In het station van Périgueux, op het perron naar Agen, kwam een verfomfaaide man naast me zitten.
Hij kwam uit Bordeaux, zei hij in voor mij nauwelijks verstaanbaar Frans, en zou naar een dorpje rijden, een uur verderop, waar zijn zus hem opwachtte.
Ik heb een vriendin in Bordeaux, ma princesse, zei hij trots, en toonde een foto van haar.
Hier klopt iets niet, dacht ik bij het zien van de man en de vrouw.
Haar vader weet niet wie ik ben, vervolgde hij, hij weet mijn plaats in haar leven niet.
Ik heb hem niet gevraagd of er misschien nog meer mannen zijn die zijn plaats in haar leven niet kennen.

(juni 2025)