Vaak heb ik in Paris-Austerlitz de trein genomen, eerst naar Niort en later naar Zuid-Franse vrienden. Ik heb dat altijd graag gedaan. Er hangt — nee: hing — een Zuid-Franse sfeer in dat station, het was er ook rustiger dan in Paris-Nord, Gare de Lyon of Montparnasse. Door het nabuurschap van de Seine en de Jardin de Plantes zit de gare d’Austerlitz ook minder geprangd in de stad. Er is ruimte en tijd voor zon.
Soms vroeg ik me dan af waarom een station waar de treinen naar Orléans, Bordeaux en Toulouse vertrekken, naar Austerlitz is genoemd, een stadje in Moravië — nu Slavkov u Brna, weet ik pas — waar Napoleons leger in 1805 de verzamelde Oostenrijkse en Russische legers versloeg. De driekeizersslag.
Na het lezen van Sebald’s Austerlitz wilde ik daar het fijne van weten.
Niet in Antwerpen — met zijn schildersstraten —, Gent of Brussel, maar in Parijs zijn talrijke belangrijke straten naar veldslagen, generaals en legers vernoemd: Rivoli, Iena, Sebastopol, Solferino, Magenta, Turbigo, Alma, Arcole, Tolbiac… Foch, Kléber, La Grande Armée… en Austerlitz. Vaak ook worden belangrijke instellingen en gebouwen naar hun adres genoemd: place Beauvau voor het Ministerie van Binnenlandse zaken, Quai d’Orsay voor het Buitenland, Bercy voor Financiën…, la rue Solférino destijds voor de Parti socialiste, toen die nog rijk en machtig was. En soms een spoorwegstation: Saint-Lazare en Austerlitz.
De zes grote kopstations in Parijs bedienen elk een deel van het Franse grondgebied, en werden tot de oprichting van de SNCF in 1937 elk door een verschillende spoorwegmaatschappij uitgebaat. De Compagnie du chemin de fer de Paris à Orléans (PO), wier spoorwegnet tot Bordeaux en Toulouse zou reiken, opende in september1840 in het zuidoosten van de stad een eerste station, Gare d’Orléans, dat in 1846 werd vergroot en in 1867 door het huidige vervangen werd. In 1900 besliste de Compagnie d’Orléans de spoorweg te verlengen tot een nieuw, centraler gelegen — en extreem luxueus — kopstation, la Gare d’Orsay. Dat station dankt zijn naam aan zijn locatie, de quai d’Orsay, waar ook het Ministerie van Buitenlandse zaken gelegen is, en die quai d’Orsay is genoemd naar Charles Boucher, seigneur d’Orsay (1641-1714). In 1939 werd die inmiddels te klein geworden Gare d’Orsay gedegradeerd tot lokaal treinverkeer, en keerden de grote treinverbindingen terug naar Austerlitz. Het lijkt me aannemelijk, maar ik heb er geen geschreven bron van gevonden, dat het bestaan van twee “Gare d’Orléans” geleid heeft tot de naamgeving “Gare d’Austerlitz” en “Gare d’Orsay” (nu het Musée d’Orsay), elk genoemd naar de locatie, quai d’Austerlitz, pont d’Austerlitz, en quai d’Orsay.
Het best spectaculaire metrostation Gare d’Austerlitz van lijn 5 Bobigny-Place d’Italie, dat zich letterlijk door de stationshal boort, dateert van 1906. In 1960 werd voor de lokale spoorlijnen (la banlieue) een ondergronds station gebouwd, maar vanaf 1990 verloor Paris-Austerlitz een belangrijk deel van het lange-afstandsverkeer, dat sindsdien met TGV’s vanuit Paris-Montparnasse geschiedt. Naast en over het station wordt sinds 1990 het stadsontwikkelings-project Paris Rive Gauche gebouwd, waardoor het steeds meer onder beton bedolven wordt. Het oude Zuid-Frankrijk is weg.
Verbouwingswerken in de hal van Paris-Austerlitz, zicht vanuit het metrostation, juni 2025


