Zondagavond, zeven uur. De avond van een warme, zomerse dag.
Ik kom terug van een wandeling en ga door de Teichmannstraat. Op het trottoir aan de overkant zie ik vier mensen die zichtbaar blij zijn samen te zijn. Er is nog een vijfde, maar die zit in een kinderwagen. Zijn of haar reacties kan ik niet zien.
Allicht hebben de twee koppels elk hun auto in de buurt geparkeerd en gaan ze te voet verder. Daar lijkt het toch op. Mijn analyse van het gezelschap is snel gemaakt. Een ouder koppel, late vijftigers of vroege zestigers, een jonger koppel, late twintigers — de dochter met haar man — en het kleinkind in de kinderwagen. Gezwind neemt het jonge koppel het voortouw, het ouder koppel erachteraan, de grootmoeder duwt de mooie kinderwagen. Ze gaan sneller dan mensen op zo’n warme avond doen. Ik vermoed naar het restaurant dat slechts honderd meter verder ligt. Uit heel hun handelen, hun lichaamstaal, hun stevige stap straalt de vreugde samen te zijn en het vooruitzcht de mooie avond rond een lekkere tafel door te brengen.
Vanop mijn trottoir zie ik het restaurant — dat zien zij nog niet — en vrees dat er wat schort: de terrastafels en stoelen staan gestapeld op elkaar. Ik lees de ontgoocheling wanneer de koppels de straathoek bereiken, en nu ook het gesloten restaurant vlak voor hen zien: er brandt geen licht, de luiken zijn neergelaten en er zijn die gestapelde stoelen. Vooral de lichaamstaal van de teleurgestelde schoonzoon en de onthutse moeder spreekt boekdelen — “dat kan toch niet zijn !” Ik voel met hen mee. Het is alsof ikzelf tot het gezelschap behoor.
Wat had ik die mensen graag kunnen helpen. Toch ben ik niet naar hen toe gestapt om mijn medeleven te uiten. Als je dat doet klinkt spijt als spot. Een kind dat een bal in een boom heeft gestampt en er niet bij kan, of iemand die naar een tram rent en hem voor zijn neus ziet vertrekken, die zeg je ook niet “jammer toch”. Hen helpen kon ik evenmin. Het enige andere restaurant in de buurt waaraan ik kon denken is ook gesloten. Ik ben er net voorbijgestapt, in de Harmoniestraat, en het is bovendien van een wat andere, plechtige stijl. Minder ontspannen. Ik zie geen restaurants in de omgeving die op zondagavond open zijn, en op een gsm kijken dat kunnen zij ook. Veel beter dan ik.
Geen idee wat die mensen daarna hebben gedaan. Terug naar hun auto’s gestapt? Naar een andere buurt gereden? Daar lekker gegeten en tevreden over hun nieuwe vondst? In mijn hoofd is het verhaal blijven hangen, tot ik het hier heb neergetikt.

