Jef Van Staeyen

Categorie: 2026 (Pagina 2 van 7)

groeten uit Ringpark West

Een project mag je niet beoordelen voor het voltooid is, vind ik. Dat schreef ik ook over de verbouwing-uitbreiding van het Steen toen de kritiek losbarstte: de aannemer had de stellingen verwijderd en plots zagen Antwerpenaars wat veeleer op een woonzorgcentrum leek. Nadien heb ik de critici wel gelijk moeten geven: het verbouwde Steen is een miskleun, maar niet om dezelfde reden als eerst werd gezegd. Het gebouw is niet geschikt voor zijn bestemming als bezoekerscentrum, en het is bouwfysisch niet in orde, het brokkelt af.

Wanneer een bouwheer — of een rist bouwheren: de Grote Verbinding — met trots meldt dat een project, in casu het Ringpark West, voltooid is: Komt dat zien, Ringpark West is af!, dan ga ik zien. En voel me geoorloofd een oordeel te vellen.
Ik ging, zag, en… vond geen Ringpark. Wel zag ik een aantal natuurgebieden die er al vijftig jaar zijn, én kilometers straten in breed bordeaux-kleurig asfalt, inclusief (soms) verkeersborden en wegmarkeringen. Heel plaatselijk zag ik aanplantingetjes van boompjes (in twee maten) en rood-witte GR-stickers. Ik zag echter géén voetwegen om de bestaande natuurgebieden met elkaar te verbinden. Als voetganger, als wandelaar heb je geen andere keuze dan de brede bordeaux-kleurige straten te gebruiken. Het zijn fietspaden, waar alles je zegt dat je niet welkom bent. Je gaat dus best aan de linkerkant en, ben je met meerderen, in een rij achter elkaar. Ga je over een brug, dan zorgt een extra-hoge gesloten borstwering ervoor dat je zo weinig mogelijk van de omgeving ziet (de autoweg, of de planten en dieren in een ecostrook). Er hangt een roestvrij stalen handgreep aan, zodat fietsers niet moeten afstappen als ze toch even halt willen houden. Eén van die bruggen, een extra-brede, wordt pompeus een recreaduct genoemd, en heeft aarden wallen. De autoweg eronder mag je wel horen maar niet zien, tenzij sluiks, achter de hoek. Er is in heel dat park ook niets voor het comfort gedaan: geen zitbank, geen picknick-hoek, geen panorama met wat uitleg bij. [Ga naar de polders van Kruibeke om te zien hoe je zoiets beter doet.]

Geen verbindende wandelpaden maar brede fietspaden in Ringpark West

Niet getreurd, want er zijn ook minder saaie plekken. Wat verder kan je je vergapen aan enkele infrastructurele hoogstandjes, waarvan sommige esthetisch niet te versmaden zijn. Je kan op de berm klimmen naar een uitzichtspunt van waar je uiteindelijk wel de autoweg ziet — straks staat er allicht een bord ‘verboden voor onbevoegden’ —, er zijn hoge glazen geluidsschermen zodat je de auto’s die je hoort ook ziet, en er staan schermen om de spoorweg tegen het lawaai van de autoweg te beschermen, of is het andersom? En misschien verdwaal je wel, en beland je in het groene laantje van een bedrijvenpark.

Voor wie van infrastructuur houdt, valt er na wat zoeken toch nog wat te zien

Als je verdwaalt kom je misschien hier terecht

❧

Tenzij park een nieuw woord voor fietspad is, bestaat er geen Ringpark West.
Ik maak me zorgen. Wordt het allemaal zo? Nee, of toch? Voor Ringpark Schijn en Ringpark Lobroek zijn boeiende ontwerpen opgemaakt, maar elders zijn er problemen. Aan de Groene Vesten in Berchem — OK, dat is een voorlopige heraanleg, voor de komende… decennia — komt er een nieuw en breder fietspad achter een geluidswal, maar aan de voetgangers wordt nauwelijks gedacht. Aan de rand van het fietspad krijgen ze een smalle strook in halfverharding (stof wanneer de zon schijnt en plassen bij regen), wat bij ervaren fietsers de vrees doet rijzen (1) dat de voetgangers voor hun comfort toch het fietspad gaan gebruiken, en (2) dat er grint op het fietspad komt, wat beide gevaarlijk is — het is een fietssnelweg. Dat voetgangers ook liefst met propere schoenen en via een aangenaam pad vanuit de Grotesteenweg de Polygoonstraat of de Roderveldlaan willen bereiken zonder honderden meters langs drukke wegen om te gaan, die terechte verwachting wordt niet gehoord. Zelfs Natuurpunt, dat blijkens een bord aan de Grotesteenweg de Groene Vesten beheert, heeft er geen oren naar, en de stad Antwerpen oordeelt dat voor een beter voetpad teveel bomen zouden sneuvelen — naast een autoweg die ter plekke tot vijftien rijstroken telt… Ook aan de Groenendaallaan — ik schreef er al over — kan je beter elektrische fietser dan voetganger zijn die vanuit Merksem het station of de wijk Luchtbal wil bereiken. Aan de bult die daar wordt gelegd hebben voetgangers niks, integendeel. [Over de andere projecten spreek ik me hier niet uit.]

Is dat de vooruitgang die in iets meer dan vijftig jaar wordt geboekt? Van een autosnelweg in het groen (naar Amerikaans voorbeeld door het Amerikaans bureau Frederic R. Harris ontworpen en door landschapsontwerper Johan D’Huyvetter in scène gezet, als ik me niet vergis) naar een fietssnelweg in het ‘park’, die op zijn beurt met wegbreedtes, bochtstralen en voorrangsregels de eigen snelheids- en doorstromingslogica aan de omgeving oplegt.

 

Alle foto’s 22 augustus 2026  —  Aangepast 31 augustus 2026

de strandstoel

Dertig jaar geleden, na de scheiding, toen ik de lening voor de aankoop van mijn appartement in Rijsel wat krap berekend had, en mijn spaargeld aan kasten en bedden en witte electro had besteed, bleef er geen geld voor een canapé. Dus plaatste ik enkele eenvoudige strandstoelen in de woonkamer — mijn kinderen moeten er soms nog om lachen. Pas een jaar later kwam er een canapé, die ik nu nog heb en lang hoop te houden.
Mijn strandstoelen zijn me trouw gebleven, of ik hen, voor campings en soms uitstapjes. Het zit veel comfortabeler dan gewoon op de grond. [Met een vouwstoel op tram 4.]
Het appartement in Antwerpen waar ik nu sinds enkele jaren woon, heeft een mooi terras. Ook daar hebben die strandstoelen aanvankelijk gediend — al daalde hun aantal, die dingen gaan stuk. Tot ik vond dat ik moderne terrasmeubelen moest hebben, een tafel en stoelen in hout en gelakt aluminium, en een luie stoel, bijna een bed met een geweven kunststof zeil. Ook de buren hebben zoiets, en u, beste lezer, wellicht ook.
Zelden heb ik meer op mijn terras gezeten dan de voorbije, hete zomer, en er boeken gelezen. Sommige van die boeken zijn zwaar, loodzwaar, tot 2 of zelfs 4 kg. Mijn armen deden pijn. Tot ik mijn laatste strandstoelen erbij haalde, en mocht vaststellen dat ze ergonomisch veel beter zijn dan mijn moderne terrasmeubilair. Ik kruis één been over het andere, en het boek rust daarop. Net de goeie hoogte, die ik met al mijn andere zitmeubelen, buiten of binnen, nooit bekomen kan. Van mijn aanvankelijk vier strandstoelen waren er twee over, waarvan er een het snel begaf — het systeem met de stalen veren is een zwak punt. Nu staat er één trouwe strandstoel tussen die modieuse dingen op mijn terras. Wanneer de zomer niet te hevig is, vind ik dat fijn.

de aktentas — F. Bordewijk

Dit is niet meer dan een verwijzing naar een kort verhaal dat F. Bordewijk in 1958 publiceerde (toen “de actetas”), over een man, een aktentas en een tram. Ik las het met genoegen in “De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen, samengesteld door Joost Zwagerman”, pagina 162. Je vindt het ook makkelijk in de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.

Het was nu al haast tien jaar na de bevrijding; meneer Kars had in die tijd zijn gezin zien toenemen, hij naderde de middelbare leeftijd, en nog steeds was hij werkzaam — na voorhene wisselvalligheid in zijn betrekkingen — op een van die regeringsbureaus welke zich bezighouden met de liquidatie van oorlogsschade en rechtsherstel, en die bestemd zijn zelf te worden geliquideerd. Daarmee was hij dan eindelijk ambtenaar geworden.

Het prachtige van die tekst (“bureaus welke zich bezighouden”) is dat je indruk hebt de akten te lezen in meneer Kars’ aktentas, of zelfs de gedachten in zijn hoofd.

kokerdenken

Vandaag twee merkwaardige artikels in de kranten.

Gazet van Antwerpen meldt dat het Agentschap Natuur en Bos een geliefde zomereik op de Kalmthoutse heide “geringd” heeft. Rondom de boom werd de schors verwijderd, wat de doorstroming van sappen onderbreekt, waardoor hij langzaam sterft. Bezoekers van de heide zijn verrast en zelfs geschokt. Natuur en Bos verdedigt de drastische ingreep: “De Wilgenduin, de plek waar de boom staat, was in de loop der jaren verbost geraakt. [Het gaat om één boom.] Om de duin opnieuw haar natuurlijke functie te geven als infiltratiegebied voor water, moesten er bomen worden verwijderd. Aan de voet van de duin ligt een waardevol kwelgebied waar de plant beenbreek nog voorkomt. Door deze ingreep krijgt deze zeldzame natuur meer kansen.” Bovendien heeft “deze specifieke boom dood meer waarde voor de natuur dan levend. [Het Agentschap is gehaast. Ook als je hem laat leven, gaat de boom ooit dood.] Hij zal in de toekomst een voedselbron en schuilplaats zijn voor schimmels, insecten en andere dieren.”  [Mensen die voor crematie gekozen hebben, moeten daar eens goed over nadenken.]
Het is een Amerikaanse eik, en dergelijke bomen zijn niet de meest rijke biotopen. Ook kunnen ze gevaarlijk zijn. Dat kunnen goede redenen zijn om ze elders te kappen of te ringen. Maar de houding van Natuur en Bos is wel een mooi voorbeeld van eendimensionaal denken. Kokerdenken. Ze gaat volledig voorbij aan de meerlagigheid van wat natuur is, en wat ze voor de mensen betekent. OK, de eik van de Wilgenduin is de beroemde Sycomore Gap Tree in Northumberland niet, maar hij is wel meer dan een exoot die (te) veel water drinkt en zelfs, lezen we verder in de krant, zaailingen maakt [wat ook zijn “natuurlijke functie” is].

Dit is allicht (niet) de eik die onlangs werd “geringd” om langzaam dood te gaan.
Kalmthout, oktober 2012.

De Standaard, van haar kant (regionale pagina’s, Limburg) weet dat in de Runkstersteenweg in Hasselt meer dan tweehonderd bomen moeten verdwijnen. Ze zijn vijftig jaar geleden geplant, en staan in de weg voor de heraanleg en verbreding van het fietspad. Dat fietspad, dat in twee richtingen wordt gebruikt, is twee meter breed, en voldoet niet aan het Vlaamse fietsvademecum. Het nieuwe fietspad wordt drie meter breed, met een bufferstrook van minstens anderhalve meter. Het is duidelijk dat de administratie die in het verleden autowegen heeft aangelegd (en dat nog steeds doet), op dezelfde wijze nu fietspaden bouwt.

Het koker-denken zit waar je dat het minst zou mogen verwachten: bij natuurbeheer en fietsbeleid.

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑