd op 9 november 2019)


informatie voor de reizigers in tram 8, november 2019

 

(…)
Ik mag buitenlanders wel bewonderen die in Antwerpen de tram nemen, zich niet van nummer vergissen en op de juiste halte afstappen, want de informatie die De Lijn haar (potentiële) klanten biedt, is meestal fout, of onbestaande. De elektronische borden aan de haltes vermelden tramlijnen die niet meer bestaan (tram 24 en 12 aan de Nationale Bank?) en kondigen trams aan die niet verschijnen of plots een andere bestemming krijgen. De gesproken aankondigingen van de haltes die je in de tram soms hoort zijn onbetrouwbaar, want vaak te vroeg of te laat, en aan de tramhaltes of in de trams zelf hangen geen of flink verouderde (en door de zon verbleekte) schema’s, waarop je kan zien hoe de tram destijds reed. Goed voor historici met ferrovipathische neigingen. Sommige plannen vermelden werkzaamheden die in 2018 zullen worden uitgevoerd. Dat zijn schema’s die allicht nog dateren uit de tijd dat Tom Meeuws De Antwerpse Lijn bestuurde, wat hij tot 2015 mocht doen. Wie het met die man goed voor heeft, zal zeggen dat sinds hij daar vertrokken is, alles vierkant draait. Wie het met hem anders ziet, zal stellen dat hij het toen heeft nagelaten de nodige aanbestedingen (en aanwervingen) voor te bereiden, terwijl hij meer bezig was met het organiseren van feestjes, wat voor het uitbouwen van netwerken — netwerken van invloedrijke mensen, niet van bussen en trams — veel efficiënter is. De recente Antwerpse en socialistische geschiedenis heeft aangetoond dat hij daarin goed gekozen heeft. Intussen staan de reizigers in de regen te wachten op een tram waarvan ze niet weten wanneer hij komt en waarheen hij rijdt, en vrezen ze bij overstap een toeslag te moeten betalen omdat er vertraging is. Voordeel is wel, dat ze tijd in overvloed hebben om hun traject te overdenken of aan andere reizigers advies te vragen. Als het geen panne is, door omstandigheden, zoals tijdens het schrijven van deze tekst (met pen op papier), in tram 8 op de Frankrijklei, halte stadspark, vandaag, is het wel om lang een kruispunt te overschouwen (wachten tot de tram eindelijk ook, ná de auto’s, het kruispunt op mag rijden), of om naar de zwarte muren van de pre-metrotunnels te staren. De Antwerpse zogenaamde “pre-metro” rijdt immers tergend traag, maar toch bruusk, en in de grote stations, waar plaats is voor meerdere stellen, stopt er toch maar één tram terzelfdertijd — de andere wachten braaf, in de tunnel, om op hun beurt het station binnen te rijden.

Terloops, wat die stations betreft, heb je al eens gezien hoe groot het station Zegel is, in Borgerhout? De tram stopt aan de uiterste oostkant op -3 (het oosten is richting Deurne), de trappen naar -1 staan aan de uiterste… westkant van dat zeer lange perron (er is immers plaats voor meerdere trams), en daar, op -1, staan de trappen naar het straatniveau aan de… oostkant opgesteld. Ben je mee? Volg je nog? Bij De Lijn, of was het zijn voorganger MIVA die bouwheer was, moeten ze dat station wel heel mooi vinden, dat je er zo lang in wandelen mag.

(november 2019)
informatie omtrent het Antwerpse tram- en pre-metronet in tram 8 (géén, maar echt géén) en tram 11 (manifest fout): het schema rechts, “geldig vanaf 1 april 2018”, vermeldt voor lijn 4 haltes die tegenwoordig niet worden bediend (in Hoboken), maar vermeldt niét de zeer talrijke haltes, van de Groenplaats via de Lange Leemstraat en Groenenhoek tot in Silsburg, die al sinds maanden wél worden bediend. Er zijn bij De Lijn dus niet alleen wél aangekondigde trams die niét rijden, maar ook niét aangekondigde trams die wél rijden, zoals hier, in Berchem en Borgerhout, op de Gitschotellei. Een tramverrassing kan ook aangenaam zijn.

(halte Nationale Bank, november 2019)
de trams 12 en 24, die sinds juni 2017 deze halte niet meer bedienen, worden aangekondigd binnen respectievelijk 1 en 5 minuten

Maar, ernstig nu, goed nieuws: mits enkele relatief kleine aanpassingen kan De Lijn, als ook de Antwerpse en Vlaamse overheden dat werkelijk willen, met het huidige aantal tramstellen en het huidige aantal wattmannen en -vrouwen (wattlui of wattlieden?) makkelijk tweemaal zoveel reizigers vervoeren als nu, enkel en alleen door die trams een tweemaal zo hoge commerciële snelheid te bieden: een automatische besturing in de pre-metrotunnels (zelfs modeltreinbaanbouwers doen dat al jaren met succes), kortere wachttijden aan de kruispunten, waarbij een tram met 150 reizigers (soms kunnen het er tot 250 zijn) niet twaalf auto’s met gemiddeld 1,4 passagiers moet laten voorgaan, en minder gedrum bij de betaalautomaten die bij de ingangsdeuren hangen. Als Antwerpen zijn mobiliteitsknoop wil ontwarren, kan de tram voor een belangrijke bijdrage zorgen, als hij vlotter, sneller en zekerder rijdt, en de reizigers correcte informatie gegeven wordt. Heel veel geld is daar niet voor nodig. Durven wel, en doen.