Jef Van Staeyen

Categorie: 2026 (Pagina 4 van 7)

Gaspésie, water en vuur

le Rocher Percé

Dit is een korte en onvolledige foto-reportage (18 pagina’s, 34 MB) van een reis naar Gaspésie, het zuid-oostelijke schiereiland van de provincie Québec. Er is veel meer te zien, dat om diverse redenen niet op de foto’s staat.

De titel “water en vuur” verwijst naar de vuurtorens, de zee, de regen en de zon. Strikt genomen behoren Rimouski en het Parc National du Bic niet tot Gaspésie.

textiel in Sint-Truiden

Enkele creaties van Dries Van Noten in het hoogkoor van de kerk.
(Foto’s van het 13de – 14de eeuws textiel dat ook wordt tentoongesteld kan ik niet bieden.)

 

In de hoofdkerk van Sint-Truiden loopt een prachtige tentoonstelling, maar wie ze wil zien moet zich haasten: Textiel met een ziel, nog tot 11 juni 2026.
In 1986 werd in de Truiense dekenij een koffer met relieken ontdekt, die zorgvuldig in stukken textiel zaten ingepakt. Deze stukken (vaak mutsvormige doekjes) zijn rijk versierd, en dateren uit de 13de en 14de eeuw. In het kader van het erfgoed-initiatief Bezielde stad werd rond deze kleine collectie een tentoonstelling gebouwd. Ze brengt het discrete reliektextiel samen met creaties van Dries Van Noten en met kerkelijke kunst, alles in de rijk versierde Onze Lieve Vrouw Tenhemelopneming-kerk: in de Mariakapel, het hoogkoor en de rijk gevulde schatkamer.

Dit is niét de schatkamer, maar een bewust opengelaten la in de sacristie.

Wie naar die tentoonstelling en naar Sint-Truiden trekt, kan meteen aan de rand van de stad ook de begijnhofkerk bezoeken (en de gids haar verhaal laten doen, over begijnen, over de heilige Ursula en de elfduizend maagden, en over het handeltje in relieken dat in Keulen werd opgezet nadat een massagraf was ontdekt). En ook, net daarnaast, het Festraetsuurwerk. Kamiel Festraets was zowat de Truiense Louis Zimmer (in Lier en Antwerpen welbekend), ze zijn tijdgenoten van elkaar. In een wat oubollige didactische presentatie brengt Feststraets niet alleen zijn astronomisch uurwerk en een verkleinde versie van de slinger van Foucault, maar ook een overtocht per stoomschip van Antwerpen naar New York. Dat is voor hem de gelegenheid voor een te lange, tweetalige uitleg over de getijden, maar de enscenering is prachtig, met het stampende schip, de stoom, de nacht en het onweer, en vooral de golven. Mocht de stad Sint-Truiden dat ding ooit weg willen doen — ik hoop het niet — dan moet Antwerpen het overnemen. Voor het gesproken commentaar kan men dan wellicht een andere oplossing vinden.

Dit stoomschip brengt de bezoeker van het Festraetsuurwerk van Antwerpen naar New York.

Een extraatje:

Het oorlogsmonument aan het stadhuis van Sint-Truiden wil iedereen te vriend houden.

leidt het succes van Oosterweel straks tot een crisis in de transportsector?

De transportsector (het goederenvervoer over de weg) klaagt over en ergert zich aan de frequente, bijna dagelijkse files op het Antwerpse autowegennet. Met ongeduld kijkt men uit naar de voltooiing van de Oosterweelverbinding, die de capaciteit moet verhogen en beter verdelen. Reistijden zullen niet alleen korter worden, ze worden ook zekerder, wat belangrijk is voor wie just-in-time moet leveren. “De files kosten veel geld”, zegt de sector. Toch rijst de vraag wat de uiteindelijke invloed van de Oosterweelverbinding zal zijn op de financiële resultaten van de transportbedrijven.

Onlangs berichtte De Standaard over de sterk verbeterde bedrijfsresultaten van tankergroep CMB.Tech. Door de sluiting van de straat van Hormuz worden de vaarroutes langer en ontstaat er een tekort aan vervoerscapaciteit, waardoor de prijzen stijgen. Met Oosterweel gaat voor het wegtransport het omgekeerde gebeuren. Transportroutes worden korter, althans in tijdsduur gemeten, en er ontstaat plots overcapaciteit. Op het eerste zicht hebben de transportbedrijven betere cijfers, want minder kosten, maar die kunnen ze slechts concretiseren door de vrijgekomen capaciteit aan vrachtwagens en arbeidsuren op de markt te zetten, en daarvoor lagere prijzen te vragen, want dat kunnen ze dan. Er ontstaat over-aanbod en een neerwaartse prijsspiraal. Omwille van de beperkte prijselasticiteit van vrachtvervoer zal de vervoersvraag niet in gelijke mate en even snel stijgen. Het uiteindelijke resultaat van de toegenomen capaciteit en concurrentie in de transportsector zal zijn dat een aantal bedrijven over kop gaan. Het is de taak van de sociale, fiscale en verkeerstechnische inspectie erover te waken dat het de correct werkende bedrijven zijn die de competitie overleven en niet door malafide bedrijven uit de markt worden geduwd.

Kees Fens

In de stedelijke bibliotheek Permeke aan het De Coninckplein — De Coninck is niet de dichter maar de romanfiguur uit Hendrik Conscience’s Leeuw van Vlaanderen, en Permeke niet de schilder maar de garagist wiens garage tot openbare bibliotheek werd omgebouwd — staan niet veel boeken. Het is pijnlijk om te zien. Toch vond ik daar, op te lege schabben, een boek “van” Kees Fens: Het volmaakte kleine stukje, Keuze Joost Zwagerman, 2009.
Bij Kees Fens denk ik aan De Standaard der Letteren. Toen de krant op papier twee grote bladen vol tekst aan literatuur besteedde, en ook Fens zijn regelmatig hoekje had. Vraag me niet wat hij er schreef.
Kees Fens schreef prachtige tekstjes, dat wel. Het mooie is dat enkele ervan, nog geschreven onder het pseudoniem A.L. Boom, over zijn vader gaan. Hij vertelt hoe zijn vader een mensgrote (juister: een jongen-grote) vlieger bouwde, zo’n kruis van dunne staken met een wat ruitvormig zeil uit papier, die men naar de uitvinder een Eddy noemt, en de lange lijn tussen vlieger en vader de groeiende afstand tussen vader en zoon verbeeldde.
De stad en haar straten, in Amsterdam, waar Fens is opgegroeid, Londen, Antwerpen of Brussel, is een vaak beschreven onderwerp, waarbij Fens verhaalt hoe de Noord-Europese steden door hun kleuren en vormen winter-steden zijn. De zomer is voor het zuiden en voor de voorsteden, de verbanningsoorden waar de huizen te laag en te ver van elkaar staan. Die lijflijke benadering van de stad, die ligt me wel, zoals wanneer voor Kees Fens een bocht in de Londense Regent Street ook een bocht in het heelal is.

April is de laatste stadsmaand, steden zijn te oud voor de maanden die nu komen. In de winter is er harmonie tussen mensen en huizen, beide hebben hun geschiedenis en die kunnen ze aan elkaar kwijt. Het is een wat grijs en kaal verhaal en de warmte moet komen van de aankleding. Ieder die ‘buiten’ woont, zal de winterse bekoring van de stad kennen en de aarzeling de trein terug te nemen naar die half bebouwde werelden die de voorsteden zijn. Het zijn dan verbanningsoorden; de huizen zijn te laag en staan te ver van elkaar, de halflandelijkheid, die hun verleiding moet uitmaken, is dood.
« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑