Jef Van Staeyen

Tag: architectuur en stedenbouw (Pagina 10 van 29)

leve de balie, leve de mensen — zonder tijdsslot dolen door Gent

Deze bijdrage schrijf ik naar aanleiding van Johan Rutgeers’ opinietekst in De Standaard van 1 juli 2021 “Gentenaren bevrijden het Gravensteen”. Ze gaat echter niet over het Gravensteen — overigens een belangrijk onderwerp.

Johan Rutgeers schrijft: “Ontvangstbalies zullen in de toekomst overbodig worden, nu iedereen eraan gewoon is geraakt zijn tickets online te kopen en slots te reserveren. Dat wereldwijde fenomeen zal de overbelasting van onze monumenten en musea verlichten. Piek- en daluren zullen verdwijnen, en dat komt de bezoekers en de monumenten alleen maar ten goede.”

Welnu, ik hoop het tegendeel. En verwacht van musea dat ze de ontvangstbalies spoedig in ere herstellen. Covid-19 heeft ons zowat de arm omgewrongen, en ons verplicht voor allerlei dingen via digitale media tijdssloten te reserveren. Ongedwongen dwalen door een stad, geleid door het weer, het humeur, de vrienden, was er niet meer bij. Plots beslissen al dan niet een Gravensteen of ander museum te bezoeken werd onmogelijk gemaakt. Je moest op voorhand plannen en beslissen wanneer je het museum wilde binnengaan, en de rest van je dag erop afstellen. Met je klok in de hand door de stad.

Nee, geef mij maar de vrijheid van het onvoorbereide, met één groot tijdsslot dat van 10 tot 17 uur loopt, en met mensen aan de balie aan wie je zelfs een vraag kan stellen, een advies kan vragen — of gewoon een mooie dag wensen. Veel liever dat dan zo’n website met sloten, cookies en vinken.

 

 


De Standaard, 8 juli 2021

brand in Brecht — waarom Defensie de kosten voor natuurherstel op de Vlaamse overheid moet verhalen

Het was niet snugger, vanwege het Belgisch leger, om op uitgedroogde heidegronden met fosforhoudende en dus brandstichtende kogels schietoefeningen te houden, en noch blusmateriaal noch deskundige manschappen ter plaatse te hebben om een beginnend brandje te blussen. [Om een voortvluchtige militair het vuur aan de schenen te leggen had het wel efficiënt kunnen zijn .] Meer dan vijfhonderd hectare waardevolle heide-natuur is in de vlammen opgegaan, bewoners moesten geëvacueerd worden, Antwerpen lag onder de rook, en zware Belgisch-Nederlandse inspanningen waren nodig om het vuur onder controle te krijgen. [Terloops: Brecht ligt ongeveer even ver van Antwerpen als Doel. Ook uit die hoek kan de wind verkeerd zitten.] Volgens deskundigen van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek en van het Agentschap Natuur en Bos zal het tien jaar duren en vijf miljoen euro kosten om het heidelandschap te herstellen. Er moet geplagd worden (door machines), en gegraasd (door schapen) en nog een en ander, om te voorkomen dat het pijpenstrootje, een weinig waardevolle grassoort, de bovenhand haalt en de heide verdringt. De Vlaamse minister van Omgeving wil Defensie in gebreke stellen, en de kosten op haar verhalen.

Daar valt wat voor te zeggen. Tenzij.

In een of andere krant vroeg een lezer zich af hoe het mogelijk is dat men schietoefeningen houdt in een natuurgebied. De vraag is veeleer hoe het komt dat er zoveel natuur is in een militair domein — en elders niet. Het is immers dankzij het leger dat die natuur er vandaag nog is. Zonder Defensie en zonder schietveld stond heel dat ruime gebied al lang vol villa’s, schoenwinkels en meubelzaken. Plus nog wat akkerland (met maïs?), varkensstallen, golfterreinen en eetgelegenheden. Het actuele landschap van het militair domein is hét originele landschap van grote stukken van de Kempen, dat bijna overal elders onder mest en beton verdwenen is.
De minister zei het zelf, er zitten teveel nitraten in de lucht, en daarom groeit het gras te snel — en de heide te traag. Zonder die nitraten ging het natuurherstel als het ware vanzelf, en volstond geduld, wat de natuur in overvloed heeft. Door de nitraten is die natuur zowel zeldzaam als kwetsbaar geworden.

Wiens bevoegdheid is nitraatvervuiling? De Vlaamse overheid, die al sinds decennia het probleem miskent — nu pas wordt ze wakker — en op alle niveaus geijverd heeft om de vervuilingsnormen te verzwakken of te omzeilen.
Wiens bevoegdheid is ruimtelijke wanordening, waardoor waardevolle natuur náást het militair domein kapot is gemaakt? De Vlaamse overheid, die haar verantwoordelijkheid niet neemt.
Zonder Vlaams wanbeleid, inzake ruimtelijke ordening, landbouw en milieu, ging natuurherstel vanzelf, op natuurlijke wijze. En was de brand misschien nog heilzaam geweest.
Mét Vlaams wanbeleid zijn er kosten. Misschien moet Defensie de Vlaamse overheid in gebreke stellen — en moeten u en ik dat ook doen. Waar zo’n brand al niet goed voor kan zijn.

het Rubenshuis binnenstebuiten gedraaid

Het Rubenshuis krijgt een nieuw onthaalgebouw, op het Hopland, met ook nieuwe ruimten voor het Rubenianum. [Of het saaie gebouw in Kolveniersstraat daarmee verdwijnt, is niet duidelijk.]
Robbrecht en Daem ontwierpen het nieuwe gebouw, nadat ze eerst ook het masterplan voor de site hebben opgesteld, een gebouw van waaruit de kennismaking met Rubens en het Rubenshuis voor de bezoekers zal worden georganiseerd. Het huidige onthaalgebouw op de Wapper, rechtover het Rubenshuis, in 1999 opgericht naar ontwerp van Stéphane Beel, wordt (allicht) naar het openluchtmuseum Middelheim verhuisd, dat daarmee een beetje een nieuw Bokrijk wordt.

In 1610 kocht de toen 33-jarige Peter Paul Rubens een huis met aangrenzend terrein in een smalle Antwerpse straat — die later naar hem zou worden genoemd. Rubens was een succesrijk man uit een welstellende familie, en het zestiende-eeuwse koopmanshuis was wat groter dan de gemiddelde Antwerpse woning, maar verschilde weinig van de andere rijke huizen in de stad, zoals er toen wel honderd of meer moeten hebben gestaan. Het was een huis in traditionele Vlaamse bak- en zandsteenstijl, met kruisramen en trapgevels. En vooral: met krappe lokalen achter de gevel. Twee jaar eerder was Rubens uit Italië teruggekeerd, waar hij in Genua de rijke en ruime, laat zestiende-eeuwse renaissance en barok paleizen had bestudeerd — waarover hij in 1622 een boek zou publiceren: Palazzi di Genova. Zowel in zijn eigen woning als in de Carolus Borromeuskerk (1615) — en in zijn schetsen en publicaties — toonde Rubens zich een pleitbezorger en wegbereider van de barok architectuur en decoratie in Noord-Europa. Naast het oude renaissance huis bouwde hij een barok atelier, en vervolledigde dit alles met een triomfboog, en een tuin met een paviljoentje erin. Dit alles was uiteindelijk groter en rijker dan wat je elders in Antwerpen zag, maar toch maar kleintjes in vergelijking met wat hij in Italië bewonderd had. Geen Antwerpse burger of familie heeft ooit de macht en de rijkdom gehad, die in Genua, Venetië of Firenze tot vandaag in de paleizen zichtbaar zijn.

Na Rubens’ overlijden in 1640 kende het huis een bewogen geschiedenis, waarbij het ook werd verbouwd. Vanaf 1880 ondernam de stad Antwerpen herhaalde pogingen het aan te kopen, wat pas in 1937, na een lange onteigeningsprocedure, is gelukt. Het gebouw en de tuin werden grondig — te grondig ? — gerestaureerd, en in 1947 als museum voor het publiek open gesteld.

De smalle Rubensstraat werd in 1972 verbreed, door de afbraak van het in de zestiende eeuw ontstane bouwblok tussen de parallelle Wappers- en Rubensstraten (ook Wappers was een schilder), dat in feite boven de Herentalse vaart (1490) was gebouwd — minder een vaart dan een waterleiding. Initieel had die afbraak tot doel een nieuwe, brede straat aan te leggen, van de Frankrijklei naar de Meir, maar de aldus ontstane ruimte werd al snel een plein en tot Wapper herdoopt, een herinnering aan de hefboom (of wip, of wapper) die op de hoek met de Meir moet hebben gestaan om het water uit de vaart te hijsen.
Omdat het Rubenshuis niet helemaal — of helemaal niet — op het onthaal van groepen bezoekers was voorzien, kwam er in 1999, ter gelegenheid van het Van Dyckjaar (alle redenen zijn goed…), Stéphane Beels glazen paviljoen op de Wapper.

de Vlaamse achterdeur

Sinds 1947 ontdek je dus het Rubenshuis zoals Rubens dat heeft gedacht, en zoals hijzelf en zijn bezoekers dat hebben beleefd. Je komt binnen via een discrete poort in een al bij al banale gevel, en ontdekt de veeleer krappe en duistere ruimten van het renaissance-huis. Samen met Rubens ga je dan naar de indrukwekkende italianiserende ruimten van de barok, en betreedt, wanneer je terug op adem bent gekomen, via een enorme triomfboog een verrassend grote tuin. Je ervaart de geschiedenis zoals ze verlopen is, en zoals de meester dat heeft gewild.
Met Robbrecht en Daems onthaalgebouw op het Hopland wordt deze ervaring omgegooid. Je begint met de finale — de tuin en het tuinpaviljoen— en gaat via de achterzijde van de triomfboog naar het huis, waarvan je eerst de barokke en pas later de renaissance delen ontdekt. Het oude huis wordt zowaar een annexe van het hedendaagse, trotse toegangsgebouw.
Nu kan je stellen dat dat echt Vlaams is: je komt binnen langs de achterdeur — die in dit geval wat buitenmaats is —, wat veelal enkel vrienden en kennissen, en een deel van de familie wordt gegund. Dat is niet de goede manier om het huis en zijn omgeving te ervaren, en het mag verrassen dat de architecten dat niet hebben gezien. Overigens wordt het recente paviljoen op de Wapper afgebroken en verhuisd, omdat het voor niks meer dient — er zit al horeca in het Koninklijk Paleis, en in zovele andere gebouwen — én om de gevels van het Rubenshuis beter te zien, die vier eeuwen lang (waaronder Rubens’ tijd) in een smalle straat hebben gestaan.

(foto: uitzicht op de triomfboog en op de tuin, vanuit de door Rubens ontworpen italianiserende uitbreiding, tijdens restauratiewerken; juni 2021)

In 1996 bezocht ik de wereldberoemde abdij van Melk, aan de Donau. Na een mooie vakantie reden we van Bratislava naar Rijsel. Omzeggens dertig jaar lang had ik van zo’n bezoek gedroomd, en een eerdere poging (bij een terugreis uit Wenen) was niet gelukt. Toen, in 1996, werden we ergens door een kleine deur binnen gelaten, kregen een geleid bezoek aan gangen en zalen, zonder enig besef van het grote en prachtige gebouw, en mochten uiteindelijk langs een grote deur weer naar buiten. Vaak heb ik dat contra-architecturale bezoek vervloekt. Krijgen we in Antwerpen dra ook zo’n circuit?

aanvulling (juni 2021)
Het zou goed zijn de toekomstige nieuwbouw op het Hopland te gebruiken om een aantal momenteel in het Rubenshuis tentoongestelde kunstwerken over te brengen. Niet omdat ze te talrijk zijn, maar omdat de toeristische rondleiding langs deze werken, met bordjes, koorden en pijlen, het bezoeken en waarderen van de architectuur ernstig schaadt. Toen ik het museum begin juni nog eens bezocht, was ik de enige bezoeker, toch moest ik de verplichte looprichting volgen. Wanneer er dra weer meer bezoekers zijn, met gidsen en audiofoons, wordt elke beleving van de architectuur in de kiem gesmoord.

 

aanvulling (augustus 2023)
Uiteindelijk besliste de stad Antwerpen het paviljoen via het stedelijk vastgoedbedrijf Vespa te verkopen.

Dezelfde tekst, zonder de aanvullingen, in een pdf-je: het Rubenshuis binnenstebuiten gedraaid.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑