Dertig jaar geleden, na de scheiding, toen ik de lening voor de aankoop van mijn appartement in Rijsel wat krap berekend had, en mijn spaargeld aan kasten en bedden en witte electro had besteed, bleef er geen geld voor een canapé. Dus plaatste ik enkele eenvoudige strandstoelen in de woonkamer — mijn kinderen moeten er soms nog om lachen. Pas een jaar later kwam er een canapé, die ik nu nog heb — en lang hoop te hebben.
Mijn strandstoelen zijn me trouw gebleven, of ik hen, voor campings en soms uitstapjes. Het zit veel comfortabeler dan gewoon op de grond. Zoals met een vouwstoel op tram 4.
Het appartement in Antwerpen waar ik nu sinds enkele jaren woon, heeft een mooi terras. Ook daar hebben die strandstoelen aanvankelijk gediend — al daalde hun aantal, die dingen gaan stuk. Tot ik vond dat ik moderne terrasmeubelen moest hebben, een tafel en stoelen in hout en gelakt aluminium, en een luie stoel, bijna een bed met een geweven kunststof zeil. Ook de buren hebben zoiets, en u, beste lezer, wellicht ook.
Zelden heb ik meer op mijn terras gezeten dan de voorbije, hete zomer, en er boeken gelezen. Sommige van die boeken zijn zwaar, loodzwaar, tot 2 of zelfs 4 kg, mijn armen deden pijn. Tot ik mijn laatste strandstoelen erbij haalde, en mocht vaststellen dat ze ergonomisch veel beter zijn dan het moderne terrasmeubilair. Ik kruis één been over het andere, en het boek rust daarop. Net de goeie hoogte, die ik met al mijn andere zitmeubelen, buiten of binnen, niet bekomen kan. Van mijn aanvankelijk vier strandstoelen waren er twee over, waarvan er een het snel begaf — het systeem met de stalen veren is het zwakke punt. Nu staat er één trouwe strandstoel tussen die modieuse dingen op mijn terras. Wanneer de zomer niet te hevig is, is dat fijn.

