Jef Van Staeyen

Tag: architectuur en stedenbouw (Pagina 9 van 29)

Merksem vergist zich van ontharding

(de vergeten voetganger, aflevering 20)

 

Vlaanderen breekt uit!
Het is een uitstekende zaak, dat overheden ijveren voor de ontharding van de bodem. Begrijp: dat verharde oppervlakken, waar geen plaats is voor natuur, en die geen water doorlaten, worden opengebroken. Dit land is immers veel te hard. Het heeft ontiegelijk veel straten en parkeerterreinen, het heeft grote, lage gebouwen waarvan de tuinen zijn verhard, en zelfs de landbouwgrond laat weinig water door. Samengedrukt door machines, en bloot in de winter. Het regenwater loopt snel naar de rivier, en niet in de bodem waar het nodig is. Natuur is verzwakt en versnipperd, en zomerse temperaturen lopen op.

kers

Ontharding van wat al verhard is moet de verharding van wat nog zacht is helpen beperken. Zo ook in Antwerpen, zo ook in Merksem. Zelfs quick wins worden gezocht. [Bij een quick win denk ik spontaan aan een kleuter die met grijpgrage vingers voor de ogen van de disgenoten de kers van een mooie roomtaart grist. Maar bij management — en beleid hoort daartoe — gaat het over dingen die je snel kan realiseren, om pas nadien te kijken of het je grote projecten niet schaadt.] Voor de quick wins van de ontharding worden stukjes straat — nee, geen taart —  opengebroken, en bloemen, struiken of bomen geplant.

Mooi, maar wie zou denken dat het vooral rijwegen en parkings zijn, die worden onthard, komt soms bedrogen uit. Eerdere voorbeelden in Antwerpen (Plantin en Moretuslei…) toonden dat het vaak de voetgangersruimte is, waaraan wordt geknipt.

Zo ook in Merksem.
Eén van de belangrijkste Merksemse onthardingsprojecten betreft de Melgesdreef, net voor ze het gelijknamige woonzorgcentrum bereikt: het Melgeshof. De straat vormt een trechter, met twee brede rijwegen aan weerszijden van een groen eiland met negen platanen. Reeds een vijftal jaren geleden werd vastgesteld dat die rijwegen veel te breed zijn, en werd een klein deel met witte lijnen weggeschilderd en met paaltjes afgezet, waardoor meteen het aantal parkeerplaatsen werd verhoogd. Nu worden, als quick win, de boordstenen verplaatst — en dus het eiland vergroot — en wordt het beschilderde asfalt samen met de voetpaden uitgebroken. Er worden ook vier bomen geplant. Aan de parkeerplaatsen wordt niet geraakt. Met andere woorden: er mag niet meer onder de bomen gewandeld worden. Er komen oversteekplaatsen voor fietsers en zebrapaden voor voetgangers, maar de oversteekbeweging naar het eiland met de bomen wordt vergeten (of bijzonder complex en onduidelijk gemaakt).

boomarm

Het woonzorgcentrum net aan de overkant van de straat is nieuw. De gebouwen staan rond een binnentuin met enkele jonge, magere boompjes, die nooit de gelegenheid zullen krijgen groot te worden en schaduw te geven. Wanneer de zon schijnt is het er heet. De wijk waarin het pleintje en het woonzorgcentrum liggen is heel boomarm — nergens is er schaduw. In feite is bijna heel Merksem een boomarme gemeente. De zeldzame bomen in de Merksemse straten worden nooit groot, en in de voortuinen liggen vooral plavuizen. [De meest nabije groene plek, het Kroonplein, ligt op 700 meter.]

lommerte

Het Melgespleintje, als ik het zo noemen mag, bood de gelegenheid wat schaduw te creëren, voor wie uit het woonzorgcentrum, of uit de huizen, of het nabije ziekenhuis buiten komt. [Ook aan het ziekenhuis is de buitenruimte een immense droefenis: let op de parking, let op het smalle voetpad in de Lange Bremstraat.] Daarvoor moet het pleintje wel makkelijk bereikbaar zijn, en op een wandeltraject — een looplijn — liggen, waar je met vermoeide voeten, een rolstoel of een rollator stappen kan. Want bomen dienen ook om onder te gaan of te staan, of zelfs te omarmen… Op afstand naar schaduw kijken heeft nooit iemand koelte gebracht.

Idealiter had men één van de straten langs het pleintje afgeschaft — enkel een toegang tot de garages gelaten—, en het autoverkeer langs de andere straat geleid. Pas dan had men echt onthard, en een tweemaal groter en groen Melgesplein bekomen. Een plein dat ook voor mensen aangenaam is, omwille van die natuur, omwille van de vogels, de bomen en de bloemen, en omwille van de lommerte, die in Merksem (als de zon schijnt) zeldzaam is. Een plek om te zijn.
Benieuwd of de quick win Merksem ooit zover brengt.

 

Wie dit bericht graag in een pdf-je heeft, vindt het hier.

En dit is het antwoord van het Merksems districtsbestuur.

 

de architectuur van de metro van Montréal ❧

 

Ik ben geen fan van openbaar vervoer ondergronds, ik reis liever op straatniveau, maar als het moet dan liever in een metro van goede kwaliteit, zowel wat de vervoersprestaties betreft (snelheid, comfort, regelmaat) als de architectuur van de stations. Dus niet zoals in Antwerpen, met trage en onregelmatige trams in slecht ontworpen stations (Diamant!, Astrid!, Groenplaats!, Schijnpoort!, Zegel!…), maar (bijvoorbeeld) als in Montréal.

Ik maakte een foto-reportage van de architectuur van de metro van Montréal, waar ruime metrostellen frequent en snel rijden, en goed ontworpen stations bedienen, die praktisch en vaak zelfs boeiend zijn.

 

En hier zie je en lees je, in het Frans, meer over Montréal, de straten, de huizen, de bomen, de mensen: les rues de Montréal.

hoe de Lange Wapper de Kattendijksluis heeft gered

 

Het heeft niet veel gescheeld of de Lange Wapperbrug had een deel van de Antwerpse haven afgesloten van de Schelde en de zee. Althans voor hoge masten, die men in die haven graag ziet.
Uiteindelijk leidde het project voor de Lange Wapper tot de renovatie van de verwaarloosde, uit bedrijf genomen en deels gesloopte Kattendijksluis.

Deze tekst vertelt het verhaal van de sluis, en van het gelijknamige dok. Hoe ze verdween, en toch werd gered  (21 Mo).
De Lange Wapperbrug werd niet gebouwd, maar zonder haar was die sluis misschien nooit hersteld.

tram 12 en de bretzel-economie

Soms volstaat één zin om me aan het werk te zetten. Ongevraagd.
Ditmaal was die zin: “Op enkele uitzonderingen na, zoals de deelplatformen voor woonruimte Airbnb en Couchsurfing, situeren de meeste deelsystemen in Vlaanderen zich in een niche.” Hij staat op pagina 66 van het nummer 49 (maart 2021) van het tijdschrift Ruimte, dat helemaal aan de circulaire economie en ruimte is gewijd.

Voeg daarbij dat ik enige argwaan heb ontwikkeld voor lijstjes met woorden (“de 3 P’s”, nu “de 10 R-en”…) en voor cirkels, driehoeken, vierkanten en pijlen die de realiteit, een uitdaging of een strategie moeten vatten (de “donut-economie”…) — ik heb er in mijn beroepscarrière ook zelf getekend, misschien daarom — en je begrijpt waarom ik mijn pen ben gekropen, voor wat uiteindelijk een essay geworden is.

Aan de hand van tram 12, maar ook van cafés, wassalons, parkings, verwarmingsinstallaties en rioleringsnetten relativeer ik graag wat vandaag over de nieuwheid en uitzonderlijkheid van deelsystemen wordt beweerd.

In april ben ik beginnen schrijven en tekenen. Toen kwam de verhuis. Onlangs heb ik het werk hervat, vervolledigd, wat bijgesteld en voltooid: tram 12 en de bretzel-economie.

 

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders NorenBoven ↑