Jef Van Staeyen

Tag: literatuur (Pagina 12 van 14)

van Goethe tot parmigiano

[nogmaals gewijzigde versie, 5 augustus 2018]
klik hier als je liever een PDF-bestand leest

 

Ik schrijf als Goethe (!) — in zijn Italienische Reise.
De ‘van’ in mijn naam heb ik al, sinds mijn geboorte, langs vaders én moeders zijde.  J.W. van Staeyen tot den Eynden wordt dat. Tot zijn drieëndertigste heeft Goethe op zijn ‘von’ gewacht. Toch lijkt mijn naam meer op die van zijn Lotte. De tweede Lotte. Niet de Lotte van die Leiden des jungen Werthers — voor Goethe heet das Schicksal Lotte, zo lijkt wel —, maar de even geliefde Lotte von Stein die hij ontvluchtte door onaangekondigd (onverhoeds en overhaast?) naar Italië te reizen, het land waar hij van hield. Afstand en brieven als schotten in zijn hart.

Lees verder

Céline — voyage au bout de la nuit

Op zijn tweeënveerstigste had hij moeten sterven…

 

Het is een gevecht geworden, met dat boek.
Een eigen tekst wilde ik erover schrijven, een eigen impressie, en dat bleek eerst makkelijker dan gedacht.
Tot ik voyage van achter naar voor ter controle — en voor het plezier — herlas. Niet alleen enkele correcties kwamen daar uit, maar ook nieuwe inzichten. Nieuwe verbanden. Nieuwe ontdekkingen, wat ik voorheen niet zag. Mijn tekst groeide aan, groeide uit. En voyage greep steeds dieper op me in.
Je stapt niet uit voyage zoals je er bent ingestapt.

Laat deze versie van mijn tekst voorlopig definitief zijn.
Al weet ik, dat als ik om het even welk hoofdstuk van voyage hervat, ook deze versie wellicht aan het wankelen gaat. Zoals het beeld van de boot, pagina 470, die overstag gaat.
Voyage kan je blijven lezen, naar ik vermoed.

 

Aanvullend: Bij het schrijven over voyage

En ook: twee citaten uit voyage over wetenschap

klimmen met een foto

klimmen_met-een_foto

Op 25 augustus stond deze foto — en stond dit artikel — in De Standaard der Letteren. Omtrent een boek van Ludwig Hohl, Op weg door de nacht (Nächtlicher Weg. Erzählungen), dat ik niet ken. Het leek wel een berg-boeken-beklimmers-bijlage, want elders in dezelfde SdL kwam De acht bergen (Le otto montagne) van Paolo Cognetti aan bod (die ik evenmin ken).

Al uren heb ik naar de foto bij dat artikel gekeken — en gedroomd: enkele bedenkingen die ik graag met jullie deel.

1. Prachtig toch, wat de grafisch ontwerper heeft gepresteerd (is dat de art director Jan Desloover, de fotoredacteur Karel De Weerdt, of nog iemand anders, die niet staat vermeld?): het grijs van de hemel gaat langzaam over in een grijs aplat achter de tekst. Als een echte hemel eindigt hij nooit.

2. Jammer toch, dat de foto zo naamloos blijft: nergens en niemand. Enkel © Getty Images/Vetta staat erbij. Moeilijk om weg te dromen naar de plek. Om de naam te onthouden wie de mooie foto genomen heeft.

3. Voetsporen tekenen een ijle binding in de sneeuw tussen fotograaf en onderwerp. We vergeten snel dat foto’s van alpinisten, duikers, parachutisten, gletsjerklimmers… veelal door andere alpinisten, duikers, parachutisten, gletsjerklimmers… zijn gemaakt. Is de fotograaf blijven staan, terwijl zijn makkers verder trokken, of is hij meegegaan, en wordt zo’n toestel met afstandbediening tot ontspannen gebracht?

4. Wat bezielt ons, mensen, toch? Geen diersoort doet ons dat na. Zijn leven wagen op onherbergzame, gevaarlijke plaatsen, waar niets te zoeken valt, behalve het avontuur, de confrontatie met de natuur, de kameraadschap, de overwinning, de ongewone schoonheid van de unieke plek, de herinneringen die je eraan over houdt, met foto’s en verhalen gestaafd. Zingeving aan zinloosheid?

5. Het is een soort plek waar ik nooit geweest ben, en nooit komen zal. Maar de fotograaf neemt me mee, kleine donkere silhouetten in een wisselende wereld van grijzen en wit.
Of Ludwig Hohl in zijn verhalen die sneeuw en die lucht ook voelen doet, weet ik (nog) niet. Thomas Mann, in De Toverberg (Der Zauberberg), kon dat wel — bij hem voel je de stofsneeuw door je kleren kruipen. Jon Krakauer, in zijn beschrijving van zijn beklimming van Devils Thumb (Into the Wild) kon dat niet — je voelt nooit of je mee aan die bergwand hangt, of over de gletsjerkloven gaat —, maar hij heeft nog andere boeken over bergen geschreven, waarin dat mirakel misschien wel gebeurt. En ergens is er een verhaal, zonder bergen maar met veel sneeuw, een kar, een man en een paard, van Dostojevski denk ik, indrukwekkend, maar in mijn geheugen ver ondergesneeuwd.

 

Extra: Drie zotte wieven, een kort uittreksel uit Ludwig Hohls Op weg door de nacht.
De beschrijving van de bergen achter het dorp is zo sterk — zo echt — dat je terstonds in je auto zou kruipen om er naartoe te rijden. Het is ook heel mooi hoe de schrijver alles verweeft, de drie oude vrouwen, het landschap, de man met de koperen ketel, en uiteindelijk toch weer de drie oude vrouwen, die geen van drieën kwaadaardig waren.

talig leesplezier — Tortilla Flat ❧

The feeling in the house was the feeling of a rock when the fuse is burning in toward the dynamite.

“We have been his friends for years. When he was in need, we fed him. When he was cold, we clothed him.”
“When was that?” Pablo asked.
“Well, we would have, if he needed anything and we had it. That is the kind of friends we were to him. And now he crushes our friendship into the ground for a box of big candy to give to an old fat woman.”
“Candy is not good for people,” said Pablo.

“If thou wert a little more charitable with thy wine, these things would not happen.”

Zelden zoveel talig plezier gehad als bij het lezen van John Steinbecks Tortilla Flat.

Ik heb het boek dan ook driemaal gelezen. Een eerste keer uit louter leesplezier. Een tweede keer met een potlood in de de hand, op jacht naar citaten, en met een woordenboek, voor de begrippen waar ik bij eerste lezing in mijn haast en honger was overgeslipt (cutting squid, quixotic, aeredales, drawn lashes, he broke mules…). En een derde als controle — en met evenveel, maar ander, leesplezier.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑