Omwille van MyMinFin zou je denken dat de belastingdienst wel wat van informatica kent, en weet wat je ermee kan doen. Toch is dat niet steeds het geval.

Op woensdag 23 juli meldde de pers dat de belastingdienst 22 van haar 43 kantoren gaat sluiten. Een “langetermijntraject”, waarmee 2030 wordt bedoeld, en dat moet bijdragen aan de door de regering besliste “vermindering van de overheidsuitgaven en verhoging van de efficiëntie van de federale diensten”.
“De FOD Financiën is verplicht, aldus de woordvoerder Francis Adyns, bij te dragen aan de collectieve inspanning door een structurele verlaging van de werkingskosten, terwijl een hoog serviceniveau voor de burger behouden blijft.”
“Geen naakte ontslagen” weet de vakbond van zijn kant, waardoor niet duidelijk is waar de “structurele verlaging van de werkingskosten” zit, tenzij, alweer Adyns, in het telewerk, “dat de voorbije jaren sterk toegenomen is, en heeft geleid tot een aanzienlijke daling van de gemiddelde bezettingsgraad van de gebouwen.”
Met andere woorden, de gebouwen worden te groot, en daarom is besloten de kleinste te sluiten.

Was het dan niet mogelijk de gebouwen, en vooral de grootste, wat kleiner te maken? Uit niets blijkt dat de FOD Financiën — die ongeveer 20.000 werknemers heeft — bij die beslissing ook buiten zijn eigen muren heeft gekeken, naar de impact op de woon-werk-verplaatsingen, op de ruimtelijke ordening, de duurzaamheid, de dienstverlening aan het publiek…

Want wat is nu net het voordeel van informatica? Van informatie en communicatietechnologieën (ICT)? Inderdaad: dat je voor je kantoorwerk van overal kan werken, en dat je je mensen niet in (grote) kantoren moet samenbrengen.
Het grote voordeel, de grote kracht van ICT is, dat het vandaag makkelijker dan gisteren wordt, om een net van kantoren open te houden. Het voordeel is ook, dat je de belastingdienst in dezelfde gebouwen samen met andere, zelfs gemeentelijke, diensten kan zetten, en dat je het aantal kantoren — of standplaatsen — desgewenst ook kan verhogen. Een kantoor in Dendermonde, bijvoorbeeld? Wanneer mensen thuis werken, of in telewerkplekken, waarom dan niet in kleinere kantoren, met hun collega’s, op een optimale, goed bereikbare plek?
Het bedrijfsmodel van de FOD Financiën, dat mensen in grote aantallen samen zet, dateert uit de vorige eeuw.

stations

Een gelijkaardig verhaal loopt voor de NMBS, die ongeveer 17.000 werknemers heeft, waarvan het leeuwendeel niét op de trein of langs het spoor.
De NMBS sluit loketten — vervangt ze door automaten en websites — en vermindert de dienstverlening. Tickets voor internationale treinen worden sinds vorig jaar in slechts twaalf zgn. travel stores” verkocht. [Neem de trein naar het loket, zegt de NMBS.]
Nochtans biedt de informatica een uitgelezen kans om de dienstverlening in de stations te versterken. Wat belet de NMBS haar personeel over een groot deel van de 550 stations te spreiden, en een deel van dat personeel deeltijds de opdracht te geven de reizigers informatie te verstrekken en tickets te verkopen, ook voor internationale treinen. Wat een reiziger geacht wordt zelf te kunnen doen (bestemmingen, uurroosters en prijzen vergelijken, te beslissen en te betalen) moet élke NMBS-medewerker toch ook kunnen doen.
De voordelen? Stations worden bevolkt, misschien zelfs ook door tele-werkers van andere diensten en bedrijven; personeelsleden werken minder ver van huis, maar wel met collega’s; en de reizigers worden geholpen — weliswaar op vooraf bepaalde uren.
Dat is wat informatica, wat de informatie- en communicatietechnologieën (ICT) echt mogelijk maken. Of blijft ook de NMBS een bedrijf uit de vorige eeuw(en)?

 

Over hetzelfde onderwerp, uit 2017: ook voor de NMBS kan telewerken een oplossing zijn.