Categorie: 2026 (Pagina 6 van 7)
De terrassen van dit café nabij de markt moeten weg.
De stad Antwerpen plant de heraanleg van de Osystraat, Van Maerlantstraat, Van de Wervestraat en Vondelstraat. Zeg maar: de straat evenwijdig aan de Italiëlei, ten noorden van de Franklin Rooseveltplaats, plus de Vondelstraat die van de Italiëlei naar het Sint-Jansplein loopt. Een goede zaak, een uitstekende zaak, ware het niet dat een en ander toch wat beter kon. Vooral voor voetgangers.
De Standaard schreef erover: Antwerpen wil groener zijn, maar hakt daarvoor eerst 85 bomen om (16 januari 2026)
Dit is een brief aan de stad (18 januari). Niet alleen de bomen, ook de mensen moeten wijken.
Een vergelijking tussen de geplande heraanlag van het kruispunt van de Vondelstraat met de Van Maerlantstraat (links) en het recent uitgevoerde kruispunt van de Anselmostraat met de Justitiestraat-Paleisstraat (rechts). Het kruispunt van de Vondelstraat laat onvoldoende ruimte voor wachtende en doorgaande voetgangers — en voor de café-terrassen. De Anselmostraat toont hoe het beter kan.
Een winterse foto, en grijs en nat — 11 februari. Misschien komt er later een nieuwe.
Ik zou hier dagelijks, of minstens wekelijks, over vergeten voetgangers kunnen schrijven. Maar dat doe ik niet.
Omdat het Departement Mobiliteit en Openbare Werken in zijn Mobiliteitsbrief nr 266 van februari 2026 de heraanleg van een stukje Van Vaerenberghstraat in oud-Berchem ten onrechte als na te volgen voorbeeld duidt, doe ik dat hier wel.
MOW schrijft:
Creëer leefbuurten waar wandelen en fietsen eerste keuze zijn.
Nieuwe woonontwikkelingen verdienen een vlotte bereikbaarheid te voet en met de fiets. Zinvol ruimtelijk beleid beperkt fietsafstanden. (…)
De Van Vaerenberghstraat in Antwerpen-Berchem is een uitstekend voorbeeld hoe een verkeersfilter in een zone met gemengd verkeer ruimte maakt voor fietsers en voetgangers.
Mijn antwoord aan MOW :
Misschien zou dergelijke aanleg twintig jaar geleden “een uitstekend voorbeeld van een verkeersfilter” zijn geweest, maar dat voorbeeld is inmiddels achterhaald. Het verkeersbeeld is ingrijpend gewijzigd.
Een steeds groeiend aandeel van het fietsverkeer is gemotoriseerd. Zowat de helft van de verkochte fietsen heeft een elektrische ondersteuning. Fietsen worden sneller, groter, zwaarder en krachtiger, en het fietsgedrag evolueert navenant. Er komen meer en meer elektrische fietsen met of zonder bak, en vrachtfietsen en speedpedelecs, en er zijn ook een groeiend aantal elektrische steps. In een stedelijke context, wat oud-Berchem is, met smalle straten en een zone-30, zijn het fietsverkeer en het autoverkeer meer en meer naar elkaar gegroeid. Fietsen is er nauwer verwant met autorijden dan met te voet gaan.
Het is belangrijk dat die ingrijpende evolutie zich ook vertaalt in de wijze waarop de openbare ruimte wordt aangelegd: zorg voor een zo strikt mogelijke scheiding tussen enerzijds voetgangers en anderzijds fietsers en automobilisten. [Fietsstraten en -zones zijn daarvoor een uitstekend middel, waarbij de voetpaden strikt worden voorbehouden aan de voetgangers.]
Maar zelfs twintig jaar geleden, met langzamer fietsverkeer, zou dergelijke aanleg problematisch zijn geweest.
1. Deze aanleg moedigt fietsers aan om op het voetpad te rijden, waarmee ze de wegcode overtreden. Het is meteen ook een aansporing om elders de voetpaden te gebruiken.
2. Er is klein pleintje met twee banken gecreëerd. Dat kan interessant zijn voor (al dan niet oude) mensen om er te zitten of een praatje te slaan. Het is een ontmoetingsplek, maar ook een mooie plek voor spelende kinderen in een buurt die voor spelen weinig kansen biedt. Kinderen zouden er kunnen hinkelen, tekenen, kegelen, hun speelgoed laten slingeren… ware het niet dat dat net de plek is waar het al dan niet gehaaste fietsverkeer wordt doorgeleid. Wat een mooie en aangename plek zou kunnen zijn, is meteen verknoeid.
3. De rijweg werd over een twintigtal meter verhoogd. Zoiets doet men veelal om de rijsnelheid te verlagen, en om het oversteken te vergemakkelijken. Maar over een zo lange afstand heeft dat weinig effect op de snelheid — en althans minder effect dan het versmallen van de rijbaan, zoals daar is gebeurd. En oversteken is onmogelijk voor de voetgangers, want aan de overzijde ligt een greppel (een wadi). Men had aan die verhoging kunnen verzaken (of twee korte drempels leggen), zodat het voetpad met een echte boordsteen tegen storend fietsverker was beschermd.
Zoals u ziet, het kon (veel) beter.
Laatst begon ik aan Dertig dagen, van Annelies Verbeke. Ik ben er snel mee gestopt. Misschien onterecht. Alhoewel.
Dertig dagen begint zo:
Dat noem ik maniërisme, met de rotondekunst als tegenpool. Nee: als keerpunt. Ik heb het boek opzij gelegd. Niet na die ene paragraaf, maar toch niet veel verder. Wel genoeg om te beseffen dat Annelies Verbeke de lezers graag op het verkeerde been zet. Omtrent de hoofdpersoon Alphonse. [Misschien doet ze dat ook met de stijl, zal ik dra merken, en is haar alles behalve ingehouden bravoure in deze korte tekst een soort rotondekunst. Misleidend.]
Het is Verbeke’s watermerk: je weet niet wie of wat het hoofdpersonage is, zijn of haar identiteit. Soms vergis je je zelfs, als voor Alphonse van Dertig dagen. Zo toont ze de relativiteit van identiteit, de identiteit van anderen, in dit geval van personages, en de identiteit van onszelf. Waarom willen we als lezer zo graag weten of een personage een man is of een vrouw, een droom of een robot? Verandert de betekenis van een tekst als de identiteit van het personage plots omslaat? Kiezen we identiteit, of wordt ze ons opgedrongen?
Dat is wat in een ander boek van Annelies Verbeke zo prachtig is, Treinen en kamers, een verhalenbundel. Verbeke is sterk in verhalen. In feite besef je snel dat je elk verhaal minstens twee keer moet lezen, omdat je pas laat de ware aard van een personage ontdekt, en/of omdat een tweede verhaal een nieuw licht op een eerste werpt. Er zit ook veel fijnzinnige humor in. Verbeke schrijft grappige verhalen. Een aanrader.
[Misschien geldt dat ook voor Dertig dagen. Ga ik lezen.]
❦
(aanvulling 21 februari 2026)
Dertig dagen heb ik nu ook gelezen. Het boek aarzelt tussen een bundel verhalen — waar Verbeke beroemd voor is — en een roman. Waarom dertig ? Veertig ware misschien correcter geweest, want de hoofdpersoon Alphonse is een Christus-figuur die dertig dagen lang goede daden stelt en zelfs wonderen verricht. Een man van goedheid die nooit twijfels kent — wat Jezus van Nazareth heel uitzonderlijk wel heeft gehad. Het verhaal speelt in de grensoverschrijdende, Frans-Belgische Westhoek, en is in opdracht geschreven voor het project 300jaargrens.eu / 300ansdefrontière.eu . Dat merk je wel: soms lijkt het of Annelies Verbeke een lijstje met plekken heeft afgevinkt, en daarbij alleen het carnaval van Duinkerke vergeten is — wellicht paste dat niet in de kalender van de dertig dagen. Sommige gegevens zijn er wat kunstmatig bijgehaald: de beledegende PSG-spandoeken in het stadion van Lens, de afschaffing van het grensarbeidersstatuut… Wat wel heel sterk is, is hoe ze toont dat de grensoverschrijdende Westhoek, die we wat makkelijk als een uithoek zien, in feite in het centrum ligt, zoals het dat honderd jaar geleden met de Eerste wereldoorlog ook al was.


