Jef Van Staeyen

Categorie: Essays (Pagina 32 van 35)

voor niets gewerkt? ❧

160404-schelde-Rapide

Sinds enkele maanden staat er op de franstalige flank van deze website een wat langere, moeilijke tekst over economie, gevoed door de lectuur van bekende en minder bekende boeken van Thomas Piketty (“Le capital au 21ème siècle”) en Philippe Askenazy (“Tous rentiers! Pour une autre répartition des richesses”) — en door enkele krantenartikels, uit De Standaard en La Libre.
Ik keek op tegen het vertalen van de volle 24 pagina’s — al staan er veel illustraties in, wat de taak verlicht — maar dat is, na een moeilijke start, toch makkelijk gebleken. Het herlezen van de Franse tekst heeft ook enkele foutjes aan het licht gebracht — die ik meteen corrigeer —, en me aangezet om het denkspoor verder te volgen. Ik kom daar zeker op terug.

Dit is dus de Nederlandse tekst: “Voor niets gewerkt?”

Piketty schrijft over de groei en concentratie van kapitaal, in handen van een kleine groep, waardoor zowel de inkomens als de talenten van de anderen hun waarde verliezen op de markt — en hun ideeën en verwachtingen hun waarde in het parlement. Een collectief verarmings- en vervreemdingsproces is gestart, al zijn er nog velen die er — voorlopig en schijnbaar — aan ontsnappen.

Wat Askenazy stelt komt in grote lijnen hier op neer: We hebben minder behoefte aan hér-verdeling, dan aan correcte verdelingsmechanismen. Ik treed hem daarin bij.
Geef ieder wat hem toekomt, in functie van zijn arbeid (Askenazy), en als deel van de gezamenlijke erfenis, en van wat de aarde heeft en geeft (mijn tekst van maart vorig jaar over het universeel en onvoorwaardelijk basisinkomen). Snoei in alle mechanismen waarmee private actoren de welvaart voor zich opeisen, ten koste van anderen. Dan is er veel minder hér-verdeling nodig. Een correcte primaire verdeling is sterker en duurzamer dan een secundaire herverdeling. Ze is in zekere zin ook liberaler, tenzij je onder liberaal ook verstaat dat gemeenschappelijke bestedingen, voor onderwijs, gezondheidszorg, cultuur… uit den boze zijn, en enkel leger en politie openbare taken zijn.

1.     Om het met Askenazy te zeggen, de concurrentiekracht van een land, dat zijn de kamermeisjes in de hotels die de lakens verschonen, dat zijn de arbeiders die de bagage in de luchthaven verhandelen, dat zijn de sluiswachters, de loodsen en de luchtverkeersleiders, dat zijn de verpleegsters, de onderwijzers, de stratenmakers, de architecten en de metsers, en ook de bakkers, de winkeliers, de caissières — allemaal m/v —, of de chiroleiders en de trainers van de plaatselijke voetbalclubs, die aan het jonge geweld hun vrije tijd besteden. De concurrentiekracht van een land zit niet in de raad van bestuur, ze staat in de keuken.

2.     Om het met de Franse twaalfde eeuwse filosoof Bernard de Chartres te zeggen, die het belang van de — gezamenlijke — erfenis voor de actuele — individuele — verdienste erkent: “Nous sommes comme des nains juchés sur des épaules de géants (les Anciens), de telle sorte que nous puissions voir plus de choses et de plus éloignées que n’en voyaient ces derniers. Et cela, non point parce que notre vue serait puissante ou notre taille avantageuse, mais parce que nous sommes portés et exhaussés par la haute stature des géants.”
Wat geldt voor de wetenschap, geldt nog meer voor de immense geestelijke en materiële erfenis, waarzonder we niets zijn. We zijn als dwergen op de schouders van reuzen. Wien zijn de appels die we plukken?

over markt en macht ❧

Een reis naar Québec (de provincie) en Montréal heeft me in 2008 tot het schrijven van een album gebracht: “Nieuwe Wereld, over eindigheid en oneindigheid”.

Daarin vertelde ik eerst het verhaal van de twee tot drie weken durende ontdekkingstocht door een klein stukje van dat onmetelijke land, en nadien de gedachten waartoe die reis me had geïnspireerd, over toe-eigening, burgerschap, migraties, en dergelijke meer.
De toen heel acute twisten over het eigendom over de Noordpool, tussen Rusland en Canada, met Denemarken, Noorwegen en de Verenigde Staten als aandachtige en belanghebbende toeschouwers, waren het vertrekpunt voor een vijftiental korte teksten, die ik samenbracht onder de titel “over markt en macht”.

Dat hoofdstuk “over markt en macht”, net als de twee daarop volgende — “Wereldburgers, van mensen en grenzen”; “Terug naar huis” — en ook twee eerdere albums  — “Noorderlicht” (2005); “Spiegels op het water” (2006) — zijn in zekere zin mijn moederteksten — wat moeilijk of stroef — waarvan ik tot vandaag de ideeën gebruik. Zonder hier alles te publiceren — er staan zowel intieme stukken in, als andere die publiek kunnen worden gemaakt — publiceer ik hier wat met zijn volledige naam heet: “De Russen komen. Over markt en macht”.
Die titel verwees naar een zin uit het eerste hoofdstuk: “In Canada — en ook in het “kleinere” Québec — en in de wisselwerking tussen beide — en de verhouding tot de Inuïts, of tot de Russen — zijn ongemeen boeiende processen aan gang, die een voor mij nieuw licht werpen op de wereld van morgen, op zijn problemen, zijn uitdagingen, zijn kansen en mogelijkheden. (…) [Maar] laat me dus eerst vertellen wat we gezien hebben. De Russen komen nadien.”

[Deze tekst uit 2008 heb ik op 10 juni 2016 hier geplaatst, om een link met een nieuwe tekst — op 11 juni — mogelijk te maken.]

ruimte, grenzen en planning ❧

Asterix_chez_les_Belges.001

Aan de Universiteit Gent, waar ik in 1994 en 1995 de opleiding Stedenbouw en Ruimtelijke ordening volgde — als veruit de oudste student van de klas, want ik was al jaren actief in het vak —, maakte ik, onder begeleiding van professor Georges Allaert, een eindwerk over >”De invloed van de rijksgrens op locale planningsprocessen” (met een jammerlijke spelfout in de titel, want de Nederlandse spellingshervorming van 1994 had me op glad ijs gezet).

Op basis van die studie, die ik ook in het Frans vertaalde >”L’impact de la frontière nationale sur les processus de planification locale” realiseerde ik bijdragen voor

  • de Planologische Diskussiedagen in Antwerpen in 1997, nu beter bekend als >Plandagen,
  • het tijdschrift Planologisch Nieuws (1998) van de Vlaamse vereniging voor ruimte en planning >VRP.

De tekst “De invloed van grenzen op lokale planningsprocessen”  is een licht gecorrigeerde versie van mijn bijdrage aan de Planologische Diskussiedagen.

En “Ruimte, grenzen en planning” is een licht gecorrigeerde versie van mijn artikel in Planologisch Nieuws.

Beide teksten leggen enigszins verschillende accenten voor een overigens gelijklopende inhoud.

de aarde is van iedereen ❧

Pleidooi voor een universeel onvoorwaardelijk basisinkomen

De voorbije jaren zijn meerdere voorstellen geformuleerd en initiatieven gelanceerd voor het instellen van een universeel (dat is: voor iedereen geldend) onvoorwaardelijk basisinkomen.  Het belangrijkste recente initiatief was >het Europees Burgerinitiatief uit 2013, dat op één jaar tijd 285.000 handtekeningen verzamelde.  Zo’n basisinkomen houdt in dat elke mens, van zijn geboorte tot zijn dood, een inkomen krijgt betaald, zonder dat daar enige voorwaarde aan verbonden is.

De argumentatie is vaak economisch, praktisch en/of sociaal. Hier wil ik een bijkomende argumentatie opbouwen: een universeel onvoorwaardelijk basisinkomen is eerlijk en billijk. Het is niet meer dan recht.

 

[21 maart 2015]  Robert — een trouwe lezer — reageerde op mijn tekst. Zijn reactie lees je hier.  Hij stelt voor een onderscheid te maken tussen (enerzijds) een basisinkomen als efficiënt alternatief voor bestaande herverdelings-mechanismen (zoals Roland Duchâtelet in 1997, en onlangs opnieuw, stelde), en (anderzijds) de nood aan een grote(re) wereldsolidarititeit.  “Is de aarde van iedereen, of is ze van niemand?” lees ik ook in zijn tekst.  Is er een universeel recht, of gaat het om een universele plicht?

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2026 moskenes.be

Thema gemaakt door Anders Noren — Boven ↑