Jef Van Staeyen

Tag: Antwerpen (Pagina 3 van 16)

de dubbele binding van De Lijn

of waarom we er als reizigers goed aan doen niet teveel naar De Lijn te luisteren

 

Een dubbele binding — in het Engels double bind, in het Frans veel preciezer injonction contradictoire of paradoxale genoemd — is het procédé waarbij iemand twee met elkaar strijdige instructies (bevelen, aanbevelingen…) krijgt, waaraan hij uiteraard niet kan voldoen. Het procédé komt vaak voor in toxisch leider- of ouderschap, en kan ernstige, soms zelfs blijvende psychische schade veroorzaken.

De Lijn bezigt dubbele binding jegens haar reizigers. De schade valt wel mee. We zijn slim genoeg om niet te luisteren.

 

Aan de deuren van de tram zit een belsignaal. Dat kondigt de sluiting van de deuren aan. Vaak begint dat ding te rinkelen nog vóór al wie naar buiten wil is uitgestapt, laat staan dat wie naar binnen wil is ingestapt. Dat is hufterig.

 

Ik ondervroeg De Lijn over het voortijdige geluidssignaal — dat overigens niemand respecteert. En kreeg volgend antwoord:

(…)
De veiligheid van de reizigers is onze prioriteit.
Op lange trams kunnen onze chauffeurs onmogelijk alle deuren zien. Om de veiligheid van onze reizigers te verzekeren, sluiten de deuren op de trams automatisch na 30 seconden.
Ze zijn wel voorzien van enkele veiligheden. Als je tussen de rubberen sluiting terechtkomt, kan je je terug losmaken met wat trekkracht. De nieuwste voertuigen hebben ook een gevoelige rubbersluiting. De deuren gaan dan terug open als er iemand klem komt te zitten en de chauffeur kan dan niet vertrekken.
Als je in (of net voor het einde van) die 30 seconden waarin de deuren open zijn op de knop naast de deur drukt, of beweegt voor het ‘oog’ aan de deuropening, dan gaan de deuren automatisch opnieuw open. Wanneer de chauffeur de deuren vergrendeld heeft of de tram vertrekt, kan je om veiligheidsredenen de deuren niet meer openen.
(…)

 

Met andere woorden: De Lijn erkent dat de automatische procedure (30 seconden, “de chauffeurs kunnen onmogelijk alle deuren zien”) geen rekening houdt met de reizigers en met de tijd die effectief nodig is om uit en in te stappen. Vaak is de tram zo vol, ook met kinderwagens en steps, dat het moeilijk is snel de deuren te bereiken. Sommige reizigers zijn moeilijk te been. Aan sommige haltes is er, ook met lagevloertrams, een groot hoogteverschil. Aan andere is er tussen tram en boordsteen een soort goot, die voor rollators en kinderwagens best lastig is. Nog elders is de ruimte op de perrons of op het trottoir te smal om een vlotte doorstroming van uit- en instappende reizigers te verzekeren… of wordt het uit- en instappen door geparkeerde auto’s of fietsen gehinderd.

  • Belemmer het sluiten van de deuren niet, maar… beweeg je voor het ‘oog’ om het sluiten te belemmeren.
  • Laat de andere reizigers eerst uitstappen, maar… zorg dat je bent opgestapt voor het geluidssein gaat.
  • Beweeg mee voor minder CO2, maar… stap niet op als het geluidssein gaat.
  • Wees hoffelijk jegens de andere reizigers en jegens het personeel, maar… hou er rekening mee dat De Lijn niet altijd hoffelijk is.

Deze tegenstrijdige instructies zijn overigens niet de enige in de tram. “Begeef u tijdig naar de uitgang” valt moeilijk te rijmen met de aanbeveling zich ten allen tijde stevig vast te houden, én met de aanbeveling niet bij de deuren te blijven staan.
En er zijn de gewone tegenstrijdigheden: vensters in de trams, en reclame erover geplakt, zodat naar buiten kijken moeilijk en pijnlijk is, en zelfs zonnige dagen donker zijn, of deuren die niet open gaan.

Gelukkig houden we niet teveel rekening met al wat De Lijn ons zegt. De dubbele binding werkt niet.
En misschien is het De Lijn zelf, die een dubbele binding ondergaat. Vanwege de Vlaamse overheid.

blij om eenvoudige dingen

Soms ben ik blij om eenvoudige dingen.

Tussen de Lange Leemstraat en de Isabellalei ligt een pleintje. Het verdraagzaamheidsplein. Groot is het niet. Elk kan kiezen over welke verdraagzaamheid het gaat.
Gaat het over de verdraagzaamheid tussen joden, moslims, Polen, Oekraïners… die daar zicht- en hoorbaar aanwezig zijn, en ook de… ja hoe noem je wie noch jood, noch moslim, noch buitenlander is? Belgen is onjuist. Cis-Belgen? Ook niet goed. [Misschien is het probleem van de nadruk die vaak op diversieit wordt gelegd, dat er geen naam bestaat voor wie in geen van die hokjes past, en toch iets wil zijn. Ik denk aan het meisje in Frankrijk dat huilend thuis kwam van school. Ze had geleerd dat al haar klasvriendjes Frans waren en nog iets, en zij was alleen Frans.]
Of gaat het over de verdraagzaamheid tussen voetgangers, fietsers en automobilisten?
Of jegens de dronkelieden die al ‘s morgens naast de glascontainers zitten? [De korte keten, zowaar.]
Op het pleintje ligt een soort walk of fame — Walk of Leem — van overleden buurtbewoners: Wannes Van de Velde, Suzanne Lilar, Paul van Ostaijen, Jeanne Brabants, Vic Gentils, Denise Tolkowsky… Vandaag zag ik hoe de stenen zijn opgepoetst, hoe er enkele nieuwe zijn geplaatst, en hoe die van Van Ostaijen (voorheen Van Ostayen) werd gecorrigeerd. Mooi is dat.

In de Stanleystraat, naast de spoorwegbrug over de Guldenvliesstraat, staat wat wellicht een transformatorhuisje is. Op het ding zijn vensters afgebeeld, waardoor men welige planten en kleurrijke bloemen ziet. Het lijkt op een serre. Vorige week merkte ik dat het gebouwtje beklad en beschadigd was. Vandalen hadden er zonder esthetische ambities hun ding over geschilderd. Gisteren keek ik weer: een van de panelen is nog steeds beschadigd — het is deels afgerukt — maar de initiële afbeelding met de vensters en de planten is vrijgemaakt. Mooi is dat.

Hier achter de hoek, in de Gounodstraat, ligt een voortuin vol veldbloemen. Mooi is dat.

Soms bien ik blij om eenvoudige dingen.

 

P.S. Aan het transformatorhuisje heeft het plezier niet lang geduurd. Het is weer besmeurd. (oktober 2024)

de Antwerpse pre-metro moet maar ‘s volwassen worden

 

 

Het Antwerpse pre-metronet werkt niet goed, het heeft nooit goed gewerkt, en het zal nooit goed werken. Daarvoor zitten er teveel ontwerpfouten in. Meer dan vijftig jaar geleden werd beslist het bestaande tramnet met enkele kleine aanpassingen tien tot twintig meter in de grond te duwen, en sindsdien werd op die initiële, ondoordachte beslissing voortgebouwd — met als enig positief punt de tramtunnel onder de Schelde, naar Linkeroever. Kleine, smalle trams, bedacht voor de smalle straten van de Antwerpse binnenstad, rijden er door brede tunnels naar lange perrons meerdere verdiepingen onder het straatniveau. Reizigers zijn minuten onderweg eer ze het perron bereiken — zelfs als de roltrapen en de liften “het doen” — en eens de tram er is — de reistijden zijn onzeker — staan ze te drummen voor de smalle deuren. Wie in de smalle tram zit kan er niet goed uit, en wie op het perron staat kan er niet in. De halterende tram wordt opgehouden, en de erna komende tram moet wachten tot het lange perron door de korte tram is vrijgemaakt. Uiteindelijk is de commerciële snelheid in die tunnels lager dan op straatniveau en is de capaciteit, in tramstellen of reizigers gemeten, ook nagenoeg gelijk. Er rijden niet meer trams door een metrotunnel — en ze rijden niet sneller — dan elders op een vrije trambaan tussen het verkeer. Reizigers moeten verder stappen en diep afdalen, of daarna weer klimmen, voor een transportmiddel dat niet vlotter rijdt, dat niet handiger is, en dat de stad en haar ameniteiten *Ik vind ameniteiten een handig woord. Het wijst op al wat de stedelijke omgeving aangenaam maakt. Dat zijn zowel winkels en cafés als architectuur, bomen en mensen. aan hun ogen onttrekt. Tenzij we het openbaar vervoer weer op straatniveau organiseren (en alle tunnels sluiten), doen we er best aan het kwaliteitsniveau van de zogenaamde pre-metro vervoer stevig te verbeteren. Ook de capaciteit kan er bij winnen, zodat nieuwe zware investeringen voor nieuwe ondergrondse lijnen overbodig zijn.

Lees hier:  Een twee-sporen-aanpak voor het openbaar vervoer in Antwerpenen.

afbraak van het Beelpaviljoen in Antwerpen

De vorig jaar aangekondigde afbraakwerken zijn gestart.
Het door Stéphane Beel ontworpen paviljoen, dat in 1999 op de Wapper verrees om de toegang tot het Rubenshuis te organiseren, wordt verwijderd. Het is de spijtige consequentie van een niet altijd gelukkige keuze voor de vernieuwing en uitbreiding van het Rubenshuis, waarover ik drie jaar geleden berichtte: het Rubenshuis binnenstebuiten gedraaid.

AG Vespa, het stedelijk vastgoedbedrijf, dat vorig jaar het paviljoen — de constructie, niet de site waar het op stond — te koop had gesteld, meldt me dat het werd aangekocht door een vennootschap die het voor een private bestemming zal integreren in een nieuwbouwproject. Dat is goed voor het paviljoen, maar jammer voor ons.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑