Dit is niet meer dan een verwijzing naar een kort verhaal dat F. Bordewijk in 1958 publiceerde (toen “de actetas”), over een man, een aktentas en een tram. Ik las het met genoegen in “De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen, samengesteld door Joost Zwagerman”, pagina 162. Je vindt het ook makkelijk in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Nederlandse Letteren.
Het was nu al haast tien jaar na de bevrijding; meneer Kars had in die tijd zijn gezin zien toenemen, hij naderde de middelbare leeftijd, en nog steeds was hij werkzaam — na voorhene wisselvalligheid in zijn betrekkingen — op een van die regeringsbureaus welke zich bezighouden met de liquidatie van oorlogsschade en rechtsherstel, en die bestemd zijn zelf te worden geliquideerd. Daarmee was hij dan eindelijk ambtenaar geworden.Het prachtige van die tekst (“bureaus welke zich bezighouden”) is dat je indruk hebt de aktente lezen in meneer Kars’ aktentas, of zelfs de gedachten in zijn hoofd.

