Jef Van Staeyen

Categorie: 2024 (Pagina 3 van 15)

koppen in Gent (Bosch in het MSK)

Dit schilderij, in veel mooiere kleuren, hangt in het Museum voor Schone Kunsten van Gent. Het heet “De kruisdraging” en is van de hand van Jheronimus Bosch. Het dateert van het begin van de zestiende eeuw. Naast het paneel hangt de volgende tekst.

In deze intrigerende compositie staat het gevecht tussen goed en kwaad centraal. Het schilderij is gevuld met een dynamische massa van boosaardige tronies. Het zacht gemodelleerde gelaat van Christus daarentegen straalt sereniteit uit. Het is de Lijdende die het kwaad op de wereld overwint.
Hoewel het auteurschap van De kruisdraging ter discussie staat, blijft dit schilderij een van de meest hallucinante scheppingen uit de West-Europese kunstgeschiedenis. De voorstelling past bij het gedachtegoed van de lekenbroederschappen waartoe Jheronimus Bosch behoort. Sommigen menen echter dat het schilderij ook een bijzonder knappe kopie kan zijn naar een verloren origineel. De kunst van het kopiëren is in deze periode immers een gerespecteerd onderdeel van de schilderkunst.

Ten tijde van Bosch bestond er geen film, geen televisie of podcast, en geen fotografie. Geen “makkelijke” en duizendvoudige kopieën die iedereen kon zien — zoals ze op de website van het museum staan. Toen de kunst meer en meer de openbare plaatsen (zoals kerken) verliet, en in privé (vaak burgerlijke) vertrekken terecht kwam, kon de vraag naar kopieën alleen maar groeien. Dat konden koper-etsen zijn, of verwante uitvoeringen (denk aan de talrijke Bruegels), of exacte — zo exact mogelijke — kopieën, door de initiële schilder of door een ander gemaakt. Zoals in dit geval. Toen was meesterschap een belangrijk onderdeel van kunst, daarom ook dat respect.

Als het paneel in het MSK effectief een bijzonder knappe kopie is, zoals sommigen menen, maakt het weinig uit of we naar “een Bosch” of naar een kopie kijken. Er zijn slechts twee domeinen waarin het verschil tussen authentiek en kopie belangrijk kan zijn:
(1) de financiële waarde op de kunstmarkt. Maar omdat het MSK niet tot doel heeft het kunstwerk te verkopen, is die financiële waarde enkel belangrijk voor verzekeringen wanneer het stuk wordt uitgeleend.
(2) onderzoek. Voor deskundigen die de schildertechniek, de kleursamenstelling, de schilder-geschiedenis etc. willen kennen, is het uiteraard essentieel te weten of het werk van Bosch of van iemand anders is.
Maar voor alle anderen en voor alle andere domeinen maakt het weinig uit of Bosch of iemand anders het penseel heeft geroerd. Wat we als amateur of zelfs als deskundige toeschouwer zien is immers wel degelijk het werk van Bosch. Hij heeft het onderwerp bedacht, de compositie ontworpen, de stijl bedacht, de hoofden getekend en hun kleuren gekozen. Hij heeft alles gecreëerd, hij is de auteur van één van de meest hallucinante scheppingen uit de West-Europese kunstgeschiedenis. Dát is wat we zien, zelfs als het een ander zou zijn die het penseel heeft vastgehouden om de kopie te maken.
Wat we zien en bewonderen is een Bosch. Geen kopiist kan dat veranderen, evenmin als een bedreven fotograaf dat kan.
Bosch is de auteur, ook als de uitvoerder een ander kan zijn.

Daags na de gemeenteraadsverkiezingen van 13 oktober 2024 stond er in De Standaard een prachtige vergelijking van Bosch’ schilderij uit het MSK met een foto van een overwinningsfeest van de lijst Voor Gent. De boze tronies waren een voorafbeelding van wat in de weken nadien in en rond het stadhuis is gebeurd.

bouten en sleutels

Wanneer ik knutsel, of iets herstel, of monteer, moet ik vaak twee, drie, tien keer hetzelfde doen voor het me lukt. Ik heb een gat in de muur of het plafond geboord, maar het ging mis. De opening is te breed of niet diep genoeg, of zit niet waar ik ze wou. Een pen stemt niet overeen met de uitsparing waarin ze hoort, een bout of een schroef gaat niet ver genoeg, een moer draait scheef, een elektrisch contact komt los, of is verkeerd verbonden, lijm kleeft niet, of alles hangt scheef. Dat soort dingen. Eerst forceer ik de zaak, maar dat lukt dan niet, en moet alles weer los. Alsof dat wel lukt. Soms pruts ik een oplossing die het blijkbaar wel doet. En die je niet ziet. Maar trots ben ik niet.

Enkele dagen geleden was mijn trein naar Gent afgeschaft. Een half uur mocht ik wachten tot de volgende kwam. Ik zat in de kelder van Antwerpen Centraal. Spoor 13. Enkele meters verder werkten drie fluo-gele arbeiders aan een groot luik in de vloer. Zo’n paneel met tegels in, nagenoeg een vierkante meter, dat een mangat — een mensgat ? — bedekt. Maar dat lukte hen niet. Eén van de vier bouten — op elke hoek zat er één — wilde er niet in, en allicht stak het luik een millimeter te hoog in de vlakke vloer. Twintig minuten zijn die drie mannen bezig geweest met dat luik en de bouten, met niet meer dan enkele sleutels en de kracht van hun armen. Haakse en T-vormige inbussleutels en soms hun vingers hebben ze gebruikt, om de vier bouten, waaronder de lastige, weer los en dan weer vast en dan weer los te draaien. Drie- of viermaal hebben ze met vereende kracht het zware luik opgetild. Om het weer neer te leggen. Om de bouten weer vast te draaien. Uiteindelijk is het gelukt. Allicht. Het luik lag op zijn plaats, en de drie mannen zijn weggegaan. Ik heb niet gekeken of alles goed was gedaan. Maar ik voelde wel met ze mee. Hun werk was mij een hart onder de riem voor al mijn geknoei.

ook Gent vergeet de voetgangers

woonerf

voetpad, Overpoort, Gent

De Overpoortstraat is een belangrijke verkeersader voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer, leveranciers en openbare diensten (waaronder reinigingsdiensten, die er veel werk aan hebben). Ze is ook een belangrijke studentikoze uitgaansbuurt (wat veel van de vuiligheid verklaart). De straat werd in 2022 als woonerf (!) heraangelegd, wat de begaanbaarheid niet verbeterd heeft.

brug

Annie Vande Wielebrug over de Watersportbaan

Sinds juni 2024 is de Annie Vande Wielebrug, genoemd naar een belangrijke Gentse zeilster en auteur, een welkome verbinding voor voetgangers en fietsers dwars over de meer dan twee kilometer lange watersportbaan. [Ik vind het wel vreemd: een zeilster voor een brug over een besloten plas waarop je niet zeilen kan.]
Behoudens de eigenzinnige ophanging, zowat het midden tussen een boog- en een balkbrug, die gelukkig het zicht over het water niet belet, is de brug een letterlijke vertaling van een technische norm, zoals die in het Vademecum fietsvoorzieningen (Agentschap wegen en verkeer, juli 2022) op pagina 124 staat. Ze is dan ook als een fietsvoorziening ontworpen. Elk voetpad is 150 cm breed, net genoeg voor één voetganger — of een voetganger met een hond — of voor een koppel hand in hand. Voor meer is het te smal, en zeker om te kruisen. Er ligt ook geen boordsteen aan, zodat het in feite niet meer is dan een ietswat uit de kluiten gewassen schuwstrook voor de fietsers, wat ook de onhandig wijkende en onvriendelijke borstwering verklaart. De belangrijkste kwaliteit van die voetpaden-schuwstroken is dat ze het vier meter brede fietspad vrij houden.
Deze brug is, behalve om de hond uit laten, blijkbaar niet bedoeld om te gaan wandelen, wat in overeenstemming is met de aard van de ruime omgeving, waar voetpaden of -wegen smal of onbestaande zijn, of omwille van rotondes en kruispunten grote omwegen maken. Gent is een boeiende stad, maar saaier dan de watersportbaan vind je er niet.

god heeft de bechamelsaus geschapen

Het moet een hele teleurstelling zijn geweest, voor godgelovige wiskundigen in godgelovige tijden, dat π (pi), de verhouding tussen de omtrek of het oppervlak van een cirkel, of het oppervlak of het volume van een bol… en diens doormeter, onberekenbaar is. Noch in het decimale stelsel, noch in om het even welk stelsel, met 12, of 7, of 13, of wat ook voor cijfers, noch als breuk, kan je de verhouding schrijven. Je kan ze enkel benaderen. Even is er hoop geweest, dat pi de vierkantswortel van 10 zou zijn, maar die is anders, iets groter, en even onberekenbaar.
Wiskundigen houden van mooie regels en wetmatigheden, en sommigen zien dat als een teken van het bestaan van God. Begrijp: een volmaakt en intelligent wezen dat de wereld geschapen, en zijn ratio in mooie getallen en harmonische regels uitgedrukt heeft. Niet dus. De wereld is onvolmaakt. Hij is pi.

Wat me altijd weer verrast, is bechamelsaus. Ik sta vol bewondering voor de magische verhoudingen. Eén deel boter, één deel bloem, tien delen melk, dat kan geen toeval zijn. Niet de meetkundige figuren, maar de bechamelsaus heeft God geschapen.
Althans in mijn kookboeken, want elders vind ik andere proporties — de goddelozen!

P.S. 1: Ons kookboek, van het Katholieke (!) vormingswerk landelijke vrouwen Boerinnenbond, en het Franse Recettes et conseils de cuisine geven de verhouding 1 – 1 -10.
P.S. 2: In feite is het de roux, met boter, bloem en water, die de magische verhoudingen heeft. Bechamel is een van de talrijke varianten erop.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑