Jef Van Staeyen

Categorie: Blog (Pagina 6 van 60)

een glazen huis voor Antwerpen

Velen rouwden om de afbraak van het Beel-paviljoen, het glazen huis op de Wapper voor het Rubenshuis (foto 1).
Edoch, niet getreurd. Op de binnenkoer van het vernieuwde Steen, het bezoekerscentrum dat met zijn treden, trappen en deuren minder mobiele bezoekers hulpbehoevend maakt, werd onlangs een nieuw glazen huis gebouwd. De kleine blikvanger (foto’s 2 en 3)— waarvan de ontwerper ons helaas niet bekend is — contrasteert pittig met de oude muren van het Steen, én met de recente aanbouw die in oktober 2022 de Erfgoedprijs “voor een publiek toegankelijk gebouw” (sic) gewonnen heeft.

Inmiddels vertoont die recente, door erfgoeddeskundigen geprezen aanbouw vroegtijdige tekens van erosie (foto’s 4 en 5). Bovenaan de muren komen de onbeschermde bakstenen los. Het Antwerpse weer is niet wat de ontwerpers hadden verwacht. De oude gevels in de stad hadden nochtans kunnen tonen dat zo’n muur best wordt afgedekt.

 

mijd de achterflap en ’t liegen

Laatst leende ik een boek van Frank Westerman in de bibliotheek: Een woord een woord (2016). Die man heeft enkele zeer boeiende boeken geschreven, niet in het minst De graanrepubliek (1999), dat toen het verscheen zowat de tegenhanger-aanvulling van Geert Maks Hoe God verdween uit Jorwerd (1996) was.
De journalistieke stijl van Westermans werk is inmiddels bekend: hij mengt de getuigenissen van soms dramatische gebeurtenissen met de koekjes en de koffie die zijn gesprekspartner hem gastvrij biedt. Daarbij springt hij van hot naar haar — in dit geval van Assen en Den Haag naar Moskou en Beslan of naar Parijs, en terug —, en ambieert het stellen van vragen veeleer dan het bieden van antwoorden. [Of, juister: hij wijst op het bestaan van meerdere, van elkaar verschillende antwoorden.]

Frank Westerman zat als kind bij de Molukse trein- en schoolkapingen van 1975, ’77 en ’78 als het ware op de eerste rij: hij zag en hoorde het gebeuren, en kende talrijke betrokkenen, zowel kapers als gijzelaars. Dat las ik laatst ook in zijn In het land van de ja-knikkers (2017). Voor Een woord een woord sprak hij met meerdere betrokkenen, en met en over de mensen die namens de overheid de dagen- of zelfs wekenlange gesprekken met de gijzelnemers hebben gevoerd.

Op de achterflap van het boek lees ik, nadat ik het boek gelezen heb:

‘De pen is machtiger dan het zwaard.’ We willen het graag geloven. Maar is het waar?
(…)
In Een woord een woord test Frank Westerman de kracht van het vrije woord onder het gewicht van de actuele aanslagen sinds Charlie Hebdo. (…) Om aan den lijve te voelen wat taal kan uitrichten tegen terreur volgt hij een training tot gijzelingsonderhandelaar in een oefendorp van de politie. Wat vermag het woord tegen de kogel.
Een woord een woord is een bevlogen zoektocht naar een weerwoord op terreur — op het snijvlak van beschaving en barbarij.

De achterflap-schrijver — een vak op zich? — knipt Westerman een pak dat hem — of althans dit boek — niet past. Een woord een woord gaat immers vooral over het voeren van onderhandelingen, en al wat daarbij hoort. Wie praat met de gijzelnemers, en wie niet, wat mag hij of zij vooral niet zeggen, en wat wel? Welke handelingen worden daarbij gesteld (inzake voedsel en drank, verwarming, verlichting, lawaai…,)? Hoe communiceer je terzelfdertijd met de politieke en administratieve beleidsmensen en met de publieke opinie, of met de militairen die dag en nacht klaar zijn om in te grijpen. Als er één ding is dat duidelijk blijkt, dan is het dat bij een kaping het woord niet vrij is. En het is evenmin geschreven, met een pen, maar gesproken, zodat het vluchtig, wisselend en weifelend kan zijn. Zodat de klank, de traagheid, het begrip of de irritatie meespeelt. En het vergeten. Het weerwoord op terreur — op het snijvlak van beschaving en barbarij, zoals de achterflap stelt — is nodig vóór een kaping of nadien, maar wordt opgeheven zolang de kaping duurt.
[Er is ook een voorflap aan het boek. Daarop zien we een gestileerde tekening van een klassieke vulpen met een bajonet erop. Exact wat het boek niet zegt.]

Dat niet alleen achterflappen, maar ook (onder)titels misleidend kunnen zijn, bewijst het reeds vermelde In het land van de ja-knikkers — de ja-knikkers zijn niet de mensen, maar de pompen die in Drenthe de olie op-pompten (*),De oliewinning in Drenthe, van 1947 tot 1996, en blijkbaar nu opnieuw, in de schaduw van de bekende gaswinning in Groningen, is buiten Nederland — of buiten Drenthe? — een onbekend verhaal. dat als ondertitel Verhalen uit de polder draagt. Het is een bloemlezing van boeiende, persoonlijke vertellingen. Het lijkt of het kind Westerman, door de directe confrontatie met belangrijke gebeurtenissen (niet alleen de kapingen, maar ook een indrukwekkend aardolie-accident bij hem in de buurt), voor journalistiek in de wieg is gelegd. Dat zo’n bloemlezing een titel draagt die slechts een deel van de lading dekt, is onvermijdelijk. Het is logisch, maar dat de ondertitel naar de polder verwijst, is dat minder. Tenzij — pars pro toto, zoals de naam Holland voor Nederland — in de ogen van Randstadbewoners (of van een uitgever, Querido in Amsterdam) die menen dat alles buiten hun stad alleen maar polder is.

geduld oefenen op de Borsbeeksebrug

 

Eind 2022, begin 2023 zijn op de Borsbeeksebrug in Berchem werken uitgevoerd. De omgeving van het nieuwe politiekantoor werd aangelegd, en het kruispunt met de Diksmuidelaan en de Gitschotellei deels heringericht. Voor voetgangers was dat laatste niet altijd een verbetering.
Nabij dat kruispunt ligt er een keerlus, met een wat ongewone tramhalte. Een “gedooghalte” zou je hem kunnen noemen. Tot 13 maart 2023 keerde daar tram 11, en sinds 7 november 2022 tram 4. Formeel is Berchem Station, 300 meter verder — of eerder — de terminus, maar De Lijn laat het op- en afstappen aan de keerlus toe, al is die daar niet voor ingericht. De draaicirkel is kort, en een correct perron, dat aansluit op de deuren van de trams, is onmogelijk te maken.

Na voltooiing van de werken op de Borsbeeksebrug bleef er lange tijd een slapende werf tussen het tramperron en het voetpad: een slordig hekwerk, een put, een bergje uitgegraven grond en een stapeltje betontegels. Wie de tramhalte gebruikte waagde zich over de sporen (foto’s 1 en 2), of stapte elders tussen de struiken.

Misschien is het in antwoord op mijn melding aan de stad op 24 augustus, maar in september werd de put gedicht en werden stoeptegels gelegd (foto 3). Wel bleef een (oude) verlichtingspaal in het midden van de doorgang staan. En tussen het perron en het trottoir, die vroeger mooi op elkaar aansloten, was een vaag stuk onverhard modder-en-gras ontstaan.
[Omdat er een eind verder op dezelfde Borsbeeksebrug een bushalte voor lange-afstandsbussen is, en de werken niet teveel mochten kosten, allicht, werden het voet- en het fietspad van plaats verwisseld. Zo staan op- en afstappende reizigers, en hun bagage, niet onmiddellijk op het fietspad.]

In oktober — of was het begin november — werd er opnieuw gewerkt. Er kwam een nieuwe verlichtingspaal, nog steeds in het midden van de doorgang (foto 4).

Groot was mijn verrassing, op 8 december, toen ik zag dat die nieuwe paal was verplaatst. Hij staat nu (nauwelijks zichtbaar op foto 5) in het vage plantsoentje náást de doorgang. Heeft een andere tramreiziger een mailtje aan de stad geschreven?

Vandaag nog schrijf ik zelf naar de stad, op het meldingsformulier. Er blijft dat vaag stuk grond — of modder —, dat er voor de werken niet was, en de tegels liggen slecht. Misschien komt dat nog goed.
Geduld kan lonen.

 

 

 

Aanvulling (foto 6).
Verderop is er zeer slordig gewerkt: de parkeerstrook is deels voetpad geworden, en de aansluiting met het nieuwe gedeelte…

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑