Een project mag je niet beoordelen voor het voltooid is, vind ik. Dat schreef ik ook over de verbouwing-vergroting van het Steen toen de kritiek losbarstte: de aannemer had de stellingen verwijderd en plots zagen Antwerpenaars wat veeleer op een woonzorgcentrum leek. Nadien heb ik de critici wel gelijk moeten geven, het verbouwde Steen is een miskleun, maar niet om dezelfde reden als eerst werd gezegd. Het gebouw is niet geschikt voor zijn bestemming als bezoekerscentrum, en het is bouwfysisch niet in orde.

Wanneer een bouwheer — of een rist bouwheren: de Grote Verbinding — met trots meldt dat een project, in casu het Ringpark West, voltooid is: Komt dat zien, Ringpark West is af!, dan ga ik zien. En voel me geoorloofd een oordeel te vellen.
Ik ging, zag, en… vond geen Ringpark. Wel zag ik een aantal natuurgebieden die er al vijftig jaar zijn, én kilometers straten in breed bordeaux-kleurig asfalt, inclusief (soms) verkeersborden en wegmarkeringen. Heel plaatselijk zag ik aanplantingetjes van boompjes (in twee maten) en rood-witte GR-stickers. Ik zag echter géén voetwegen om de bestaande natuurgebieden met elkaar te verbinden. Als voetganger, als wandelaar heb je geen andere keuze dan de brede bordeaux-kleurige straten (in feite fietspaden) te gebruiken, waar alles je zegt dat je niet welkom bent. [Je gaat dus best aan de linkerkant en, ben je met meerderen, in een rij achter elkaar.] Ga je over een brug, dan zorgt een extra-hoge gesloten borstwering ervoor dat je zo weinig mogelijk van de omgeving ziet (de autoweg, of de planten en dieren in een ecostrook). Eén van die bruggen, een extra-brede, wordt pompeus een recreaduct genoemd, en heeft aarden wallen. De autoweg eronder mag je wel horen, maar niet zien, tenzij sluiks, achter de hoek.

Geen verbindende wandelpaden maar brede fietspaden in Ringpark West.

Niet getreurd, want er zijn ook minder saaie dingen. Wat verder kan je je vergapen aan enkele infrastructurele hoogstandjes, waarvan sommige esthetisch niet te versmaden zijn. Je kan klimmen naar een uitzichtspunt van waar je uiteindelijk wel de autoweg ziet — straks staat er allicht een bord verboden voor onbevoegden —, er zijn hoge glazen geluidsschermen zodat je de auto’s die je hoort ook ziet, en er staan schermen om de spoorweg tegen het lawaai van de autoweg te beschermen, of is het andersom? En misschien verdwaal je wel, en beland je in het groene laantje van een bedrijvenpark.

Voor wie van infrastructuur houdt, valt er na wat zoeken toch nog wat te zien.

Tenzij park een nieuw woord voor fietspad is, bestaat er geen Ringpark West.
Ik maak me zorgen. Wordt het allemaal zo? Nee, of toch? Voor Ringpark Schijn en Ringpark Lobroek zijn boeiende ontwerpen opgemaakt, maar elders zijn er problemen. Voor de Groene Vesten in Berchem — OK, dat is een voorlopige heraanleg, voor de komende… decennia — komt er een nieuw en breder fietspad achter een geluidswal, maar aan de voetgangers wordt nauwelijks gedacht. Aan de rand van het fietspad krijgen ze een smalle strook in halfverharding (stof als de zon schijnt en plassen bij regen), wat bij ervaren fietsers de vrees doet rijzen (1) dat de voetgangers voor hun comfort toch het fietspad gaan gebruiken, en (2) dat er grint op het fietspad komt, wat beide gevaarlijk is — het is een fietssnelweg. Dat voetgangers ook liefst met propere schoenen en via een aangenaam pad vanuit de Grotesteenweg de Polygoonstraat of de Roderveldlaan willen bereiken zonder honderden meters langs drukke wegen om te gaan, die terechte verwachting wordt niet gehoord. [Zelfs Natuurpunt, dat de Groene Vesten beheert, heeft er geen oren naar, en de stad Antwerpen oordeelt dat voor een beter voetpad teveel bomen zouden sneuvelen — naast een autoweg die ter plekke tot vijftien rijstroken telt…] Ook aan de Groenendaallaan — ik schreef er al over — kan je beter elektrische fietser dan voetganger zijn die vanuit Merksem het station of de wijk Luchtbal wil bereiken. [Over de andere projecten spreek ik me hier niet uit.]

Is dat de vooruitgang die in iets meer dan vijftig jaar wordt geboekt? Van een autosnelweg in het groen (naar Amerikaans voorbeeld ontworpen en destijds door landschapsontwerper Johan D’Huyvetter in scène gezet, als ik me niet vergis) naar een fietssnelweg in het “park”, die op zijn beurt de eigen snelheids- en doorstromingslogica aan de omgeving oplegt.